RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/372109 / JU RK 25-1672
Datum uitspraak: 12 december 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
hierna te noemen: de Raad,
gevestigd te Haarlem,
over
- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
- [de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 3] ,
hierna tezamen ook te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats] ,
en
[de vader] ,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats] ,
hierna tezamen ook te noemen: de ouders.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 21 november 2025;
de brief van de vader van 5 december 2025, ingekomen bij de rechtbank op 8 december 2025;
het e-mailbericht met bijlagen van de vader van 8 december 2025;
het e-mailbericht met bijlagen van de vader van 9 december 2025;
de brief van de moeder, ingekomen bij de rechtbank op 9 december 2025.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 december 2025. Hierbij zijn verschenen en gehoord:
- de vader;
- de moeder;
- de Raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad]
Tevens was ter zitting aanwezig [de partner van de vader] , de partner van de vader, als toehoorder.
[de minderjarige 3] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] zijn in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de zitting in raadkamer hun mening kenbaar te maken over het verzoek van de Raad. [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] hebben hier geen gebruik van gemaakt. [de minderjarige 3] heeft de kinderrechter een brief gestuurd.
2. De feiten
Het ouderlijk gezag over [de minderjarige 3] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] wordt uitgeoefend door de ouders gezamenlijk.
[de minderjarige 3] woont bij de vader. [de minderjarige 2] woont bij de moeder. [de minderjarige 1] woont week op week af bij beide ouders.
Bij beschikking van 13 november 2018 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [de minderjarige 3] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] eerder onder toezicht gesteld, welke ondertoezichtstelling heeft voortgeduurd tot 13 november 2019.
Bij beschikking van 29 november 2018 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [de minderjarige 1] (met spoed) gedurende dag en nacht uit huis geplaatst bij de vader. Bij beschikking van 4 december 2018 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [de minderjarige 3] en [de minderjarige 2] (met spoed) gedurende dag en nacht uit huis geplaatst bij de vader. De machtigingen tot uithuisplaatsing van de kinderen hebben voortgeduurd tot 8 april 2019.
3. Het verzoek van de Raad
De Raad verzoekt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad heeft het verzoek als volgt gemotiveerd.
[de minderjarige 3] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] zitten al jaren in een onrustige situatie. De onderlinge verstandhouding tussen de ouders is ernstig verstoord. Zij zijn niet in staat om met elkaar op constructieve wijze te communiceren in het belang van de kinderen. Dit zorgt ervoor dat alle drie de kinderen onrust en last ondervinden, allen op hun eigen manier. De ouders nemen op dit moment onvoldoende regie en verantwoordelijkheid om de problemen die de kinderen ervaren op te lossen. Zo helpen zij [de minderjarige 3] en [de minderjarige 2] niet in hun contactverlies met de andere ouder en nemen geen initiatieven om dit te herstellen. De verantwoordelijkheid hiervoor lijkt nu bij [de minderjarige 3] en [de minderjarige 2] te liggen, maar zij zijn te jong om deze last te dragen. Het is van belang dat de kinderen fijn en ontspannen contact hebben met hun beide ouders. Het is daarvoor nodig dat de ouders geen verwijten naar elkaar maken en geen spanningen tussen hen zijn waar de kinderen last van hebben. Ook maakt de Raad zich zorgen over de opgroeisituatie van de kinderen bij de moeder. De moeder lijkt moeite te hebben met het stellen van regels en grenzen en aan te sluiten bij de kinderen op een manier die bij hun leeftijd past. De moeder lijkt geen overwicht te hebben op [de minderjarige 2] , geeft snel de schuld aan de vader en/of de kinderen en kan onvoldoende naar haar eigen aandeel kijken. De hulpverlening komt onvoldoende van de grond, omdat de moeder de hulp niet binnenlaat en afspraken herhaaldelijk afzegt. De moeder heeft het beste voor met de kinderen, maar lijkt niet altijd op een juiste manier bij hen aan te kunnen sluiten.
Gelet op voorgaande is de Raad van mening dat het van groot belang is dat het komende jaar in het kader van een ondertoezichtstelling wordt gewerkt aan de volgende doelen om zodoende de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen te doen wegnemen:
- de kinderen hebben ouders die regie nemen over de zorgregeling en hun verantwoordelijkheid nemen voor de dingen die voor de kinderen geregeld moeten worden;
- de kinderen hebben met hun beide ouders fijn en ontspannen contact, waarbij beide ouders het contact met de andere ouder stimuleren, ondersteunen en bij problemen in gesprek gaan met elkaar om deze op te lossen;
- er komt meer zicht op de opvoedsituatie bij de moeder, waarbij de moeder hulpverlening toelaat en actief gaat werken aan doelen zoals regels stellen die aansluiten bij de leeftijden van de kinderen, wat te doen als de kinderen zich niet aan de regels houden en hoe ervoor te zorgen dat de kinderen een veilig en opgeruimd leefklimaat hebben;
- er komt zicht op eventueel middelengebruik van de ouders als daar sprake van is;
- er wordt hulpverlening ingezet voor [de minderjarige 2] , bijvoorbeeld in de vorm van speltherapie, zodat hij beter in zijn vel komt te zitten en hij geen gedrag meer vertoont waardoor hij in de problemen kan komen. Ook moet worden onderzocht of trauma- en/of hechtingsproblematiek mogelijk ten grondslag liggen aan het gedrag van [de minderjarige 2] .
4. De standpunten van de ouders en de visie van de GI
De moeder heeft aangegeven bereid te zijn om mee te werken met een nieuwe ondertoezichtstelling. De kinderen hebben eerder zonder resultaat onder toezicht gestaan. De moeder heeft hierna zelf in het vrijwillig kader hulp gezocht voor [de minderjarige 2] . Zo heeft [de minderjarige 2] gesprekken gehad met de praktijkondersteuner van de huisarts en heeft de moeder geprobeerd om Family Supporters op te starten, maar hier wilde de vader niet aan meewerken. Ambulante Spoedhulp is ook geprobeerd, maar de moeder kon zich niet vinden in hun werkwijze waarbij zij vragen stelden over haar. De hulpverlening was immers bedoeld voor [de minderjarige 2] . De moeder herkent de huidige zorgen rondom [de minderjarige 2] ook niet. Het gaat goed met [de minderjarige 2] . Hij doet het goed op school en gaat niet meer met verkeerde vrienden om. Wel wil de moeder graag dat hulpverlening wordt ingezet voor [de minderjarige 2] , zodat hij zijn verhaal bij iemand kwijt kan. Ten aanzien van haar contact met [de minderjarige 3] is de moeder van mening zij het contact weer moeten opbouwen door het af en toe doen van leuke dingen samen en wat meer bellen en appen. Verder vindt de moeder het noodzakelijk dat [de minderjarige 3] bij haar komt wonen en geen contact meer heeft met de vader. Ook verzoekt de moeder haar te belasten met het ouderlijk gezag van alle drie de kinderen en een contactverbod op te leggen aan de vader van de kinderen, in die zin dat hij geen contact met hen mag hebben met uitzondering van contactmomenten onder direct toezicht van jeugdzorg.
De vader staat achter het verzoek van de Raad tot ondertoezichtstelling van de kinderen voor de duur van één jaar en is bereid hieraan mee te werken. De vader heeft wel minder goede ervaringen met de GI in het kader van de vorige ondertoezichtstelling, maar ziet op dit moment geen andere oplossing dan het opnieuw aangaan van hulpverlening. Het liefst wil de vader alleen met het ouderlijk gezag over de kinderen worden belast. De vader maakt zich grote zorgen over [de minderjarige 2] in de thuissituatie bij de moeder en wenst stabiliteit voor alle kinderen. De vader heeft kennisgemaakt met de ter zitting aanwezige GI en heeft hier een goed gevoel bij. De vader zou graag met de GI en/of Family Supporters om tafel gaan om gesprekken te voren over het contactherstel tussen hem en [de minderjarige 2] . Ten aanzien van het contactherstel tussen [de minderjarige 3] en de moeder heeft de vader aangegeven dit altijd te stimuleren, maar hij ziet ook wat de afwijzingen van de moeder met [de minderjarige 3] doet.
De GI heeft naar voren gebracht dat de ter zitting aanwezige vertegenwoordiger van de GI de vaste jeugdbeschermer zal worden bij toewijzing van het verzoek. De GI ziet dat een strijd gaande is over de hoofden van de kinderen. De kinderen zitten hierdoor klem tussen de ouders en dat moet stoppen. De GI is voornemens stevige regie te voeren en intensief aan de slag te gaan met de ouders. De GI zal een analyse uitvoeren en aan de hand daarvan hulpverlening inzetten waar de ouders aan mee moeten werken. De GI heeft er vertrouwen in, maar heeft de ouders nodig om de doelen te behalen.
5. De beoordeling door de kinderrechter
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De concrete ontwikkelingsbedreiging is gelegen in de ernstig verstoorde onderlinge verstandhouding tussen de ouders. De ouders zijn op geen enkele wijze in staat om op een constructieve wijze in het belang van de kinderen met elkaar te communiceren. Dit heeft ervoor gezorgd dat de kinderen volledig klem en verloren zijn geraakt tussen hun ouders. Alle drie de kinderen hebben op hun eigen manier last van de situatie. [de minderjarige 3] kampt met zorgen waar hij zich niet mee bezig zou moeten houden. Hij heeft er zelf voor gekozen om bij de vader te verblijven en heeft nauwelijks contact met de moeder. [de minderjarige 2] laat sinds begin 2025 erg zorgelijk gedrag zien. Er bestaan zorgen over drugsgebruik, suïcidale uitspraken, het niet respecteren van regels en het gezag van de moeder en veelvuldig schoolverzuim. [de minderjarige 2] heeft ervoor gekozen om niet meer naar de vader te gaan. De ouders lijken de verantwoordelijkheid voor het contactverlies en -herstel bij de kinderen neer te leggen, terwijl het juist aan de ouders is om die verantwoordelijkheid te nemen. Ten aanzien van [de minderjarige 1] maakt de kinderrechter zich zorgen of zij de opvoeding, verzorging, liefde en emotionele aandacht krijgt die zij nodig heeft. Zij lijkt zich op dit moment aan te passen aan de ouder bij wie zij op dat moment is. De kinderrechter maakt zich echter zorgen over het loyaliteitsconflict waar zij in terecht zal komen, als de situatie tussen de ouders niet veranderd en zij mogelijk net als haar broers het gevoel heeft te moeten kiezen tussen haar ouders.
De hulpverlening die nodig is om de ontwikkelingsbedreiging bij de kinderen weg te nemen is tot op heden onvoldoende van de grond gekomen. De ouders zijn op dit moment onvoldoende bereid en in staat om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging van de kinderen weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Diverse vormen van hulpverlening zijn in het vrijwillige kader niet van de grond gekomen. Dit maakt dat de kinderrechter van oordeel is dat het noodzakelijk is dat de GI als stevige regievoerder bij het gezin betrokken wordt om ervoor te zorgen dat aan de doelen zoals verwoord door de Raad wordt gewerkt en dat de nodige hulpverlening wordt in- en doorgezet. De GI heeft de ouders ter zitting op de hoogte gesteld van de bevoegdheden die de GI toekomt indien de ouders besluiten niet mee te werken.
Gelet op het voorgaande zal de kinderrechter de kinderen onder toezicht stellen.
De verwachting is gerechtvaardigd dat de ouders binnen een gelet op de persoon en ontwikkeling van de kinderen aanvaardbare termijn in staat zijn om hun verzorging en opvoeding weer zelfstandig te dragen. Gelet op de ernst van de zorgen en de te behalen doelen, acht de kinderrechter een termijn voor de duur van één jaar passend en geboden. Het verzoek van de Raad zal daarmee worden toegewezen zoals verzocht.
Deze beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Tot slot overweegt de kinderrechter ten aanzien van de zelfstandige verzoeken van de moeder tot eenhoofdig gezag, wijziging van de zorgregeling en het contactverbod van de vader met de kinderen dat zij deze verzoeken indien gewenst via de gebruikelijke weg, dus met tussenkomst van een advocaat, bij de rechtbank kan indienen. De kinderrechter zal de verzoeken van de moeder daarom in deze procedure niet-ontvankelijk verklaren.
6. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [de minderjarige 3], [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1], onder toezicht van Jeugdbescherming Regio Amsterdam met ingang van 12 december 2025 tot 12 december 2026;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
verklaart de zelfstandige verzoeken van de moeder niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2025 door
mr. A.K. Mireku, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J.E. van Veen als griffier, en op schrift gesteld op 19 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.