ECLI:NL:RBNHO:2026:10537

ECLI:NL:RBNHO:2026:10537

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 09-07-2026
Datum publicatie 13-08-2026
Zaaknummer K/4104/11951889
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zaanstad

Samenvatting

Vordering tot terugbetaling koopprijs wordt toegewezen. Beroep op opschorting /verrekening slaagt niet

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zaanstad

Zaaknummer: 11951889 \ CV EXPL 25-3290/MdV

Vonnis van 9 juli 2026

in de zaak van

[eiser] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. J. Wagenmakers,

tegen

de besloten vennootschap SILAS EXPORT B.V. tevens handelende onder de naam SILAS EXPORT,

te Zaandam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Silas Export,

procederend in persoon.

De zaak in het kort

In deze zaak gaat het om de vraag of de gedaagde partij de koopprijs van een partij uien moet terugbetalen, nu de uien niet zijn geleverd. De gedaagde partij voert aan dat de eisende partij niet heeft betaald voor de levering van een partij aardappelen en doet daarom een beroep op opschorting en verrekening. De kantonrechter oordeelt echter dat de gedaagde partij geen opeisbare vordering heeft op de eisende partij. De gedaagde partij mocht zijn verplichting om de uien te leveren daarom niet opschorten en kan ook geen beroep doen op verrekening. De vordering van de eisende partij wordt dan ook toegewezen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van [eiser] van 16 oktober 2025

- de conclusie van antwoord van Silas Export

- het tussenvonnis van 26 maart 2026

- de op 5, 9 en 10 juni 2026 toegestuurde aanvullende producties van [eiser]- de mondelinge behandeling van 11 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt- de pleitaantekeningen van [eiser] en Silas Export.

2. De feiten

Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten voor 30.000 kilogram uien. Overeengekomen is dat Silas Export deze uien zou leveren in Ivoorkust.

[eiser] heeft hiervoor op 9 december 2024, via een tussenpersoon van Silas Export, € 13.241,00 aan Silas Export betaald.

Op de door Silas Export opgestelde factuur van 18 december 2024 staat als verwachte leveringsdatum 30 december 2024. De levering heeft echter niet plaatsgevonden. Silas Export heeft op 27 december 2024 een beroep op opschorting gedaan tegenover [eiser] . Silas Export heeft de uien in Ivoorkust aan een derde verkocht.

3. Het geschil

[eiser] vordert - samengevat - veroordeling van Silas Export tot betaling van € 16.642,00, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten van € 2.661,00, rente en de proces- en nakosten.

[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat Silas Export een partij uien zou leveren in Ivoorkust. [eiser] heeft hiervoor een bedrag van € 13.241,00 aan Silas Export betaald. Silas Export heeft de uien echter niet geleverd. Op grond hiervan moet de overeenkomst worden ontbonden en moet Silas Export het door [eiser] betaalde bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, terugbetalen. Doordat de uien niet zijn geleverd heeft [eiser] voorts schade geleden. [eiser] kon de uien namelijk niet doorverkopen in Ivoorkust en is daardoor een winst van € 3.000 misgelopen. Deze schade dient Silas Export te vergoeden. Omdat Silas Export, ondanks het verzoek daartoe, de koopprijs niet aan [eiser] heeft terugbetaald en de schade niet heeft vergoed, heeft [eiser] zijn vordering uit handen moeten geven. Silas Export moet daarom ook de door [eiser] gemaakte buitengerechtelijke incassokosten vergoeden.

Silas Export betwist de vordering. Zij voert aan dat zij eerder een partij aardappelen aan [eiser] heeft geleverd. [eiser] heeft echter nagelaten de koopprijs van de aardappels te voldoen aan Silas Export. Volgens Silas Export mocht zij, zolang er niet was betaald voor de aardappelen, de levering van de partij uien opschorten en was zij gerechtigd de prijs die [eiser] heeft betaald voor de uien te verrekenen met hetgeen [eiser] nog voor de aardappelen moet betalen. De vordering van [eiser] moet daarom worden afgewezen, aldus Silas Export.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Vast staat dat partijen een overeenkomst hebben gesloten voor de levering van een partij uien (tussen partijen bekend als order 1404). Ook staat vast dat Silas Export de uien niet heeft geleverd en deze heeft doorverkocht aan een andere partij. Volgens Silas Export was zij namelijk gerechtigd de levering op te schorten. De kantonrechter oordeelt echter dat het door Silas Export gedane beroep op opschorting niet slaagt. Dit wordt als volgt toegelicht.

Het beroep op opschorting slaagt niet

Om een beroep op opschorting te kunnen doen, geldt dat er sprake moet zijn van een opeisbare vordering (van Silas Export). Daarnaast is vereist dat voldoende samenhang bestaat tussen de prestaties over en weer om de opschorting door Silas Export te rechtvaardigen. Het is aan de partij die zich beroept op opschorting, in dit geval dus Silas Export, om te stellen en zo nodig te bewijzen dat zij een opeisbare vordering heeft op [eiser] en dat er voldoende samenhang tussen de vorderingen over en weer bestaat.

Silas Export stelt dat zij de levering van de uien op mocht schorten, omdat [eiser] de koopprijs van een partij aardappelen nog niet had betaald. [eiser] betwist dat hij een overeenkomst is aangegaan met Silas Export die zag op de levering van de aardappelen. Deze overeenkomst zou Silas Export hebben gesloten met de heer [naam] of diens onderneming en [eiser] is niet als partij betrokken bij die overeenkomst. Volgens [eiser] was niet hij, maar [naam] dan ook gehouden om de koopprijs van de aardappelen aan Silas Export te voldoen. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft [eiser] een schriftelijke verklaring van [naam] overgelegd. [naam] verklaart daarin dat [eiser] geen onderdeel is van de organisatie waarvan [naam] de directeur is en dat Silas Export [naam] op een gegeven moment heeft gevraagd of hij een partij aardappelen, die eerder voor een andere klant bestemd was, wilde verkopen. Dat heeft [naam] gedaan. De reden dat [naam] vervolgens niet heeft betaald voor de aardappels, is omdat hij met Silas Export een geschil heeft over een partij uien waarvan de kwaliteit niet voldeed.

Nu [eiser] de stellingen van Silas Export gemotiveerd heeft betwist, lag het op de weg van Silas Export om haar standpunt dat zij de overeenkomst die zag op de partij aardappelen met [eiser] heeft gesloten, nader te onderbouwen. Dat heeft Silas Export onvoldoende gedaan. Silas Export heeft alleen gesteld dat hij [eiser] telefonisch zou hebben gevraagd de partij aardappelen te verkopen en dat partijen hiervoor prijsafspraken hebben gemaakt, maar dat is in het licht van de gemotiveerde betwisting door [eiser] onvoldoende. Bovendien heeft Silas Export geen stukken overgelegd waaruit dit blijkt. Silas Export heeft verder nog gesteld dat uit een Whatsapp-bericht uit december 2024 volgt dat [eiser] de opdrachtgever van de partij aardappelen is. In dat bericht laat [eiser] , op de vraag van Silas Export hoelang zij nog moet wachten op het geld van de aardappels, weten dat Silas Export een ‘beetje geduldig moet zijn’ en dat dit de beste manier is om dit probleem op te lossen. Op de zitting heeft [eiser] toegelicht dat hij dat bericht in antwoord op de vraag van Silas Export heeft verstuurd, omdat hij wilde bemiddelen tussen Silas Export en [naam] , aangezien hij hen beide kent. Dat [eiser] [naam] al langer kent is niet betwist. De kantonrechter oordeelt mede gelet op deze verklaring van [eiser] en de verklaring van [naam] dat uit het feit dat [eiser] voornoemd bericht heeft gestuurd niet de conclusie kan worden getrokken dat [eiser] als partij betrokken is geweest bij het sluiten van de overeenkomst voor de partij aardappels. Anders dan door Silas Export wordt gesteld is tegenover de gemotiveerde weerspreking van [eiser] ook niet komen vast te staan dat [eiser] als tussenpersoon betrokken was bij de totstandkoming van de overeenkomst dan wel dat [eiser] de schijn heeft gewekt dat hij partij was bij de overeenkomst die zag op de aardappelen.

Uit het voorgaande volgt dat niet is komen vast te staan dat Silas Export met [eiser] de overeenkomst voor de partij aardappelen heeft gesloten. [eiser] was dan ook niet gehouden de koopprijs van de aardappelen aan Silas Export te betalen. Dit betekent dat niet is komen vast te staan dat Silas Export een opeisbare vordering op [eiser] heeft. Silas Export was daardoor niet gerechtigd de levering van de partij uien op te schorten.

Ook het beroep op verrekening slaagt niet

Silas Export heeft ook nog een beroep op verrekening gedaan. Ook bij verrekening is echter vereist dat partijen over en weer elkaars schuldenaar zijn. Daarvan is, gelet op wat hiervoor is overwogen, geen sprake. Het beroep op verrekening slaagt daarom ook niet.

Silas Export moet het door [eiser] betaalde bedrag terugbetalen

Op de zitting heeft [eiser] toegelicht dat zijn vordering zo moet worden begrepen dat hij recht heeft op terugbetaling van het bedrag van € 13.241,00, omdat hij de overeenkomst heeft ontbonden. Silas Export heeft dit niet weersproken. Naar het oordeel van de kantonrechter levert het niet leveren van de uien door Silas Export een (niet geringe) tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst op en is Silas Export direct in verzuim komen te verkeren door de onterechte opschorting op 27 december 2024. [eiser] was dan ook bevoegd de overeenkomst te ontbinden.

Een ontbinding heeft tot gevolg dat partijen verplicht worden om de reeds ontvangen prestaties ongedaan te maken. Dit betekent dat Silas Export de koopprijs van de uien ad € 13.241,00 aan [eiser] terug moet betalen en zij zal daartoe worden veroordeeld.

Wettelijke handelsrente

[eiser] maakt aanspraak op de wettelijke handelsrente vanaf de datum waarop hij de koopprijs aan Silas Export heeft betaald. Omdat [eiser] als privépersoon heeft gehandeld, is er geen sprake van een handelsovereenkomst,waardoor de gevorderde handelsrente niet toewijsbaar is. In plaats daarvan zal de wettelijke rente worden toegewezen. Verder zal de wettelijke rente pas worden toegewezen vanaf 27 december 2024, namelijk het moment waarop Silas Export in verzuim is komen te verkeren doordat zij zich ten onrechte op opschorting heeft beroepen..

Gederfde winst

Aangezien de tekortkoming aan Silas Export kan worden toegerekend, heeft [eiser] ook recht op vergoeding van de schade die hij als gevolg van de ontbinding leidt. [eiser] maakt in dit kader aanspraak op vergoeding van de door hem gederfde winst. Volgens [eiser] wordt de verkoopprijs van uien in Ivoorkust bepaald aan de hand van weekprijzen en lagen deze weekprijzen hoger dan de inkoopprijs die [eiser] aan Silas Export heeft betaald. Doordat de uien niet zijn geleverd en hij deze dus niet heeft kunnen verkopen in Ivoorkust, is hij ongeveer € 3.000,00 aan winst misgelopen. Silas Export heeft de door [eiser] gegeven toelichting niet weersproken en het gevorderde bedrag komt de kantonrechter niet onredelijk voor. Ook dit deel van de vordering is daarom toewijsbaar.

Buitengerechtelijke incassokosten

Nu [eiser] niet gemotiveerd heeft gesteld dat de werkelijke buitengerechtelijke kosten hoger zijn geweest en dat het redelijk was om buitengerechtelijke kosten te maken tot dit bedrag, zal de kantonrechter conform het rapport BGK-integraal gebruik maken van de matigingsbevoegdheid van artikel 242 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en de kosten toewijzen volgens het wettelijke tarief dat hoort bij de hoofdsom waartoe Silas Export zal worden veroordeeld, te weten een bedrag van € 1.134,27.

Proceskosten

Silas Export is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

148,04

- griffierecht

732,00

- salaris gemachtigde

864,00

(2 punten × € 432,00)

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.888,04

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Silas Export om, binnen veertien dagen na dit vonnis, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 16.241,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 13.241,00, met ingang van 27 december 2024, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt Silas Export om, binnen veertien dagen na dit vonnis, aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.134,27 aan buitengerechtelijke incassokosten,

veroordeelt Silas Export in de proceskosten van € 1.888,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Silas Export niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand