RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/329693 / HA ZA 22-405
Vonnis van 26 augustus 2026
in de zaak van
1. [eiser sub 1] ,
te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiser sub 1] ,2. [eiser sub 2],
te [woonplaats] ,3. [eiseres sub 3],
te [woonplaats] ,
hierna samen te noemen: [eisers] ,
advocaat: mr. A.P. Hovinga,
eisende partijen,
en
4. ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.
te Utrecht,
hierna te noemen: Zilveren Kruis,advocaat: mr. C.E Jeekel,eisende partij na tussenkomst,
tegen
1. de vennootschap naar Iers recht EURO INSURANCES DAC,
te Dublin (Ierland), van wie Accident Management Services B.V. (AMS) in Almere de Nederlandse vertegenwoordiger is,
hierna te noemen: Euro Insurances,advocaat: mr. I.K. Verhoeks,2. de stichting STICHTING WAARBORGFONDS MOTORVERKEER,
te Rijswijk,
hierna te noemen: het Waarborgfonds,
advocaat: mr. R. Gruben,3. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE HAARLEMMERMEER,
te Hoofddorp,
hierna te noemen: de gemeente,advocaten: mr. A.T. Bolt en mr. S.H. Velers,
gedaagde partijen.
De zaak in het kort
Op 13 juli 2019 is [eiser sub 1] als motorrijder betrokken geweest bij een eenzijdig verkeersongeval. Daarbij heeft hij ernstig letsel opgelopen. Voor de (letsel)schade die hij heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het ongeval heeft hij drie partijen aansprakelijk gesteld, namelijk Euro Insurances, het Waarborgfonds en de gemeente. Geen van hen erkent aansprakelijkheid. [eiser sub 1] heeft hen in rechte betrokken en vordert dat de rechtbank vaststelt dat (primair) het Waarborgfonds en de gemeente hoofdelijk aansprakelijk zijn voor zijn schade ofwel (subsidiair) Euro Insurances en de gemeente. Zilveren Kruis stelt een eigen vorderingsrecht te hebben ten opzichte van gedaagde partijen. Zij heeft als (gesubrogeerd) zorgverzekeraar de medische kosten van [eiser sub 1] betaald en wil die kosten verhalen op de partij(en) waarvan de rechtbank de aansprakelijkheid vaststelt. De rechtbank wijst de vorderingen van [eiser sub 1] en Zilveren Kruis af. De rechtbank oordeelt dat gedaagde partijen niet aansprakelijk kunnen worden gehouden voor de gestelde schade.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 13 juni 2022 met producties 1-19;
- de conclusie van antwoord van Euro Insurances met producties 1-16;
- de conclusie van antwoord van het Waarborgfonds met producties 1-5;
- de conclusie van antwoord van de gemeente met producties 1-20;
- het vonnis in incident van 6 augustus 2025, waarbij de rechtbank Zilveren Kruis heeft toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen;
- de conclusie van eis na tussenkomst van Zilveren Kruis met producties 1-14;
- de conclusie van antwoord na tussenkomst van [eisers] ;
- de conclusie van antwoord na tussenkomst van Euro Insurances met producties 1-2;
- de conclusie van antwoord na tussenkomst van het Waarborgfonds met producties 1-5;
- de conclusie van antwoord na tussenkomst van de gemeente met producties 1-21;
- het tussenvonnis van 24 december 2025, waarbij de rechtbank een mondelinge behandeling voor een meervoudige kamer heeft bevolen;
- het bericht van [eiser sub 1] van 27 mei 2026 met producties 20 en 21;
- het bericht van Zilveren Kruis van 2 juni 2026 met productie 15;
- het bericht van de gemeente van 5 juni 2026 met producties 22-25.
Op 15 juni 2026 heeft de mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. Op de zitting is [eiser sub 1] verschenen, bijgestaan door mr. A.P. Hovinga, A. Roslon, tolk in de Poolse taal, en [naam 6] , zijn vorige belangenbehartiger. Namens Zilveren Kruis zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] , dossierbehandelaars, bijgestaan door mrs. C.E. Jeekel en A.C. van de Vosse. Mrs. I.K. Verhoeks en K.R. Wehnes zijn verschenen voor Euro Insurances en mr. R. Gruben voor het Waarborgfonds. Namens de gemeente zijn verschenen [naam 3] en [naam 4] , werkzaam bij het cluster Inkoop en Juridische Zaken, en [naam 5] , teammanager Gebiedsbeheer van het cluster Beheer & Onderhoud, bijgestaan door mrs. A.T. Bolt en S.H. Velers.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen en hun advocaten ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mrs. Hovinga, Van de Vosse, Verhoeks en Velers hebben gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die zij ter zitting aan de rechtbank hebben overgelegd en die daarmee onderdeel zijn geworden van de processtukken.
Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft de voorzitter meegedeeld dat de rechtbank op 26 augustus 2026 vonnis zal wijzen.
2. De feiten
[eiser sub 1] is op 13 juli 2019, omstreeks 16:46 uur, betrokken geweest bij een eenzijdig verkeersongeval. Hij reed op zijn motor op de Spaarneweg in Cruquius, gemeente Haarlemmermeer. De Spaarneweg is een voorrangsweg waar een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur geldt. Vóór de kruising met de Bennebroekerdijk is [eiser sub 1] de controle over zijn motor kwijtgeraakt en is hij ten val gekomen (hierna: het ongeval). Als gevolg van het ongeval heeft hij ernstig en blijvend letsel - een dwarslaesie - opgelopen. Hij is nu rolstoelgebonden.
De politie heeft onderzoek naar het ongeval gedaan. In het proces-verbaal van de politie-eenheid Noord-Holland van 13 juli 2019 is de volgende hypothese over de toedracht van het ongeval opgenomen:
“BE [eiser sub 1] rijdend op een motor (…). BE reed op de Spaarneweg in de richting van de Cruquiusdijk. Hierbij haalde BE een 3-tal auto’s in. Volgens diverse GET trok de motorrijder hierbij de motor vol gas open en ging dit met zeer hoge snelheid. BE verloor vervolgens de macht over de motor en is ten val gekomen. BE heeft hierop de stoeprand een paal van een verkeersbord en vervolgens een lantaarnpaal geraakt.”
Na het doen van nader onderzoek, waaronder het maken van totaal 206 foto’s en het horen van getuigen, heeft de politie in haar mutatierapport van 11 november 2019 vastgelegd dat de officier van justitie geen aanleiding ziet om enig bestuurder te vervolgen voor het veroorzaken van het ongeval. De conclusie van de politie is dat [eiser sub 1] mogelijk zichzelf onderuit heeft geremd of de controle is kwijtgeraakt.
[eiser sub 1] heeft Euro Insurances, het Waarborgfonds en de gemeente medio 2020 aansprakelijk gesteld voor de schade die hij als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog lijdt. Zij hebben aansprakelijkheid afgewezen.
Vanaf 19 oktober 2020 tot en met 11 oktober 2022 hebben, met name op verzoek van [eiser sub 1], voorlopige getuigenverhoren plaatsgevonden. In deze periode zijn er twaalf getuigen verhoord. Dit zijn naast [eiser sub 1] :
- [getuige 1] en [getuige 2] (zij reden voor het ongeval in een auto op de Spaarneweg en werden daar ingehaald door [eiser sub 1] . Zij hebben het ongeval niet zien gebeuren);
[getuige 3] en [getuige 4] (zij reden voor het ongeval in een auto op de Spaarneweg en werden daar ingehaald door [eiser sub 1] . Zij hebben het ongeval niet zien gebeuren);
[getuige 5] en [getuige 6] (zij zaten met hun kinderen in een bij Euro Insurances conform de WAM verzekerde auto op de Bennebroekerdijk . Zij hebben het ongeval niet zien gebeuren. Zij hoorden een schrapend/schurend geluid en zagen [eiser sub 1] daarna door de lucht vliegen);
[getuige 7] (hij had zicht op de kruising vanuit zijn woning aan de overkant van de [adres] . Hij heeft het ongeval niet zien gebeuren);
[getuige 8] (zij kwam na het ongeval in haar auto aanrijden op de Bennebroekerdijk en zag [eiser sub 1] op de weg liggen. Zij heeft als arts eerste hulp verleend);
[getuige 9] , [getuige 10] en [getuige 11] (politieagenten die na het ongeval ter plaatse kwamen).
Van alle verhoren zijn processen-verbaal opgemaakt. De rechter-commissaris ten overstaan van wie die verhoren hebben plaatsgevonden, maakt deel uit van de meervoudige kamer die dit vonnis wijst.
Zilveren Kruis is de zorgverzekeraar van [eiser sub 1] . Op 31 mei 2022 heeft zij (als gesubrogeerd verzekeraar) het Waarborgfonds en Euro Insurances aansprakelijk gesteld voor de medische kosten die zij als gevolg van het letsel van [eiser sub 1] heeft betaald. Het Waarborgfonds en Euro Insurances hebben aansprakelijkheid van de hand gewezen.
In opdracht van AMS - namens Euro Insurances - heeft Ongevallen Analyse Nederland (hierna: OAN) op 21 juli 2022 een rapport uitgebracht over de oorzaak van het ongeval. Op 19 april 2023 heeft Bosscha Ongevallenanalyse B.V. (hierna: Bosscha) op verzoek van [eiser sub 1] over het ongeval gerapporteerd. OAN heeft vervolgens in een aanvullend rapport van 20 maart 2024 de bevindingen van Bosscha becommentarieerd. Daarop heeft Bosscha op verzoek van [eiser sub 1] en Zilveren Kruis op 28 mei 2026 gereageerd.
3. Het geschil
De vordering van [eiser sub 1]
vordert na eiswijziging ter zitting dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, beslist dat (primair) het Waarborgfonds en de gemeente ofwel (subsidiair) Euro Insurances en de gemeente hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de (letsel)schade die [eiser sub 1] heeft geleden en nog zal lijden als gevolg van het ongeval. [eiser sub 1] vordert daarnaast veroordeling van Euro Insurances en de gemeente in de kosten van dit geding en veroordeling van het Waarborgfonds in de werkelijke kosten van dit geding.
[eiser sub 1] legt aan zijn vorderingen, samengevat, het volgende ten grondslag.
Primair geldt dat het Waarborgfonds en de gemeente hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het ontstaan van het ongeval. [eiser sub 1] heeft schade geleden door het rijgedrag van een bestuurder van een onbekende auto. Met die schade kan hij bij het Waarborgfonds terecht. De onbekende automobilist heeft een (verkeers)fout als bedoeld in artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW) gemaakt door [eiser sub 1] geen voorrang te verlenen. Hij kwam van rechts vanaf de Bennebroekerdijk en versperde ineens de Spaarneweg waarop [eiser sub 1] reed. Hierdoor werd [eiser sub 1] verrast en moest hij een paniekremming doen. Verklaringen van een aantal getuigen bevestigen de aanwezigheid van de onbekende auto.
De gemeente is als wegbeheerder ook aansprakelijk op grond van de artikelen 6:174 BW en 6:162 BW. De weg voldeed namelijk niet aan de te stellen eisen. Het zicht was in beide richtingen slecht door de aanwezige bosschages langs de weg: de verkeersdeelnemer vanaf de Bennebroekerdijk kon daardoor niet goed naar links kijken en [eiser sub 1] niet goed naar rechts. Getuigen bevestigen dit. De gemeente heeft vlak na het ongeval ook gesnoeid. Verder had de gemeente uit veiligheidsoogpunt bij de kruising een stopbord en/of een tweede spiegel moeten plaatsen.
Subsidiair geldt dat naast de gemeente Euro Insurances als WAM-verzekeraar van de (lease)auto waarin [getuige 5] en zijn vrouw [getuige 6] reden, hoofdelijk aansprakelijk is. [getuige 5] stond met zijn auto achter de onbekende auto, in de buurt van de haaientanden van de kruising. Nadat de onbekende auto was opgetrokken is [getuige 5] de Spaarneweg opgereden. [getuige 5] heeft een (verkeers)fout als bedoeld in artikel 6:162 BW gemaakt door [eiser sub 1] geen voorrang te verlenen. Hij versperde ineens de weg waardoor [eiser sub 1] werd verrast en de paniekremming moest doen waardoor hij ten val kwam. Daarna is [getuige 5] weer achteruit gereden, zo blijkt uit de verklaring van getuige [getuige 7] . [getuige 5] gedroeg zich na het ongeval ook vreemd en paniekerig, aldus [eiser sub 1] .
