RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
zaak-/rekestnr.: C/15/374125 / FA RK 26-451
beschikking van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026,
naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
wonende te [plaats] ,
thans verblijvende in een voorziening van [ziekenhuis] ,
locatie [locatie] , afdeling [afdeling] , [etage] etage (afdeling [afdeling] ),
hierna: betrokkene,
advocaat: mr. V.E. de Haas, kantoorhoudende te Schagen.
1. Procedure
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 januari 2026, heeft de officier van justitie voortzetting verzocht van de door de burgemeester van de gemeente Alkmaar op
27 januari 2026 aan betrokkene opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel;
de medische verklaring van 27 januari 2026;
- een verklaring niet voorkomen uit het curatele- en bewindregister van
28 januari 2026;
- het informatierapport Wvggz van de politie van 28 januari 2026;
- een historisch overzicht van eerder gegeven machtigingen in het kader van de Wvggz van 28 januari 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
30 januari 2026, op voornoemde locatie.
De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [moeder van betrokkene] , moeder van betrokkene;
- [vader van betrokkene] , vader van betrokkene;
- [psychiater] , psychiater;
- [sociaal psychiatrisch verpleegkundige] , sociaal psychiatrisch verpleegkundige;
- [verpleegkundige] , verpleegkundige;
- [co-assistent] , co-assistent.
De officier van justitie heeft aangegeven niet ter zitting te zullen verschijnen.
2. Beoordeling
De advocaat van betrokkene heeft de rechtbank verzocht om het verzoek van de officier van justitie af te wijzen. De psychiater, [psychiater] , die op 27 januari 2026 de medische verklaring heeft opgesteld is volgens de advocaat niet onafhankelijk, nu zij ook de brief ‘beslissing en mededeling verlenen verplichte zorg’ als bedoeld in artikel 8:9 lid 2 van de Wet verplichte ggz (hierna: de 8:9-brief) van 29 januari 2026 heeft getekend als zorgverantwoordelijke.
De rechtbank stelt het volgende vast. De medische verklaring met betrekking tot betrokkene is afgegeven en ondertekend door [psychiater] op 27 januari 2026. In de medische verklaring is opgenomen dat [psychiater] voor betrokkene een niet-behandelend psychiater is. In de beschikking tot het opleggen van de crisismaatregel van de burgemeester van Alkmaar is [zorgverantwoordelijke] , werkzaam bij de opnamekliniek Heiloo van GGZ Noord-Holland Noord, aangewezen als zorgverantwoordelijke voor betrokkene. Nadien is de crisismaatregel ten uitvoer gelegd in het [ziekenhuis] te [plaats] en is de 8:9-brief door psychiater [psychiater] als zorgverantwoordelijke ondertekend.
De rechtbank stelt vast dat psychiater [psychiater] op het moment van het opstellen van de medische verklaring niet bij de behandeling betrokken was. De rechtbank is daarom van oordeel dat voldaan is aan de in artikel 5:7 van de Wvggz gestelde eisen ten aanzien van de onafhankelijkheid van de beoordelend psychiater. Dat de psychiater nadien kennelijk de zorgverantwoordelijke is geworden voor betrokkene en in die hoedanigheid de 8:9-brief heeft ondertekend, brengt daarin geen verandering. De medische verklaring is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke vereisten en kan in deze procedure worden gebruikt. De rechtbank verwerpt het verweer van de advocaat.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er een onmiddellijke dreiging van ernstig nadeel voor of van betrokkene of een ander is, te weten:
levensgevaar;
ernstig lichamelijk letsel;
ernstige psychische schade;
een ernstig verstoorde ontwikkeling;
de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Het ernstige vermoeden bestaat dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis bij mogelijk onderliggend autistiforme kwetsbaarheid. Daarnaast is er sprake van somberheidsklachten met suïcidale gedachten en plannen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De advocaat van betrokkene heeft verzocht om afwijzing van het verzoek, omdat betrokkene bereid is om de medicatie op vrijwillige basis te nemen. Betrokkene was niet op de hoogte van het feit dat er sprake was van een crisismaatregel en heeft desondanks de eerste dosering medicatie op vrijwillige basis ingenomen. De rechtbank is van oordeel dat er nog geen basis bestaat voor een behandeling in een vrijwillig kader. De psychiater heeft ter zitting aangegeven dat betrokkene veel weerstand vertoont tegen het innemen van medicatie en dat veel overtuigingskracht nodig is geweest om hem de eerste dosis medicatie te laten innemen. Ook de ouders hebben verteld dat betrokkene al zijn leven lang een aversie heeft tegen medicatie en dat het echt een overwinning is dat hij de medicatie in het ziekenhuis heeft geaccepteerd. De rechtbank is van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
het beperken van bewegingsvrijheid;
opnemen in een accommodatie.
De rechtbank is van oordeel dat aan de wettelijke voorwaarden voor afgifte van de machtiging met de hiervoor genoemde vormen van verplichte zorg wordt voldaan.
Betrokkene verzet zich tegen voornoemde vormen van verplichte zorg.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
3. Beslissing
De rechtbank:
- verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , met de vormen van verplichte zorg zoals hierboven onder 2.4 zijn genoemd;
- bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 20 februari 2026.