RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/380025 / JU RK 26-1063
Datum uitspraak: 30 juli2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering,
hierna te noemen de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over de minderjarige:
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de oma] ,
hierna te noemen de oma,
wonende in [plaats] ,
advocaat mr. H. Polat, kantoorhoudende in Haarlem.
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de GI van 30 april 2026, ontvangen op 17 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 juli 2026, gelijktijdig met de behandeling van het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing (zaaknummer C/15/380792 / JU RK 26-1211). Daarbij waren aanwezig:
de oma, bijgestaan door haar advocaat mr. Polat en door een tolk in de [taal] taal;
de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar haar mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2. De feiten
[de minderjarige] is geboren uit het huwelijk van de moeder ( [de moeder] ) en de vader ( [de vader] ).
Bij uitspraak van de familierechtbank te [plaats] ( [land] ) van 14 maart 2013 is – voor zover hier van belang – de vader belast met het gezag over [de minderjarige] .
Bij beschikking van deze rechtbank van 27 september 2022 is het gezag van de vader over [de minderjarige] beëindigd en is de oma tot haar voogdes benoemd.
[de minderjarige] verblijft sinds 26 mei 2025 in het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] .
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 augustus 2025 [de minderjarige] onder toezicht van de GI gesteld tot 20 augustus 2026.
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
De oma heeft ernstige gezondheidsproblemen en is in mei 2025 gestart met haar medische behandeling. Het viel haar zwaar om [de minderjarige] (en haar broer) thuis te hebben. Daarom verblijft [de minderjarige] sinds 26 mei 2025 in het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] van de SIG. Ze kan daar tot haar achttiende verblijven. In de weekenden en de vakanties is [de minderjarige] bij oma of bij familie.
Aangezien [de minderjarige] al een lange tijd niet meer bij de oma woont en vanwege het ziektebeeld en de leeftijd van de oma niet weer bij haar kan gaan wonen, is de GI van mening dat een machtiging uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] .
4. Het standpunt van de oma
De oma heeft zich op de zitting van 30 juli 2026 akkoord verklaard met het verzochte. Zij heeft hulp nodig bij de zorg voor [de minderjarige] . Daarom vindt ze het goed dat [de minderjarige] in het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] woont. Zij wil wel graag dat er niks verandert aan de situatie dat [de minderjarige] in de weekenden en de vakanties bij haar of haar familie verblijft.
5. De mening van de minderjarige
[de minderjarige] heeft aangegeven dat zij het eens is met haar verblijf bij het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] en haar bezoeken aan de oma in het weekend en tijdens vakanties.
6. De beoordeling
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding.
[de minderjarige] verblijft al meer dan een jaar bij het [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] . Ze kan niet naar de oma terugkeren omdat de zorg voor haar de mogelijkheden van de oma en haar thuissituatie overstijgt.
De kinderrechter wijst daarom het verzoek van de GI toe en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] voor de duur van de lopende ondertoezichtstelling, te weten tot 20 augustus 2026.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
7. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 30 juli 2026 tot 20 augustus 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2026 door mr. W. Veldhuijzen van Zanten, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A. Hausenblasová als griffier, en op schrift gesteld op 6 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.