De vordering van Zilveren Kruis
Zilveren Kruis vordert na eiswijziging ter zitting dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht verklaart dat (primair) het Waarborgfonds en de gemeente ofwel (subsidiair) Euro Insurances en de gemeente hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de geleden en nog te lijden schade (ziektekostenvergoedingen) van Zilveren Kruis, van welke schade de exacte omvang vanaf 9 april 2025 nader zal worden opgemaakt bij staat en vereffend volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente;
II. gedaagde partijen hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan Zilveren Kruis van een voorschot begroot op € 234.041,21, te vermeerderen met de wettelijke rente;
III. gedaagde partijen hoofdelijk veroordeelt in de (na)kosten van dit geding.
Zilveren Kruis legt aan haar vorderingen ten grondslag dat zij op grond van artikel 7:962 BW als zorgverzekeraar in de rechten van [eiser sub 1] is getreden. Zij heeft een eigen verhaalsrecht en wil voor de door haar betaalde medische kosten als gevolg van het ongeval verhaal nemen op één of meerdere gedaagde partijen als de schadetoebrengende partij(en). Zilveren Kruis stelt daartoe, samengevat, het volgende.
De onbekende automobilist of [getuige 5] heeft geen voorrang verleend aan [eiser sub 1] , althans gevaar op de weg veroorzaakt. Als gevolg daarvan moest [eiser sub 1] abrupt remmen, met alle schadelijke gevolgen van dien. De onbekende automobilist of [getuige 5] heeft met zijn rijgedrag verkeersnormen geschonden en aldus onrechtmatig gehandeld in de zin van artikel 6:162 BW. Daardoor heeft Zilveren Kruis op grond van de directe actie (artikel 6 lid 1 WAM in samenhang met artikel 25 WAM) een rechtstreekse vordering tot schadevergoeding op het Waarborgfonds dan wel op Euro Insurances.
Voorts is de gemeente aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW. De gemeente heeft vanwege het belemmerd zicht door de aanwezigheid van te hoge begroeiing, de afwezigheid van een stopbord op de Bennebroekerdijk en de hoge opstaande stoeprand langs de Spaarneweg een gevaarzettende verkeerssituatie in het leven geroepen, welk gevaar zich op 13 juli 2019 heeft verwezenlijkt. De gemeente is voor de schadelijke gevolgen aansprakelijk en hiervoor jegens Zilveren Kruis schadeplichtig.
De verweren
Gedaagde partijen concluderen tot niet-ontvankelijkheid van [eiser sub 1] en Zilveren Kruis, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser sub 1] en Zilveren Kruis, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser sub 1] en Zilveren Kruis in de kosten van deze procedure. Gedaagde partijen betwisten aansprakelijk te zijn en voeren daartoe, samengevat, het volgende aan.
Het verweer van het Waarborgfonds
Volgens het Waarborgfonds geldt primair dat er geen andere verkeersdeelnemer is die aansprakelijk is voor het ontstaan van de schade van [eiser sub 1] . Daarbij baseert het zich op het onderzoek van OAN waaruit blijkt dat de oorzaak van het ongeval erin gelegen is dat [eiser sub 1] de kruising met een te hoge snelheid naderde en dat een eventuele schrikreactie en paniekremming daardoor werd veroorzaakt. Subsidiair geldt dat de stelling van [eiser sub 1] en Zilveren Kruis dat het ongeval is veroorzaakt doordat aan [eiser sub 1] geen voorrang werd verleend door een andere (onbekende) weggebruiker, komend vanaf de Bennebroekerdijk , niet wordt ondersteund door verklaringen in het dossier. Niemand heeft verklaard dat een (onbekende) auto de Spaarneweg is opgereden en dat [eiser sub 1] daarvoor heeft moeten uitwijken en de macht over het stuur is verloren. Als de Spaarneweg al is opgereden, dan geldt meer subsidiair dat [eiser sub 1] zo hard heeft gereden dat geen voorrangskwestie aan de orde is. De oprijbeslissing van de automobilist was hier gerechtvaardigd, uitgaande van de door OAN vastgestelde snelheid van [eiser sub 1] (tussen de 53 en 76 km/u bij aanvang van de sporen op 23,4 meter voor de kruising) en gelet ook op de gemiddelde autorijder, aldus het Waarborgfonds.
Het verweer van de gemeente
Volgens de gemeente is het ongeval niet door haar toedoen veroorzaakt. Er is geen sprake van een gebrekkige opstal in de zin van artikel 6:174 BW. Evenmin heeft er zich, gelet op de Kelderluikcriteria, een gevaarlijke situatie ter plaatse voorgedaan. Daardoor bestaat voor aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW ook geen ruimte. Van een belemmerd zicht was namelijk geen sprake. Verkeersdeskundigen hebben vastgesteld dat het zicht ter plaatse bij de kruising vanuit beide rijrichtingen goed was en niet negatief beïnvloed is door de begroeiing in de berm. De zichtlijnen lopen daar voorlangs. De gemeente betwist ook dat er naar aanleiding van het ongeval is gesnoeid. Het verkeer op de Bennebroekerdijk wordt verder met een daarop ziend verkeersbord, haaientanden op het wegdek en het aanwezige schrikhek voldoende duidelijk gewaarschuwd om het verkeer op de Spaarneweg voorrang te geven. Daarnaast is de opstaande stoeprand niet gevaarzettend, aldus de gemeente.
Wat betreft de vorderingen van Zilveren Kruis voert de gemeente nog aan dat deze ten opzichte van haar zijn verjaard.
Het verweer van Euro Insurances
Volgens Euro Insurances is het ongeval niet aan haar verzekerde [getuige 5] te wijten, maar aan het rijgedrag van [eiser sub 1] . Uit het (sporen)onderzoek van OAN blijkt dat [eiser sub 1] zonder verkeersnood een hoge snelheid voerde waarmee hij de toegestane maximumsnelheid overschreed. Door zijn gevaarzettende rijgedrag - voorafgaand aan de val had hij ook met hoge snelheid weggebruikers ingehaald terwijl een bocht naderde - was [eiser sub 1] niet in staat tijdig te remmen en te anticiperen op mogelijk oprijdend verkeer vanaf rechts. Uit getuigenverklaringen blijkt dat de eerste auto die van rechts naderde werd bestuurd door een onbekend gebleven bestuurder. De tweede auto die van rechts naderde werd bestuurd door [getuige 5] . Volgens zijn eigen verklaring en die van getuigen stond [getuige 5] met zijn auto ten tijde van het ongeval ruim voor de haaientanden/kruising stil op de Bennebroekerdijk . Er is geen getuige die heeft waargenomen dat hij (al) over de haaientanden op het wegdek was gereden, geen voorrang heeft verleend aan [eiser sub 1] dan wel gevaarlijk rijgedrag heeft vertoond. [getuige 5] heeft aldus geen (verkeers)fout als bedoeld in artikel 6:162 BW gemaakt, aldus Euro Insurances.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Tussen partijen is niet in geschil dat [eiser sub 1] op 13 juli 2019 van zijn motor is gevallen, nadat hij een paniekremming had verricht. De vraag is of de oorzaak daarvan is gelegen in gevaarzettend handelen van een onbekende automobilist dan wel van [getuige 5] en/of van de gemeente, zoals [eiser sub 1] en Zilveren Kruis stellen. Van aansprakelijkheid van deze (rechts)personen kan pas sprake zijn wanneer zij een wettelijke (verkeers)norm of civielrechtelijke zorgvuldigheidsnorm hebben geschonden, met andere woorden een fout hebben gemaakt als bedoeld in artikel 6:162 BW.
Op [eiser sub 1] en Zilveren Kruis rusten op grond van de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de stelplicht en bij gemotiveerde betwisting ook de bewijslast dat aan de vereisten van artikel 6:162 BW is voldaan en daarom sprake is van een onrechtmatige daad.
De rechtbank komt tot het oordeel dat de onbekende automobilist, [getuige 5] en de gemeente niet onrechtmatig jegens [eiser sub 1] hebben gehandeld en dat zij niet aansprakelijk zijn voor de schade die [eiser sub 1] en Zilveren Kruis als gevolg van het ongeval hebben geleden en nog lijden. Daarmee zijn het Waarborgfonds en Euro Insurances ook niet schadeplichtig. Hierna licht zij dat toe.
Het handelen van de onbekende automobilist
[eiser sub 1] en Zilveren Kruis houden primair het Waarborgfonds aansprakelijk voor de gestelde schade, omdat deze zou zijn veroorzaakt door een onbekend gebleven automobilist. Zij verwijten deze automobilist dat hij vanaf de Bennebroekerdijk de Spaarneweg op is gereden zonder [eiser sub 1] voorrang te verlenen.
Dit verwijt slaagt niet. Zoals het Waarborgfonds terecht heeft aangevoerd zijn er geen getuigen die hebben verklaard te hebben gezien dat een onbekende automobilist een voorrangsfout heeft gemaakt of anderszins gevaarzettend heeft gehandeld waardoor [eiser sub 1] heeft moeten uitwijken. [getuige 5] en zijn vrouw [getuige 6] hebben tegenover de rechter-commissaris verklaard over merkwaardig rijgedrag van een automobilist vóór hen op de Bennebroekerdijk richting de Spaarneweg . Zij verklaarden dat deze auto optrok, daarna inhield en vervolgens weer hard optrok. Dat brengt echter nog niet mee dat sprake is van een onrechtmatige verkeersgedraging. Uit de verklaringen van [getuige 5] en [getuige 6] volgt niet dat die onbekende auto de haaientanden al was gepasseerd op het moment dat [eiser sub 1] op zijn motor de paniekremming inzette. Volgens het onderzoek van OAN vingen de aangetroffen sporen van de motor ruim voor de kruising aan, op ongeveer 23,4 meter voor het snijvlak van de beide wegen. Niet ondenkbeeldig is het door het Waarborgfonds geschetste scenario dat de onbekende automobilist hard optrok om de glijdende motor van [eiser sub 1] te ontwijken, gelet op de plek waar deze uiteindelijk terecht kwam (namelijk op de haaientanden waar de onbekende auto eerder stilstond volgens de verklaring van [getuige 6] ). Dat is wat anders dan dat het rijgedrag van de onbekende automobilist de oorzaak was van de paniekremming door [eiser sub 1] . Daarvoor is er geen feitelijk substraat. De stelling van Zilveren Kruis dat de onbekende automobilist de Spaarneweg is opgereden terwijl deze niet vrij was en zijn zicht naar links belemmerd werd door één of meerdere voertuigen rijdend richting de woonboulevard (tegenligger(s) van [eiser sub 1] ) vindt geen enkele steun in de beschikbare getuigenverklaringen.
Kortom, [eiser sub 1] en Zilveren Kruis hebben onvoldoende feiten en omstandigheden naar voren gebracht op basis waarvan kan worden vastgesteld dat de onbekende automobilist een wettelijke (verkeers)norm of zorgvuldigheidsnorm heeft geschonden en aldus onrechtmatig ten opzichte van [eiser sub 1] heeft gehandeld.
Het handelen van [getuige 5]
Verder wijst niets erop dat [getuige 5] gevaarzettend (onrechtmatig) rijgedrag ten opzichte van [eiser sub 1] kan worden verweten. [getuige 5] heeft verklaard dat zijn auto (een Volkswagen Golf) ten tijde van het ongeval ruim voor de haaientanden stond op de Bennebroekerdijk . Verschillende getuigen, zoals [getuige 6] , [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 4] en [getuige 3] , hebben de plek van de auto vóór de haaientanden bevestigd. Niemand heeft verklaard dat [getuige 5] de haaientanden is gepasseerd, ook getuige [getuige 7] niet. [getuige 7] is woonachtig aan de overkant van de [adres] , op 50 meter afstand van het kruispunt. Hij heeft verklaard dat hij vanuit zijn woning een schrapend geluid hoorde, iets zwarts door de lucht zag vliegen en een auto (Volkswagen Golf) zag staan bij het kruispunt. Hij heeft tevens verklaard dat die auto een stukje achteruit reed. [getuige 7] heeft echter niet waargenomen dat [getuige 5] op enig moment met zijn auto over de haaientanden is gereden. Voor de stelling dat [getuige 5] met zijn rijgedrag [eiser sub 1] heeft gehinderd dan wel de indruk heeft gewekt dat hij de Spaarneweg zou oprijden en daarmee een schrikreactie bij [eiser sub 1] heeft veroorzaakt, is evenmin steun te vinden in de afgelegde getuigenverklaringen.
[eiser sub 1] en Zilveren Kruis hebben dan ook onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat [getuige 5] een (verkeers)fout als bedoeld in artikel 6:162 BW heeft gemaakt. De verwijzing van Zilveren Kruis naar een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 december 2022 gaat niet op, omdat het feitencomplex in die zaak niet te vergelijken is met dat in deze zaak.
Het handelen van de gemeente
[eiser sub 1] en Zilveren Kruis stellen dat de gemeente samen met de onbekende automobilist of [getuige 5] aansprakelijk is voor het ontstaan van het ongeval. Volgens [eiser sub 1] en Zilveren Kruis houden de gestelde (voorrangs)fouten van de automobilisten verband met belemmerd zicht op de kruising van de Bennebroekerdijk met de Spaarneweg door de aanwezigheid van te hoge bosschages. Voorts werd daardoor het zicht van [eiser sub 1] op van rechts komend verkeer belemmerd. Daarvoor is de gemeente als wegbeheerder verantwoordelijk.
Nu, gelet op het voorgaande, niet is komen vast te staan dat de onbekende automobilist of [getuige 5] ten opzichte van [eiser sub 1] een fout als bedoeld in artikel 6:162 BW heeft gemaakt, oordeelt de rechtbank dat de aanwezige begroeiing voor het verkeer komend vanaf de Bennebroekerdijk geen rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het ongeval. De afwezigheid van een stopbord en een tweede spiegel bij de kruising heeft daaraan evenmin bijgedragen. Dergelijke maatregelen kunnen wellicht effectief zijn voor de verkeersveiligheid, maar het ontbreken daarvan levert nog geen onrechtmatig handelen van de gemeente ten opzichte van [eiser sub 1] op.
Uit de rapporten van OAN en Bosscha en de overgelegde foto’s van de situatie ter plaatse blijkt bovendien dat het zicht voldoende was voor autoverkeer vanaf de Bennebroekerdijk , alsook voor autoverkeer dat de Bennebroekerdijk naderde vanaf de Spaarneweg . [eiser sub 1] remde ruim voor de kruising en zag dus kennelijk al een auto vanaf rechts aankomen. De stelling dat hij door de bosschages niet goed naar rechts kon kijken mist dan ook feitelijke grondslag. Om die reden is de vraag of de gemeente haar eigen maaibeleid heeft nageleefd - wat volgens eisende partijen niet zo is - niet relevant.
Verder hebben eisende partijen onvoldoende onderbouwd dat de gemeente met de plaatsing van de opstaande stoeprand waartegen [eiser sub 1] is aangereden, een gevaarzettende verkeerssituatie in het leven heeft geroepen. Zo lijken zij het standpunt in te nemen dat de stoeprand hoger is dan volgens de toepasselijke regelgeving toegestaan, maar hebben zij nagelaten te stellen hoe hoog de stoeprand langs de Spaarneweg is. En dat de situatie ter plaatse mogelijk ook anders had kunnen worden ingericht, bijvoorbeeld met grasbetontegels in plaats van met een stoeprand zoals Zilveren Kruis naar voren heeft gebracht, betekent niet dat de huidige situatie met de stoeprand gevaarzettend is.
De gemeente heeft dan ook niet gehandeld in strijd met artikel 6:162 BW. Evenmin is sprake van een gebrekkige opstal in de zin van art. 6:174 BW.
Conclusie 4.13. De conclusie van het voorgaande is dat de onbekende automobilist, [getuige 5] noch de gemeente aansprakelijk is voor de gestelde schade als gevolg van het ongeval. Daarmee zijn het Waarborgfonds en Euro Insurances ook niet schadeplichtig. Aan bewijslevering, in de vorm van het (opnieuw) horen van getuigen, komt de rechtbank niet toe.
Dit betekent dat de door [eiser sub 1] en Zilveren Kruis gevorderde verklaringen voor recht worden afgewezen. De nevenvorderingen delen het lot van de afwijzing. Wat partijen verder nog hebben aangevoerd, zoals over het rijgedrag van [eiser sub 1] kort voor het ongeval en het verjaringsverweer van de gemeente, behoeft geen bespreking meer.
Proceskosten
[eiser sub 1] en Zilveren Kruis zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De rechtbank rekent bij de begroting van het salaris advocaat een punt per conclusie van antwoord. Daarnaast rekent zij voor de mondelinge behandeling een punt, uitgesplitst naar een half punt ten laste van [eiser sub 1] en een half punt ten laste van Zilveren Kruis, gelet op de samenhang tussen de vorderingen en op het verhandelde ter zitting.
Door [eiser sub 1] te betalen
[eiser sub 1] heeft verzocht om een voorlopig getuigenverhoor. Voor hem geldt dat onder de te betalen proceskosten ook worden begrepen de kosten van het bijwonen van dit verhoor door de advocaten van gedaagde partijen, de voortzettingen daarvan en de contra-enquête op verzoek van Euro Insurances. Deze kosten worden begroot volgens de geldende liquidatietarieven. Daarnaast moet [eiser sub 1] aanvullend aan Euro Insurances betalen een bedrag van € 33,50, zijnde de taxe van getuige [getuige 11] in contra-enquête.
[eiser sub 1] heeft de bodemprocedure gestart, zodat de door gedaagde partijen betaalde griffierechten ook voor zijn rekening komen.
De door [eiser sub 1] te betalen proceskosten van het Waarborgfonds en de gemeente worden, voor ieder van hen, aldus begroot op:- griffierecht € 676,00
- salaris advocaat € 2.938,50 (4,5 punt × tarief II € 653,00)
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 3.803,50
De door [eiser sub 1] te betalen proceskosten van Euro Insurances worden aldus begroot op:- griffierecht € 676,00
- salaris advocaat € 3.265,00 (5 punten × tarief II € 653,00)
- getuigentaxe € 33,50
- nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 4.163,50
De door Euro Insurances en de gemeente gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
Door Zilveren Kruis te betalen
Bij de begroting van de door Zilveren Kruis te betalen proceskosten sluit de rechtbank voor het salaris advocaat aan bij liquidatietarief VI, gelet op de hoogte van het door Zilveren Kruis gevorderde voorschot. De proceskosten van het Waarborgfonds, Euro Insurances en de gemeente worden, voor ieder van hen, aldus begroot op:
- salaris advocaat
€
4.327,50
(1,5 punt × tarief VI € 2.885,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
4.516,50
De door Euro Insurances en de gemeente gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5. De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van [eiser sub 1] en Zilveren Kruis af,
veroordeelt [eiser sub 1] in de proceskosten van € 3.803,50, te betalen aan het Waarborgfonds en aan de gemeente - aan beide afzonderlijk - binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser sub 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser sub 1] in de proceskosten van € 4.163,50, te betalen aan Euro Insurances binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser sub 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt [eiser sub 1] tot betaling aan de gemeente en Euro Insurances van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de onder 5.2. respectievelijk 5.3. vermelde proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
veroordeelt Zilveren Kruis in de proceskosten van € 4.516,50, te betalen aan het Waarborgfonds, aan Euro Insurances en aan de gemeente - aan ieder afzonderlijk - binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Zilveren Kruis niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
veroordeelt Zilveren Kruis tot betaling aan Euro Insurances en de gemeente van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de onder 5.5. vermelde proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 5.2. tot en met 5.6. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid, mr. N. Boots en mr. W. Paping-Kool en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026.
ST/