RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 11422923 \ WM VERZ 24-1777
CJIB-nummer : ['nummer']
Uitspraakdatum : 9 april 2025
Uitspraak op een verzetschrift als bedoeld in artikel 26 lid 3 of artikel 27 lid 6 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [betrokkene]
woonplaats : [betrokkene]
(hierna te noemen: betrokkene).
Het verloop van de procedure
Betrokkene heeft verzet ingesteld tegen de tenuitvoerlegging van een door de Minister van Justitie en Veiligheid (hierna: de Minister) uitgevaardigd dwangbevel. De Minister heeft gereageerd op het verzetschrift.
De zaak is behandeld op de zitting van 26 maart 2025. Betrokkene is verschenen. Namens het [bedrijf] is verschenen [betrokkene] De kantonrechter heeft na de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
Een dwangbevel als bedoeld in artikel 26 WAHV kan pas rechtsgeldig worden uitgevaardigd als de beschikking waarbij de administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) is opgelegd, onherroepelijk is geworden.
Betrokkene voert aan dat zij de boete en daarop gevolgde aanmaningen niet heeft ontvangen.
Gelet op de door de Minister overgelegde stukken is aan het adres van betrokkene de beschikking gestuurd waarbij de boete is opgelegd. Dat geldt ook voor de daarop volgende aanmaning(en). Het gaat om het adres waar betrokkene staat ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie personen. Deze poststukken zijn niet onbestelbaar retour gekomen. Daarmee staat de verzending van de stukken vast.
De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de beschikking waarbij de boete is opgelegd (en aanmaningen) niet heeft ontvangen, door een omstandigheid die niet voor haar rekening en risico komt. Betrokkene heeft een gemotiveerde alternatieve verklaring gegeven en het staat vast dat eerdere post van het [bedrijf] niet op haar adres was bezorgd en zij daarover contact hebben gehad. Daarmee heeft betrokkene de ontvangst van de stukken geloofwaardig betwist.
Dat betekent dat de beschikking waarbij de boete is opgelegd nog niet onherroepelijk is geworden. Het dwangbevel is daarom niet rechtsgeldig uitgevaardigd.
Op grond van het voorgaande is het verzet gegrond.
Betrokkene dient alsnog de gelegenheid te krijgen het bedrag van de boete, zonder verhogingen, te betalen. De verhogingen van de boete zijn ten onrechte opgelegd, omdat die verhogingen op grond van artikel 23 WAHV alleen aan de orde zijn als de beschikking waarbij de boete is opgelegd, onherroepelijk is geworden.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het verzet gegrond;
‒ bepaalt dat het door betrokkene betaalde griffierecht zal worden terugbetaald;
‒ bepaalt dat de opgelegde verhogingen van de sanctie door de Minister ongedaan worden gemaakt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.H. Lips, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak staat ingevolge artikel 26a WAHV hoger beroep open binnen 2 weken na de hieronder vermelde dag van toezending bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: