[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
en
het hoofd Gemeentebelastingen Kennemerland Zuid, verweerder.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van verweerder van 17 juni 2024 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting.
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2025. Eiser was daar, bijgestaan door haar schoonzoon [naam 1] . Verweerder liet zich vertegenwoordigen door [naam 2] .
Beslissing
De rechtbank:
₋ verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Op 27 april 2024, op 29 april 2024, op 2 mei 2024, en op 5 mei 2024 stond de auto van eiser geparkeerd op een parkeerplaats op de Boulevard [X] te [plaats] alwaar tegen betaling kan worden geparkeerd. Ter zake van dit parkeren heeft verweerder de naheffingsaanslagen opgelegd. Deze naheffingsaanslagen zijn bij uitspraak op bezwaar gehandhaafd, en eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Voorafgaande aan de zitting heeft verweerder in drie van die zaken de naheffingsaanslag vernietigd waarna eiser het beroep heeft ingetrokken. Uiteindelijk is nog één (de eerst opgelegde) naheffingsaanslag in geschil.
2. Eiser beschikt over een parkeervergunning voor houders van strandhuisjes á € 180. Op 27 en 29 april en op 2 en 5 mei 2024 stond haar auto met kenteken [#] geparkeerd op een betaald parkeren-plek vlakbij haar strandhuisje. Op die momenten was haar parkeervergunning niet gekoppeld met het kenteken van haar auto, maar met het kenteken van de moeder van haar schoonzoon. Volgens verweerder is dan in feite zonder vergunning geparkeerd, en daarom zijn de naheffingsaanslagen opgelegd.
3. De rechtbank overweegt dat een automobilist zelf verantwoordelijk is voor de betaling van de verschuldigde parkeerbelasting. Wanneer een automobilist beschikt over een parkeervergunning die niet is gekoppeld aan het juiste kenteken, zoals in dit geval, is voor dat kenteken de verschuldigde parkeerbelasting niet voldaan. Strikt genomen zijn de naheffingsaanslagen dus terecht opgelegd. Dat neemt niet weg dat bij meerdere naheffingsaanslagen die het gevolg zijn van één voortdurende gedraging, er een wanverhouding kan ontstaan tussen die gedraging (het onjuiste kenteken koppelen aan de vergunning) en het totale nageheven bedrag plus de kosten. Door drie van de vier naheffingsaanslagen te vernietigen heeft verweerder die wanverhouding evenwel in voldoende mate hersteld. Dat bij de schoonzoon van eiser in een vergelijkbaar geval (ook) drie aanslagen door verweerder zijn vernietigd, verandert daaraan niets. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Snitker, rechter, in aanwezigheid van
H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025.
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).
U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: