RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/381392 / KG ZA 26-490
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 21 augustus 2026
in de zaak van
1. STK REAL ESTATE B.V.,
te Amsterdam,2. [eiser 2],
te [plaats 1],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: eisers,
advocaat: mr. U. Özcan,
tegen
1. [gedaagde 1] B.V.,
te [plaats 2],2. [gedaagde 2],
te [plaats 2],
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen [gedaagden] en afzonderlijk ‘de notarispraktijk’ en ‘de notaris’,
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Haarlem.
De zaak wordt behandeld door mr. W.S.J. Thijs, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. Y.S. Brouwer als griffier.
Aanwezig zijn:
- mr. Özcan namens eisers
- [informant] als informant
- [gedaagde 2], in persoon en als vertegenwoordiger namens gedaagde sub 1
- C. Lautenbach, als vertegenwoordiger namens gedaagde sub 1
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de voorzieningenrechter op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
1. De beoordeling
Het spoedeisend belang van eisers volgt uit de aard van de zaak.
Op grond van artikel 21 lid 2 Wet op het notarisambt (Wna) is een notaris verplicht zijn dienst te weigeren wanneer naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft.
De notaris heeft ter zitting toegelicht dat het dossier meerdere zogenoemde red flags vertoont die haar verplichten haar ministerie te weigeren. Daarbij heeft zij desgevraagd verklaard dat alle gronden in lid 2 van artikel 21 Wna die tot weigering verplichten in dit dossier aan de orde zijn, maar dat haar geheimhoudingsplicht uit artikel 22 Wna haar verbiedt daar verdere mededelingen over te doen. Voorts heeft de notaris verklaard dat partijen bij de transactie zelf vermoedelijk wel weten op grond waarvan zij haar ministerie weigert.
De geheimhoudingsverplichting uit artikel 22 Wna reikt ver en kan niet zomaar door de rechter opzij worden gezet. Daarvoor is een wettelijke basis nodig, die naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het kader van deze procedure ontbreekt. Uitgangspunt is dat de notaris zelf moet beoordelen of haar ten aanzien van de betreffende informatie een beroep op haar geheimhoudingsplicht toekomt. De voorzieningenrechter heeft geen aanwijzingen dat de notaris de afweging om geen verdere informatie te geven over de weigering om haar ministerie te verlenen niet op goede gronden heeft gemaakt en acht aan redelijke twijfel onderhevig of de notaris meer informatie zou kunnen geven zonder dat geopenbaard wordt wat geheim moet blijven.
Bij die stand van zaken moet het er voorshands voor worden gehouden dat zij haar ministerie terecht heeft geweigerd. Dat betekent dat de vorderingen zullen worden afgewezen. Het enkele feit dat het Openbaar Ministerie met de transactie heeft ingestemd, kan hier niet tot een ander oordeel leiden. De notaris heeft ter zake een eigen verantwoordelijkheid.
Eisers hebben nog verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank van 27 juni 2016. Die uitspraak leidt niet tot een ander oordeel, alleen al niet omdat de rechter in die zaak voldoende informatie had om de afwegingen van de notaris inhoudelijk te toetsen. Dat is in deze zaak niet het geval.
Eisers krijgen ongelijk en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagden] worden begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
924,00
2. De beslissing
De voorzieningenrechter
wijst de vorderingen van eisers af,
veroordeelt eisers in de proceskosten van € 924,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Eisers niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart deze uitspraak wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.