RECHTBANK
beslissing
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: 368664 HARK 25-121
Beslissing van 21 augustus 2025
op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoekster] ,
wonende te Haarlem,
hierna: verzoekster.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. M.A.J. Berkers,
hierna: de rechter.
1. Procesverloop
Verzoekster heeft op 19 augustus 2025 schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team familie en jeugd, locatie Haarlem aanhangige zaken met als zaaknummers 368257 KG ZA 25-514 en 368080 KGZA 25-503 (hierna: de hoofdzaken).
De wrakingskamer heeft verzoekster bij e-mail van 20 augustus 2025 in de gelegenheid gesteld het verzoek tot wraking te laten ondertekenen door een advocaat. Het wrakingsverzoek is niet ondertekend door een advocaat.
2. De beoordeling
In een kort geding is het voor een gedaagde niet verplicht zich te laten vertegenwoordigen door een advocaat, tenzij de gedaagde een tegenvordering (eis in reconventie) indient. Dan is de gedaagde ook eisende partij en moet hij zich laten bijstaan door een advocaat (verplichte procesvertegenwoordiging). Verzoekster heeft in de hoofdzaken een eis in reconventie ingesteld. In de hoofdzaken geldt dus verplichte procesvertegenwoordiging voor verzoekster.
In een wrakingsprocedure gelden dezelfde regels over procesvertegenwoordiging als in de procedure waarin het wrakingsverzoek is gedaan. Door de verplichte procesvertegenwoordiging in de hoofdzaken moet ook het wrakingsverzoek door een advocaat worden ingediend. Vaststaat dat het wrakingsverzoek niet (ook) is ondertekend door een advocaat.
Bij e-mail van 20 augustus 2025 van de secretaris van de wrakingskamer is verzoekster in de gelegenheid gesteld om dit verzuim uiterlijk 21 augustus 2025 voor 12:00 uur te herstellen. Verder is zij geïnformeerd dat indien binnen de gestelde termijn geen door een advocaat ondertekend exemplaar van haar wrakingsverzoek op de griffie is ontvangen, haar verzoek niet in behandeling wordt genomen. Verzoekster heeft van de gelegenheid tot herstel geen gebruik gemaakt.
De wrakingskamer zal verzoekster in het wrakingsverzoek dan ook niet-ontvankelijk verklaren. De wrakingskamer komt daarom niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek. Gelet daarop kan een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege blijven.
3. Beslissing
De rechtbank verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.A.M. van der Heijden, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. A.K. Korteweg, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.S. Brouwer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2025.
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.