ECLI:NL:RBNHO:2026:10108

ECLI:NL:RBNHO:2026:10108

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 21-07-2026
Datum publicatie 06-08-2026
Zaaknummer AWB - 25 _ 4909
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Naheffingsaanslag parkeerbelasting. Kenbaarheidsvereiste. Bebording. Beroep ongegrond.

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 juli 2026 in de zaak tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende

de heffingsambtenaar van Cocencus, verweerder.

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 25/4909

en

Procesverloop

Verweerder heeft aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting (hierna: de naheffingsaanslag) opgelegd.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar de naheffingsaanslag gehandhaafd.

Belanghebbende heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 juli 2026.

Belanghebbende is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden [naam 1] en [naam 2] .

Overwegingen

Feiten

1. Op 26 juli 2025 om 17:24 uur heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat de auto van belanghebbende met het kenteken [# 1] (hierna: de auto) stond geparkeerd in de [straat 1] , in het wegvak tussen de [straat 2] en [straat 3] te Haarlem. Ter plaatse was op genoemde datum en genoemd tijdstip parkeerbelasting verschuldigd. De parkeercontroleur heeft geconstateerd dat voor de auto geen parkeerbelasting was betaald. Vervolgens is de naheffingsaanslag opgelegd voor een bedrag van € 83,10, bestaande uit € 4,30 parkeerbelasting en € 78,80 aan kosten.

Geschil 2. In geschil is of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.

3. Belanghebbende stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd. De borden die aangeven dat betaald parkeren geldt in de [straat 1] stonden op het moment van parkeren scheef/omgedraaid, waardoor de borden vanaf de rijrichting van belanghebbende niet zichtbaar waren. Eén van de borden was zelfs naar het fietspad gericht. De gemeente heeft de borden enige tijd later weer recht gezet, wat bevestigt dat de oorspronkelijke plaatsing onvoldoende duidelijk was. De kenbaarheid van de parkeerregels is essentieel voor een rechtsgeldige aanslag. Belanghebbende kon redelijkerwijs niet weten dat hij in een zone met betaald parkeren stond. Het ontbreken van een duidelijk zichtbaar bord maakt de opgelegde aanslag onterecht. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft belanghebbende foto’s overgelegd. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de naheffingsaanslag.

4. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag terecht en naar het juiste bedrag is opgelegd. Volgens verweerder is de verplichting tot het betalen van parkeerbelasting voldoende kenbaar gemaakt. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

5. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

6. Niet in geschil is dat ter plaatse op genoemde datum en genoemd tijdstip parkeerbelasting is verschuldigd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het voor belanghebbende voldoende kenbaar was dat voor het parkeren ter plaatse parkeerbelasting verschuldigd was (het kenbaarheidsvereiste).

7. De rechtbank overweegt hierover het volgende. Volgens vaste rechtspraak rust op verweerder de plicht om ter plaatse kenbaar te maken dat parkeerbelasting verschuldigd is (zie HR 22 november 1995, ECLI:NL:HR:1995:AA3126). Daarnaast mag van een parkeerder worden verwacht dat hij, alvorens over te gaan tot parkeren, redelijke inspanningen pleegt om zich op de hoogte te stellen van de plaatselijke parkeervoorschriften. Verweerder dient de verplichting om parkeerbelasting te betalen voor het op een bepaalde plaats en een bepaalde tijd parkeren van een voertuig zodanig kenbaar te maken, dat redelijkerwijs geen misverstand kan bestaan omtrent de verschuldigdheid daarvan. De gemeente is in beginsel vrij in de wijze waarop zij het betaald parkeren-regime kenbaar maakt aan parkeerders. Het bestaan van de verplichting om parkeerbelasting te voldoen, kan blijken uit de aanwezigheid van parkeerautomaten bij of in de nabijheid van de parkeerplaats of uit bebording of andere aanwijzingen bij de parkeerplaats of in de directe omgeving.

8. Beide partijen hebben foto’s van de feitelijke situatie ter plaatse overgelegd en hierop ter zitting een toelichting gegeven. De foto’s van belanghebbende zijn kort nadat de naheffingsaanslag was opgelegd gemaakt. Verweerder heeft bij het verweerschrift een foto overgelegd waarop te zien is hoe de bebording ter plaatse normaliter (dus niet gedraaid) staat. Op het bord is aangegeven dat een zone wordt ingereden waar voor het parkeren dient te worden betaald. Op de foto’s van belanghebbende is onder meer te zien dat er vanaf de rijrichting van belanghebbende bebording in de [straat 3] staat, net voor de [straat 1] . Deze bebording is echter zodanig gedraaid dat de rechtbank belanghebbende volgt in zijn betoog dat bij het rechtsaf slaan van de [straat 3] naar de [straat 1] het voor hem niet zichtbaar was wat er op deze bebording staat vermeld. Verweerder heeft echter gewezen op een foto in het brondocument. Hierop is te zien dat belanghebbende vanaf de locatie waar hij zijn auto parkeerde direct zicht had op een bord “einde parkeerzone”. Tussen zijn auto en dit bord stonden slechts vier personenauto’s. Uit de foto volgt dat dit bord goed zichtbaar moet zijn geweest voor belanghebbende. Nu belanghebbende het bord “einde parkeerzone” vanaf de plek waar hij zijn auto had geparkeerd heeft kunnen zien, had het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van belanghebbende gelegen om nader onderzoek te doen naar het geldende parkeer-regime. Een bord “einde parkeerzone” geeft immers aan dat een parkeerzone ook ergens is begonnen. Daar komt bij dat verweerder ter zitting onweersproken heeft gesteld dat de auto van belanghebbende ter hoogte van nummer 6 stond en dat er ter hoogte van nummer 2 op de hoek bij het zebrapad, aan de kant van de straat waar belanghebbende geparkeerd stond, een lantaarnpaal stond (en staat) met daarop een bordje met een P en een pijl ter verwijzing naar de dichtstbijzijnde parkeerautomaat. Belanghebbende heeft ter zitting verklaard richting het centrum te zijn gelopen en hij had ook dit bord dus kunnen zien. Belanghebbende had dus, ondanks het feit dat een deel van de bebording gedraaid stond, kunnen vaststellen dat er sprake was van betaald parkeren ter plaatse. De rechtbank concludeert dan ook dat de verschuldigdheid van parkeerbelasting ter plaatse voldoende kenbaar is geweest. Het betoog van belanghebbende dat hij niet bezig was met borden, maar met de verkeerssituatie maakt dit niet anders en dient voor zijn rekening te blijven.

9. Het beroep dient ongegrond te worden verklaard. De naheffingsaanslag blijft dus in stand.

Proceskosten

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A. Fase, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Filius, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.

griffier rechter

Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).

U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de datum van verzending;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand