ECLI:NL:RBNHO:2026:11130

ECLI:NL:RBNHO:2026:11130

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer HAA 26/3904
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Sluiting bedrijfspand voor zes maanden in verband met drugsvondst. Verzoek om een voorlopig voorziening te treffen afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 augustus 2026 in de zaak tussen

de burgemeester van de gemeente Landsmeer, de burgemeester

Samenvatting

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/3904

[verzoeker 1] , verzoeker 1, [verzoeker 2] , verzoeker 2, en [verzoeker 3] , verzoeker 3, uit Landsmeer, tezamen te noemen: verzoekers

(gemachtigde: mr. M. Veldman),

en

(gemachtigden: M. Douma en E. Vrijenhoek).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van een bedrijfspand wegens de vondst van drugs. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. Zij verzoeken daarom om een voorlopige voorziening en voeren daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de gronden van verzoekers.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 30 juli 2026 heeft de burgemeester besloten het pand op het adres [adres 1] met ingang van 10 augustus 2026 voor een periode van zes maanden te sluiten. Verzoekers hebben hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker 1, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Totstandkoming van het besluit

3. Het bedrijfspand aan het [adres 2] te Landsmeer is eigendom van verzoeker 1. Hij gebruikt het als opslagruimte. Zijn zoons, verzoeker 2 en verzoeker 3, gebruiken het bedrijfspand voor het uitoefenen van hun werkzaamheden als zelfstandigen.

4. Op 25 juni 2026 heeft een integrale controle plaatsgevonden in het bedrijfspand. De politie heeft daarbij verdovende middelen aangetroffen. De politie heeft de burgemeester met de bestuurlijke rapportage van 29 juni 2026 op de hoogte gebracht van deze vondst.

5. Uit deze bestuurlijke rapportage blijkt dat in een afgesloten ruimte op de eerste verdieping van het bedrijfspand een vaatje met 3,2 kg hennep werd aangetroffen en daarnaast drugskokers, meerdere grinders, weegschalen, een koolstoffilter en een sealapparaat.

6. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester op 13 juli 2026 zijn voornemen het pand voor zes maanden te sluiten aan verzoeker 1 bekend gemaakt. Op 23 juli 2026 heeft verzoeker 1 schriftelijk zijn zienswijze meegedeeld. Bij het besluit van 30 juli 2026 heeft de burgemeester besloten het pand voor zes maanden te sluiten.

Verzoekschrift/bezwaarschrift

7. Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit. In het bezwaarschrift voeren verzoekers aan dat zij geen toegang hadden tot de verhuurde ruimte. Verzoekers stellen dat hen niets te verwijten valt. Het is daarom onevenredig het pand voor zes maanden te sluiten. Verder stellen zij dat er wel deugdelijk toezicht kan plaatsvinden in de loods. Verzoekers voeren verder aan dat in de gehele unit geen drugsgerelateerde activiteiten plaatsvonden. Dat is door de toezichthouders geconstateerd. Alleen de huurder heeft de Opiumwet overtreden. Verzoekers stellen dat er daardoor geen grondslag in de Awb was voor het openbreken van deuren. Verder zijn er geen openbare ordeverstoringen geconstateerd. Het herstellen van de openbare orde en veiligheid kan volgens verzoekers dan ook niet als grond voor de sluiting worden gebruikt.

8. Verzoekers hebben met betrekking tot de spoedeisendheid aangevoerd dat verzoekers schade lijden door de sluiting. De zoons kunnen hun werkzaamheden niet uitoefenen zonder deze bedrijfsruimte. Er is zo snel geen alternatieve bedrijfsruimte te vinden.

Verweerschrift

9. De burgemeester heeft zich op het standpunt gesteld dat de sluiting een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel is om de doelen – herstel openbare orde, locatie onttrekken aan de drugsketen, beëindigen van de overtreding, het tenietdoen van de gevolgen ervan, voorkomen van verdere overtredingen – te bereiken. Bij het aantreffen van een dergelijke hoeveelheid drugs in een lokaal mag worden aangenomen dat het een rol vervult in de keten van drugshandel, ook al is er ter plaatse geen feitelijke handel of overlast geconstateerd. De hoeveelheid hennep in combinatie met de aangetroffen goederen wijst op professionele handels-, verwerkings- en opslagfunctie van de ruimte en daarmee op een rol binnen de keten van drugshandel. Weliswaar blijkt uit het dossier niet van zichtbare aanloop naar het pand, meldingen van overlast of feitelijke handel van de bedrijfsunit, maar deze omstandigheden leggen in dit geval onvoldoende gewicht in de schaal om van sluiting af te zien of met een minder ingrijpend middel te volstaan. Daarbij heeft de burgemeester van belang geacht dat de aard en ligging van de locatie meebrengen dat de drugsgerelateerde activiteiten daar gemakkelijk buiten het zicht kunnen plaatsvinden. Sluiting van alleen de verhuurde ruimte biedt volgens de burgemeester onvoldoende zekerheid dat de drugsgerelateerde functie van de locatie volledig en duurzaam wordt beëindigd. Daarbij heeft de burgemeester erop gewezen dat de huurder toegang had tot de hele unit, terwijl verzoeker 1 de identiteit van de huurder niet kende en ook geen zicht had op het gebruik van de afgesloten ruimte.

De burgemeester heeft er verder op gewezen verzoekers de gelegenheid geboden is om voor de sluiting eigendommen en bedrijfsmaterialen uit het pand te verwijderen. Uit de stukken blijkt volgens de burgemeester niet dat het vinden van alternatieve bedrijfsruimte voor de komende zes maanden onmogelijk is.

Oordeel voorzieningenrechter

Toetsingskader

10. Voor het toetsingskader verwijst de voorzieningenrechter naar de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 juli 2025,, en 21 januari 2026.

Bevoegdheid burgemeester

11. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de hoeveelheid aangetroffen softdrugs met daarbij materialen als drugskokers (met het logo van een Amsterdamse coffeeshop), weegschalen en grinders onmiskenbaar wijzen op professionele handel. De burgemeester was daarom bevoegd tot sluiting van het bedrijfspand. Verzoekers hebben de bevoegdheid van de burgemeester ook niet betwist, maar hebben gesteld dat sluiting van het gehele pand voor zes maanden niet noodzakelijk en niet proportioneel is.

Evenredigheid van de sluiting

12. De evenredigheidsbeoordeling bestaat uit een beoordeling van geschiktheid, noodzaak en evenwichtigheid van het besluit.

13. De burgemeester heeft naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter toereikend toegelicht dat sluiting van het gehele pand geschikt en noodzakelijk is. De voorzieningenrechter heeft daarbij in aanmerking genomen dat het verhuurde deel alleen via de unit te bereiken was en derhalve de drugsgerelateerde activiteiten (in ieder geval het transport) ook moeten hebben plaatsgevonden in de unit. Ook de omstandigheid dat verzoeker slechts de voornaam van de huurder kende en de huur contant ontving, heeft de burgemeester daarbij mogen laten meewegen. Hierdoor kan immers getwijfeld worden aan het toezicht dat door verzoeker is gehouden op het gebruik van zijn ruimte.

14. Niet in geschil is dat de duur van de sluiting in overeenstemming met het beleid (Damoclesbeleid gemeente Landsmeer 2022) is. De voorzieningenrechter ziet in de door verzoekers naar voren gebrachte omstandigheden vooralsnog nog geen reden de duur van de sluiting onevenwichtig te achten. Daarbij komt nog dat de gemachtigde van de burgemeester ter zitting heeft aangegeven dat de hoorzitting waarschijnlijk in oktober 2026 zal plaatshebben. Mogelijk kan de burgemeester de beslissing op bezwaar ruim voor het aflopen van de termijn van zes maanden nemen. In de beoordeling van het bezwaar zal de burgemeester ook de duur van de sluiting moeten betrekken.

15. In de door verzoekers naar voren gebrachte omstandigheden dat zij geen gebruik kunnen maken van het pand voor het verrichten van de zelfstandige werkzaamheden en het vinden van alternatieve bedrijfsruimte niet zo snel mogelijk is, ziet de voorzieningenrechter evenmin aanleiding de sluiting onevenwichtig te achten.

16. De voorzieningenrechter weegt hierbij mee dat de burgemeester ter zitting nog heeft aangevuld dat er in de nabije omgeving van het bedrijfspand (en zelfs direct ernaast) bedrijfsruimte te huur staat. Verzoekers hebben dit niet betwist, maar gesteld dat dit een extra financiële last betekent. Daarin kan echter geen bijzondere omstandigheid worden gezien, die maakt dat de sluiting onevenwichtig zou zijn, nu de kosten van het huren van alternatieve bedrijfsruimte voor de gesloten ruimte inherent zijn aan de sluiting van een pand.

17. Het voorgaande leidt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat de sluiting vooralsnog niet als onevenredig kan worden aangemerkt.

Conclusie en gevolgen

18. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het pand gesloten blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr.drs. J.H.A.C. Everaerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.H. Bosveld, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.H. Bosveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand