ECLI:NL:RBNHO:2025:4750

ECLI:NL:RBNHO:2025:4750, Rechtbank Noord-Holland, 30-04-2025, 9551173 \ CV EXPL 21-7820

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 30-04-2025
Datum publicatie 14-07-2025
Zaaknummer 9551173 \ CV EXPL 21-7820
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

EU:32004R0261

Samenvatting

Luchtvaart. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder stelt dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. De passagiers erkennen dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden maar betwisten dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen omdat zij meer dan een dag later op de eindbestemming zijn aangekomen. De vervoerder voert echter aan dat er geen eerdere vlucht beschikbaar was. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vorderingen van de passagiers worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9551173 \ CV EXPL 21-7820

Uitspraakdatum: 30 april 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1]

2. [eiser 2] 3. [eiser 3]

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

United Airlines, Inc.

gevestigd te Wilmington, Verenigde Staten

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigden: mr. R.L.S.M. Pessers en mr. B.E. Struijk (Van Traa Advocaten N.V.)

De zaak in het kort

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een vertraagde vlucht. De vervoerder stelt dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. De passagiers erkennen dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van buitengewone omstandigheden maar betwisten dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen omdat zij meer dan een dag later op de eindbestemming zijn aangekomen. De vervoerder voert echter aan dat er geen eerdere vlucht beschikbaar was. Het verweer van de vervoerder slaagt en de vorderingen van de passagiers worden afgewezen.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 29 augustus 2019 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Houston, Verenigde Staten, naar Lima, Peru, met vluchtcombinatie UA21 en UA854.

De vervoerder heeft vlucht UA21 van Amsterdam naar Houston (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 augustus 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;- € 363,00 dan wel € 326,70 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per passagier.

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging van de vlucht gevolg was (de doorwerking van) van buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

De passagiers hebben bij conclusie van repliek erkend dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Daarom resteert alleen de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers op de eindbestemming te voorkomen of te beperken.

De vervoerder stelt dat hij de buitengewone omstandigheden niet kon voorkomen maar dat hij de vlucht na afloop daarvan zo snel mogelijk heeft uitgevoerd. Toen bekend werd dat de vlucht in kwestie vertraagd uitgevoerd zou worden - vanwege eerder opgelopen vertraging van een voorgaande vlucht - heeft hij de passagiers omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve aansluitende vlucht naar de eindbestemming.

De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat zij met een vertraging van meer dan 24 uur op de eindbestemming zijn aangekomen. Doordat de vertraging van de vlucht in kwestie het gevolg was van de eerdere vertraging van een voorgaande vlucht, was al ruim van tevoren bekend dat zij hun overstap op de aansluitende vlucht niet zouden halen. Er waren meerdere alternatieve vluchten en vluchtcombinaties beschikbaar waarmee zij eerder op de eindbestemming zouden zijn aangekomen, aldus de passagiers. De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat hij passagiers die samen hebben geboekt bij het omboeken bij elkaar houdt. Daarom moesten er drie plaatsen beschikbaar zijn op een alternatieve vlucht. Die waren niet beschikbaar op de door de passagiers genoemde alternatieve vluchten. Daarbij speelt mee dat de vlucht plaatsvond in de zomerperiode waarbij vluchten doorgaans volgeboekt zijn, aldus de vervoerder.

De kantonrechter overweegt dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een luchtvaartmaatschappij een passagier omboekt naar een door hemzelf uitgevoerde alternatieve vlucht die (later dan) de dag na de oorspronkelijke vastgestelde dag aankomt. Dit is anders als er geen enkele mogelijkheid was voor een eerdere directe of indirecte alternatieve vlucht van de luchtvaartmaatschappij zelf of van een andere luchtvaartmaatschappij of dat het organiseren daarvan een onaanvaardbaar offer van de luchtvaartmaatschappij zou vergen.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan 24 uur op de eindbestemming zijn aangekomen, zodat de door de vervoerder aangeboden alternatieve vlucht in beginsel geen redelijke maatregel is. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder echter voldoende onderbouwd dat er geen andere mogelijkheid was voor een eerdere alternatieve vlucht. Hoewel de passagiers hebben aangevoerd dat er een aantal eerdere vluchten beschikbaar waren, heeft de vervoerder toegelicht dat daarop niet voldoende plaats voor hen gezamenlijk was, mede vanwege de zomerperiode. Met het algemene betoog van de passagiers dat dat wel zo zou zijn omdat vluchten ‘zelden’ volledig volgeboekt zijn, hebben zij dit onvoldoende weersproken. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen genomen om de vertraging van de passagiers te voorkomen en te beperken. Dit betekent dat de vorderingen van de passagiers zullen worden afgewezen.

De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Daarom zullen zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 476,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 119,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van de betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. S.N. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand