RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11710384 \ CV EXPL 25-1888 (SJ)
Vonnis van 17 december 2025 (bij vervroeging)
in de zaak van
1. [eiser 1] ,
te [plaats] ,2. [eiser 2],
te [plaats] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser 1] c.s.,
gemachtigde: mr. F.E. de Neef,
tegen
1. [gedaagde 1] ,
te [plaats] ,2. [gedaagde 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde 1] c.s.,
gemachtigde: mr. M.T.A.M. Mes.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de afwikkeling van een geëindigde huurovereenkomst.
De verhuurders vorderen vergoeding van door de huurders veroorzaakte schade. De gevorderde schadevergoeding wordt grotendeels toegewezen, omdat de betreffende posten door de huurders zijn erkend of onvoldoende zijn weersproken.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 30 juli 2025;
- de mondelinge behandeling van 3 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Van de zijde van [gedaagde 1] c.s. is alleen de gemachtigde verschenen.
2. De feiten
[eiser 1] c.s. hebben met ingang van 1 juli 2021 de zelfstandige woonruimte aan de [adres] te [plaats] verhuurd aan [gedaagde 1] c.s. Een schriftelijke huurovereenkomst en een proces-verbaal van de staat van het gehuurde bij aanvang van de huurovereenkomst is niet opgemaakt tussen partijen. Wel is er op 28 mei 2021 een video-opname gemaakt van het gehuurde. Deze video-opname is overgelegd.
In een Whatsapp-bericht van 23 april 2021 heeft [gedaagde 2] aan [eiser 2] geschreven:’… ik wil jullie nogmaals complimenten geven over hoe mooi het appartementje is geworden en dat jullie aan ons denken om daar te mogen wonen.’
Op 20 juni 2021 is het gehuurde aan [gedaagde 1] c.s. ter beschikking gesteld.
De huurovereenkomst is met wederzijds goedvinden geëindigd per 1 december 2024. De woonruimte is door [gedaagde 1] c.s. op 1 februari 2025 aan [eiser 1] c.s. opgeleverd.
Voorafgaand aan de oplevering heeft op 29 januari 2025 een vooropneming plaatsgevonden. Hierbij waren [eiser 1] en [gedaagde 2] aanwezig.
Naar aanleiding van de vooropneming heeft de gemachtigde van [eiser 1] c.s. aan de gemachtigde van [gedaagde 1] c.s. in een e-mail van 30 januari 2025 opgeven welke gebreken hersteld moeten worden. Hierop heeft de gemachtigde van [gedaagde 1] c.s. gereageerd.
In een e-mail van 6 februari 2025 heeft de gemachtigde van [eiser 1] c.s. aan de gemachtigde van [gedaagde 1] c.s. geschreven dat een aantal gebreken niet zijn verholpen en dat bij het wegnemen van de door [gedaagde 1] c.s. aangebrachte voorzieningen schade is ontstaan.
In een brief van 6 maart 2025 hebben [eiser 1] c.s. [gedaagde 1] c.s. in de gelegenheid gesteld om de schade van € 3.006,85 te vergoeden, die is ontstaan als gevolg van de slechte staat waarin [gedaagde 1] c.s. de woonruimte hebben opgeleverd.
3. Het geschil
[eiser 1] c.s. vorderen hoofdelijke veroordeling van [gedaagde 1] c.s. tot betaling van € 3.006,85 aan schadevergoeding omdat [gedaagde 1] c.s. de gehuurde woonruimte bij de oplevering in slechte staat hebben achtergelaten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover en tot betaling van € 515,44 aan buitengerechtelijke kosten. [eiser 1] c.s. vorderen ook dat [gedaagde 1] c.s. in de proceskosten worden veroordeeld. [eiser 1] c.s. willen de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
[gedaagde 1] c.s. betwisten dat zij de gestelde gebreken niet hebben verholpen en vinden dat de vordering van [eiser 1] c.s. moet worden afgewezen, behoudens ten aanzien van de deuren. Zij menen dat een bedrag van € 400,00 voor de deuren volstaat.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
[eiser 1] c.s. vorderen een schadevergoeding (herstelkosten) van € 3.006,85 en stellen daarvoor dat [gedaagde 1] c.s. bij het einde van de huur niet goed heeft opgeleverd. Naar het oordeel van de kantonrechter is deze vordering toewijsbaar tot een bedrag van € 2.706,85. Dit wordt hieronder toegelicht.
De huurder is verplicht het gehuurde bij het einde van de huur weer ter beschikking van de verhuurder te stellen. In deze zaak staat tussen partijen vast dat bij aanvang van de huur geen beschrijving is opgemaakt van de staat waarin de woning zich toen bevond. De video-opname die [eiser 1] c.s. hebben overgelegd, kan niet als zodanig worden aangemerkt. In zo’n geval wordt vermoed dat de huurder de woning heeft ontvangen in de staat zoals deze is bij einde huurovereenkomst. Het is dan aan de verhuurder om het tegendeel te bewijzen. Verder is van belang dat schade die is ontstaan tijdens de looptijd van de huurovereenkomst voor rekening van de huurder komt, behalve beschadigingen als gevolg van normale slijtage of ouderdom.
Uit de door [eiser 1] c.s. overgelegde offerte van [bedrijf] komt naar voren dat [eiser 1] c.s. (alleen) de schade vorderen als gevolg van het niet terughangen van drie radiatoren en het vervangen van de cv pomp respectievelijk het herstellen van elektra werk, het vervangen van twee deuren en het repareren van een gat in de muur. De kantonrechter neemt deze schadeposten daarom als uitgangspunt en zal hierna per schadepost beoordelen of deze voor toewijzing in aanmerking komt.
de drie radiatoren 4.4. [eiser 1] c.s. stellen dat [gedaagde 1] c.s. de drie radiatoren bij oplevering van de woonruimte niet hebben teruggeplaatst en dat [eiser 1] c.s. hierdoor schade lijden. [gedaagde 1] c.s. voeren in de conclusie van antwoord aan dat uit niets blijkt dat de radiatoren niet goed zijn teruggeplaatst. Volgens [gedaagde 1] c.s. heeft [gedaagde 1] de twee radiatoren in de woonkamer keurig teruggeplaatst en daarbij nieuw aansluitingsmateriaal gebruikt. De radiator in de hal stond al los bij aanvang van de huur, zoals is te zien op de video-opname van 28 mei 2021, aldus [gedaagde 1] c.s.
Gelet op deze gemotiveerde betwisting had het naar het oordeel van de kantonrechter op de weg van [eiser 1] c.s. gelegen om hun standpunt nader te onderbouwen, bijvoorbeeld met foto’s van na de oplevering. Dat hebben [eiser 1] c.s. niet gedaan. Zij hebben op de zitting slechts hun standpunt ten aanzien van de radiatoren herhaald. Dat acht de kantonrechter niet toereikend en wijst de gevorderde schadevergoeding op dit punt daarom af.
de cv pomp
[eiser 1] c.s. vorderen schade in verband met het vervangen van de cv-pomp, die blijkens de offerte van [bedrijf] is stuk gegaan omdat deze droog heeft staan draaien. [gedaagde 1] c.s. voeren daartegen aan dat de cv-installatie ongeveer twintig jaar oud was en regelmatig gebreken vertoonde maar dat de cv-installatie gewoon werkte toen zij de woning verlieten.
De kantonrechter overweegt dat het vervangen van een cv-pomp in beginsel niet voor rekening van de huurder komt, zoals [gedaagde 1] c.s. terecht aanvoeren. Het ontluchten en bijvullen van water van de cv-installatie is dat op grond van het Besluit kleine herstellingen echter wel. [eiser 1] c.s. hebben – zo begrijpt de kantonrechter – op de zitting naar voren gebracht dat [gedaagde 1] c.s. hebben nagelaten de cv-installatie bij te vullen en dat dit heeft geleid tot schade, die pas na de oplevering is geconstateerd. Verder hebben [eiser 1] c.s. op de zitting toegelicht dat tijdens de oplevering al wel is geconstateerd dat de verwarming het niet deed. [gedaagde 1] c.s. zijn niet in persoon op de zitting verschenen. Hierdoor hebben zij zichzelf de kans ontnomen om de door [eiser 1] c.s. op de zitting gegeven toelichting inhoudelijk te weerspreken. Gelet hierop houdt de kantonrechter het ervoor dat [gedaagde 1] c.s. de cv-installatie niet hebben bijgevuld, waardoor de cv-pomp kapot is gegaan doordat deze droog heeft staan draaien. Door [gedaagde 1] c.s. is niet gesteld of anderszins is gebleken dat de cv-pomp bij aanvang van de huur niet werkte of dat de schade door ouderdom is ontstaan, op grond waarvan zij niet aansprakelijk zijn. Zij stellen immers dat de cv-installatie gewoon nog werkte bij het verlaten van de woning. De kantonrechter concludeert dan ook dat [eiser 1] c.s. het vermoeden dat deze schade bij aanvang al bestond heeft weerlegd en dat de schade is ontstaan door een tekortkoming van [gedaagde 1] c.s. Daarvoor zijn [gedaagde 1] c.s. aansprakelijk. Deze schadepost komt daarom voor vergoeding in aanmerking.
het herstellen van elektra werk
Verder vorderen [eiser 1] c.s. de kosten voor het herstellen van het elektra werk. [gedaagde 1] c.s. voeren daartegen in de conclusie van antwoord aan dat bij aanvang van de huur slechts een opbouwstopcontact, een schakelaar en een kabel naar een tl-balk aanwezig was, dat [gedaagde 1] bij het verlaten van de woonruimte alle verbeteringen op elektrisch gebied, die hij zelf heeft aangebracht, heeft verwijderd en de elektra heeft teruggebracht naar wat er oorspronkelijk aanwezig was.
Op de zitting hebben [eiser 1] c.s. verklaard dat de stroomvoorzieningen bij aanvang van de huur via de aluminium plint liepen en dat er overal stopcontacten aanwezig waren. Volgens [eiser 1] c.s. heeft [gedaagde 1] deze voorzieningen bij aanvang van de huur weggehaald en nieuwe stroomvoorzieningen aangelegd. Dat laatste heeft hij op zich mooi gedaan, maar [gedaagde 1] heeft bij het verlaten van de woonruimte alleen de nieuwe stroomvoorzieningen weggehaald en de oude niet teruggeplaatst, behalve een stroomkabel voor het tl-licht, aldus [eiser 1] c.s.
De kantonrechter overweegt dat [gedaagde 1] c.s., door niet in persoon op de zitting te verschenen, de mogelijkheid om deze verklaring inhoudelijk te betwisten aan zich voorbij hebben laten gaan. Als niet (voldoende) gemotiveerd is dan ook komen vast te staan dat [gedaagde 1] c.s. de elektra niet hebben achtergelaten zoals die was bij aanvang van de huur. Het gevolg van deze tekortkoming is dat [gedaagde 1] c.s. aansprakelijk zijn voor de herstelkosten die hiermee zijn gemoeid. Deze schadepost wordt daarom eveneens toegewezen.
het vervangen van twee deuren
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde 1] c.s. niet hebben betwist dat zij aansprakelijk zijn voor de schade aan twee deuren. Deze schadepost komt daarom voor vergoeding in aanmerking.
het repareren van een gat in de muur
[eiser 1] c.s. hebben op de zitting gesteld dat [gedaagde 1] c.s. een extra kinderkamer in de woonruimte hebben gemaakt door een kozijn met een deur in muur te maken en een extra wand in de slaapkamer te maken. Bij hun vertrek hebben [gedaagde 1] c.s. deze verandering ongedaan gemaakt door de deur met kozijn en al te verwijderen. Volgens [eiser 1] c.s. hebben [gedaagde 1] c.s. het gat in de muur dat daardoor achterbleef echter niet hersteld, zodat [eiser 1] c.s. een groot gat in de muur hebben en het herstel zelf moeten regelen. [eiser 1] c.s. menen daarom dat de herstelkosten voor rekening van [gedaagde 1] c.s. komen.
Zoals hiervoor meermaals is overwogen, hebben [gedaagde 1] c.s. door niet in persoon op de zitting te verschijnen zichzelf de mogelijkheid ontnomen om deze toelichting inhoudelijk te weerleggen. De verwijzing van de gemachtigde van [gedaagde 1] c.s. op de zitting naar de conclusie van antwoord volstaat niet als zodanig. Die ziet op het dichtmaken met purschuim van gaten in de muur waar voorheen contactdozen zaten. Iets geheel anders dus. Gelet op het voorgaande gaat de kantonrechter uit van de juistheid van het standpunt van [eiser 1] c.s. De kantonrechter houdt het er daarom voor dat deze schadepost is ontstaan door de tekortkoming van [gedaagde 1] c.s. om de muur bij het verlaten van het gehuurde niet te herstellen. Dit onderdeel zal dan ook worden toegewezen.
de hoogte van de schade
Wat betreft de hoogte van de door [eiser 1] c.s. begrote bedrag aan schade gaat de kantonrechter uit van de offertes van [bedrijf] . De stelling van De [gedaagde 1] c.s. – zo begrijpt de kantonrechter – dat deze offertes niet als aanknopingspunt kunnen worden gebruikt bij het bepalen van de hoogte van de schade, volgt de kantonrechter niet. Voor toewijzing van de gevorderde schadevergoeding is namelijk niet doorslaggevend of de kosten al zijn gemaakt omdat de rechter de schade begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Bij gebreke van een verder aanknopingspunt wordt in dit geval aangesloten bij de offertes. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om op de door [eiser 1] c.s. gevorderde schadevergoeding een bedrag in mindering te brengen vanwege de afwijzing van de schadepost ten aanzien van de drie radiatoren. Een aftrek van € 300,00 acht de kantonrechter daarvoor toereikend. De kantonrechter zal daarom een bedrag van € 2.706,85 aan schade toewijzen.
de wettelijke rente
De door [eiser 1] c.s. gevorderde wettelijke rente over de toegewezen hoofdsom is eveneens toewijsbaar. Vast staat immers dat [gedaagde 1] c.s. de hoofdsom niet hebben betaald.
de buitengerechtelijke kosten
[eiser 1] c.s. vorderen vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Gelet op de hoogte van de toegewezen hoofdsom zal een bedrag van € 395,69 exclusief btw worden toegewezen.
de proceskosten
[gedaagde 1] c.s. zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser 1] c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
147,81
- griffierecht
€
257,00
- salaris gemachtigde
€
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
999,81
de hoofdelijke veroordeling
De veroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van € 2.706,85 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 maart 2025;
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van € 395,69 exclusief BTW aan buitengerechtelijke kosten;
veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 999,81, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid, kantonrechter, in samenwerking met mr. S.C. Jacobs, juridisch adviseur/griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.
de griffier de rechter