[eiser] en mevrouw [eiseres] , uit Spanbroek, eisers
(gemachtigde: mr. G.M. Pierik),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer, het college
(gemachtigden: mr. E.S. Bruijn en D.E.E.A. Joukes).
Inleiding
1. In deze uitspraak gaat het over het beroep tegen het besluit van het college op het verzoek van eisers op grond van de Wet open overheid (Woo) van 4 april 2023.
Eisers hebben op 4 april 2023 een Woo-verzoek bij het college ten aanzien van de panden aan de [adressen] in Spanbroek. Het verzoek richt zich op de documenten, samengevat inzake:
- alle aanvragen voor vergunningen in de periode 1970-heden;- alle welstandsadviezen;- alle verleende vergunningen in de periode 1970-heden;- alle geweigerde vergunningen in de periode 1970-heden;
- alle constateringsrapporten in de periode 1970-heden;
- alle bouwtekeningen en constructieberekeningen;
- alle meldingen van overlast in de periode 1970-heden;- alle verzoeken om handhaving in de periode 1970-heden;- alle correspondentie en communicatie naar aanleiding van de hiervoor genoemde onderwerpen en (gevraagde) adviezen, meldingen en/of handhavingsverzoeken;
- alle beleidsregels en vaste beleidslijnen aangaande de vergunningverlening van groepsaccommodaties, bed en breakfast en de daarbij behorende correspondentie vanaf 2000;- alle aanvragen, meldingen, besluiten correspondentie aangaande de huisnummering van de panden aan de [adressen] in Spanbroek; en
- alle correspondentie aangaande het eerdere Woo-verzoek van eisers van 22 september 2022.
Het college heeft in twee deelbesluiten beslist op voornoemd Woo verzoek. In het eerste deelbesluit van 17 juli 2023 is aangegeven dat er 197 documenten zijn aangetroffen en dat dit besluit ziet op 177 documenten. Een deel van de documenten (130 documenten) is (gedeeltelijk) openbaar gemaakt en een deel is niet nogmaals openbaar gemaakt, omdat zij reeds openbaar waren gemaakt bij het besluit van 14 december 2022. De feitelijke digitale verstrekking van de 177 documenten heeft in delen plaatsgevonden op 30 mei 2023, op 13 en 27 juni 2023 en op 10 juli 2023. Omdat er problemen waren met het digitaal ontvangen zijn de mails van 30 mei 2023 en 13 juni 2023 op 19 juni 2023 nogmaals verzonden. Het tweede deelbesluit en de daarbij horende feitelijke verstrekking van 20 documenten dateert van 28 juli 2023. Alle 20 documenten zijn (gedeeltelijk) openbaar gemaakt.
Met het bestreden besluit van 31 januari 2024 op het bezwaar van eisers heeft het college het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard.
Eiseres hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
Het onderzoek ter zitting heeft gelijktijdig met het onderzoek in de zaak met zaaknummer HAA 23/4226 plaatsgevonden op 22 mei 2025. Hieraan hebben deelgenomen [eiser] , de gemachtigde van eisers en de gemachtigden van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Inventarislijst
Standpunten partijen
2. Eisers voeren in de eerste plaats aan dat het college niet op deugdelijke wijze heeft geopenbaard en inzichtelijk heeft gemaakt wat er wordt verstrekt en of hetgeen is verstrekt volledig is. In het bestreden besluit stelt het college zich op het standpunt dat de verstrekking voldoende inzichtelijk is.
Beoordeling
3. Hoewel de Woo geen verplichting kent tot het vervaardigen van documenten zoals een inventarislijst, vereist het zorgvuldigheidsbeginsel in sommige gevallen dat het college bij de verstrekking van de openbaargemaakte stukken duidelijk maakt wat het heeft verstrekt. Van het college mag verwacht worden dat het inzichtelijk maakt wát er verstrekt wordt, een – vormvrije – inventarislijst kan daarbij een hulpmiddel zijn.
4. De rechtbank is van oordeel dat het college voldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat er is verstrekt. Bij de vier bundels, zoals die feitelijk verstrekt zijn, is een separate, eenvoudige inventarislijst verstrekt. Het college heeft aangegeven dat er in de bundels door middel van pdf-bladwijzers digitaal een directe koppeling is met de documenten, zoals genoemd. Ook heeft het college erop gewezen dat de koppeling verder inzichtelijk is gemaakt door de documenten in de bundels chronologisch aan te bieden en de bladzijden te nummeren. De rechtbank heeft aan de hand van de lijsten van de feitelijk verstrekte bundels kunnen vaststellen dat de lijsten veelal volgordelijk overeenkomen met de aan de rechtbank verstrekte documenten. Het college was, gelet op de rechtspraak en de Woo, dan ook niet gehouden om meeromvattende inventarislijsten bij te voegen. De beroepsgrond faalt.
Anonimisering
Standpunten partijen
5. Eisers voeren verder aan dat er bij bepaalde documenten te veel is geanonimiseerd. De redenen hiervoor blijken niet uit de deelbesluiten en evenmin uit de inventarislijsten. Eisers hebben daarbij in bezwaar een 24-tal voorbeelden genoemd. Het college bespreekt alleen deze voorbeelden, terwijl nadrukkelijk is opgemerkt dat de genoemde documenten slechts een indicatie geven en dat alle documenten nogmaals dienen te worden nagelopen om na te gaan of er niet teveel is geanonimiseerd. Het bestreden besluit is hierom onzorgvuldig en niet deugdelijk gemotiveerd.
Beoordeling
6. De rechtbank overweegt als volgt. Zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, maakt de vermelding dat het slechts zou gaan om een indicatie niet dat verweerder daarom gehouden zou zijn om alle documenten nogmaals na te lopen. Bovendien volgt uit het verslag van de hoorzitting van 28 november 2023 dat het aspect van de anonimisering van de handtekeningen als bezwaargrond juist zou zijn ingetrokken (pagina 9). Daarenboven vindt het standpunt van eisers dat er een verplichting bestaat voor het bestuursorgaan om in het kader van een Woo-verzoek de handtekeningen van de bij het opstellen van een document betrokken medewerkers ook kenbaar te maken geen steun in de rechtspraak. Verder heeft het college, in het verweerschrift van 31 juli 2024, nader gemotiveerd onderbouwd dat het bij de anonimisering van stukken in bepaalde gevallen uitsluitend gaat om persoonsgegevens, om de afhandeling van andere Woo-verzoeken, om privacy gevoelige informatie, die ook niet relevant is (zoals de vakantie van één van de ambtenaren) en om informatie die ziet op het goed functioneren van de gemeente. De enkele stelling van eisers dat in sommige gevallen wordt betwijfeld dat dit werkelijk de redenen zijn voor anonimisering of de keuze van het college om dat te doen onbegrijpelijk is, maakt niet dat het bestreden besluit op dit punt niet zorgvuldig is voorbereid of niet deugdelijk is gemotiveerd. De beroepsgrond faalt.
De zoekslag
Standpunt eisers
7. Eisers stellen dat de zoekslag onvoldoende is geweest. Uit de primaire besluiten en het bestreden besluit blijkt dat de zoekslag niet op de voorgeschreven wijze is uitgevoerd.
Beoordeling
8. De rechtbank overweegt als volgt. De commissie bezwaarschriften (hierna: de commissie) heeft in bezwaar geadviseerd om een nadere zoekslag te doen naar documenten waarvan aannemelijk is dat die onder het college zouden moeten berusten. Verder heeft de commissie aangegeven dat als de documenten niet gevonden worden, de zoekslag hiernaar goed omschreven moet worden.
9. De commissie heeft, voor zover van belang, vermeld dat de bouwvergunning van 23 maart 2004, met de correspondentie die zich nog onder het college bevindt, alsnog in het besluit dienen te worden betrokken. Verder is het volgens de commissie onwaarschijnlijk dat er over een handhavingsverzoek van 24 mei 2016 geen documenten zijn. Hiernaar dient het college alsnog een zoekslag te doen. Als daarbij geen nadere stukken worden gevonden, adviseert de commissie de zoekslag goed te beschrijven. Wat betreft de omgevingsvergunning van 26 juli 2018 heeft de commissie aangegeven dat de aanvraag voor het principeverzoek met ontvangstbevestiging lijkt te ontbreken. Deze dienen alsnog te worden betrokken bij de besluitvorming. Voorts is geadviseerd het bezwaardossier inzake de handhavingszaak waarin de overlastmelding van 31 augustus 2022 zit, alsnog te betrekken bij het besluit op bezwaar. Ook is geadviseerd de meldingen aan RegioControl rond 7 september 2022 die in dit dossier zitten te betrekken bij het besluit op bezwaar. De commissie heeft geadviseerd alsnog een zoekslag te doen naar interne communicatie over het handhavingsverzoek van 20 juli 2022 en de communicatie richting de vergunninghouder. Als daarbij geen nadere stukken worden gevonden, adviseert de commissie de zoekslag goed te beschrijven. Verder heeft de commissie aangegeven dat er nog niets is besloten ten aanzien van de openbaarmaking van het verzoek om handhaving van 25 november 2019. Het besluit op dat verzoek (last onder dwangsom) is wel openbaar gemaakt. De commissie adviseert om alsnog een zoekslag te doen, omdat het aannemelijk is dat er onvoldoende gezocht is ten aanzien van het verzoek (last onder dwangsom). Als daarbij geen nadere stukken worden gevonden, adviseert de commissie de zoekslag goed te beschrijven. Tot slot adviseert de commissie om de geluidsopnames en foto’s op de mobiele telefoon van de toezichthouder, welke zijn gekoppeld aan de bijbehorende rapportages in de handhavingszaak, alsnog in het besluit op bezwaar te betrekken.
10. Bij het bestreden besluit heeft het college naar aanleiding van het advies van de commissie alsnog enkele documenten openbaar gemaakt. Uit het bestreden besluit volgt dat weliswaar de meeste door de commissie genoemde documenten zijn geopenbaard, echter niet dat het college volledig gehoor heeft gegeven aan genoemd advies, althans is dit als zodanig niet terug te lezen. Zo ontbreekt nog immer het bezwaardossier inzake de handhavingszaak waarin de overlastmelding van 31 augustus 2022 zit.
11. Voorts hebben eisers in reactie op het bestreden besluit ter onderbouwing van hun standpunt dat de zoekslag aantoonbaar onjuist is uitgevoerd en dat bepaalde documenten nog steeds niet zijn geopenbaard een aantal documenten genoemd. Eisers hebben, voor zover van belang, vermeld dat er gezien de inhoud van document 171 (e-mail van 15 februari 2023) meer correspondentie dient te zijn, omdat er namelijk vragen worden gesteld, waarop dient te zijn gereageerd. Verder zijn volgens eisers de foto’s en een controlerapport die in document 182 (document waarbij wordt gereageerd op een eerder handhavingsverzoek) worden genoemd niet geopenbaard, terwijl het eisers bekend is dat deze wel worden opgemaakt. Wat betreft de overlastmelding van 22 juni 2022 (document 193) hebben eisers aangevoerd dat daaruit blijkt dat de Boa de e-mail doorstuurt aan leidinggevende en de toezichthouder WaBO, maar dat deze correspondentie echter niet aanwezig/geopenbaard is. Verder hebben eisers aangegeven dat zij zich niet kunnen voorstellen dat naar aanleiding van de meldingen op 31 augustus 2022 en 6 september 2022 geen enkele actie is ondernomen en er wel degelijk interne en externe correspondentie over aanwezig dient te zijn. Tot slot hebben eisers aangegeven dat zij de gemeente nadien, op 22 september 2022, hebben gemaand om het handhavingsverzoek spoedig te behandelen, waarvan een kopie is verstuurd aan mr. [naam] , werkzaam bij de gemeente. De door hem ontvangen email is niet geopenbaard. De brief is voldoende concreet om aan te nemen dat er vervolgens overleg heeft plaatsgevonden binnen de gemeente en dat hierover is gecorrespondeerd. Deze correspondentie is echter niet overgelegd.
12. De rechtbank stelt vast dat op wat door eisers in beroep is aangevoerd over de hiervoor onder 11. genoemde documenten in het verweerschrift niet is gereageerd. Dat heeft tot gevolg dat het college nu niet (geheel) heeft weersproken dat de zoekslag ook in bezwaar nog onjuist of onvolledig is gedaan. Dat brengt de rechtbank tot het oordeel dat het bestreden besluit leidt aan een zorgvuldigheids- en een motiveringsgebrek. De beroepsgrond slaagt.
Conclusie en gevolgen
13. Zoals hiervoor onder rechtsoverweging 10. tot en met 12. is overwogen is het bestreden besluit voor wat betreft de verrichte zoekslag onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. Dat is in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 en van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb zal de rechtbank het college in de gelegenheid stellen het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Om het gebrek te herstellen, dient het college alsnog op de diverse, door de commissie en eisers genoemde gebreken in de verrichte zoekslag te reageren. Het herstel kan plaatsvinden met het overleggen van nadere documenten of een duidelijke uitleg over het niet kunnen overleggen daarvan. Dat kan het college doen in aanvulling op het bestreden besluit of bij het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar, met intrekking van het nu bestreden besluit.
14. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen verweerder het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak. Het college wordt verzocht om uiterlijk binnen twee weken aan de rechtbank mee te delen of gebruik wordt gemaakt van de gelegenheid het gebrek te herstellen.
15. Als verweerder gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank daarna eisers in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van het college.
16. In de situatie dat het college de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
17. De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.
Beslissing
De rechtbank:
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzitter, en mr. L.M. Kos en mr. A.M. van Beek, leden, in aanwezigheid van mr. M.H. Boomsma, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.