ECLI:NL:RBNHO:2026:10829

ECLI:NL:RBNHO:2026:10829

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 19-08-2026
Zaaknummer K/4101/11908288
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

erfrecht; verzoek ontslag executeur afgewezen; geen belang, taken executeur volbracht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer / rekestnummer: 11908288 \ EJ VERZ 25-314 (rvk)

Beschikking van 20 augustus 2026

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

verwerende partij in het tegenverzoek,

hierna te noemen: [verzoekster] ,

procederend in persoon,

inzake

de nalatenschap van de heer [erflater], (hierna: erflater),

geboren op [geboortedatum] 1931 te Texel en overleden op 29 juni 2015, laatstelijk gewoond hebbende te Haarlem,

tegen

[verweerder] , in zijn hoedanigheid van executeur van de nalatenschap van erflater,

wonende te [woonplaats] ,

verwerende partij,

verzoekende partij in het tegenverzoek,

hierna te noemen: [verweerder] of de executeur

procederend in persoon,

belanghebbenden bij deze verzoekschriftprocedure zijn:

1. [belanghebbende sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,2. [belanghebbende sub 2],

wonende te [woonplaats] .

1. De procedure

[verzoekster] heeft op 6 oktober 2025 een verzoekschrift met bijlagen ingediend.

[verweerder] heeft een verweerschrift met bijlagen ingediend met daarbij een tegenverzoek.

Op 2 juni 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoekster] en [verweerder] zijn verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2. De feiten

In 1956 zijn de heer [erflater] (erflater) en mevrouw [naam 1] met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk zijn geboren [verweerder] , [verzoekster] , [belanghebbende sub 2] , [belanghebbende sub 1] en [naam 2] . Erflater en [naam 1] zijn in 1990 gescheiden.

Erflater is op 21 juni 1996 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd met [de vrouw] (hierna: [de vrouw] ). Het huwelijk van erflater en [de vrouw] is ontbonden door het overlijden van [de vrouw] op 9 december 2014. [de vrouw] had erflater tot haar enig en algeheel erfgenaam benoemd. Erflater heeft de nalatenschap van [de vrouw] zuiver aanvaard.

Erflater is op 29 juni 2015 te Haarlem overleden. Ten tijde van zijn overlijden had erflater de nalatenschap van [de vrouw] nog niet geheel afgewikkeld.

Erflater heeft bij testament van 28 juli 2005 (hierna: het testament) over zijn nalatenschap beschikt. Hij heeft vier van zijn kinderen ( [verzoekster] , [verweerder] , [belanghebbende sub 2] en [belanghebbende sub 1] ) als erfgenamen achtergelaten. Aan [naam 2] is een bedrag ter grootte van zijn legitieme portie gelegateerd. Daarnaast heeft erflater [verzoekster] benoemd tot executeur, die deze benoeming heeft aanvaard. Erflater heeft voor het geval van ontstentenis, defungeren of weigering van of door [verzoekster] , [verweerder] tot executeur benoemd.

In het testament is voorts, zover hier van belang, het volgende vermeld:

‘(…)

Ten zevende:

(…)

2. Op de executele zal zoveel mogelijk van toepassing zijn afdeling 6 van titel 5 van Boek 4 Burgerlijk Wetboek, onder de navolgende bepalingen:

(…)

b. Wanneer een benoemd executeur komt te ontbreken is de kantonrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een vervanger te benoemen;

c. De door de executeur in de uitoefening van haar/zijn taak gemaakte kosten komen voor rekening van mijn erfgenamen.

De executeur heeft voor haar/zijn werkzaamheden geen recht op loon.

Op grond van onvoorziene omstandigheden kan de kantonrechter, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de executeur of een van de erfgenamen, de beloning anders regelen dan hierboven is aangegeven.

(…)’

De erfgenamen hebben de nalatenschap op 13 juli 2015 beneficiair aanvaard.

[belanghebbende sub 2] heeft in juni 2018 een verzoek tot ontslag van de executeur ingediend bij de rechtbank Noord-Holland. Dit verzoek is bij beschikking van 18 december 2018 afgewezen.

In juli 2018 is het legaat aan [naam 2] uitgekeerd.

[verweerder] heeft in december 2020 een verzoek tot ontslag van [verzoekster] als executeur ingediend bij de rechtbank Noord-Holland. Dit verzoek is bij beschikking van 1 november 2021 afgewezen.

[verweerder] is in januari 2022 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 1 november 2022.

