RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11983760 \ CV EXPL 25-4534/MdV
Vonnis van 8 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap CHINESE KOKS B.V.,
te Tilburg,
eisende partij,
hierna te noemen: Chinese Koks
gemachtigde: mr.drs. J.J.F.M. Konings,
tegen
1. de venoootschap onder firma [naam] ,
te [plaats] ,
en haar vennoten,2. [vennoot 1],
te [plaats] ,3. [vennoot 2],
te [plaats] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [naam] c.s.,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak gaat het om de vraag of een restaurant de onbetaald gelaten facturen voor verleende diensten in het kader van werkvergunningen voor koks moet betalen. Het restaurant voert aan dat de eisende partij tekort is geschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst en dat het restaurant daardoor schade heeft geleden. Volgens het restaurant hoeven zij de facturen daarom niet te betalen. De kantonrechter oordeelt dat niet vast is komen te staan dat de eisende partij tekort is geschoten. De vordering van de eisende partij wordt daarom toegewezen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 17 oktober 2025 van Chinese Koks
- de conclusie van antwoord van [naam] c.s.
- het tussenvonnis van 25 februari 2026
- het bericht van 5 juni 2026 met productie(s) van Chinese Koks- de mondelinge behandeling van 15 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[naam] c.s. exploiteren een restaurant waar zij buitenlandse medewerkers inzetten.
Chinese Koks helpt, met name Aziatische horecabedrijven, bij het aanvragen van de benodigde documenten, zodat buitenlandse arbeidskrachten in Nederland kunnen werken.
Partijen hebben in 2022 overeenkomsten gesloten uit hoofde waarvan Chinese Koks voor [naam] c.s. twee aanvragen voor verblijf en arbeid (GVVA) voor Aziatische koks heeft gedaan.
Chinese Koks heeft hiervoor op 1 april en op 4 april 2022 een factuurvan € 937.75 aan [naam] c.s. toegestuurd. Beide facturen zijn tot op heden niet door [naam] c.s. voldaan.
3. Het geschil
Chinese Koks vordert - samengevat - veroordeling van [naam] c.s. tot betaling van € 1.875,50, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van € 281,33, wettelijke handelsrente tot en met 25 maart 2025 van € 693,56 en de proceskosten.
Chinese Koks legt aan de vordering ten grondslag dat zij in opdracht en voor rekening van [naam] c.s. werkzaamheden heeft verricht, bestaande uit het doen van GVVA-aanvragen voor twee Aziatische koks die [naam] c.s. aan wilde nemen. Chinese Koks heeft hiervoor twee facturen aan [naam] c.s. gestuurd. [naam] c.s. hebben deze facturen, zonder geldige reden onbetaald gelaten. Vanwege het uitblijven van betaling is [naam] c.s. wettelijke handelsrente en een vergoeding voor de door Chinese Koks gemaakte buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd.
[naam] c.s. betwisten de vordering en voeren aan dat Chinese Koks tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst, doordat Chinese Koks onvoldoende heeft gecommuniceerd over essentiële vervolgstappen die moesten worden genomen na goedkeuring van de GVVA-aanvragen waaronder het maken van een afspraak voor biometrie en een pasfoto. Dit heeft tot gevolg gehad dat één van de koks waarvoor de aanvraag was goedgekeurd nooit aan het werk is gegaan bij [naam] c.s. en [naam] c.s. schade heeft geleden. Deze schade bestaat uit omzetverlies, extra kosten voor het inschakelen van zzp’ers en gemiste investeringen in de werkrelatie met de betreffende kok. Gezien deze schade, moet de vordering van Chinese Koks worden afgewezen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De kantonrechter moet in deze zaak de vraag beantwoorden of [naam] c.s. de openstaande facturen van Chinese Koks moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat dit het geval is. Dit wordt als volgt toegelicht.
Vast staat dat partijen overeenkomsten hebben gesloten uit hoofde waarvan Chinese Koks voor [naam] c.s. twee GVVA-aanvragen voor Aziatische koks heeft gedaan. In beginsel moeten [naam] c.s. de facturen dan ook betalen, tenzij hun beroep op verrekening met de door hen geleden schade slaagt.
Volgens [naam] c.s. is Chinese Koks tekort geschoten in de nakoming van de overeenkomst en hebben zij daardoor schade geleden. Ter onderbouwing van hun stelling dat Chinese Koks tekort is geschoten heeft [naam] c.s. aangevoerd dat Chinese Koks onvoldoende heeft gecommuniceerd over essentiële vervolgstappen die na de goedkeuring van de aanvraag genomen moesten worden. Chinese Koks heeft dit weersproken. Op de zitting heeft zij, onder verwijzing naar de door haar overgelegde e-mailcorrespondentie met [naam] c.s., toegelicht dat zij alle stukken die nodig zijn voor het doen van een aanvraag bij [naam] c.s. heeft opgevraagd en vervolgens heeft ingediend. Eén van de aanvragen die is gedaan is ook goedgekeurd. Toen de goedkeuring binnen was heeft Chinese Koks deze per post aan [naam] c.s. toegestuurd. Nadien heeft zij ook nog telefonisch aan de [naam] c.s. medegedeeld dat de aanvraag is goedgekeurd en dat zij een brief zullen ontvangen van de IND waarin staat welke stappen [naam] c.s. verder zelf nog moeten nemen om de kok daadwerkelijk in hun restaurant te kunnen laten werken. De tweede aanvraag die Chinese Koks voor [naam] c.s. heeft gedaan, is volgens Chinese Koks niet goedgekeurd, omdat [naam] c.s. heeft nagelaten de verschuldigde leges te betalen. Op dat moment was de aanvraag echter al ingediend en had Chinese Koks de overeengekomen werkzaamheden al verricht.
De kantonrechter oordeelt dat Chinese Koks met de door haar gegeven toelichting en de stukken die zij ter onderbouwing van die toelichting voorafgaande aan de zitting nog heeft toegestuurd, het verweer dat zij tekort is geschoten voldoende gemotiveerd heeft weersproken. Het had vervolgens op de weg van [naam] c.s. gelegen om tegenover deze gemotiveerde betwisting van Chinese Koks haar stellingen nader te onderbouwen. Dit heeft zij nagelaten. Dit heeft tot gevolg dat niet vast is komen te staan dat Chinese Koks tekort is geschoten. Beide aanvragen zijn immers gedaan, waarmee Chinese Koks aan haar deel van de opdracht heeft voldaan. Niet gebleken is dat Chinese Koks daarbij onvoldoende heeft gecommuniceerd en informatie heeft achtergehouden. Uit de toelichting volgt immers dat Chinese Koks telefonisch aan [naam] c.s. heeft aangegeven dat zij een brief van de IND zouden ontvangen en dat daarin stond welke vervolgstappen er nog genomen moesten worden. [naam] c.s. hebben dit niet weersproken. Aangezien de vervolgstappen buiten de aan Chinese Koks verstrekte opdracht vielen, waren [naam] c.s. daar zelf verantwoordelijk voor. Het kan Chinese Koks dan ook niet verweten worden dat deze vervolgstappen niet genomen zijn en de kok niet aan het werk is gegaan. Ook de omstandigheid dat één van de aanvragen niet is goedgekeurd doordat de leges niet zijn betaald, kan Chinese Koks niet worden verweten. Chinese Koks heeft aan haar deel van de overeenkomst voldaan door de aanvraag in te dienen en het was vervolgens aan [naam] c.s. om te zorgen voor volledige en tijdige betaling van de leges.
De conclusie is dat de door Chinese Koks gevorderde hoofdsom wordt toegewezen.
Chinese Koks maakt verder aanspraak op wettelijke handelsrente. Ter onderbouwing stelt Chinese Koks dat [naam] c.s. in verzuim zijn geraakt na het verstrijken van de betalingstermijn van zeven dagen zoals vermeld op de facturen. Een betaaltermijn op een factuur is op zichzelf echter geen fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef en onder a Burgerlijk Wetboek (BW). Daarvoor is in beginsel een voor nakoming overeengekomen termijn vereist. Uit het lichaam van de dagvaarding blijkt niet dat partijen de betalingstermijn zijn overeengekomen. De wettelijke handelsrente over de toewijsbare hoofdsom zal daarom worden toegewezen vanaf 30 dagen na de dag volgende op de dag van ontvangst van de factuur, derhalve vanaf 2 mei en 5 mei 2022.
Chinese Koks vordert tot slot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Aangezien Chinese Koks voldoende heeft onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht, zal het door haar gevorderde bedrag van € 281,33 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is toewijsbaar, met dien verstande dat slechts de wettelijke rente in plaats van de gevorderde wettelijke handelsrente wordt toegewezen. Dit omdat het schadevergoeding betreft. Verder wordt de rente toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. Dit omdat Chinese Koks niet heeft gesteld dat de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding is geleden.
[naam] c.s. zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Chinese Koks worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
125,11
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
434,00
(2 punten × € 217,00)
- nakosten
€
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.181,61
De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [naam] c.s., hoofdelijk, om aan Chinese Koks te betalen een bedrag van € 1.875,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over € 937,75 vanaf 2 mei 2022 tot de dag van volledige betaling en over € 937,75 vanaf 5 mei 2022 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [naam] c.s., hoofdelijk, om aan Chinese Koks te betalen een bedrag van € 281,33 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 17 oktober 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [naam] c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 1.181,61, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [naam] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.