ECLI:NL:RBNHO:2026:10904

ECLI:NL:RBNHO:2026:10904

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 13-08-2026
Datum publicatie 20-08-2026
Zaaknummer 12285299 \ KG EXPL 26-103
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Kort geding
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Kort geding. Ontruiming. Laatste kans woning. Overlast. Ontruiming toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: 12285299 \ KG EXPL 26-103

Vonnis in kort geding van 13 augustus 2026

in de zaak van

de stichting

WONINGSTICHTING HET GROOTSLAG,

te Wervershoof, gemeente Medemblik,

eisende partij,

hierna te noemen: Het Grootslag,

gemachtigde: mr. I.M. Sinnige,

tegen

1. [gedaagde sub 1] ,

te [woonplaats] ,2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BEWINDVOERING NEDERLAND BV handelend in zijn/haar hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [onderbewindgestelde],

te Dronten,

gedaagde partijen,

hierna te noemen: [onderbewindgestelde] , de bewindvoerder dan wel de huurder,

gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 juli 2026, met producties 1-12;- de producties 13-15 van Het Grootslag;- de mondelinge behandeling van 16 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2. De uitgangspunten

[onderbewindgestelde] huurde van Het Grootslag voorheen de studio/eenkamerwoning gelegen aan de [adres 1] te [woonplaats] . Met betrekking tot deze woning is een kort geding aanhangig geweest. Deze zaak is geschikt. Overeengekomen werd dat Het Grootslag aan [onderbewindgestelde] eenmalig een andere, passende woonruimte (‘laatste kans’-woning) zou aanbieden.

Sinds 27 maart 2024 huurt [onderbewindgestelde] van Het Grootslag de woning aan [adres 2] te [woonplaats] . Als bijlage bij die huurovereenkomst, is de vaststellingsovereenkomst gevoegd waarin een gedragsaanwijzing is opgenomen. In de gedragsaanwijzing is onder andere opgenomen dat [onderbewindgestelde] geen overlast mag veroorzaken.

Kort daarna hebben omwonenden meldingen gemaakt van overlast. Het Grootslag is vervolgens een kort geding gestart. Bij vonnis van 27 juni 2024 heeft de kantonrechter kort gezegd geoordeeld dat Het Grootslag belang bij ontruiming had, maar dat [onderbewindgestelde] een kwetsbare huurder is. Op het moment van deze procedure achtte de kantonrechter de situatie nog niet zodanig spoedeisend en onhoudbaar dat een bodemprocedure niet kon worden afgewacht. Wel merkte de kantonrechter op dat aan [onderbewindgestelde] niet meer kansen zouden worden geboden.

In november 2024 is er een mentor aangesteld voor [onderbewindgestelde] , maar zijn er opnieuw veel meldingen van omwonenden over overlast. De burgemeester heeft in dat kader op 28 november 2024 een waarschuwingsbrief gestuurd aan [onderbewindgestelde] .

Daarna zijn er bijna een jaar lang geen meldingen van overlast gedaan. Vanaf november 2025 krijgt Het Grootslag weer meldingen van omwonenden over geluids- en stankoverlast.

3. Het geschil

Het Grootslag vordert - samengevat - dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. gedaagden veroordeelt de woning gelegen aan [adres 2] te [woonplaats] te ontruimen en ontruimd te houden, binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, met machtiging van Het Grootslag om bij gebreke van volledige voldoening hieraan deze verlating en ontruiming zelf te bewerkstelligen met behulp van de sterke arm van politie en justitie en op kosten van gedaagden;

II. gedaagden veroordeelt in de proceskosten.

Het Grootslag legt samengevat aan de vordering het volgende ten grondslag. Op grond van de wet en de toepasselijke algemene huurvoorwaarden, dient [onderbewindgestelde] zich als goed huurder te gedragen en dient zij overlast te voorkomen. De huidige woning is aan [onderbewindgestelde] aangeboden op verzoek van haar begeleiders, nadat Het Grootslag een ontruimingskortgeding had aangespannen. Bij het aangaan van deze huurovereenkomst is aan [onderbewindgestelde] nog eens benadrukt dat er geen overlast mocht zijn van haarzelf, huisgenoten, bezoekers of haar hond(en). [onderbewindgestelde] blijft deze voorwaarden structureel overtreden. Leviaan en de aangestelde mentor hebben ook geen verandering kunnen brengen aan de overlastsituatie. Het woonbelang van de omwonenden dient nu voorrang te krijgen. Het kan van Het Grootslag niet meer gevergd worden dat zij de huurovereenkomst met [onderbewindgestelde] voortzet.

[onderbewindgestelde] en de bewindvoerder voeren verweer. Zij voeren aan dat [onderbewindgestelde] niet alle klachten herkent, maar erkennen dat ze niet een gemiddelde huurder is. Tegelijkertijd vraagt [onderbewindgestelde] zich ook af of zij wel op de juiste plek zit, aangezien de woning erg gehorig is en ze dicht op haar buren woont. [onderbewindgestelde] en de bewindvoerder zijn bovendien van mening dat er wel verbeteringen zijn. Vanaf november 2025 is er echter iets veranderd waardoor het aantal klachten weer toeneemt. Het Grootslag heeft vanaf dat moment toegewerkt naar een einde van de huurovereenkomst, in plaats van te kijken hoe er terug gegaan kan worden naar de situatie dat het wel goed ging. [onderbewindgestelde] geeft aan dat haar - inmiddels kort geleden overleden - vriendin in november 2025 bij haar in de buurt is komen wonen en dat zij haar toeliet in haar woning, met allerlei gevolgen van dien. [onderbewindgestelde] voelt zich niet op haar gemak in de omgeving van haar woning en zou het liefst ergens zou wonen waar de mensen haar kennen en accepteren.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Spoedeisend belang

Gelet op de aard van de vordering is het spoedeisend belang van Het Grootslag gebleken. Daar komt bij dat [onderbewindgestelde] en de bewindvoerder het spoedeisend belang ook niet hebben betwist.

Bewind over de goederen van [onderbewindgestelde]

Het Grootslag heeft de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] en [onderbewindgestelde] zelf gedagvaard. Tijdens het bewind komen het beheer en de beschikking over de onder bewind staande goederen toe aan de bewindvoerder, met inachtneming van de in de wet vermelde voorwaarden (artikel 1:438 lid 1 en 2 Burgerlijk Wetboek (BW)). Ingevolge artikel 1:441 lid 1 BW geldt tijdens het bewind dat de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte vertegenwoordigt. Uit deze artikelen vloeit voort dat de bewindvoerder optreedt als formele procespartij ten behoeve van [onderbewindgestelde] . De vordering tegen [onderbewindgestelde] in persoon is daarom niet-ontvankelijk. Hierna wordt de bewindvoerder verder aangeduid als de huurder.

Toetsingskader

De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.

Bij de beoordeling van de vraag of een huurovereenkomst kan worden ontbonden, staat voorop dat iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van zijn verbintenissen de wederpartij de bevoegdheid geeft de overeenkomst te ontbinden. Dit is alleen anders als de tekortkoming deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Dit betekent, kort gezegd, dat alleen een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op ontbinding van de overeenkomst. Of ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is, moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. Dit brengt ook mee dat niet op voorhand aan één gezichtspunt, ongeacht de overige omstandigheden van het geval, een beslissende rol kan worden toegekend.

De huurder moet de woning ontruimen

De kantonrechter zal de vordering van Het Grootslag toewijzen. Hierna legt hij uit waarom.

Voorop staat dat [onderbewindgestelde] zich als goed huurder moet gedragen. Dat betekent onder meer dat zij geen overlast voor omwonenden mag veroorzaken. Dit staat ook in de gedragsaanwijzing die [onderbewindgestelde] bij het begin van de huur van de woning heeft ondertekend. Als [onderbewindgestelde] toch overlast veroorzaakt is dus sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst. Om de huurder te kunnen veroordelen tot ontruiming van de woning, moet de overlast ernstig en structureel zijn. Ook moet de verhuurder zich hebben ingespannen om [onderbewindgestelde] haar gedrag te laten veranderen.

Uit de overgelegde stukken blijkt voldoende dat [onderbewindgestelde] sinds haar intrek in de woning tot aan de start van dit kort geding veelvuldig overlast aan omwonenden heeft veroorzaakt, weliswaar met een tussenpoos van een jaar tussen november 2024 (na de waarschuwingsbrief van de burgemeester) en november 2025 waarin het betrekkelijk rustig was. Die overlast bestaat niet alleen uit het maken van teveel geluid, te weten ’s nachts hard praten en muziek draaien, geschreeuw en bonken op de muren, maar ook uit stankoverlast door hondenpoep in de tuin. De politie is ook regelmatig gebeld. Ter zitting is gebleken dat de bewindvoerder, de mentor en de GGZ voortdurend met elkaar in overleg hebben gestaan, maar dat zij blijkbaar niet hebben kunnen voorkomen dat [onderbewindgestelde] na een periode van relatieve rust toch weer is teruggevallen in haar oude gedrag van voor november 2024.

[onderbewindgestelde] ontkent de door haar veroorzaakte overlast niet helemaal. Zij is van mening dat zij niet op de juiste plek woont. De woningen zijn gehorig, men woont dicht op elkaar en de mensen accepteren haar niet zoals ze is, aldus [onderbewindgestelde] .

Alles bij elkaar genomen, is de kantonrechter van oordeel dat [onderbewindgestelde] zich zodanig heeft gedragen dat het huurgenot van de omwonenden in ernstige mate is aangetast. Het staat vast dat de huurder meerdere keren voor het gedrag is gewaarschuwd en de huurder wist dat zij een ‘laatste kans’ aangeboden heeft gekregen van Het Grootslag in deze woning om geen overlast te veroorzaken. De overlast is ondanks sommaties niet minder geworden. Bovendien lijkt het erop dat [onderbewindgestelde] zich niet thuis voelt in en rond de woning, zodat daar langer verblijven ook voor haarzelf niet bevorderlijk is.

Gezien al het voorgaande is gebleken dat sprake is van een ernstige en structurele tekortkoming van de huurder. Er zijn geen aanknopingspunten om te denken dat het in de toekomst beter zal gaan. Hoewel de kantonrechter inziet dat het belang van [onderbewindgestelde] om in de woning te blijven groot is, weegt dit onvoldoende op tegen het belang van Het Grootslag om het woongenot van omwonenden te beschermen en te zorgen voor een prettige woonomgeving. Het is in hoge mate waarschijnlijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden. De gevorderde ontruiming zal daarom worden toegewezen.

Gelet op de ingrijpende gevolgen voor [onderbewindgestelde] wordt de ontruimingstermijn gesteld op acht weken na betekening van dit vonnis. Binnen deze termijn dient er alles aan te worden gedaan om voor [onderbewindgestelde] passende woonruimte te vinden.

De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.

Proceskosten

De huurder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Het Grootslag worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

153,02

- griffierecht

139,00

- salaris gemachtigde

577,00

- nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.013,02

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt de huurder om binnen acht weken na betekening van dit vonnis de woning aan [adres 2] te [woonplaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Het Grootslag zijn, en de sleutels af te geven aan Het Grootslag,

veroordeelt de huurder in de proceskosten van € 1.013,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de huurder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Blokland en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026.

AFS/JB

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl Sdu Nieuws Huurrecht 2026/130
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand