ECLI:NL:RBNHO:2025:15737

ECLI:NL:RBNHO:2025:15737, Rechtbank Noord-Holland, 23-12-2025, 15.810153.16

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 23-12-2025
Datum publicatie 20-01-2026
Zaaknummer 15.810153.16
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af en beëindigt op grond van artikel 6:6:10b Sv de terbeschikkingstelling van betrokkene vanaf het moment en onder voorwaarde dat hij Nederland verlaat en niet naar Nederland terugkeert.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige kamer

Parketnummer: 15.810153.16

Uitspraakdatum: 23 december 2025

Beslissing ex artikel 6:6:10 eerste lid en artikel 6:6:10b Wetboek van Strafvordering (Sv)

op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs-maatregel) met één jaar van:

[betrokkene],

geboren op [datum] 1982 te [plaats],

thans verblijvende in het Centrum voor Transculturele Psychiatrie (hierna: CTP) Veldzicht

te Balkbrug,

hierna: de betrokkene.

1. De procedure

Bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 3 oktober 2018 is aan de betrokkene de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd, wegens poging tot doodslag en zware mishandeling.

De termijn van de terbeschikkingstelling nam een aanvang op 18 oktober 2018.

De termijn is voor het laatst verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 18 oktober 2024 met één jaar. Bij beslissing van het Arnhem-Leeuwarden van 20 maart 2025 is de beslissing van de rechtbank van 18 oktober 2024 bevestigd.

De vordering tot verlenging waar de rechtbank nu over moet beslissen is op 1 september 2025 bij de rechtbank ingediend.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:

Op 25 september 2025 is de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de tbs-maatregel behandeld door deze rechtbank. Op die zitting heeft de deskundige R. Stam namens de kliniek het standpunt dat de tbs-maatregel van de betrokkene met één jaar moet worden verlengd nader toegelicht en gehandhaafd. Zij heeft daarnaast aangegeven dat de betrokkene inmiddels bij besluit van 23 mei 2025 van de Immigratie en Naturalisatiedienst ongewenst is verklaard en daarmee sindsdien geen verblijfsrecht in Nederland (en de EU) meer heeft.

De adviseur repatriëring [naam 3] heeft op de zitting van 25 september 2025 uitleg gegeven over de vervolgstappen indien de tbs-maatregel voorwaardelijk wordt beëindigd onder de voorwaarde dat de betrokkene Nederland verlaat en niet naar Nederland terugkeert en daarbij het voorstel gedaan de beslissing op de vordering van de officier van justitie met drie maanden aan te houden teneinde Slowakije de gelegenheid te geven de repatriëring van de betrokkene concreet vorm te geven. Zowel de officier van justitie als de raadsvrouw van de betrokkene konden zich in dit voorstel vinden.

Vervolgens heeft de rechtbank uitspraak bepaald op 9 oktober 2025.

Beslissing van de rechtbank van 9 oktober 2025

In de beslissing van 9 oktober 2025 heeft de rechtbank de beslissing ten aanzien van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling aangehouden tot de zitting van heden en daarin de hoop en verwachting uitgesproken dat nadere stappen kunnen worden gezet met het oog op de overbrenging van de betrokkene naar Slowakije. De rechtbank geeft in deze beslissing aan het belangrijk te vinden dat Slowakije de mogelijkheid krijgt om de repatriëring te realiseren, zodat de tbs-maatregel voorwaardelijk kan worden beëindigd onder voorwaarde van vertrek op basis van artikel 6:6:10b Sv.

Nadere informatie

Naar aanleiding van deze beslissing heeft [naam 3] voornoemd met zijn schrijven van 18 december 2025 onder meer medegedeeld dat er weer contact is geweest met de Slowaakse autoriteiten. Het Slowaakse Ministerie van Gezondheidszorg heeft aangegeven dat het mogelijk is de betrokkene op te nemen in Slowakije, mits hij een verklaring ondertekent dat hij vrijwillig instemt met opname. Inmiddels heeft de betrokkene een verklaring ondertekend, waarin hij instemt met de overdracht van relevante medische informatie en zijn opname in Kremnica. Onder begeleiding van [naam 3] en de Dienst Terugkeer en Vertrek zal de betrokkene terugkeren naar Slowakije, waar de betrokkene warm zal worden overgedragen aan de kliniek in Kremnica. In Kremnica zullen de behandelaren de betrokkene een assessment afnemen op basis van de meegeleverde behandelrapportages en hun eigen waarnemingen. Na dit assessment zullen de vervolgbehandelingen worden bepaald. Daarnaast zal worden onderzocht welk beveiligingsniveau nodig zal zijn. De opname zal beginnen op een gesloten afdeling. De repatriëring zou eind januari of begin februari 2026 kunnen plaatsvinden.

Zitting van 23 december 2025

Op 23 december 2025 heeft de rechtbank de behandeling van de vordering op een openbare terechtzitting voortgezet. Op deze zitting is de betrokkene gehoord, alsmede de deskundige van de kliniek, te weten Stam voornoemd, hoofdbehandelaar bij CTP Veldzicht en [naam 3] als adviseur repatriëring. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsvrouw van de betrokkene mr. J.M. Buchel, advocaat te Zandvoort.

Van het verhandelde tijdens deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2. De kliniek

Op de zitting heeft [naam 3] het schrijven van 18 december 2025 nader toegelicht en een bevestigingsmail van het “Psychiatrická nemocnica Profesora Matulaya Kremnica” van 22 december 2025 overgelegd, vertaald door de op de zitting aanwezige tolk. In deze e-mail met bijlage wordt de komst van de betrokkene en dat hij in de kliniek in Kremnica op de gesloten afdeling kan worden opgenomen, bevestigd.

De deskundige Stam heeft op de zitting ingestemd met het advies en plan van de adviseur repatriëring [naam 3] en het advies van de kliniek in zoverre aangepast dat niet (meer) wordt geadviseerd dat de tbs-maatregel wordt verlengd met een jaar, maar dat de maatregel zal worden beëindigd onder de voorwaarde dat de betrokkene Nederland verlaat en niet meer terugkeert.

3. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tbs-maatregel moet worden verlengd met één jaar. De betrokkene voldoet aan de daarvoor gestelde criteria.

De officier van justitie kan instemmen met het advies van de adviseur repatriëring dat de tbs-maatregel wordt beëindigd onder de voorwaarde dat de betrokkene Nederland verlaat en niet meer terugkeert.

4. Het standpunt van betrokkene

De raadsvrouw heeft naar voren gebracht, dat de betrokkene in de afgelopen periode goede stappen heeft gezet. Hij wil zich verder ontwikkelen, maar dan in Slowakije. In Slowakije kan hij ondersteund worden door zijn familie. De raadsvrouw heeft de rechtbank namens de betrokkene verzocht aan te sluiten bij het repatriëringsplan van P. [naam 3] en op basis van artikel 6:6:10b Sv de tbs-maatregel te beëindigen.

5. De beoordeling

In artikel 6:6:10b, lid 1 Sv is bepaald dat de rechter ten aanzien van een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland, de tbs met verpleging van overheidswege kan beëindigen onder de voorwaarde dat de vreemdeling Nederland verlaat en niet naar Nederland terugkeert. De rechtbank stelt vast dat hierin niet is bepaald dat de rechtbank dit enkel op vordering van het openbaar ministerie kan doen. Uit artikel 6:6:1 Sv volgt dat ook de betrokkene een dergelijk verzoek kan doen.

Uit het verlengingsadvies van de kliniek volgt dat de betrokkene lijdt aan een chronisch psychotische stoornis (schizofrenie) en dat het huidige recidiverisico op gewelddadig gedrag als matig wordt ingeschat. Er is enige verbetering door medicatiegebruik, maar de behandelinstructies zijn uitgeput. Het ziekte-inzicht van de betrokkene is beperkt. De kans op gewelddadig gedrag bij het abrupt stoppen van de tbs-maatregel wordt ingeschat als hoog.

De rechtbank overweegt dat de behandeling van de betrokkene binnen de tbs-maatregel inmiddels zeven jaar duurt. De betrokkene is inmiddels op 23 mei 2025 tot ongewenst vreemdeling verklaard en hij heeft daardoor geen rechtmatig verblijf in Nederland in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000. Doel van de terbeschikkingstelling is het beveiligen van de samenleving waarbij hoort het geleidelijk resocialiseren. Vanwege de status als ongewenst vreemdeling kan dit doel binnen het huidige kader niet worden verwezenlijkt. Zonder zicht op uitgebreidere verlofmogelijkheden om te oefenen met de verworven vaardigheden stagneert de behandeling. Deze verdere resocialisatie lijkt nu op verantwoorde wijze te kunnen worden ingevuld in Slowakije.

In een dergelijk geval heeft de rechtbank de mogelijkheid om op grond van artikel 6:6:10b Sv de tbs met verpleging van overheidswege te beëindigen onder de voorwaarde dat de vreemdeling Nederland verlaat en niet naar Nederland terugkeert.

In Slowakije is de afgelopen periode onderzoek gedaan naar verschillende beschermende factoren van de betrokkene, waaronder behandeling en begeleiding vanuit een psychiatrische kliniek in Kremnica, Slowakije en ondersteuning van zijn familie. De rechtbank heeft aangaande de situatie in Slowakije, waar sprake is van concrete psychiatrische begeleiding en behandeling, vertrouwen dat er passende opvang in dat land van herkomst is geregeld en ziet zich daarin gesterkt door de op zitting geverifieerde informatie. Er is derhalve in Slowakije een passende voorziening getroffen die met voldoende waarborgen is omkleed voor zowel de betrokkene als de maatschappij waarmee het risico op nieuwe (gewelds)delicten tot een aanvaardbaar niveau is teruggebracht. Met het oog daarop is de rechtbank van oordeel dat er geen noodzaak is tot verlenging van de terbeschikkingstelling en dat de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege dient te eindigen op grond van het bepaalde in artikel 6:6:10b Sv. Als voorwaarde voor de beëindiging geldt dat de betrokkene Nederland verlaat en niet naar Nederland terugkeert. De terbeschikkingstelling eindigt daarmee op het moment dat de betrokkene Nederland heeft verlaten en herleeft van rechtswege indien hij in Nederland terugkeert.

6. De beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af en beëindigt op grond van artikel 6:6:10b Sv de terbeschikkingstelling van [betrokkene] vanaf het moment en onder voorwaarde dat hij Nederland verlaat en niet naar Nederland terugkeert.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is gegeven door

mr. A.M.C. de Haan, voorzitter,

mrs. M.E. Francke en K.I.E. Lammers, rechters,

in tegenwoordigheid van D.H. Geuze, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.

Mrs. De Haan en Lammers zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.M.C. de Haan

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?