RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11957234 \ VV EXPL 25-162 (HB)
Vonnis in kort geding van 28 november 2025
in de zaak van
[eiser] ,
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
gemachtigde: mr. J.W. Janssens,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SAMSUNG ELECTRONICS BENELUX B.V.,
te Schiphol,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Samsung,
gemachtigde: mr. W.M. Engelsman.
De zaak in het kort
In deze zaak vordert [eiser] veroordeling van Samsung tot intrekking van haar non-actiefstelling en tot toelating tot haar gebruikelijke werkzaamheden. Ook vordert zij Samsung te bevelen om aan (de advocaat van) [eiser] een afschrift te verstrekken van alle (ongecensureerde) stukken in het onderzoek dat Hoffmann Bedrijfsrecherche tegen haar heeft ingesteld.
De vordering tot intrekking van de non-actiefstelling en tot wedertewerkstelling wordt afgewezen. Het gevorderde bevel tot het verstrekken van afschriften van stukken wordt slechts gedeeltelijk toegewezen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 10 november 2025 met producties- de nadere producties van [eiser]
- de akte vermeerdering van eis- de conclusie van antwoord met producties- de mondelinge behandeling van 18 november 2025- de pleitnota van [eiser]- de pleitnota van Samsung.
2. Feiten
[eiser] is sinds 16 augustus 2021 bij Samsung werkzaam als directeur Human Resources & General Affairs (HR&GA)/director People and Workplace. In die functie is zij als ‘Head of Department’ verantwoordelijk voor de departementen Human Resources en Facilities.
Samsung heeft een klokkenluidersregeling, een uitwerking van de Wet bescherming Klokkenluiders (WBK).
Op 2 juni 2025 heeft Samsung een anonieme melding ontvangen van (twee) ‘anonymous concerned employees’, waarin ten aanzien van [eiser] beschuldigingen zijn geuit over (onder meer) i. een belangenconflict en niet-integer handelen met betrekking tot de stage van haar dochter bij Samsung ii. herhaaldelijk grensoverschrijdend gedrag (intimidatie en pesten) jegens collega’s en iii. het identificeren en confronteren van ondergeschikten die negatieve feedback hadden gegeven over haar leiderschapsstijl. De melders drongen er bij Samsung op aan om onmiddellijk actie te ondernemen om verdere schade te voorkomen.
Samsung heeft vervolgens besloten om haar klokkenluidersregeling toe te passen. De meldingsbeheerder (de onpartijdige persoon die overeenkomstig die regeling bevoegd is om meldingen te behandelen) heeft een vooronderzoek ingesteld. Daarna is aan de Raad van bestuur van Samsung geadviseerd nader onderzoek te laten verrichten.
De Raad van Bestuur heeft besloten het onderzoek te laten uitvoeren door een extern onderzoeksbureau, Hoffmann Bedrijfsrecherche B.V. (hierna: Hoffmann). Daarbij is mr. Engelsman van advocatenkantoor Littler, de vaste advocaat van Samsung, aangewezen als de formele opdrachtgever van Hoffmann.
Vanaf 27 juli 2025 heeft Hoffmann interviews afgenomen met diverse betrokkenen: eerst met de melders van de klachten (oud-werknemers) en daarna met een aantal andere oud-werknemers.
Op 5 september 2025 heeft Hoffmann een management letter gestuurd aan Samsung met enkele preliminaire bevindingen. Op basis daarvan heeft de Raad van Bestuur besloten dat het onderzoek moest worden voorgezet en ook moest worden uitgevoerd onder de huidige werknemers van Samsung.
In verband daarmee heeft Samsung [eiser] op 30 september 2025 (in een gesprek tussen haar en haar leidinggevenden) op non-actief gesteld. Zij moest direct het pand verlaten en mocht niet meer met haar collega’s praten.
De non-actiefstelling is bij e-mail van diezelfde datum aan [eiser] bevestigd. In die e-mail staat dat Samsung signalen heeft ontvangen over gedrag van [eiser] dat mogelijk in strijd is met de Code of Conduct van Samsung, onder meer betreffende haar leiderschapsstijl en het naleven van interne procedures. Als redenen voor de non-actiefstelling vermeldt die e-mail dat hierdoor het onderzoek van Hoffmann kan plaatsvinden in een neutrale en onverstoorde omgeving en dat [eiser] door die op non-actiefstelling wordt beschermd tegen stress en onzekerheid.
Bij e-mail van diezelfde datum heeft [eiser] bezwaar gemaakt tegen de non-actiefstelling en heeft zij laten weten dat zij beschikbaar is voor werk.
Op 2 oktober 2025 heeft Hoffmann met [eiser] gesproken. Tijdens dat gesprek heeft Hoffmann meegedeeld dat zij in juli 2025 een vooronderzoek is gestart naar aanleiding van twee anonieme klachten van (naar later bleek oud-)medewerkers van Samsung, dat die klachten zagen op de leiderschapsstijl van [eiser] en dat er bovendien vragen waren rondom de stage van haar dochter bij Samsung. Het gesprek is voortijdig afgebroken omdat [eiser] na confrontatie met deze klachten (emotioneel) niet in staat was dit gesprek verder te voeren.
Het gesprek van 2 oktober 2025 is voortgezet op 7 oktober 2025. Hoffmann heeft [eiser] toen onder meer bevraagd over de gang van zaken rondom de (afstudeer) stage van haar dochter bij Samsung, waarbij Hoffmann onder meer naar voren heeft gebracht dat [eiser] haar dochter anders - beter - zou hebben behandeld dan andere stagiaires. [eiser] heeft daar haar (andersluidende) visie op gegeven. Ook heeft Hoffmann in dit gesprek de leiderschapsstijl van [eiser] met haar besproken, die volgens klagers intimiderend en onberekenbaar zou zijn. [eiser] heeft in het gesprek gevraagd naar concrete voorbeelden daarvan, maar Hoffmann deelde mee dat deze (in opdracht van Samsung) niet konden worden gegeven, omdat anders de klagers herleidbaar zouden zijn. [eiser] heeft in dat gesprek de toepasselijkheid van de klokkenluidersregeling betwist.
Op 9 oktober 2025 heeft [eiser] (op verzoek van Hoffmann) een lijst met namen toegestuurd van mensen die over deze zaak gehoord konden worden.
Bij brief van haar gemachtigde van 14 oktober 2025 heeft [eiser] om inzage verzocht in de klachten van de melders en heeft zij uiteengezet waarom Samsung volgens haar geen beroep kan doen op de klokkenluidersregeling. Bij die brief heeft zij ook een persoonlijke brief aan haar leidinggevenden gevoegd. In die persoonlijke brief heeft zij meegedeeld dat zij zich geïsoleerd voelt door de op non-actiefstelling, dat Samsung niet om haar kant van het verhaal heeft gevraagd en haar evenmin heeft verteld waarvan zij werd beschuldigd. Daar is zij pas tijdens de gesprekken met Hoffmann gedeeltelijk achter gekomen. Daarnaast heeft zij in de brief gemeld dat tijdens een eerder onderzoek naar mogelijk fraude door twee collega’s in 2025 die collega’s níet op non-actief zijn gezet. Ook heeft [eiser] in deze brief vraagtekens gezet bij de kwaliteit van het onderzoek. Tot slot heeft zij in die brief nogmaals aangegeven beschikbaar te zijn voor werk en verzocht de op non-actiefstelling onmiddellijk op te heffen.
Bij brief van 17 oktober 2025 heeft Samsung laten weten dat zij heeft gekozen voor de weg van de klokkenluidersregeling vanwege de aard van de klachten en de sterke bescherming die hierdoor geboden wordt aan alle partijen, waaronder [eiser]. Ook heeft Samsung in die brief meegedeeld dat [eiser] op non-actief is gesteld vanwege de aard van de klachten en het risico op vergelding.
Bij brief van haar gemachtigde van 21 oktober 2025 heeft [eiser] Samsung gesommeerd haar vóór 25 oktober 2025 inzage te geven in de klachten en toe te laten tot haar werkzaamheden. Samsung heeft geen gevolg gegeven aan die sommatie.
Nadat [eiser] een kort geding had aangekondigd, heeft Samsung op 29 oktober 2025 de melding van de ‘anonymous concerned employees’ (genoemd onder 2.3. van deze beschikking) aan [eiser] toegezonden en heeft zij [eiser] uitgenodigd voor een nieuw gesprek met Hoffmann. Dat gesprek heeft plaatsgevonden op 3 november 2025.
Bij brief van haar gemachtigde van 4 november 2025 heeft [eiser] Samsung gesommeerd om alle door Samsung aan Hoffmann overgelegde stukken en de verslagen van de gesprekken die hebben plaatsgevonden in afschrift aan haar toe te sturen en om haar in staat te stellen haar werkzaamheden te verrichten. Bij e-mail van haar gemachtigde van 7 november 2025 heeft Samsung daar afwijzend op gereageerd. Zij heeft [eiser] in overweging gegeven de uitkomst van het onderzoek en de beslissing van de Raad van Bestuur daarover af te wachten.
Bij e-mail van haar gemachtigde van 7 november 2025 heeft [eiser] nogmaals om overlegging van bovengenoemde stukken verzocht. Bij e-mail van haar gemachtigde van 13 november 2025 heeft Samsung daar weer afwijzend op gereageerd. In die e-mail heeft Samsung meegedeeld dat [eiser] een kopie van het conceptrapport van Hoffmann zal ontvangen, dat [eiser] in de gelegenheid zal worden gesteld om daar commentaar op te geven en dat het rapport pas daarna met de Raad van Bestuur van Samsung zal worden gedeeld. Verder heeft Samsung aangegeven dat de Raad van Bestuur de gespreksverslagen evenmin zal ontvangen.
Het onderzoek van Hoffmann is nu bijna afgerond. In een e-mail van Hoffmann van 14 november 2025 staat dat het conceptrapport in de week van 17 november 2025 aan [eiser] zal worden toegezonden voor commentaar en dat – na verwerking van het commentaar van [eiser] - aan het eind van de week beginnend op 24 november 2025 het definitieve rapport aan mr. Engelsman zal worden opgeleverd.
3. De vordering
[eiser] vordert – na vermeerdering van de eis - dat de kantonrechter in kort geding:
I. Samsung veroordeelt tot intrekking van de non-actiefstelling en tot toelating van [eiser] tot haar gebruikelijke werkzaamheden, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
II. Samsung beveelt om aan (de advocaat van) [eiser] een afschrift te verstrekken van alle stukken die Samsung aan Hoffmann heeft verstrekt ten behoeve van het onderzoek en Samsung beveelt alle gespreksverslagen ongecensureerd aan (de advocaat van) [eiser] ter beschikking te stellen, op straffe van verbeurte van dwangsom;
III. Samsung veroordeelt in de proceskosten (waaronder de nakosten), te vermeerderen met de wettelijke rente.
[eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag - kort weergegeven - dat zij de gronden op basis waarvan zij op non-actief is gesteld betwist en dat zij een zwaarwegend belang heeft bij wedertewerkstelling. Dat belang weegt zwaarder dan het belang van Samsung bij handhaving van de non-actiefstelling.
Bovendien heeft [eiser] - op grond van artikel 194 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (BW) - recht op overlegging van afschriften van alle stukken die Samsung aan Hoffmann ter beschikking heeft gesteld en (naar de kantonrechter begrijpt) van de gespreksverslagen die worden gebruikt voor het rapport van Hoffmann. Aan de in dat wetsartikel genoemde voorwaarden voor het verstrekken van die afschriften is voldaan en er is geen sprake van gewichtige redenen die zich tegen die verstrekking verzetten.
[eiser] heeft een spoedeisend belang bij haar vorderingen.
Op het standpunt van [eiser] wordt, voor zover van belang, hierna onder ‘de beoordeling’ nader ingegaan.
4. Het verweer
Samsung is van mening dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen en dat [eiser] (bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad) in de proceskosten moet worden veroordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente.
Samsung voert hiertoe – kort samengevat - aan dat [eiser] geen (spoedeisend) belang heeft bij haar vorderingen. [eiser] is op goede gronden op non-actief gesteld en die non-actiefstelling kan (nog) niet worden opgeheven.
Samsung is onder voorwaarden bereid afschriften van bepaalde stukken aan [eiser] over te leggen, maar van het verstrekken van afschriften van de gespreksverslagen kan geen sprake zijn.
Op het standpunt van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
5. De beoordeling
Vereisten voor toewijzing van een vordering in kort geding, besliskader
Het gaat hier om in kort geding gevorderde voorlopige voorzieningen. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of [eiser] ten tijde van dit vonnis bij die voorzieningen een spoedeisend belang heeft. Dat spoedeisend belang moet (in beginsel) voor iedere gevraagde voorziening afzonderlijk worden vastgesteld.
Daarnaast geldt dat de kantonrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorzieningen gerechtvaardigd is. Als uitgangspunt geldt bovendien dat in deze kort geding procedure geen plaats is voor bewijslevering.
De beoordeling van de vordering tot intrekking van de non-actiefstelling en tot wedertewerkstelling
I. Spoedeisend belang
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] een spoedeisend belang heeft bij haar vordering tot intrekking van de non-actiefstelling en tot wedertewerkstelling. Als door Samsung erkend staat immers in ieder geval vast dat de vrijstelling van werk een enorme impact op [eiser] heeft in de zin dat deze een grote mate van onzekerheid en emotionele belasting voor [eiser] met zich meebrengt.
II. Inhoudelijke beoordeling
De kantonrechter is echter van oordeel dat de betreffende vordering van [eiser] moet worden afgewezen. Dat legt zij hierna uit.
De vraag of de non-actiefstelling moet worden ingetrokken en of [eiser] weer in de gelegenheid moet worden gesteld om haar werkzaamheden te hervatten, moet worden beantwoord aan de hand van artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek (BW). In dat wetsartikel is de algemene maatstaf neergelegd van wat een goed werkgever behoort te doen en na te laten. Deze algemene maatstaf brengt mee dat de toewijsbaarheid van een vordering tot wedertewerkstelling met name afhangt van de aard van de dienstbetrekking, van de overeengekomen arbeid en van de bijzondere omstandigheden van het geval. Bij de waardering van deze gezichtspunten moet als uitgangspunt worden genomen dat, gelet op het in beginsel zwaarwegend te achten belang van de werknemer om de bedongen arbeid te verrichten, van een goed werkgever mag worden verwacht dat hij de werknemer tegen diens wil slechts de mogelijkheid mag onthouden om de overeengekomen arbeid te verrichten wanneer de werkgever daarvoor een redelijke grond heeft en dat die grond ten opzichte van het zwaarwegend belang van de werknemer voldoende zwaar weegt.
Niet in geschil is dat de klacht ziet op een serieuze situatie waarbij meerdere (oud-) werknemers, naar de kantonrechter begrijpt grotendeels uit het team waaraan [eiser] leiding geeft, betrokken zijn. Blijkens de management letter van Hoffmann van 17 november 2025 waren zij alleen bereid te verklaren onder de voorwaarde van anonimiteit. Niet in geschil is dat aan de gehoorden anonimiteit is toegezegd.
Wat de aard van het werk betreft is in dit geval voor de beoordeling in het bijzonder van belang dat [eiser] een vertrouwensfunctie bekleedt. Zij geeft leiding aan het team van HR professionals en is in die hoedanigheid (onweersproken) verantwoordelijk voor kwesties over ongewenst gedrag op de werkvloer, integriteit en arbeidsconflicten. Ook heeft zij in haar functie toegang tot vertrouwelijke dossiers en stukken over werknemers van Samsung en is zij de primaire contactpersoon voor externe partijen, zoals uitzendbureaus en advocatenkantoren.
Een bijzondere omstandigheid vormt daarbij bovendien dat de melding van de ‘anonymous concerned employees’ juist ziet op (beweerd) niet integer handelen en grensoverschrijdend gedrag van [eiser] zelf. Zo zou [eiser] ondergeschikten die eerder (naar de kantonrechter begrijpt anoniem) negatieve feedback op haar leiderschapsstijl hadden gegeven, geïdentificeerd en geconfronteerd hebben. De melding maakt gewag van een toenemende angst binnen het team van [eiser] voor represailles en er spreekt urgentie uit; de melders dringen er bij Samsung op aan onmiddellijk actie tegen [eiser] te ondernemen.
Overigens heeft Samsung naar aanleiding van de melding eerst een vooronderzoek ingesteld, en vervolgens oud-werknemers gehoord. Pas na evaluatie van de uitkomsten daarvan, heeft Samsung Hoffmann opdracht gegeven ook de huidige werknemers en [eiser] zelf in het onderzoek te betrekken en [eiser] op non actief gesteld. Samsung heeft haar dus eerst op non-actief gesteld op het moment dat Hoffmann haar directe collega’s/ondergeschikten ging horen.
Al deze omstandigheden leiden tot de voorlopige conclusie dat Samsung een zwaarwegend belang had en heeft om [eiser] - hangende het onderzoek van Hoffmann- op non-actief te stellen. Daarbij kan in het midden blijven of de klokkenluidersregeling van Samsung al dan niet van toepassing is.
Thans is de vraag aan de orde of dit belang zwaarder weegt dan het belang van [eiser] bij wedertewerkstelling. Hiervoor is al vastgesteld dat [eiser] op haar beurt een zwaarwegend belang heeft bij haar wedertewerkstelling, omdat de non-actiefstelling (onbetwist) een enorme impact op haar heeft. Zij voelt zich (begrijpelijkerwijs) ook geïsoleerd van haar collega’s en zakelijke relaties en kan haar zakelijke kennis en vaardigheden nu niet onderhouden. Ook heeft [eiser] aangevoerd dat zij reputatieschade lijdt als gevolg van de op non-actiefstelling.
De kantonrechter is echter van oordeel dat het belang van [eiser] op dit moment niet opweegt tegen het zwaarwegende belang van Samsung bij handhaving van de non-actiefstelling. [eiser] krijgt gedurende haar non-actiefstelling haar loon en emolumenten doorbetaald en heeft ook haar leaseauto, laptop en telefoon mogen behouden. Aan het eind van de week van 24 november 2025 zal het definitieve onderzoeksrapport aan mr. Engelsman worden opgeleverd, waarna Samsung (naar zij ter zitting heeft verklaard) binnen enkele dagen zal beslissen of dat rapport aanleiding geeft voor het treffen van (disciplinaire of ontslag-) maatregelen jegens [eiser]. Een - mogelijk kortstondige - terugkeer van [eiser] op de werkvloer weegt niet op tegen de het belang van Samsung om de daarmee gepaard gaande onrust onder haar werknemers te voorkomen. Voor zover [eiser] door haar afwezigheid op de werkvloer reputatieschade lijdt, lijkt te gelden dat deze schade inmiddels al is geleden; terugkeer naar het werk in dit stadium van het onderzoek zal daar weinig aan veranderen. Samsung heeft ter zitting overigens toegezegd dat, als het rapport van Hoffmann geen aanleiding geeft tot het treffen van maatregelen jegens [eiser], stevig zal worden ingezet op mediation om het vertrouwen tussen [eiser] en (de werknemers van) Samsung te herstellen en haar functioneren weer mogelijk te maken.
De kantonrechter merkt nog op dat de door [eiser] aangevoerde omstandigheid dat eerder twee van fraude beschuldigde werknemers niet op non-actief zijn gesteld, de belangenafweging in haar geval niet anders maakt. De problematiek die daar tot onderzoek leidde is immers niet te vergelijken met die in het geval van [eiser].
Voor zover namens [eiser] nog is aangevoerd dat Samsung niet eenduidig heeft gecommuniceerd over de gronden waarop zij [eiser] op non-actief stelde, overweegt de kantonrechter dat het voor [eiser] steeds duidelijk moet zijn geweest dat de non- actiefstelling ten dienste stond van zorgvuldig extern onderzoek waarin alle betrokkenen vrijuit zouden kunnen spreken en tegelijkertijd de rust zoveel mogelijk werd bewaard.
De conclusie is dat de gevorderde intrekking van de non-actiefstelling en de vordering tot wedertewerkstelling zullen worden afgewezen.
De beoordeling van de vordering tot het verstrekken van afschriften van stukken en gespreksverslagen
I. Spoedeisend belang en terughoudende toetsing
De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] (op zichzelf) een spoedeisend belang bij de vordering tot het verstrekken van afschriften van stukken en gespreksverslagen heeft. Weliswaar heeft Samsung aangevoerd dat [eiser] daarbij pas belang heeft als daadwerkelijk een maatregel jegens [eiser] wordt getroffen op basis van het eindrapport van Hoffmann, maar de kantonrechter deelt dat standpunt niet. [eiser] heeft immers ook belang bij verstrekking van die afschriften om te kunnen controleren of de in het conceptrapport gepresenteerde feiten overeenstemmen met die afschriften en om dat rapport te kunnen becommentariëren.
Gelet op de onomkeerbaarheid van een eventuele beslissing tot het vrijgeven van die afschriften en het voorlopige karakter van het kort geding, is een terughoudende toetsing echter op zijn plaats.
II. Inhoudelijke beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat de vordering tot het verstrekken van de afschriften grotendeels moet worden afgewezen. Dat licht zij hieronder toe.
In artikel 194 lid 1 Rv is bepaald, dat een partij bij een rechtsbetrekking tegenover degene die beschikt over bepaalde gegevens over die rechtsbetrekking, recht heeft op inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens als zij daarbij voldoende belang heeft. In het tweede lid van dat artikel (aanhef en onder b) is bepaald, dat degene die over de gegevens beschikt verplicht is daarvan desverzocht inzage, afschrift of uittreksel te verstrekken, tenzij gewichtige redenen zich daartegen verzetten.
Op grond van artikel 195 Rv kan de kantonrechter, op verzoek van de partij die daar ingevolge artikel 194 Rv recht op heeft, de wederpartij bevelen inzage, afschrift of uittreksel van die gegevens te verstrekken.
Samsung heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een rechtsbetrekking tussen [eiser] en Hoffmann, noch tussen [eiser] en Littler (het kantoor van mr. Engelsman, de formele opdrachtgever van het onderzoek), zodat de vordering alleen al daarom moet worden afgewezen. De kantonrechter verwerpt dat verweer. Er is sprake van een rechtsbetrekking tussen [eiser] als werknemer en Samsung als werkgever. Het kan zijn dat de aangesproken partij (in dit geval Samsung) de gegevens niet fysiek onder zich heeft, maar wel gemakkelijk van een derde (in dit geval Hoffmann of Littler) kan verkrijgen. Gelet op de verplichting van een partij bij een rechtsbetrekking om mee te werken aan de opheldering van feiten en aan de oplossing van een geschil, moet de zinsnede ‘tegenover degene die daarover beschikt’ zo ruim worden uitgelegd dat de aangesproken partij ook in dat geval gehouden is om de gegevens bij die derde op te vragen.
Ook gaat het in dit geval om ‘bepaalde’ gegevens over die rechtsbetrekking, namelijk alle informatie die Samsung aan Hoffmann ter beschikking heeft gesteld ten behoeve van het onderzoek en alle gespreksverslagen die voor dat onderzoek worden gebruikt.
Bovendien heeft [eiser], zoals gezegd, voldoende belang bij verstrekking van de betreffende afschriften om het conceptrapport te kunnen controleren en becommentariëren. Aan de vereisten van artikel 194 lid 1 Rv is dus voldaan.
Wat betreft de door Samsung aan Hoffmann verstrekte stukken heeft Samsung aangegeven dat zij bereid is om, als het conceptrapport verschijnt, de feitelijke documentatie over te leggen waarnaar Hoffmann verwijst in dat rapport, voor zover de gerechtvaardigde belangen van anderen daarmee niet worden geschaad. De kantonrechter zal Samsung daarom bevelen uiterlijk op de eerste werkdag na het verschijnen van het conceptrapport of, als het conceptrapport op de vonnisdatum al is opgeleverd, uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van dagtekening van dit vonnis, een afschrift van die stukken aan [eiser] te verstrekken. De kantonrechter ziet geen aanleiding om daaraan een dwangsom te verbinden, omdat zij ervan uitgaat dat Samsung als goed werkgever aan dat bevel zal voldoen.
Voor het overige zal de vordering van [eiser] tot overlegging van afschriften van stukken en gespreksverslagen worden afgewezen, omdat – ongeacht het antwoord op de vraag of de klokkenluidersregeling van toepassing is en hoewel aan de vereisten van artikel 194 lid 1 Rv is voldaan - gewichtige redenen zich tegen overlegging van die afschriften verzetten (zoals bedoeld in artikel 194 lid 2 Rv). Het verstrekken van die stukken en gespreksverslagen zou naar het oordeel van de kantonrechter in dit stadium - waarin nog geen disciplinaire maatregelen jegens [eiser] zijn genomen en [eiser] dus mogelijk zal terugkeren naar de werkvloer - in strijd zijn met de zorgvuldigheid die Samsung jegens de gehoorde (oud-)werknemers in acht moet nemen. Aan die (oud-)werknemers is immers - gelet op de aard van de klachten en de angst voor vergelding - anonimiteit toegezegd. Ook in geval van verstrekking van geanonimiseerde gespreksverslagen zou mogelijk uit die verslagen zijn af te leiden met wie die gesprekken zijn gevoerd. Weliswaar heeft [eiser] aangevoerd dat niet valt in te zien waarom ten aanzien van oud-werknemers een risico op vergelding een rol zou spelen, maar Samsung heeft in reactie daarop genoegzaam toegelicht dat ook bij die werknemers angst voor represailles bestaat: HR is een ‘kleine wereld’ waarin de betrokkenen elkaar kunnen tegenkomen. Samsung heeft er in dat verband ook op gewezen dat een van de gehoorde oud-werknemers zelfs zijn/haar verklaring heeft ingetrokken uit angst voor de gevolgen daarvan.
[eiser] heeft zich er nog op beroepen dat geen sprake is van ‘equality of arms’, omdat de gemachtigde van Samsung als opdrachtgever van het onderzoek de betreffende gespreksverslagen wel zal ontvangen, maar die omstandigheid doet aan bovenstaand oordeel onvoldoende af. De gemachtigde van Samsung heeft ter zitting ook verklaard dat hij die gespreksverslagen niet aan Samsung zal verstrekken.
De kantonrechter tekent hier nog bij aan dat Samsung ter zitting heeft toegezegd dat, als [eiser] vindt dat de inhoud van het (concept) onderzoeksrapport geen goede weergave is van de gespreksverslagen, [eiser] een contra-expertise door een ander onderzoeksbureau mag laten verrichten dat (in plaats van [eiser]) kennis kan nemen van de gespreksverslagen en de weergave daarvan in het rapport kan controleren.
De proceskosten
[eiser] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van Samsung worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
814,00
Totaal
€
814,00
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
6. De beslissing
De kantonrechter
beveelt Samsung om op uiterlijk de eerste werkdag na het verschijnen van het conceptrapport van Hoffmann of, als het conceptrapport op de vonnisdatum al is opgeleverd, uiterlijk op de eerste werkdag na de dag van dagtekening van dit vonnis, een afschrift van de feitelijke documentatie waarnaar Hoffmann verwijst in dat rapport aan (de advocaat van) [eiser] te verstrekken, voor zover de gerechtvaardigde belangen van anderen daarmee niet worden geschaad;
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe;
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente (als bedoeld in artikel 6:119 BW) over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst de vorderingen van [eiser] voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.L. Grosheide en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.
De griffier, De kantonrechter,