RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/370052 / KG ZA 25-618
Vonnis in kort geding van 27 november 2025
in de zaak van
PERFECT HYGIENE GMBH,
te Gelsenkirchen (Duitsland),
eisende partij,
hierna te noemen: Perfect Hygiene,
advocaat: mr. A. Kara,
tegen
CONTINENTAL SUPPLY CO B.V.,
te Nieuw-Vennep,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Continental.,
advocaat: mr. N. Ruyters.
De zaak in het kort
Een distribiteur van natte doekjes stelt dat sprake is van ongeoorloofde parallelhandel doordat een groothandel zonder toestemming deze doekjes, die niet voor de EER-markt zijn bestemd, invoert en verkoopt binnen de EER. Dit handelen is volgens de distributeur onrechtmatig en als de tegen het merkenrecht ingestelde opposities niet slagen, dan kan de producent zich met terugwerkende kracht op bescherming van zijn merkenrecht beroepen.
De groothandel voert (formele) verweren en betoogt in de kern dat de vorderingen in deze procedure door de distributeur dusdanig onduidelijk en wisselend zijn toegelicht dat het voor de groothandel niet duidelijk is waartegen zij zich in deze procedure moet verweren.
Deze klacht wordt door de voorzieningenrechter betrokken bij de inhoudelijke beoordeling van de vorderingen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 5
- de stelbrief van mr. Ruyters
- de aanvullende producties 8 t/m 10 van Perfect Hygiene
- de akte aanvulling van gronden en wijziging/vermindering van eis van Perfect Hygiene- de mondelinge behandeling van 13 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitaantekeningen van mr. Kara namens Perfect Hygiene- de spreekaantekeningen van mr. Ruyters namens Continental.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn verschenen:
- mr Kara,
- namens Continental: de heer [betrokkene 1] (bestuurder), bijgestaan door mr. Ruyters voornoemd en mr. A.K. de Laat.
Vervolgens is vonnis bepaald.
2. De feiten
Perfect Hygiene is distributeur van (onder meer) natte doekjes. Op de verpakking van dit product staat het volgende merkteken:
Perfect Hygiene is een dochteronderneming van [bedrijf], in [plaats]/Turkije (hierna: [bedrijf]).
Op 4 oktober 2023 heeft [bedrijf] met een beeldmerk aanvraag het hiervoor genoemde teken Sleepy bij het Eupo geregistreerd. Tegen die registratie is oppositie ingesteld, door Therabel Pharma s.à.r.l. op 6 maart 2024 en door Cosmetic Warriors Limited op 10 april 2024.
[bedrijf] produceert en distribueert Sleepy producten voor zowel markten binnen de Europese Economische Ruimte (hierna: EER) als voor markten buiten de EER.
Perfect Hygiene is exclusief distributeur voor de Sleepy producten in onder meer Nederland.
Op de etikettering van de producten voor de EER-Markt wordt de distributeur in de EER vermeld. [bedrijf] gebruikt bijvoorbeeld onderstaand etiket:
Voor de markten buiten de EER gebruikt [bedrijf] onderstaande etikettering:
Continental is een groothandel. Continental biedt (onder meer) schoonmaakproducten aan onder de merkaanduiding Sleepy aan supermarkten en/of andere groothandelaren, zoals Basis Groothandel B.V. (hierna: Basis Groothandel).
Op 19 september 2025 heeft de advocaat van Perfect Hygiene bij Basis Groothandel
producten aangetroffen van onder meer de merkaanduiding Sleepy welke niet voor de EER markt zijn bestemd. Op vragen daarover gaf Basis Groothandel (de heer [betrokkene 2]) aan dat hij die producten van Continental had afgenomen.
Op 23 september 2025 is aan Continental een sommatiebrief tot staking van de invoer en/of verkoop van Sleepy producten gestuurd.
In een brief van 26 september 2025 is Basis Groothandel gesommeerd om de verkoop van Sleepy producten te staken en gestaakt te houden en om alle inkoopfacturen van de van Continental afgenomen Sleepy producten aan Perfect Hygiene te verstrekken.
3. Het geschil
Perfect Hygiene vordert – na wijziging van eis – Continental te bevelen:
om met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis Continental te veroordelen om invoer en verkoop van producten van [bedrijf] het merk Sleepy welke NIET voor de EER markt zijn bestemd te staken en gestaakt te houden, waaronder mede begrepen ieder aanbieden en verhandelen van die producten, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag(deel) dat Continental dit bevel geheel of gedeeltelijk niet opvolgt, met een maximum van € 250.000,00;
om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van Perfect Hygiene [betrokkene 2] en gemotiveerd, vergezeld van alle relevante documentatie, gegevens en bewijsstukken, de volgende informatie te verstrekken:
a) de volledige n.a.w. gegevens van degene(n) die aan wie Continental producten van [bedrijf] het merk Sleepy welke NIET voor de EER markt zijn bestemd heeft verkocht dan wel ter beschikking heeft gesteld;
b) het totaal aantal Sleepy-producten welke niet voor de EER markt zijn bestemd dat door of in opdracht van Continental in de Europese Unie tot op de dag van opgave werd geproduceerd en/of aangeboden, verkocht, gedistribueerd of anderszins verhandeld;
c) het totaal aantal Sleepy producten welke niet voor de EER markt zijn bestemd die Continental zelf, of door middel van derden, op de dag van de betekening van dit vonnis in voorraad heeft;
om binnen dertig dagen na betekening van dit vonnis de totale hoeveelheid nog in voorraad zijnde Sleepy producten welke niet voor de EER markt zijn bestemd, op een door de advocaat van Perfect Hygiene nader aan te geven locatie aan Perfect Hygiene in eigendom over te dragen, althans aan haar af te geven ter vernietiging, onbruikbaarmaking en/of verdere bewaring in afwachting van een definitieve bestemming, op kosten van Continental;
Continental te veroordelen om aan Perfect Hygiene een onmiddellijk opeisbare dwangsom te betalen van € 5.000,00 per dag (waarbij een gedeelte van een dag als volle dag wordt gerekend) dat Continental de vorenstaande onder B genoemde bevelen geheel of gedeeltelijk niet opvolgt, dan wel voor iedere afzonderlijke, gehele of gedeeltelijke niet opvolgen van die bevelen, zulks ter vrije keuze van Perfect Hygiene, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 100.000,00;
Continental te veroordelen in de proceskosten conform de liquidatie tarief voor IE-zaken (eenvoudig), met inbegrip van de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis tot aan de dag van algehele voldoening.
Perfect Hygiene legt in de dagvaarding aan de vordering ten grondslag dat Continental inbreuk maakt op haar merk door zonder toestemming producten van het merk Sleepy welke niet voor de EER-markt zijn bestemd in te voeren en te verkopen binnen EER, meer specifiek Nederland. Perfect Hygiene wenst deze ongeoorloofde parallelhandel een halt toe te roepen. Na wijziging van eis betoogt Perfect Hygiene dat het zonder toestemming van de producent invoeren en verkopen van producten welke niet voor de EER markt bestemd zijn en waarop de naam van [bedrijf] staat onrechtmatig is. De producent raakt zo het overzicht over de verspreiding van haar producten kwijt waardoor zij bij eventuele latere waarschuwingen en/of “product re-calls” niet adequaat kan reageren met alle negatieve gevolgen voor de eindgebruiker én daarmee samenhangende aansprakelijkstellingen. Continental schaadt de integriteit én de presentatie van de producten van Perfect Hygiene/[bedrijf]. Als de tegen de registratie van het merkenrecht Sleepy ingestelde opposities niet slagen, dan kan [bedrijf] zich met terugwerkende kracht tegenover Continental beroepen op bescherming van haar merkenrecht.
Continental voert verweer. Continental concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Perfect Hygiene, met veroordeling van Perfect Hygiene in haar volledige proceskosten.
Continental maakt – kort gezegd – bezwaar tegen de akte aanvulling van gronden en wijziging/vermindering van eis, omdat deze in strijd is met een goede procesorde. Door de onduidelijke stellingen van Perfect Hygiene is onvoldoende duidelijk wat Perfect Hygiene nu precies stelt, wat de grondslag van haar vorderingen is en namens wie wordt opgetreden. Daarnaast moeten een aantal producties buiten beschouwing worden gelaten. Verder geldt dat van een merkinbreuk geen sprake is omdat – gelet op een lopende oppositieprocedure – het Sleepy merk nog niet is ingeschreven. Ook is geen sprake van een onrechtmatige daad.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Bevoegdheid
Gelet op de vestigingsplaats van Continental is op grond van artikel 4.6 Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (hierna: BVIE) de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd. Voorzover de vorderingen zien op een onrechtmatige daad leidt de plaats van vestiging van Continental eveneens tot bevoegdheid.
Spoedeisend belang
Met de stelling dat de gestelde inbreuk of het gestelde onrechtmatig handelen voortduurt is het spoedeisend belang voldoende gegeven.
Strijd met goede procesorde?
Continental heeft als préalabel verweer opgemerkt dat Perfect Hygiene haar vorderingen dusdanig onduidelijk en wisselend heeft toegelicht dat het voor Continental onvoldoende duidelijk is waartegen zij zich in deze procedure moet verweren. Dienaangaande wordt het volgende vastgesteld.
Perfect Hygiene heeft haar vorderingen in de dagvaarding gebaseerd op de auteursrechtelijke grondslag van artikel 9 lid 2 sub a Verordening (EU) 2017 /1001 van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (voor de EER relevante tekst ((hierna: UMVo). Op basis van dat artikel is het de merkhouder toegestaan iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, het gebruik van een teken in het economische verkeer voor waren en diensten te verbieden wanneer het teken gelijk is aan het Uniemerk en wordt gebruikt voor waren of diensten die gelijk zijn aan die waarvoor het Uniemerk is ingeschreven.
Betoogd wordt dat sprake is van een ongeoorloofde parallelhandel omdat Continental producten van Sleepy welke niet bestemd zijn voor de EER markt invoert en verhandelt. Perfect Hygiene stelt dat zij op basis van een door [bedrijf] aan haar verstrekte volmacht bevoegd is om te procederen tegen zulke inbreuken op het merk Sleepy.
Nadat Perfect Hygiene de dagvaarding heeft uitgebracht heeft Continental Perfect Hygiene gewezen op de opposities die tegen het merkenrecht zijn ingesteld, wat tot gevolg heeft dat Perfect Hygiene zich volgens Continental niet kan beroepen op een inbreuk op haar merkenrecht omdat deze (nog) niet is geregistreerd.
Vervolgens heeft Perfect Hygiene bij akte de grondslag van de vorderingen gewijzigd. In deze akte staat, voor zover van belang:
Gedaagde heeft terecht gesteld dat – nu oppositie is ingesteld – eiseres zich (nog) niet kan beroepen op een inbreuk op haar merkenrecht. Echter, gedaagde is erop gewezen dat genoemde producten onmiskenbaar afkomstig zijn van [bedrijf] waarop – naast het merk – ook de naam van [bedrijf] op de producten staan vermeld.
Gedaagde is ook gewezen op de productaansprakelijkheid (art. 6:185 e.v. BW) van de distribiteur als ook [bedrijf] zelf (in ieder geval in Nederland). Daarbij is onder andere opgemerkt dat zonder toestemming van de producent het invoeren en verkopen van de producten welke niet voor de EER markt (waaronder NL) zijn bestemd en waarop de naam van [bedrijf] erop staat op zichzelf al voldoende is om een onrechtmatige daad aan te nemen.
Immers door de producten zonder toestemming en/of kennis van de producent op een andere markt brengen/invoeren, zorgt dat de producent het overzicht over de verspreiding van haar producten “kwijtraakt” waardoor zij bij een eventuele latere waarschuwingen en/of “product re-calls” niet adequaat kan reageren met alle negatieve gevolgen voor de eindgebruiker én daarmee samenhangende aansprakelijkstellingen.
Uit onderzoek is gebleken dat de etiketten die op de litigieuze producten later zijn geplakt, hetzij door gedaagde hetzij in opdracht van gedaagde erop worden geplakt. Gedaagde is erop gewezen dat eiseres (Perfect Hygiene/[bedrijf]) zich kan/mag verzetten (en zich verzet) tegen opnieuw etiketteren en vervolgens verhandelen van haar producten tenzij aan de daartoe door het Europese Hof gestelde voorwaarden is voldaan. Een van de voorwaarden is toestemming van de producent, hetgeen gedaagde zeker NIET heeft. Gedaagde schaadt daarmee in ieder geval de integriteit én de presentatie van de producten van mijn Perfect Hygiene/[bedrijf].
(…)
Gedaagde is er ook gewezen dat indien de opposities niet slagen, het merkenrecht van [bedrijf] met TERUGWERKENDE KRACHT (vanaf datum inschrijving van de aanvraag) zich jegens gedaagde kan beroepen op bescherming van haar merkenrecht. (…)
Ter zitting heeft Perfect Hygiene in haar pleitnota de vorderingen nader toegelicht.