In de beschikking van het Gerechtshof Amsterdam van 4 april 2023 is [verzoekster] ontslag verleend als executeur en is [verweerder] tot executeur benoemd. [verzoekster] is daarbij ook veroordeeld om alle van belang zijnde informatie aan [verweerder] ter hand te stellen en om aan [verweerder] rekening en verantwoording af te leggen over het door haar gevoerde beheer.

3. Het verzoek en het verweer

[verzoekster] verzoekt dat [verweerder] ontslagen wordt als executeur en dat een vereffenaar benoemd wordt. In het geval geen vereffenaar benoemd kan worden, dan verzoekt [verzoekster] dat zij tot opvolgend executeur benoemd wordt. Voor het geval ook dat laatste niet wordt toegewezen, dan verzoekt [verzoekster] dat de beheersbevoegdheden van [verweerder] als executeur beëindigd worden op grond van het verstrijken van de in artikel 4:150 BW genoemde termijn. Ook verzoekt [verzoekster] dat de executeur geschorst wordt. [verzoekster] heeft ook een aantal aanvullende verzoeken gedaan, in haar verzoekschrift genummerd ‘punt 27-A t/m 27-G’.

[verzoekster] legt aan het verzoek ten grondslag dat [verweerder] zijn taken als executeur niet goed nakomt; hij heeft nog steeds geen boedelbeschrijving opgesteld en overgelegd; hij heeft de belastingzaken niet afgerond en hij legt geen tussentijdse rekening en verantwoording af, terwijl het gerechtshof Amsterdam hem die verplichting wel heeft opgelegd. Ook voert [verweerder] procedures op naam van [verzoekster] en dat levert identiteitsfraude op. [verweerder] , althans zijn incassogemachtigde, stelt zich intimiderend op. [verweerder] beschadigt [verzoekster] en perkt haar grondrechten in.

[verweerder] verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. Alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan. De erfgenamen zijn steeds op de hoogte gehouden van de stand van zaken. [verweerder] heeft als executeur een procedure aangespannen en daarbij vertegenwoordigt hij de erfgenamen, waaronder [verzoekster] ; er is dus geen sprake van identiteitsfraude. [verweerder] stelt zich niet intimiderend op en hij schendt ook geen grondrechten van [verzoekster] .

4. Het tegenverzoek

[verweerder] heeft een aantal tegenverzoeken gedaan. [verweerder] verzoekt dat de door hem opgetelde slotuitdelingslijst verbindend wordt verklaard. Daarnaast verzoekt [verweerder] dat [verzoekster] veroordeeld wordt om een aantal bedragen als schadevergoeding aan de nalatenschap te vergoeden. [verweerder] verzoekt ook dat het [verzoekster] verboden wordt om een klachtprocedure over een advocaat bij de Orde van Advocaten te beginnen, dat het haar verboden wordt zich als executeur uit te geven en dat zij veroordeeld wordt tot betaling van een boete als zij lasterlijke of smadelijke uitlatingen over [verweerder] doet.

5. De beoordeling

Het verzoek

Beoordeeld moet worden of [verweerder] moet worden ontslagen als executeur en of aansluitend een vereffenaar benoemd moet worden. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek tot ontslag van de executeur moet worden afgewezen wegens het ontbreken van belang. Daarnaast is [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar verzoek om een vereffenaar te benoemen. Het verzoek om [verzoekster] tot opvolgend executeur te benoemen wordt eveneens wegens het ontbreken van belang afgewezen. Dit oordeel wordt hieronder toegelicht.

Art. 4:144 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de executeur de taak heeft de goederen van de nalatenschap te beheren en de schulden van de nalatenschap te voldoen, een en ander voor zover de erflater niet anders heeft beschikt. Uit het testament volgt dat de executeur niet als afwikkelingsbewindvoerder is benoemd. Dat heeft tot gevolg dat de taak van de executeur is geëindigd als de schulden van erflater zijn voldaan.

[verzoekster] heeft op de zitting gezegd dat er nog belastingschulden zijn die niet zijn betaald. [verweerder] heeft daartegenin gebracht dat alle schulden zijn betaald en dat hij niet bekend is met nog openstaande belastingschulden. [verzoekster] heeft verder niet onderbouwd om wat voor soort belastingschulden en over welke jaren het zou gaan. Dat had zij wel moeten doen, temeer omdat zij zelf ook executeur is geweest en dus geacht kan worden op de hoogte te zijn van eventuele belastingschulden. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat er geen openstaande belastingschulden zijn.

Partijen zijn het er, buiten de gestelde belastingschulden, over eens dat verder alle schulden van de nalatenschap zijn voldaan. Dat betekent dat tot uitgangspunt wordt genomen dat alle schulden van de nalatenschap zijn betaald.

Hierbij merkt de kantonrechter op dat gebleken is dat de administratie van erflater, in weerwil van verschillende rechterlijke uitspraken, niet aan [verweerder] is overgedragen. Voor zover uit de administratie die [verzoekster] onder zich heeft gehouden nog zou blijken van vorderingen op de nalatenschap, kan dat de executeur niet euvel geduid worden.

Na het betalen van alle nalatenschapsschulden kan de nalatenschap in staat van verdeling worden gebracht en uiteindelijk worden verdeeld tussen de erfgenamen. De executeur is echter niet bevoegd om de nalatenschap in staat van verdeling te brengen. Evenmin is hij bevoegd om de nalatenschap daadwerkelijk onder alle erfgenamen te verdelen.

Verdelingshandelingen geschieden in de regel door alle erfgenamen gezamenlijk. Het verdient daarbij de voorkeur dat alle betrokkenen opnieuw een poging zullen wagen om hierover gezamenlijk in overleg met elkaar te treden.

De conclusie is dat de taken van de executeur zijn volbracht. De executeur dient nog het beheer van de nalatenschap over te dragen en daarna aan de rechthebbenden en rekening en verantwoording af te leggen. Dit maakt dat er geen belang meer is bij een ontslag van de executeur. Het verzoek zal op dit punt worden afgewezen bij gebrek aan belang. Ook het verzoek om de executeur te schorsen wordt eveneens afgewezen bij gebrek aan belang.

De kantonrechter is niet bevoegd het verzoek van [verzoekster] om een vereffenaar te benoemen, te behandelen. De kantonrechter ziet geen aanleiding de zaak te verwijzen naar de rechtbank voor het benoemen van een vereffenaar. De vereffening strekt immers tot het betalen van de schuldeisers van de nalatenschap en er is voldoende gebleken dat de schuldeisers reeds betaald zijn. De overige, aanvullende, verzoeken van [verzoekster] betreffen eveneens verzoeken waarvoor een procedure als deze niet bedoeld is. Zo verzoekt [verzoekster] onder meer dat [verweerder] de rekening en verantwoording voorlegt aan de kantonrechter, dat het hem verboden wordt bedragen over te hevelen van de nalatenschap naar zijn eigen bankrekening en dat hij diverse juridische procedures staakt, maar dat zijn allemaal zaken die niet tot de bevoegdheid van de kantonrechter horen. De kantonrechter zal, gelet op de stand van zaken in de nalatenschap, niet overgaan tot verwijzing van die verzoeken en [verzoekster] zal niet-ontvankelijk worden verklaard in deze verzoeken.

Partijen zijn verdeeld over de vraag of [verzoekster] nog steeds executeur is in de nalatenschap van mevrouw [de vrouw] . [verzoekster] stelt dat door het overlijden van erflater, zij diens executeurschap in de nalatenschap van mevrouw [de vrouw] heeft ‘geërfd’, en zij wil dat [verweerder] veroordeeld wordt zijn activiteiten in die nalatenschap te staken. De executele eindigt echter met de dood van de executeur. Op het moment van overlijden van erflater wordt daarmee ook de executele in de nalatenschap van stiefmoeder van rechtswege beëindigd. Kort gezegd, viel de nalatenschap van stiefmoeder dan ook onder de executeursbevoegdheden van [verweerder] .

Vanwege de familierechtelijke betrekkingen tussen partijen zal de kantonrechter de proceskosten tussen partijen compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Het tegenverzoek

[verweerder] heeft een aantal tegenverzoeken gedaan, maar ook voor die verzoeken geldt dat zij niet in een procedure als deze aan de orde gesteld kunnen worden, dit zal in een dagvaardingsprocedure moeten gebeuren. [verweerder] zal dan ook niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn verzoeken. De kantonrechter ziet ook hier geen aanleiding om de verzoeken te verwijzen.

Vanwege de familierechtelijke betrekkingen tussen partijen zal de kantonrechter de proceskosten tussen partijen compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De kantonrechter

op het verzoek

wijst het verzoek tot ontslag van de executeur af,

wijst het verzoek tot het beëindigen van het beheer van de executeur af,

wijst het verzoek tot schorsing van de executeur af,

verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar aanvullende verzoeken, in het verzoekschrift genummerd ‘27-A t/m G’,

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders verzochte af,

op het tegenverzoek

verklaart [verweerder] niet-ontvankelijk in zijn verzoeken,

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand