RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11779896 \ CV FORM 25-4386
Uitspraakdatum: 4 februari 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
1. [verzoeker 1]
2. [verzoeker 2]
beiden wonende te [plaats]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air France
gevestigd te Roissy, Frankrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)
De zaak in het kort De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht voor een vertraagde vlucht. Hierdoor hebben zij een aansluitende vlucht gemist. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) opgelegde latere vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek wordt afgewezen.
1. Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
het vorderingsformulier (formulier A);
het antwoordformulier (formulier C) en het verweerschrift.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 18 en 19 juni 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Parijs, Frankrijk, naar Hanoi, Vietnam, met vluchtcombinatie AF1445 en AF5096.
De vervoerder heeft vlucht AF1445 van Amsterdam naar Parijs (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben de aansluitende vlucht gemist. De passagiers zijn omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening; - € 217,80 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- per persoon.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Parijs – Amsterdam – Parijs (vluchtnummers AF1444 en AF1445). Vlucht AF1444 van Parijs naar Amsterdam werd met 1 uur en 12 minuten vertraging uitgevoerd omdat de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd oplegde. Deze vertraging werkte gedeeltelijk door op de vlucht in kwestie. Vervolgens legde de luchtverkeersleiding ook een latere vertrektijd op aan de vlucht in kwestie. Uiteindelijk is de vlucht in kwestie met een vertraging van 41 minuten aangekomen. Daardoor misten de passagiers hun aansluitende vlucht.
Het betoog van de vervoerder slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat de vertraging van de vlucht het gevolg was van (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Als een toestel een latere vertrektijd krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moet immers altijd worden opgevolgd. Dit is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Daarom was de vertraging van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden. Vast staat dat de passagiers de aansluitende vlucht hebben gemist door de vertraging van de vlucht in kwestie. Daarom was de uiteindelijke langdurige vertraging van de passagiers het gevolg van buitengewone omstandigheden.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de vertraging niet kon voorkomen omdat hij geen invloed heeft op de besluiten van de luchtverkeersleiding. Wel heeft hij de vlucht zo snel mogelijk uitgevoerd. Na aankomst heeft hij de passagiers omgeboekt op het snelst mogelijke alternatief. Weliswaar zijn de passagiers daarmee met een dag vertraging aangekomen, maar er worden een beperkt aantal vluchten uitgevoerd naar Hanoi. Daarom was er geen eerdere mogelijkheid.
De kantonrechter overweegt dat het in beginsel geen redelijke maatregel is als een passagier een dag later dan gepland aankomt met een alternatieve vlucht die door de vervoerder zelf werd uitgevoerd. In dat geval is het aan de vervoerder om te stellen ent e onderbouwen dat er geen andere mogelijkheid bestond voor een eerdere alternatieve vlucht die door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij werd uitgevoerd. In dit geval heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij de passagiers na de annulering heeft omgeboekt op het eerst beschikbare alternatief. De passagiers hebben dit ook niet betwist. Zij hebben evenmin aangevoerd wat er meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. Daarmee heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. Het verzoek van de passagiers zal worden afgewezen.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking.
5. De beslissingDe kantonrechter:
wijst het verzochte af;
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van deze beschikking;
verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open