In de pleitnota staat onder meer:
In de kern komt naar mijn mening de juridische discussie op volgende punten neer:
Heeft een aanvrager van een merkrecht enige bescherming indien tegen de aanvraag oppositie is ingesteld?
Kan de producent van een product zich verzetten tegen zonder haar toestemming invoeren van producten in de EER als van die producten duidelijk is dat deze NIET voor de EER markt bestemd zijn?
Mijn antwoord op de eerste vraag was/is ja. Immers indien de oppositie niet zal slagen dan
geldt dat het merk met terugwerkende kracht wordt ingeschreven en daarmee dus de
aanvrager bescherming geniet. (…)
Stel dat de oppositie slaagt dan zal het merkrecht van mijn cliente niet ingeschreven worden
maar geldt dat er dus een andere merkrechthouder is.
In dat geval zouden de - zonder toestemming van de aanvrager/producent - ingevoerde
producten een inbreuk gaan opleveren op het merkenrecht van mogelijk de opposant.
Continental heeft ter adstructie van haar sub 4.3. weergegeven verweer – samengevat – het volgende aangevoerd.
In de stukken wordt gesproken over [bedrijf] en Perfect Hygiene, terwijl [bedrijf] geen partij is in deze procedure. Perfect Hygiene vereenzelvigt zich ten onrechte met [bedrijf] en niet duidelijk is of Perfect Hygiene ter bescherming van haar eigen belang optreedt, of dat zij een afgeleid belang stelt te hebben;
Niet duidelijk is of Perfect Hygiene haar vorderingen – na wijziging van eis – nog grondt op het maken van inbreuk op een merkenrecht. Als dit standpunt gehandhaafd blijft dan is onduidelijk hoe zich dit verhoudt tot de omstandigheid dat een geslaagde- en een nog lopende oppositie is ingesteld;
Perfect Hygiene beroept zich op het leerstuk onrechtmatige daad, maar maakt onvoldoende duidelijk welke gedraging van Continental nu precies onrechtmatig is.
Als de onrechtmatige gedraging zelf al voldoende zou zijn toegelicht, dan zijn de daarvoor van belang zijnde kenmerken onvoldoende uitgewerkt. Er bestaat onduidelijkheid over de herkomst van de doekjes, de aard van het door de beweerde import geschade belang en de veronderstelde fysieke verschillen van de wel en niet voor de EER-markt bestemde producten;
Wat betreft het beroep op onrechtmatige daad zijn de vijf geldende vereisten niet dan wel onvoldoende uitgewerkt. Zo is niet gesteld of bewezen dat de vermeende onrechtmatige gedragingen door Continental zijn verricht, hoe de gestelde aantasting van integriteit en presentatie van de producten tot schade bij Perfect Hygiene zou kunnen leiden, dat deze schade het gevolg is van een gedraging van Continental en dat de ingeroepen geschonden norm (productaansprakelijkheid) strekt tot bescherming van schade die Perfect Hygiene heeft geleden.
In reactie op voornoemde bezwaren heeft Perfect Hygiene tijdens de zitting toegelicht dat mr. Kara zowel optreedt namens [bedrijf] als Perfect Hygiene omdat sprake is van lastgeving van [bedrijf] aan Perfect Hygiene. Perfect Hygiene verwijst daarvoor naar de door haar als productie 2 overgelegde volmacht in de Duitse taal waarin staat:
LIZENZ DER AUTORISIERUNG
PERFECT HYGIENE GmbH ist exklusiv autorisierter Importeur, Distributor und Verkäufer
uller SLEEPY-Produkte (Windeln, Inkontinenzprodukte, Inkontinenzunterlagen,
Feuchttücher, Damenbinden, Flüssigreiniger und Easy Clean-Produkte), die von [bedrijf]
SAGLIK ÚRÜNLERE SAN VE TIC AS. für Deutschland, die Niederlande, die Schweiz und Österreich hergestellt werden.
Ohne die ausdrückliche Zustimmung und Genehmigung von PERFECT HYGIENE GmbH ist ‚ Jeglicher Import und Verkauf dieser Produkte In Deutschland, den Niederlanden, den
Schweiz und Österreich untersagt.
PERFECT HYGIENE GmbH ist ausdrücklich befugt, die Rechte und Interessen dieser
Produkte In Bezug auf Import, Online-Verkauf sowie Grall- und Einzelhandelskanäle in
Deutschland, den Niederlanden, den Schweiz und Österreich zu vertreten, Sie ist ermächtigt,
alle erforderlichen Maßnahmen zu ergreifen, zu verwalten und Dritte über den Schutz der
Produkte und Markenrechte zu informieren,
Dieses Berechtigungszertifikat ist bis zum 30.05.2026 gültig.
Van rechtsbescherming wegens een inbreuk op een merkenrecht kan volgens Perfect Hygiene met terugwerkende kracht sprake zijn als de ingestelde oppositie niet slaagt. Wat betreft de onrechtmatige daad wijst Perfect Hygiene op productaansprakelijkheid en aantasting van de goede naam. Als producten buiten het zicht van Perfect Hygiene worden ingevoerd, dan wordt over de rug van Perfect Hygiene ook risico aangegaan, aldus Perfect Hygiene.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
De onder 4.8 vermelde bezwaren zijn zonder meer ernstig te nemen. Zij raken aan de duidelijkheid van het debat en de zorgvuldigheid waarmee Perfect Hygiene haar vordering heeft geformuleerd. Niettemin zijn zij, afzonderlijk noch in onderling verband bezien, zó zwaarwegend dat de vordering van Perfect Hygiene reeds op louter formele gronden zou moeten stranden. De voorzieningenrechter zal de akte aanvulling van gronden en wijziging/vermindering van eis daarom niet weigeren. Hij zal de door Continental aangevoerde bezwaren betrekken bij de inhoudelijke beoordeling van de grondslagen waarop Perfect Hygiene haar vordering na wijziging van de grondslag heeft gestoeld.
Zoals hierna zal blijken, leidt de beoordeling daarvan tot de conclusie dat deze vorderingen in dit geding niet toewijsbaar zijn.
Inhoudelijk
Aan de orde is allereerst de vraag wat na de wijziging precies de grondslag van de vordering van Perfect Hygiene is. Waar Perfect Hygiene in haar akte aanvulling van gronden en wijziging/vermindering van eis de indruk wekte dat zij de merkenrechtelijke grondslag geheel had verlaten, wordt in haar pleitnota anders gesuggereerd. In die pleitnota stelt Perfect Hygiene zichzelf immers de vraag of een aanvrager van een merkinschrijving enige bescherming geniet indien tegen de aanvraag oppositie is ingesteld. Die vraag beantwoordt Perfect Hygiene bevestigend, met de redenering dat wanneer de oppositie uiteindelijk niet zal slagen, het merk met terugwerkende kracht wordt ingeschreven en de aanvrager daarmee bescherming geniet.
Wat er zij van dit betoog: de feitelijke stand van zaken is dat tegen het merkrecht waarop Perfect Hygiene zich in dit geding beroept één oppositie is geslaagd en één oppositie nog loopt. Niet in geschil is dat dit merkrecht eerst geldig wordt zodra (niet alleen de aanvraag maar) het merk is ingeschreven. Dit betekent dat de door Perfect Hygiene gestelde bevoegdheid om ter bescherming van de belangen van de merkhouder, die zij stoelt op de hiervoor onder 4.9. geciteerde volmacht, eveneens afhankelijk is van de (rechtskracht verkregen hebbende) inschrijving van dat merkrecht. Zolang daarvan geen sprake is kan Perfect Hygiene een vorderingsrecht in dit geding niet op die volmacht baseren.
Perfect Hygiene heeft ter zitting betoogd dat de volmacht ruimer moet worden uitgelegd, maar nu zij voor die interpretatie geen bevestiging van de volmachtgever heeft overgelegd, is onvoldoende gebleken dat Perfect Hygiene bevoegd is om in dit geding ten behoeve van de merkhouder op eigen naam vorderingen in te stellen. Dit brengt mee dat Perfect Hygiene slechts vorderingen op eigen naam kan instellen die strekken ter bescherming van haar eigen vermogensrechtelijke belang. Dat onderscheid is door Perfect Hygiene bij haar presentatie van de zaak onvoldoende onderkend.
Perfect Hygiene baseert haar vordering na wijziging van de grondslag mede op onrechtmatige daad. Deze grondslag is echter niet toereikend toegelicht. Het betoog dat Continental zou hebben erkend dat de verhandelde producten van haar afkomstig zijn, berust op een gestelde telefonische mededeling van een afnemer. Continental heeft de erkenning betwist door erop te wijzen dat zij een eenmansbedrijf is en de betreffende persoon nooit heeft gesproken. Perfect Hygiene heeft geen verklaring van deze afnemer overgelegd. De gestelde invoer door Continental staat daarmee evenmin vast. Overigens acht de voorzieningenrechter wel aannemelijk dat de door Continental verhandelde producten van [bedrijf] afkomstig zijn, nu Continental in de door haar gegeven verklaring voor de frustratie van Perfect Hygiene over de aanwezigheid van deze producten daarvan zelf uitgaat.
Perfect Hygiene stelt dat Continental de betrokken producten zonder toestemming of kennis van [bedrijf] binnen de EER in het verkeer brengt, waardoor die producent het overzicht over distributiestromen verliest en bij een waarschuwing of product recall niet adequaat kan handelen. In het midden kan blijven of deze grondslag bij het ontbreken van een rechtsgeldige inschrijving van het betrokken merkrecht überhaupt een rechtmatigheidsverwijt kan dragen. Continental heeft terecht opgemerkt dat Perfect Hygiene niet heeft toegelicht waarom het zo-even omschreven handelen jegens Perfect Hygiene onrechtmatig zou zijn.
Hetzelfde geldt voor de evenmin feitelijk uitgewerkte verwijzing naar de gestelde risico’s van productaansprakelijkheid (art. 6:185 e.v. BW). Ook wat dat betreft is niet duidelijk hoe en waarom die risico’s ten gevolge van de beweerde import zouden toenemen en nog minder hoe de belangen van Perfect Hygiene daardoor worden geraakt.
Dan worden er nog verwijten gemaakt betreffende het opnieuw etiketteren of herverpakken van deze producten. Daarbij wordt verwezen naar niet nader genoemde jurisprudentie van het EU Hof van Justitie – de voorzieningenrechter neemt aan dat gedoeld wordt op C-667/19, ADP Cosmetics – waarin non-compliance met de Cosmeticaverordening (EG) 1223/2009 als onrechtmatige daad aan de orde was.
Ook daarvoor geldt echter dat – zonder toelichting, die ontbreekt – niet duidelijk is hoe de vermogensrechtelijke belangen van Perfect Hygiene daardoor worden geraakt. De betrokken normen zien immers op informatieplichten die rusten op de producent van producten die in de EER in het verkeer worden gebracht.
Het voorgaande voert tot de slotsom dat de vordering ook na wijziging niet toewijsbaar is.
Proceskosten
Perfect Hygiene is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Continental begroot haar kosten gemaakt voor het intellectuele eigendom gedeelte op 80% (van € 11.067,50) en voor het verweer tegen de onrechtmatige daad 20% (vergoeding conform liquidatietarief). De voorzieningenrechter acht die percentages redelijk. Deze procedure is door Perfect Hygiene in belangrijke mate ingestoken ter handhaving van intellectuele eigendomsrechten in de zin van artikel 1019 Rv en daarvan is blijkens het voorgaande niet zo tijdig en duidelijk afstand genomen dat de zaak veilig als overwegend niet IE door Perfect Hygiene kon worden herkend en voorbereid.
De voorzieningenrechter zal de kosten niet begroten op basis van de werkelijke kosten, maar op basis van de indicatietarieven voor IE-zaken. De zaak wordt aangemerkt als een eenvoudig kort geding, waarvoor een indicatietarief van maximaal € 6.000,- geldt. Uitgaande van 80% bedraagt de kostenvergoeding voor het intellectuele eigendomsgedeelte € 4.800,-. Voor de overige 20% van de kosten past de voorzieningenrechter het gemiddelde liquidatietarief in handels kort gedingen (€ 1.107,- ) toe.
De proceskosten van Continental worden begroot op:
- griffierecht
€
714,00
- salaris advocaat 80%
- salaris advocaat 20%
4.800,00
221,40
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
5.913,40
De proceskostenveroordeling zal niet uitvoerraad bij voorraad worden verklaard omdat dit niet is gevorderd. Voor een ambtshalve toepassing op grond van artikel 258 Rv ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van Perfect Hygiene af,
veroordeelt Perfect Hygiene in de proceskosten van € 5.913,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Perfect Hygiene niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2025.
1589