RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11466055 \ CV EXPL 24-9033
Uitspraakdatum: 2 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats 1]
eiseres
verder te noemen: [eiser]
gemachtigde: mr. S. Yadegari
tegen
[gedaagde] B.V.
gevestigd te [plaats 2]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
gemachtigde: mr. D. Groos
1. Het procesverloop
[eiser] heeft bij dagvaarding van 19 december 2024 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld.
[gedaagde] heeft uitstel gevraagd voor het voeren van verweer. [gedaagde] heeft, na het verleende uitstel, op 3 maart 2025 nogmaals uitstel verzocht. Dit laatste verzoek is door de kantonrechter afgewezen.
2. De vordering
[eiser] vordert een verklaring voor recht dat de tussen partijen bestaande koopovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden.
[eiser] vordert tevens betaling van [gedaagde] van € 17.780,57. Deze vordering bestaat uit € 11.950,00 aan de aankoopsom, € 1.082,35 aan buitengerechtelijke incassokosten, berekend over de aankoopsom, € 4.100,75 aan onderzoekskosten, motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies en € 647,47 aan buitengerechtelijke incassokosten, berekend over deze extra kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de datum van het verzuim tot de dag van de gehele betaling.
Daarnaast vordert [eiser] van [gedaagde] onmiddellijke vrijwaring van de auto, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per (onvoltooide deel van een) dag dat [gedaagde] geen deugdelijk vrijwaringsbewijs verschaft aan [eiser] en daarmee [eiser] bevrijdt van zijn kentekenhoudersverplichtingen (MRB en WA), een en ander tot een maximum van € 20.000,00.
Tenslotte vordert [eiser] de proces- en de nakosten.
[eiser] legt aan de vordering dwaling dan wel non-conformiteit bij een koopovereenkomst ten grondslag. Ten gevolge hiervan is op 3 oktober 2024 de koopovereenkomst door [eiser] buitengerechtelijk ontbonden en zijn er ongedaanmakingsverplichtingen voor partijen ontstaan.
Ondanks herhaalde aanmaning, heeft [gedaagde] zich niet aan de ongedaanmakingsverplichting gehouden. Hierdoor heeft [eiser] schade geleden, bestaande uit onderzoekskosten, motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies. [eiser] vordert derhalve een verklaring voor recht dat de overeenkomst is ontbonden en vordert de aankoopsom, de buitengerechtelijke incassokosten en extra schadekosten van [gedaagde], alsmede wettelijke rente hierover, aldus [eiser].
3. De beoordeling
[gedaagde] heeft, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, de vordering niet weersproken. De niet betwiste vordering zal daarom worden toegewezen, zoals hierna omschreven, behoudens het navolgende.
De veroordeling tot onmiddellijke vrijwaring van de auto, op straffe van een dwangsom zal worden afgewezen nu de stelplicht en deugdelijke onderbouwing hiervoor ontbreekt in het lichaam van de dagvaarding.
De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de ontbinding nu [gedaagde] in ieder geval vanaf dat moment in verzuim verkeerde.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar, met dien verstande dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, omdat [eiser] in elk geval vanaf die datum daarop aanspraak kan maken en gesteld noch gebleken is dat dit ook al vanaf een eerdere datum kon.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 135,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.
4. De beslissing
De kantonrechter:
verklaart voor recht dat de tussen partijen bestaande koopovereenkomst op 3 oktober 2024 rechtsgeldig buitengerechtelijk is ontbonden;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 11.950,00 te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten aan [eiser] van € 1.082,35, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;4.4. veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van € 4.100,75 te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 3 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten aan [eiser] van € 647,47, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 december 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 2,75
griffierecht € 90,00
salaris gemachtigde € 406,00 en veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 135,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter