ECLI:NL:RBNHO:2025:9985

ECLI:NL:RBNHO:2025:9985, Rechtbank Noord-Holland, 29-08-2025, 25/3140

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 29-08-2025
Datum publicatie 04-12-2025
Zaaknummer 25/3140
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Besluit tot openbaarmaking is al door een andere rechtbank geschorst. Verzoekers hebben daarom geen (spoed)eisend belang meer bij de gevraagde voorlopige voorziening. Verzoek daartoe wijst de voorzieningenrechter daarom af.

Uitspraak

uitspraak van de voorzieningenrechter van 29 augustus 2025 in de zaak tussen

de vennootschap onder firma [verzoeker 1] , alsmede [verzoeker 2] en [verzoeker 3], uit Enkhuizen, verzoekers

(gemachtigde: mr. T.F.M. Wijgergans),

en

de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (de Minister).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister tot openbaarmaking van (mede) op verzoekers betrekking hebbende informatie. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.

De Minister heeft op 30 juni 2025 besloten tot openbaarmaking.

Verzoekers hebben daartegen op 14 juli 2025 bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Minister heeft per mail van 21 juli 2025 toegezegd niet tot openbaarmaking te zullen overgaan totdat de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening heeft beslist.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed" dat vereist. De voorzieningenrechter overweegt in dit verband als volgt.

Het besluit tot openbaarmaking van 30 juni 2025 betreft niet alleen informatie over verzoekers, maar ook over anderen. Het besluit is genomen naar aanleiding van een verzoek om openbaarmaking van informatie over toezicht op verzamelplaatsen door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Op 22 juli 2025 heeft de rechtbank Noord-Nederland een tweetal uitspraken gedaan in zaken over soortgelijke verzoeken om een voorlopige voorziening tegen hetzelfde besluit van 30 juni 2025 als hier aan de orde. Het besluit tot openbaarmaking is door de voorzieningenrechter Noord-Nederland geschorst tot twee weken nadat op het bezwaar daartegen is beslist.

De voorzieningenrechter heeft de hiervoor genoemde uitspraken voorgehouden aan verzoekers en gevraagd of verzoekers daarin aanleiding zien om het verzoek in te trekken.

Verzoekers hebben hierop gereageerd met het emailbericht van 31 juli 2025. Verzoekers hebben aangegeven het verzoek niet in te willen trekken, omdat de kans bestaat dat het bezwaar in de zaken waarin de rechtbank Noord-Nederland uitspraak heeft gedaan wordt ingetrokken. Dan komen de getroffen voorlopige voorzieningen ook te vervallen.

Ook hebben verzoekers gesteld dat de uitspraak mogelijk alleen wordt gezien als voorlopige voorziening gericht op het voorkomen van openbaarmaking van de informatie die specifiek ziet op diegenen die het verzoek om een voorlopige voorziening hebben ingediend. De door de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland getroffen voorlopige voorziening zou in dat geval niet in de weg staan aan openbaarmaking van informatie over verzoekers.

4. De voorzieningenrechter stelt vast dat het besluit van 30 juni 2025 tot openbaarmaking van de gevraagde informatie over de opstelplaatsen in zijn geheel en zonder voorbehoud is geschorst tot twee weken nadat op het bezwaar tegen dat besluit is beslist. De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraken van de rechtbank Noord-Nederland van 22 juli 2025 en van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 31 juli 2025.

Met het nu voorliggende verzoek kan geen ander resultaat worden bereikt. Een (spoedeisend) belang bij het treffen van de door verzoekers gevraagde voorlopige voorziening ontbreekt daarom. De voorzieningenrechter overweegt in dit verband nog dat de gemachtigde van verzoekers dezelfde gemachtigde is als de gemachtigde van de verzoekers in de procedure waarin de voorzieningenrechter Zeeland-West-Brabant uitspraak heeft gedaan. Intrekking van het bezwaar in die zaak zal de gemachtigde van verzoekers dus niet ontgaan.

Voor de vrees dat de Minister de uitspraken van de voorzieningenrechters van de rechtbank Noord-Nederland en Zeeland-West-Brabant zo zal uitleggen dat de getroffen voorlopige voorziening alleen ziet op informatie over de verzoekers in die procedures bestaat ook geen grond. De getroffen voorlopige voorzieningen strekken immers ondubbelzinnig het gehele besluit van 30 juni 2025. Gedeeltelijke openbaarmaking is gelet daarop niet toegestaan. Een (spoedeisend) belang kan daarom ook hieraan niet worden ontleend.

6. Omdat een (spoedeisend) belang bij de gevraagde voorlopige voorziening ontbreekt, is het verzoek kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

Conclusie en gevolgen

7. Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.

8. Omdat pas na indiening van het verzoek aan het verzoek is tegemoetgekomen door schorsing van het besluit van 30 juni 2005 door de rechtbanken Noord Nederland en Zeeland-West-Brabant ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te bepalen dat de minister het griffierecht moet vergoeden aan verzoekers. Hierin ziet de voorzieningenrechter tevens aanleiding om te bepalen dat de minister een vergoeding van de proceskosten van verzoekers moet betalen van € 907,00 (voor indiening van het verzoekschrift).

Beslissing

De voorzieningenrechter

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Jurgens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Degen, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. E. Degen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?