ECLI:NL:RBNHO:2025:15957

ECLI:NL:RBNHO:2025:15957

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 06-03-2025
Datum publicatie 06-03-2026
Zaaknummer C/15/341327 / FA RK 23-2977
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Aan de verbetering van de communicatie en verstandhouding tussen de ouders moet overduidelijk nog gewerkt worden, maar de verwachting is dat de situatie tussen de ouders eerder zal verbeteren dan verslechteren, met inzet van hulpverlening, als de ouders met het gezamenlijk gezag worden belast. De ouders hebben ook overeenstemming bereikt over de zorgregeling. De rechtbank zal de verdeling van de zorg- en opvoedtaken zoals die is opgenomen in het aangehechte ouderschapsplan vaststellen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Haarlem

gezag en omgang

zaak-/rekestnr.: C/15/341327 / FA RK 23-2977

Beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 6 maart 2026

in de zaak van:

[de moeder] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. M. Verkijk, kantoorhoudende te Haarlem,

tegen

[de vader] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. M.S. Rozenbeek, kantoorhoudende te Haarlem,

--betreffende--

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,

hierna mede te noemen: de minderjarige.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de beschikking van deze rechtbank van 10 februari 2025 en de daarin genoemde stukken;

- het F-formulier van de advocaat van de moeder van 10 juni 2025;

- het e-mailbericht, met bijlagen, van de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI, van 16 juni 2025;

- de brief, met bijlagen, van de GI van en ingekomen op 2 juli 2025;

- het verweer tegen de zelfstandige verzoeken, met bijlagen, van de moeder van 22 september 2025;

- het verweer van de vader van 29 oktober 2025, ontvangen op 6 november 2026;

- het verweer van de moeder tegen het zelfstandig verzoek van de vader, met als bijlage producties 20 en 21, ontvangen 3 februari 2026;

- het ter zitting overgelegde document ‘Verdeling van de zorg- en opvoedtaken, door de ouders ondertekend op 6 februari 2026.

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 6 februari 2026 in aanwezigheid van partijen, de moeder bijgestaan door mr. M. Verkijk en de vader door mr. M.S. Rozenbeek. Tevens was ter zitting als informant aanwezig [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad).

Gelijktijdig met dit verzoek is het verzoek om de ondertoezichtstelling van de minderjarige te verlengen behandeld (zaaknummer: C/15/373678 / JU RK 26-80).

[de minderjarige] is, gelet op haar leeftijd, in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken, maar zij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

2. De verdere beoordeling

beschikking 10 februari 2025

Bij beschikking van 10 februari 2025 zijn – met instemming van partijen – het verzoek van de moeder om de omgangsregeling te wijzigen en de zelfstandige verzoeken van de vader ten aanzien van de omgang en het gezag aangehouden tot medio juni 2025 in afwachting van een door de GI op te stellen plan waarbij wordt uitgegaan van een gelijkwaardige (50/50) verdeling in de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . De rechtbank heeft hierbij overwogen dat het van belang is dat het plan van de GI met betrekking tot de omgang voortvarend wordt uitgevoerd omdat dit plan grote invloed heeft op de beslissingen die in deze procedure genomen moeten worden. De procedure is dan ook aangehouden in afwachting van de uitkomsten van de uitbreiding van de omgang.

informatie/advies GI

Bij brief van 2 juli 2025 heeft de GI de rechtbank geïnformeerd dat zij de bevindingen en adviezen zoals beschreven in de ‘Verklarende Analyse’ van Planet Young volgen. In de afgelopen de afgelopen maanden is in samenwerking met de ouders een plan opgesteld en zijn heldere afspraken gemaakt over een gelijkwaardige verdeling van de zorg en opvoeding. De huidige gelijkwaardige verdeling verloopt goed; daar waar nodig overleggen de ouders per e-mail met elkaar en worden concrete afspraken gemaakt. In de visie van de GI is het belang van [de minderjarige] gediend met gelijkwaardig ouderschap ten aanzien van de omgang, de zorg en het gezag over [de minderjarige] . De GI is van mening dat het in stand houden van het eenhoofdig gezag – ongeacht of dit bij de moeder of bij de vader is – het risico op nieuwe conflicten en nieuwe juridische strijd verhoogt. Gelet op de roerige voorgeschiedenis, vele procedures en jarenlange strijd ziet de GI het in stand houden van eenhoofdig gezag dan ook als contra-indicatie om de strijd tussen de ouders blijvend te beëindigen.

Beide ouders zijn het erover eens dat er een definitief einde moet komen aan de jarenlange en voortdurende strijd en juridische procedures. Daar waar de ouders van mening verschillen

zullen zij met elkaar moeten overleggen vanuit een gelijkwaardige positie en dus niet vanuit een ongelijkwaardige positie proberen het gelijk te verkrijgen via een juridische procedure.

Gelet hierop heeft GI de ouders nadrukkelijk gewezen op de Parental Coördinator.

Ter zitting heeft de GI hieraan toegevoegd dat het niet in het belang is van [de minderjarige] , zoals de moeder verzoekt, om haar na twee jaar te betrekken bij gezagsbeslissingen. De ontwikkelingen in het afgelopen jaar maken dat de GI ervan uitgaat dat de ouders in staat zijn het gezamenlijk gezag vorm te geven. Zo zijn de ouders recent samen naar een school gaan kijken met [de minderjarige] , en is dat volgens beide ouders goed verlopen. De ouders zullen nog wel hulp nodig hebben bij het uitvoeren van het gezamenlijk gezag, daarom zal een gezamenlijk oudertraject worden ingezet.

standpunt moeder

De moeder heeft zowel bij verweerschrift tegen de zelfstandige verzoeken van de vader, als ter zitting laten weten zij zich nog steeds erg grote zorgen maakt over de communicatie gelet op het verleden. De communicatie tussen partijen gaat nog steeds via de jeugdbeschermer; afspraken over bepaalde gedragingen worden door de vader nog steeds niet stipt nagekomen. Daarbij is de toon van de vader in berichten onbehoorlijk en ongepast. De moeder is van mening dat het ouderschap samen vormgeven daarom nog steeds niet lukt en zij verwacht niet dat dit in de toekomst wel goed zal gaan. [de minderjarige] zit nog steeds klem en een steeds opnieuw oplaaiend conflict over een gezagsbeslissing die moet worden genomen, zal haar belangen nog ernstiger schaden. Als het de ouders niet lukt om overeenstemming te bereiken over een gezagsbeslissing, kan gezamenlijk gezag juist leiden tot procedures, zoals het verzoeken om vervangende toestemming. De moeder wil dat er eerst gewerkt wordt aan het verbeteren van de communicatie, zodat zij het vertrouwen krijgt dat de ouders samen het gezag kunnen uitvoeren. Dat vertrouwen heeft zij nu niet. Zij verzoekt dan ook om te bepalen dat op het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag niet eerder zal worden beslist dan over een termijn van twee jaren na datum van indiening van haar verweerschrift, zodat in alle rust kan worden bezien welke ontwikkelingen zich in die periode hebben voorgedaan en de moeder mogelijk het vertrouwen kan hebben dat de geschillen tot het verleden behoren.

Voor wat betreft de verdeling van de zorg- en opvoedtaken hebben partijen een ouderschapsplan opgesteld. De moeder verzoekt (ter zitting) om het door de GI overgelegde ouderschapsplan integraal in de beschikking op te nemen en het primaire en subsidiaire verzoek van de vader ten aanzien van de omgangsregeling af te wijzen. Desgevraagd heeft de moeder aangegeven dat zij achter de zorgregeling staat zoals die is opgenomen in de ter zitting door de GI overgelegde versie.

Ten aanzien van de verzochte proceskostenveroordeling heeft de moeder zich op het standpunt gesteld dat de proceskosten in familiezaken in principe altijd worden gecompenseerd. De vader heeft geen enkele grond aangevoerd waardoor dit nu anders zou moeten zijn. De opvoerde kosten zijn exorbitant en worden met geen enkel bewijsmiddel ondersteund. Zij verzoekt dan ook dit verzoek van de vader af te wijzen.

standpunt vader

In reactie op het verweerschrift van de moeder stelt de vader zich op het standpunt dat de moeder zonder concrete en nader gemotiveerde onderbouwing aangeeft dat zij zich nog steeds erg grote zorgen maakt. De vader betwist dat de gezamenlijke gesprekken met de GI zijn gestopt omdat er nog verschillende schokkende mails met beschuldigingen zijn verstuurd. Deze gesprekken zijn gestopt omdat partijen niet in goed overleg uit de alimentatie en omgang kwamen. In juni 2025 is uiteindelijk overeenstemming bereikt over de omgangsregeling. De vader staat achter de regeling zoals die is opgenomen in de ter zitting door de GI overgelegde versie. Hij is het eens met het verzoek van de moeder om het ouderschapsplan integraal in de beschikking op te nemen.

Ter zitting heeft de vader zijn verzoek tot eenhoofdig gezag mondeling gewijzigd in die zin dat hij verzoekt te bepalen dat hij mede zal worden belast met het gezag over [de minderjarige] . Nu de zorg voor [de minderjarige] gelijkwaardig is verdeeld, is het meest praktisch om ook met het gezag belast te worden, nog voordat het gezamenlijk oudertraject van start gaat. De vader loopt al tegen praktische problemen aan als hij met [de minderjarige] naar de oogarts gaat; ze kunnen hem geen informatie geven.

Verder verzoekt de vader om de moeder te veroordelen in de proceskosten. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de moeder gezag heeft, nergens mee instemt dan wel na instemmen de vastgestelde omgangsregeling c.q. bodemprocedure telkens uitstelt of heeft uitgesteld, waardoor de vader onnodig voor kosten komt te staan. De vader is zelfstandig ondernemer en kan niet op basis van een toevoeging procederen. De totale kosten zijn inmiddels opgelopen tot € 68.000,-, na inmenging van de GI nog eens extra Є 12.000,-.

het advies van de Raad

De Raad adviseert om de visie van de GI te volgen. De ondertoezichtstelling en de in de zetten hulpverlening heeft de meeste kans van slagen als daarbij sprake is van een gelijkwaardige ouderrol. Daar hoort ook bij gezamenlijk gezag. Na tien jaar ellende is er afgelopen jaar een situatie van relatieve rust voor [de minderjarige] en voor de ouders bereikt door de 50/50 omgangsregeling. Dit is een grote stap en nu moet er doorgepakt worden zodat deze ontwikkeling zich doorzet. Het gezamenlijk gezag zal naar verwachting leiden tot beëindiging van procedures die nu lopen en daarmee tot meer rust. Vanuit deze rust en gelijkwaardigheid zal er effectief gewerkt kunnen worden aan het vormgeven van het gelijkwaardig ouderschap. Het risico bestaat natuurlijk, zoals de moeder stelt, dat er evengoed geschillen zullen zijn, maar de GI kan hierin nog een rol spelen. Het andere geval, namelijk eenhoofdig gezag, brengt ook risico’s met zich mee. Alles afwegend is de Raad het dus eens met de visie van de GI om het gezamenlijk gezag te bepalen in het belang van [de minderjarige] . Het is gelet op de toelichting die de GI heeft gegeven gerechtvaardigd om de eventuele risico’s te nemen, omdat die risico’s niet opwegen tegen de winst die behaald kan worden. Dit doet ook recht aan de omgangsregeling die nu wordt bepaald waarbij de vader een even grote rol heeft in de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] . Daarbij is ook nog van belang dat de GI er vertrouwen in heeft dat de ouders met de hulpverlening en regievoering van de GI het gezamenlijk ouderschap vorm zullen geven en daaraan uitvoering zullen geven in het belang van [de minderjarige] .

Beslissing rechtbank: gezamenlijk gezag

De vader heeft eerst het verzoek om eenhoofdig gezag gedaan, maar dit verzoek gelet op de ontwikkelingen het afgelopen jaar, ter zitting mondeling gewijzigd naar gezamenlijk gezag. De moeder heeft bij monde van haar advocaat geen bezwaar gemaakt tegen het mondeling wijzigen van het verzoek en is akkoord gegaan met de behandeling van dat verzoek. Daarmee vervalt het verzoek van de vader om eenhoofdig gezag en ligt voor het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag.

Het uitgangspunt van de wetgever is dat ouders gezamenlijk het gezag over hun kinderen uitoefenen, ook na verbreking van hun relatie. Op grond van artikel 1:253c van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de tot het gezag bevoegde vader van het kind, die nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag over het kind te belasten. Uit het tweede lid van voornoemd artikel volgt dat indien dit verzoek ertoe strekt de ouders gezamenlijk met het gezag te belasten en de andere ouder met dit gezamenlijk gezag niet instemt, het verzoek slechts wordt afgewezen indien:

a. a) er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of

b) afwijzing anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

De rechtbank stelt daartoe allereerst vast dat de vader tot het gezag bevoegd is en dat hij nooit het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend.

Verder stelt de rechtbank vast dat de communicatie en de onderlinge verstandhouding tussen de ouders al tien jaar verstoord is. De stressvolle opvoedsituatie die hiervan het gevolg is, heeft grote weerslag op [de minderjarige] die daardoor nog altijd in haar ontwikkeling wordt bedreigd. Toch is de rechtbank het met de GI en de Raad eens dat gezamenlijk gezag van de ouders het meest recht doet aan het belang van [de minderjarige] . De rechtbank legt hieronder uit waarom.

De omgangsregeling tussen de vader en [de minderjarige] is het afgelopen jaar conform het advies in de ‘Verklarende Analyse’ en met instemming van de ouders, uitgebreid naar co-ouderschap, waardoor de vader inmiddels de helft van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] succesvol voor zijn rekening neemt. Om die reden past een gelijke positie van de ouders voor wat betreft de zeggenschap over [de minderjarige] . Volgens de GI zijn er geen noemenswaardige problemen geweest naar aanleiding daarvan. Sterker nog, de uitbreiding heeft tot aanzienlijk meer rust geleid vooral bij [de minderjarige] , maar ook bij de ouders. Voor de belangrijke rol die de vader in het leven van [de minderjarige] vervult, is het van belang dat hij door de moeder en door derden geïnformeerd wordt over [de minderjarige] dan wel dat hij zelfstandig om informatie over haar kan verzoeken. Hierbij hoort het wettelijk uitgangspunt van gezamenlijk gezag. Daarnaast is, zoals de GI naar voren brengt, de verwachting gerechtvaardigd dat de ouders in staat zullen zijn om het gezamenlijk ouderschap te vervullen in het belang van [de minderjarige] . Daarbij is van belang dat de ouders het afgelopen jaar, op sommige momenten, al in staat zijn geweest om gezamenlijk op te treden in het belang van [de minderjarige] , zoals het samen met [de minderjarige] naar een school kijken. Aan de verbetering van de communicatie en verstandhouding tussen de ouders moet overduidelijk nog gewerkt worden. De GI zal daarvoor dan ook hulpverlening in de vorm van een gezamenlijk oudertraject inzetten en verwacht ook dat deze hulpverlening meer effect zal sorteren als de vader een gelijkwaardige positie krijgt in het gezag. De verwachting is dan ook dat de situatie tussen de ouders eerder zal verbeteren dan verslechteren, met inzet van hulpverlening, als de ouders met het gezamenlijk gezag worden belast.

Gelet op het voorgaande wordt het in het belang van [de minderjarige] geacht dat de vader ook het gezag krijgt. De rechtbank zal de ouders – conform het advies vn de Raad en de GI – dan ook gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige] belasten.

Het ligt op de weg van beide ouders om in het belang van [de minderjarige] te werken aan een goede invulling van gezamenlijk ouderschap. Beide ouders moeten het verleden een plek geven en over hun eigen schaduw heen kunnen stappen, in het belang van [de minderjarige] . Dat vergt van beide ouders wel een respectvolle en veilige manier van communiceren naar elkaar. Daarbij is het van groot belang dat de vader in staat is om op de juiste manier en op de juiste toon de moeder te benaderen.

Beslissing rechtbank: Ouderschapsplan/zorgregeling

De rechtbank stelt vast dat – gelet op het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 24 oktober 2023 (zaaknummer: 200.330.428/01 SKG) als uitgangspunt geldt de beschikking van 9 september 2020 (zaaknummer: C/15/305354 / JU RK 20-1453), waarin onder andere is bepaald dat de reguliere omgangsregeling wordt gewijzigd in die zin dat een tijdelijke omgangsregeling geldt waarbij de vader en [de minderjarige] omgang met elkaar hebben in de oneven weken van woensdag uit school tot donderdag naar school.

Partijen hebben, zo blijkt uit de stukken, overeenstemming bereikt over de zorgregeling, die is vermeld in het overgelegde document ‘Verdeling van zorg- en opvoedtaken [de minderjarige] (mei 2025)’. De moeder heeft verzocht deze integraal in de te geven beschikking vast te leggen. De vader kan hier gezien het petitum in zijn verweerschrift van 29 oktober 2025 mee instemmen. Vanwege een kleine correctie in de zomervakantie is ter zitting door de GI een nieuwe (door ouders op 6 februari 2026 ondertekende) versie overgelegd.

De rechtbank zal overeenkomstig het verzoek van de moeder bepalen dat het door de GI overgelegde ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking, nu niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige] zich daartegen verzet. De ter zitting door de GI overgelegde versie (versie 6 februari 2026) zal aan de beschikking worden gehecht. De rechtbank zal de verdeling van de zorg- en opvoedtaken zoals die is opgenomen in dat ouderschapsplan vaststellen.

Beslissing rechtbank: Proceskosten

De vader vraagt de moeder te veroordelen in zijn proceskosten. De rechtbank ziet – nog afgezien van het feit dat de vader zijn verzoek niet voldoende nader heeft gespecificeerd – geen aanleiding om af te wijken van de hoofdregel bij familiezaken om de proceskosten te compenseren.

3. De beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de ouders gezamenlijk met de uitoefening van het gezag worden belast over de minderjarige [de minderjarige] :

- [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;

bepaalt dat het aangehechte en door partijen op 6 februari 2026 ondertekende ouderschapsplan deel uitmaakt van deze beschikking;

stelt, met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 9 september 2020, de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast conform het aangehechte ouderschapsplan;

bepaalt dat ieder der partijen de eigen kosten draagt;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S. Ok, rechter, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van S.M.J. Boon als griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2026.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S. Ok

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand