RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer / rekestnummer: 12142839 \ AO VERZ 26-37 (NE)
Beschikking van 18 augustus 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [plaats],
verzoekende partij,
verwerende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: [verzoeker],
gemachtigde: mr. A. Kloet,
tegen
de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V.,
te Amstelveen,
verwerende partij,
verzoekende partij in het tegenverzoek,
hierna te noemen: KLM.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt een werknemer om vernietiging van een ontslag op staande voet. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat de werkgever (een luchtvaartmaatschappij) niet is geslaagd in het leveren van bewijs van de dringende reden dat de in de locker van werknemer aangetroffen substantie hasj bevat. Het tegenverzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt toegewezen wegens verwijtbaar handelen bestaande uit het voorhanden hebben van illegale Viagra pillen binnen het Schipholgebied. De werknemer krijgt hierbij wel de transitievergoeding.
1. De verdere procedure
Voor het verloop van de procedure tot dan toe wordt verwezen naar de tussenbeschikking van 12 mei 2026. Het verder verloop van de procedure sindsdien blijkt uit het volgende:
- de akte met producties van KLM genomen op 9 juni 2026
- de aanvullende akte met een productie van KLM genomen op 16 juni 2026
- de antwoordakte met producties van [verzoeker] genomen op 1 juli 2026
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De verdere beoordeling van het verzoek
Bewijsopdracht dringende reden
In de tussenbeschikking van 12 mei 2026 heeft de kantonrechter geoordeeld dat KLM tegenover de gedocumenteerde betwisting door [verzoeker] onvoldoende verifieerbaar bewijs heeft overgelegd voor haar standpunt dat de aangetroffen substantie in de locker van [verzoeker] hasj is. KLM is toegelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat in de locker van [verzoeker] hasj is aangetroffen.
Het aangedragen bewijs van KLM en de reactie van [verzoeker]
KLM heeft ter uitvoering van de bewijsopdracht verschillende producties overgelegd en daarop een toelichting gegeven. Als productie 14 heeft KLM een formulier waarop staat dat 1,6 gram vermoedelijk hasj (2 zakjes) in beslag is genomen en toegelicht dat de teams van de Douane gespecialiseerd zijn in het lokaliseren van verboden substanties en bij de betreffende douanemedewerker direct het vermoeden rees dat het om blokjes hasj ging. Ook heeft KLM toegelicht dat de douanemedewerker daarna telefonisch aan de heer [betrokkene] van KLM heeft laten weten dat uit de drugstest bleek dat het om hasjiesj ging en heeft in een e-mail geschreven “Hierbij de gevraagde foto’s van de aangetroffen brokjes hasjiesj” (productie 13). KLM benadrukt verder dat het vaststellen of er sprake is van drugs een belangrijk onderdeel van hun werk is en het onwaarschijnlijk is dat de douane onzorgvuldig te werk gaat en KLM mag uitgaan van de juistheid van de uitlatingen van de douane. Als productie 15 heeft KLM een uitvergroting van de aangetroffen substantie overgelegd en aangevoerd dat er losse stukjes in de zakjes zitten. Als productie 16 heeft KLM een foto van Blackstone met een beschrijving van het product ingebracht en toegelicht dat de Blackstone geen verbrokkeling kent en hasjiesj wel. KLM vindt het ten slotte ongeloofwaardig dat [verzoeker] pas bij het zien van een foto en dus in een laat stadium de link kon leggen met zijn Blackstone, terwijl algemeen bekend is hoe hasj eruit ziet.
Hoewel daartoe niet in de gelegenheid gesteld, heeft KLM in een later stadium in een aanvullende akte als productie 17 een verklaring van de douanemedewerker die de drugstest heeft uitgevoerd ingediend. De kantonrechter heeft in het kader van de waarheidsvinding dit stuk toegevoegd aan het dossier. Deze verklaring, genaamd Testrapport, is op 16 juni 2026 opgemaakt. Daarin staat, voor zover van belang het volgende:
Op woensdag 14 januari 2026, omstreeks 09:25 uur, bevond ik mij in dienst op de luchthaven Schiphol, gemeente Haarlemmermeer.
Ik bevond mij in de lockerruimte van KLM personeel (…). Bij de controle van locker met nummer W046 werd op de bovenste plank van de locker een tweetal transparante gripzakjes inhoudende drie bruinkleurige brokjes aangetroffen. Zie foto 1
Ik pakte de gripzakjes en voelde harde brokjes, welke ik herkende als mogelijk zijnde hasjiesj.
Vervolgens heb ik aan de aanwezige speurhondgeleider gevraagd met haar speurhond de zakjes aan te ruiken, Ik zag dat de speurhond hierbij geen melding gaf.
Vervolgens heb ik de aangetroffen twee gripzakjes met brokjes meegenomen naar de Douane controleruimte in de Westkelder ter hoogte van bagageband 22.
Aldaar heb ik de drie brokjes gewogen en zag dat de weegschaal een nettogewicht aangaf van 1,6 gram. Zie foto 2
Hierna heb ik één van de brokjes gepakt en hier met mijn zakmes wat substantie afgeschraapt. Tijdens het schrapen van het brokje rook ik heel licht een geur, welke ik meende te herkennen als de geur van hasjiesj. De afgeschraapte substantie heb ik daarna getest met een van ’s Rijkswege verstrekte MMC Cannabis Test. De uitslag gaf een positieve kleurreactie, zodat aangenomen kan worden dat op basis van uiterlijke kenmerken van de aangetroffen stof, deze vermoedelijk hasjiesj betrof, een middel genoemd op lijst 2 van de Opiumwet. Zie foto 3.
[verzoeker] heeft in reactie op het ingebrachte bewijs naar de kern genomen aangevoerd dat niet valt te controleren dat het testrapport, een half jaar later opgemaakt, betrekking heeft op de substantie die in locker is aangetroffen. In de overgelegde bewijsstukken gaat het slechts om vermoedens. Een onafhankelijk test- of onderzoeksrapport dat bewijst dat sprake is van hasjiesj ontbreekt. Omdat ondersteunend bewijs ontbreekt, was aanvullend onderzoek nodig. Dat heeft niet plaatsgevonden en aangezien de in zijn locker aangetroffen substantie is vernietigd is [verzoeker] in zijn bewijspositie geschaad. In dat kader heeft [verzoeker] nog verwezen naar de zaak rondom het Haribo-snoep waarbij dezelfde test een positieve testuitslag gaf en later uit daaropvolgend onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut bleek dat er geen cannabis in de snoepjes was aangetroffen.
De beoordeling van het bewijs door de kantonrechter
Weliswaar kan door het ontbreken van gegevens op de foto van het testresultaat (geen datum en geen verwijzing naar het sealnummer van het inbeslagname formulier) niet met zekerheid worden vastgesteld dat dit resultaat betrekking heeft op de substantie die is aangetroffen in de locker van [verzoeker]. Echter, dat de koppeling van het testresultaat met de aangetroffen substantie kan worden gemaakt blijkt voldoende uit de verklaring van de betrokken opsporingsambtenaar.
Volgens rechtspraak in het strafrecht kan het resultaat van een indicatieve test zoals is uitgevoerd, op zich als bewijs worden gebruikt dat de aangetroffen brokjes in de zakjes hasjiesj bevatten, ook als contra-onderzoek vanwege het vernietigen van de aangetroffen substantie niet meer mogelijk is. Daarbij moet wel acht worden geslagen op de omstandigheden van het geval en ondersteunend bewijs.
In dit geval gaat het om de beoordeling van een ontslag op staande voet in een civiele zaak. Uitleg van de ontslagbrief brengt mee dat de dringende reden voor het ontslag op staande voet fixeert op het in bezit hebben van drugs (1,6 gram hasj) binnen het Schiphol gebied waarvoor een zero tolerance beleid geldt. Gelet hierop en gelet op de ingrijpende gevolgen van het ontslag ziet de kantonrechter aanleiding om bij voornoemde maatstaf aan te sluiten voor de vraag of KLM is geslaagd in haar bewijsopdracht.
Omstandigheden en ondersteund bewijs indicatieve test
Uit de positieve uitslag van de indicatieve test volgt in beginsel het bewijs dat de aangetroffen substantie hasj bevat. De kantonrechter vindt echter opmerkelijk dat op de datum waarop de indicatieve test is uitgevoerd geen testrapport is opgemaakt, maar pas een half jaar later in het kader van deze procedure. KLM heeft voor deze gang van zaken geen verklaring gegeven. Verder valt op dat in het testrapport behalve de positieve verkleuring weinig of geen andere aanknopingspunten staan voor de aanname dat de aangetroffen stof vermoedelijk hasjiesj betrof. Bij het afschrapen van het brokje rook de opsporingsambtenaar “heel licht” een geur welke die “meent te herkennen” als de geur van mogelijk hasjiesj. De speurhond gaf bij het ruiken aan de zakjes “geen melding”.
Met betrekking tot de overige omstandigheden en de aanwezigheid van ondersteunend bewijs wordt het volgende overwogen. [verzoeker] heeft een alternatieve, onderbouwde, verklaring gegeven voor de aangetroffen zakjes, namelijk dat het gaat om Blackstone. Dat stukjes van de aangetroffen substantie zijn afgebrokkeld en Blackstone geen verbrokkeling kent en hasjiesj wel, zoals KLM heeft aangevoerd, blijkt onvoldoende uit het door KLM overgelegde stuk en kan dan ook niet als ondersteunend bewijs dienen. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat [verzoeker] niet meteen heeft verklaard dat de aangetroffen substantie Blackstone is. Als onbetwist staat vast dat de foto’s van de aangetroffen zakjes pas in deze procedure bij [verzoeker] bekend zijn geworden. Ook staat vast dat bij de doorzoeking van de locker de zakjes achter op de plank zijn gevonden, achter andere spullen. Voorstelbaar is dus dat [verzoeker] bij zijn verhoor de aanwezigheid van deze zakjes in zijn locker niet direct voor ogen had. Overige omstandigheden die de indicatieve testuitslag ondersteunen heeft KLM niet aangevoerd, en zijn niet gebleken uit de overlegde bewijsstukken.
De kantonrechter komt op basis van het voorgaande, alles tegen elkaar afwegend, tot de conclusie dat er teveel twijfels bestaan of de aangetroffen substantie hasjiesj bevatten. Aangezien de bewijslast voor het bestaan van de dringende reden op KLM als werkgever rust, is de conclusie dat KLM er niet in is geslaagd het haar opgedragen bewijs te leveren. De dringende reden is daardoor niet komen vast te staan.
Vernietiging ontslag op staande voet
Omdat de dringende reden niet is komen vast te staan, is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. Het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het ontslag zal daarom worden toegewezen.
Achterstallig loon, bruto netto specificaties en wettelijke verhoging en rente
Het verzoek van [verzoeker] om KLM te veroordelen tot betaling van het achterstallige loon van € 3.454,97 bruto per de maand (exclusief 8% vakantiegeld en overige emolumenten) vanaf 15 januari 2026, zal ook worden toegewezen. Anders dan KLM heeft aangevoerd komt het niet in het bezit hebben van een geldige Schipholpas en VGB, wat niet is onderbouwd, in dit geval niet voor rekening van [verzoeker].
KLM zal ook worden veroordeeld tot het verstrekken van deugdelijke bruto netto specificaties. De kantonrechter ziet geen aanleiding aan deze veroordeling een dwangsom te verbinden, aangezien KLM heeft verklaard dat zij bij een veroordeling vanzelfsprekend over zal gaat tot het verstrekken van de bruto netto specificaties en de kantonrechter geen aanleiding heeft aan deze toezegging te twijfelen.
De kantonrechter ziet aanleiding de verzochte wettelijke verhoging over het achterstallig loon te matigen tot 25%. Omdat KLM in verzuim is met tijdige betaling van het loon, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf de datum van opeisbaarheid.
Geen ingehouden gefixeerde schadevergoeding
Tijdens de zitting heeft KLM toegelicht dat het salaris tot 15 januari 2026 is uitbetaald en nog geen eindafrekening waarop de gefixeerde schadevergoeding is ingehouden, is opgemaakt. [verzoeker] heeft dat niet weersproken. De verzochte terugbetaling van de ingehouden gefixeerde schadevergoeding zal daarom worden afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
[verzoeker] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat door zijn gemachtigde buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het verzoek van [verzoeker] om KLM te veroordelen tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten conform artikel 3.3. van het Rapport BGK Integraal 2013 van € 462,50 zal worden toegewezen.
Proceskosten in het verzoek
De proceskosten komen voor rekening van KLM, omdat zij (grotendeels) ongelijk krijgt. De proceskosten worden begroot op € 1.274,00 (bestaande uit € 265,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nasalaris), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen veertien dagen na betekening van deze beschikking.
3. De beoordeling van het tegenverzoek
Hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet moet worden vernietigd. Dat betekent dat de voorwaarde waaronder KLM het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft gedaan, is vervuld, zodat dit verzoek zal worden beoordeeld.
Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is. Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.
KLM stelt zich primair op het standpunt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker], zodanig dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter overweegt als volgt.
Redelijke grond voor ontbinding
Het in bezit hebben van drugs en het daarover niet naar waarheid verklaren vallen vanwege het niet slagen van de bewijsopdracht weg als onderbouwing van het gestelde verwijtbaar handelen van [verzoeker]. Desondanks is de kantonrechter van oordeel dat de arbeidsovereenkomst op de primair aangevoerde grond moet worden ontbonden. Daarvoor is het volgende redengevend.
KLM heeft gemotiveerd uiteengezet dat de verzochte ontbinding ook rust op de aanwezigheid in de locker van [verzoeker] van twee strips levensgevaarlijke illegale Viagrapillen uit India in een dosering die in Nederland verboden is. [verzoeker] heeft in zijn verhoor na de doorzoeking van de locker zelf verklaard dat hij Viagra pillen in zijn locker had. Het verweer van [verzoeker] houdt in dat de ontslagbrief geen melding maakt van de pillen, dat niet vast staat dat het gaat om illegale gevaarlijke Viagra pillen en hij daarvan in ieder geval geen wetenschap had.
KLM heeft onderbouwd dat [verzoeker] in zijn verhoor heeft verzwegen dat het gaat om illegale pillen, dat zij het vertrouwelijk heeft willen behandelen en het daarom niet in de ontslagbrief heeft vermeld. Toen haar is gebleken dat het gaat om illegale pillen die [verzoeker] binnen beveiligd gebied heeft gebracht, werd het bezit daarvan voor KLM wel relevant. Het gehele Schipholgebied is kwetsbaar voor ondermijning en daarom stelt KLM hoge eisen aan de integriteit van haar werknemers. Op grond van de Schipholregels is het bijvoorbeeld niet toegestaan de openbare orde of veiligheid binnen het Luchthavengebied te verstoren waardoor lichamelijk letsel zou kunnen worden veroorzaakt of een stof bij zich of aanwezig te hebben om de orde te verstoren dan wel dat letsel aan personen zal toebrengen.
De kantonrechter volgt KLM in haar standpunt dat zij gelet op de specifieke werksituatie van [verzoeker] zwaar tilt aan de aanwezigheid van de illegale Viagra pillen in een gevaarlijke dosering binnen het Schipholgebied.
Voldoende is gebleken dat de aangetroffen pillen in de locker van [verzoeker] als een verboden stof zijn aan te merken. [verzoeker] duidt de pillen zelf aan als Viagra pillen. KLM heeft toegelicht dat de dosering zoals vermeld op het in de locker aangetroffen doosje van 60 mg tadalafil drie keer hoger is dan de in Nederland door een arts voorgeschreven dosering van tussen de 2,5 en maximaal 20 mg, en dat een dergelijke overschrijding dosering levensgevaarlijk kan zijn. Ook staat vast dat [verzoeker] de pillen niet via een arts heeft gekregen maar van een vriend die het uit India heeft meegenomen. Dit betekent dat [verzoeker] de pillen niet op legale wijze heeft verworven.
KLM heeft verder erop gewezen dat de twee strips met tien pillen in een doosje voor tien strips zaten en de expiratiedatum op de strips afweek van die op het doosje. Deze details kunnen volgens KLM duiden op handel. Dat [verzoeker] zich bezig houdt met handel heeft KLM niet aangevoerd en kan ook niet worden vastgesteld. Met KLM is de kantonrechter evenwel van oordeel dat doosjes voor 10 strips met hoge dosering zijn aan te merken als grootverpakking, wat de illegaliteit van de pillen onderstreept. Het verweer dat niet vast staat dat het gaat om illegale gevaarlijke Viagra pillen wordt als onvoldoende gemotiveerd gepasseerd. Algemeen bekend is dat de verspreiding van dit soort illegale medicijnen in de criminele sfeer plaats vindt.
Op grond van de toepasselijke CAO en gedragsregels van KLM moet de werknemer zich zodanig gedragen dat de goede naam van KLM en haar werknemers niet wordt geschaad en moet vermenging van KLM en privébelangen worden vermeden. Werknemers moeten zich aan de geldende regels houden en overtreding wordt gesanctioneerd.
Gelet op het voorgaande kan [verzoeker] zich er niet achter verschuilen dat hij geen weet had van de illegaliteit van de pillen. Daarbij weegt het strenge beleid van KLM en de hoge integriteitseisen vanwege het risico op ondermijning binnen het Schipholgebied waarvan [verzoeker] op de hoogte is zwaar mee. Dit beleid brengt mee dat [verzoeker] zich ervan dient te vergewissen dat hij geen illegale middelen in zijn locker houdt. Dat heeft [verzoeker] niet gedaan, en dat valt hem te verwijten.
De kantonrechter is concluderend van oordeel dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] zodanig dat van KLM niet gevergd kan worden de de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Er is daarmee een redelijke grond voor ontbinding. Omdat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] ligt herplaatsing niet in de rede.
Geen ernstige verwijtbaarheid [verzoeker]
Over het verzoek van KLM om de arbeidsovereenkomst te ontbinden zonder inachtneming van de opzegtermijn en zonder transitievergoeding, oordeelt de kantonrechter als volgt. De arbeidsovereenkomst kan alleen zonder inachtneming van de opzegtermijn en zonder toekenning van een transitievergoeding worden ontbonden, als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd wegens ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door [verzoeker]. Deze uitzonderingsgrond heeft echter een beperkte reikwijdte en moet terughoudend worden toegepast. De werknemer kan zijn rechten dus alleen kwijtraken in uitzonderlijke gevallen, waarin evident is dat het tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidende handelen of nalaten van de werknemer niet slechts als verwijtbaar, maar als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. Van een dergelijke uitzonderingssituatie is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake. Hoewel het om illegale pillen gaat, heeft KLM het gestelde ernstig verwijtbaar handelen vooral gebaseerd op de aanwezigheid van hasj in de locker van [verzoeker]. Het gaat om een uitzonderingsgrond en van KLM had dan ook een uitvoeriger onderbouwing mogen worden verwacht die zij onvoldoende heeft gegeven.
Het gevolg is dat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 oktober 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure. Ook heeft [verzoeker] recht op de wettelijke transitievergoeding.
Transitievergoeding
In geval van toewijzing van het ontbindingsverzoek verzoekt [verzoeker] om toekenning van de transitievergoeding. Partijen hebben de transitievergoeding niet berekend, maar KLM heeft in de pleitaantekeningen wel het loon inclusief vakantiegeld, toeslagen en uitkeringen berekend op € 5.119,33 bruto per maand. Die hoogte is niet weersproken, zodat van dat rekenloon zal worden uitgegaan. Bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 oktober 2026 bedraagt de transitievergoeding (21 + 3/12) x (1/3) x (€ 5.119,33) = € 36.261,92 bruto.
Proceskosten
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen.
4. De beslissing
De kantonrechter
op het verzoek:
vernietigt het ontslag op staande voet,
veroordeelt KLM tot betaling aan [verzoeker] van € 3.454,97 bruto per maand aan loon vanaf 15 januari 2026 tot 1 oktober 2026, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 25% over het achterstallig loon conform artikel 7:625 BW en de wettelijke rente over het achterstallig loon vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling,
veroordeelt KLM tot het verstrekken van deugdelijke bruto/netto specificaties,
veroordeelt KLM tot betaling aan [verzoeker] van € 462,50 aan buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt KLM tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [verzoeker] tot en met vandaag vaststelt op € 1.274,00, te vermeerderen met de kosten van betekening als KLM niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
veroordeelt KLM tot betaling van de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen veertien dagen na betekening van deze beschikking,
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
op het tegenverzoek:
ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 oktober 2026,
kent aan [verzoeker] een transitievergoeding toe van € 36.261,92 bruto;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026.