RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11380974 \ WM VERZ 24-1649
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 9 april 2025
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene)gemachtigde : [gemachtigde]
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 maart 2025. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Gemachtigde van betrokkene is ook verschenen. Betrokkene is zelf ook verschenen. Op de zitting is een kopie van de recente registercontrole aan de gemachtigde verstrekt. De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt — kort omschreven — als volgt: Voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden.
Betrokkene is het niet eens met de opgelegde boete. De gemachtigde van betrokkene heeft zich in de gronden en op de zitting op het standpunt gesteld dat een registercontrole onrechtvaardig uit kan pakken, waarbij meespeelt dat een registercontrole geen menselijke afweging kan maken. De registercontrole is bedoeld voor heuse wegpiraten die onverzekerd rondrijden, maar daarvan is in dit geval niet gebleken. In de politiek bestaat tamelijk kamerbreed de indruk dat de register-controle een aantal ‘weeffouten’ bevat. De gemachtigde ziet in de door betrokkene aangevoerde gronden genoeg aanleiding om te verzoeken de sanctie te matigen. Uit de totstandkomingsgeschie-denis van de WAHV kan worden afgeleid dat de ernst van de gedraging een factor is voor de hoogte van het sanctiebedrag. Ten slotte wijst de gemachtigde op het aankomende ‘vergisrecht’.
Ter zitting heeft betrokkene hier nog aan toegevoegd dat hij in de veronderstelling was dat hij verzekerd was, maar eruit is gegooid bij de verzekering omdat zijn verzekeringsagent en de verzekeringsmaatschappij ruzie hadden. Een brief hierover is betrokkene ontschoten of heeft hij nooit ontvangen. Zijn vrouw die altijd alles regelde, werd in die periode in een verzorgingstehuis opgenomen. Het is lastig een nieuwe verzekering af te sluiten als betrokkene op de zwarte lijst staat.
De vertegenwoordiger van de officier van justitie heeft op de zitting meegedeeld de beslissing en het standpunt te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep ongegrond te verklaren. Op 11 juli 2023 is de boete bekend geworden, op/na 25 oktober 2023 is het kenteken op een andere naam gezet en op 4 november 2023 is het voertuig uitgevoerd. Door betrokkene is geen actie ondernomen, zoals schorsing van het kenteken of een verzekering. Betrokkene had om hulp kunnen vragen en had in ieder geval meer kunnen doen om de boete te voorkomen.
De kantonrechter overweegt dat de sanctie terecht is opgelegd omdat het voertuig op de genoemde datum onverzekerd was en evenmin was geschorst bij de RDW. De kantonrechter ziet geen aanleiding de sanctie te matigen omdat door betrokkene geen actie is ondernomen door het voertuig alsnog te verzekeren, te schorsen of af te melden bij de RDW. Na het bekend worden van de boete is het voertuig nog maanden onverzekerd geweest voordat deze werd overgeschreven.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. De kantonrechter ziet geen aanleiding om proceskosten toe te kennen, omdat het beroep ongegrond wordt verklaard.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep ongegrond;
‒ wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 110,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: