ECLI:NL:RBNHO:2026:11170

ECLI:NL:RBNHO:2026:11170

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 26-08-2026
Zaaknummer 15/290205-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

De verdachte heeft zich, samen met de medeverdachte, schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van (poging tot) diefstal met braak en een vernieling van een groot aantal auto’s. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/290205-25 (P)

Uitspraakdatum: 25 augustus 2026

Tegenspraak (ex artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering (Sv))

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 augustus 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:[adres].

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. B. Rademacher, en van hetgeen de raadsman van de verdachte, mr. A.W. Hoogland (advocaat te Den Helder) naar voren heeft gebracht.

1. Tenlastelegging

De verdachte wordt, na wijziging van de tenlastelegging, vervolgd voor het meermaals in vereniging plegen van (poging tot) diefstal met braak dan wel vernieling in de nacht van 29 op 30 oktober 2025, door van een groot aantal auto’s die geparkeerd stonden op de parkeerplaats bij de TESO boot het raam in te slaan en deze te doorzoeken voor waardevolle spullen.

Onder feit 1 primair is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij meermaals in vereniging een poging tot diefstal met braak heeft gepleegd en subsidiair is dit ten laste gelegd als vernieling.

Onder feit 2 primair is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij meermaals in vereniging diefstal met braak heeft gepleegd en subsidiair is dit ten laste gelegd als een poging daartoe.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit. Ten aanzien van feit 2 heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde met betrekking tot de diefstal met braak van de zonnebril en de veiligheidshamers. Voor het overige heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring van de subsidiair ten laste gelegde poging tot diefstal met braak.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geconcludeerd dat de rechtbank zowel voor feit 1 primair als feit 2 primair tot een bewezenverklaring kan komen, met dien verstande dat niet alle in de tenlastelegging genoemde gestolen goederen bij de verdachte of op de looproute zijn aangetroffen. Van deze goederen kan niet worden vastgesteld dat ze door de verdachte zijn weggenomen.

Oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen in bijlage 2 bij dit vonnis.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

Feit 1

Primair hij in de periode van 29 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Den Helder, telkens tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om uit auto's die geparkeerd stonden op een parkeerplaats bij de TESO boot, goederen van hun gading, die geheel of ten dele aan

[benadeelde 1], te weten een Suzuki Swift met kenteken [kenteken 1] en [benadeelde 2], te weten een Nissan Micra met kenteken [kenteken 2] en [benadeelde 3], te weten een Opel Insignia Sports Tourer met kenteken [kenteken 3] en [benadeelde 4], te weten een BMW Gran Tourer met kenteken [kenteken 4] en [benadeelde 5], te weten een Ford Transit Custom met kenteken [kenteken 5] en [benadeelde 6], te weten een Citroen C1 met kenteken [kenteken 6] en [benadeelde 7], te weten een Seat Ibiza met kenteken [kenteken 7] en [benadeelde 8], te weten een Kia Proceed met kenteken [kenteken 8] en

andere personen (p. 171-176, p. 179-197, p. 201-212 en p. 222-223 van het procesdossier),

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich telkens wederrechtelijk toe te eigenen en zich telkens de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, een raam van die auto’s heeft ingeslagen en/of kastjes in die auto’s heeft opengemaakt en/of die auto’s heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid;

Subsidiair

hij in de periode van 29 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Den Helder tezamen en in vereniging met een andertelkens opzettelijk en wederrechtelijk, een auto die geparkeerd stond op een parkeerplaats bij de TESO boot, te weten,

-een auto (p. 145-146 van het procesdossier)

die geheel of ten dele aan een andere persoon (p. 145-146 van het procesdossier) heeft beschadigd;

Feit 2

Primair hij in de periode van 29 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Den Helder tezamen en in vereniging met een ander uit auto’s, een boormachine en een accu, een geldbedrag en een zonnebril die geheel of ten dele aan

[benadeelde 9], en/of[benadeelde 10], en/of

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door middel van braak;

Subsidiair

hij in de periode van 29 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Den Helder, telkens tezamen en in vereniging met een ander, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededader voorgenomen misdrijf om uit een groot aantal auto's die geparkeerd stonden op een parkeerplaats bij de TESO boot, goederen van hun gading die geheel of ten dele aan

[benadeelde 11], en/of

[benadeelde 12], en/of

[benadeelde 13], en/of

een andere persoon (p. 219-221 van het procesdossier)

weg te nemen met het oogmerk om het zich telkens wederrechtelijk toe te eigenen en zich telkens de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak, een raam van die auto’s heeft ingeslagen en /of kastjes in die auto’s heeft opengemaakt en/of die auto’s heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;

feit 1 subsidiair

medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

feit 2 primair

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd;

feit 2 subsidiair

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte bij het bepalen van de strafmaat. Daarnaast heeft de verdachte tot op heden geen negatieve terugkoppeling ontvangen met betrekking tot een taakstraf en is artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Mede gelet hierop verzoekt de raadsman de eis van de officier van justitie te matigen tot een gevangenisstraf gelijk aan het reeds uitgezeten voorarrest, in combinatie met de maximaal op te leggen taakstraf van tweehonderdveertig uur.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich, samen met de medeverdachte, schuldig gemaakt aan het meermalen plegen van (poging tot) diefstal met braak en een vernieling. Zij hebben systematisch de autoruiten ingeslagen van vrijwel alle auto’s die geparkeerd stonden op de parkeerplaats bij de TESO-boot op zoek naar waardevolle spullen. De verdachte heeft daarbij kennelijk alleen oog gehad voor de geldelijke opbrengst van deze rooftocht. De slachtoffers blijven achter met de schade als gevolg van de inbraken. Dergelijke feiten zorgen, naast de financiële schade, voor veel hinder en overlast voor de gedupeerden. Bovendien veroorzaken auto-inbraken gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

Persoon van de verdachte

In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat hij volgens zijn strafblad van 11 augustus 2026 al eerder voor vermogensfeiten onherroepelijk is veroordeeld. Ondanks die eerdere strafopleggingen is hij opnieuw in de fout gegaan.

De op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard en omvang van de (gepoogde) auto-inbraken en een vernieling en de gevolgen die dit voor de slachtoffers heeft gehad, het opleggen van een gevangenisstraf passend en geboden is. Er is echter aanleiding om bij de straftoemeting enigszins af te wijken van de eis van de officier van justitie. Anders dan de officier van justitie constateert de rechtbank dat aan de verdachte niet herhaaldelijk gevangenisstraffen zijn opgelegd, maar slechts één kortdurende en één grotendeels voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit maakt dat de rechtbank van oordeel is dat de strafdoelen ook met een kortere, maar nog steeds aanzienlijke (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf kunnen worden bereikt. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte van vijf maanden vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaar, om zo de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

7. Vordering benadeelde partijen

Inleiding

De rechtbank zal hierna veertien vorderingen tot schadevergoeding bespreken. Daaraan voorafgaand overweegt de rechtbank dat zij een schadepost slechts kan toewijzen indien voldoende aannemelijk is geworden dat deze schade als rechtstreeks gevolg van het bewezenverklaarde feit is geleden en die schade (als deze door de verdediging wordt betwist) voldoende is onderbouwd met stukken (zoals bijvoorbeeld facturen of betaalbewijzen). Voor zover dergelijke stukken ontbreken of de onderbouwing onvoldoende concreet is, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren. De rechtbank heeft ervoor gekozen geen gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid ten aanzien van de vorderingen tot vergoeding van kosten voor het herstel van autoruiten als hiervoor geen onderbouwing is overgelegd. Hoewel in die gevallen wel aannemelijk is dat schade is geleden, is het voor de rechtbank in die gevallen onvoldoende inzichtelijk of de verzekering (een deel van) de schade heeft vergoed. Daarbij speelt ook een rol dat uit de diverse ingediende vorderingen blijkt dat zowel de kosten voor herstel van de ruit als de hoogte van het eigen risico sterk uiteenlopen.

Een aantal benadeelde partijen vordert immateriële schade. Het juridisch kader dat bij de beoordeling van deze schade geldt en door de rechtbank bij de beoordeling hiervan zal worden toegepast, is als volgt.

Vergoeding van immateriële schade is op grond van art. 6:106 sub b BW mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

Alle benadeelde partijen hebben vergoeding van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd. De beslissingen ten aanzien hiervan bespreekt de rechtbank voor alle toegewezen vorderingen gezamenlijk onder 7.19.

[benadeelde 3]

De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft voorafgaand aan de zitting een schriftelijke vordering tot schadevergoeding van € 300,- ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit het laten vervangen van de gebroken autoruit. De benadeelde partij is op de zitting verschenen en heeft mondeling toegelicht dat een deel van de schade reeds door de verzekering is vergoed en hij alleen nog zijn eigen risico vordert, hetgeen leidt tot een vermindering van het gevorderde bedrag tot € 150,-.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering. Zowel bij de schriftelijke vordering als op de zitting zijn geen stukken overlegd ter onderbouwing van de vordering. Wel geeft de officier van justitie de rechtbank mee dat overwogen kan worden gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid, nu een bedrag van € 150,- aan eigen risico redelijk voorkomt.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, omdat deze niet is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij heeft op de zitting nader toegelicht dat een deel van de schade al door de verzekering is vergoed en dat het overige deel het eigen risico betreft dat de benadeelde partij zelf heeft betaald. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de poging diefstal met braak. De rechtbank is van oordeel dat met de toelichting van de benadeelde partij ter zitting voldoende vast is komen te staan dat zij het bedrag van € 150,- als eigen risico heeft moeten voldoen. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van € 150,- aan materiële schade daarom geheel toe.

[benadeelde 14]

De benadeelde partij [benadeelde 14] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 450,- ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit het laten vervangen van de gebroken autoruit.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering.

Standpunt verdediging

De benadeelde partij heeft de vordering tot schadevergoeding niet onderbouwd met bewijsstukken. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij heeft de vordering tot schadevergoeding niet onderbouwd. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

[benadeelde 6]

De benadeelde partij [benadeelde 6] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 75,- ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit het eigen risico voor het laten vervangen van de gebroken autoruit.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ingediende vordering tot

schadevergoeding integraal kan worden toegewezen.

Standpunt verdediging

De raadsman acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar.

Oordeel van de rechtbank

De vordering tot vergoeding materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bewezen poging tot diefstal met braak, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van € 75,- aan materiële schade daarom geheel toe.

[benadeelde 15]

De benadeelde partij [benadeelde 15] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.957,54 ingediend tegen de verdachte wegens schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. Dit bedrag bestaat uit € 457,54 aan materiële schade (te weten: € 348,14 voor het laten vervangen van de gebroken autoruit, € 78,40 aan benzinekosten voor vervangend vervoer en € 31,- voor de bootovertocht van Den Helder naar Texel). Daarnaast is € 1.500,- gevorderd aan immateriële schade.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ingediende vordering tot

schadevergoeding ten aanzien van het materiële gedeelte kan worden toegewezen tot een bedrag van € 348,14, zijnde de kosten voor het vervangen van de autoruit. Voor de overige gevorderde materiële schade en immateriële schade dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering vanwege een gebrek aan onderbouwing.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij in het geheel niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering. De onderbouwing van de schade aan de ruit is onvoldoende duidelijk en de kosten voor de benzine en vervoerskosten zijn in het geheel niet onderbouwd. Ten aanzien van het immateriële gedeelte is de schade niet onderbouwd en tevens is er geen sprake van een aantasting in de persoon.

Oordeel van de rechtbank

Het gedeelte van de vordering van € 348,14 dat ziet op het laten vervangen van de autoruit is voldoende onderbouwd met de overlegde kostenberaming. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de bewezen poging tot diefstal met braak. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk, omdat dit deel van de vordering is betwist door de verdediging en niet is onderbouwd. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank het volgende.

De benadeelde partij heeft onvoldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat hij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Slapeloze nachten, het ongemak dat gepaard ging met de afhandeling van de schade en het feit dat iemand onrechtmatig aan zijn eigendom heeft gezeten, (hoe voorstelbaar ook) zijn daarvoor onvoldoende. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van de immateriële schade daarom af.

[benadeelde 16]

De benadeelde partij [benadeelde 16] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 344,13 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit de kosten van het eerst laten plaatsen van een noodruit en vervolgens het vervangen van de gebroken autoruit.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ingediende vordering tot

schadevergoeding integraal kan worden toegewezen.

Standpunt verdediging

De raadsman acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar.

Oordeel van de rechtbank

De vordering tot vergoeding materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bewezen poging tot diefstal met braak, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van € 344,13 aan materiële schade daarom geheel toe.

[benadeelde 17]

De benadeelde partij [benadeelde 17] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.013,10 ingediend tegen de verdachte wegens schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. Dit bedrag bestaat uit € 382,17 aan materiële schade voor het laten vervangen van de gebroken autoruit. Daarnaast is € 690,93 gevorderd voor immateriële schade, bestaande uit 52 keer de kosten van de boottocht met auto. Dit, omdat de benadeelde partij sinds het incident zijn auto niet meer durft te parkeren op de parkeerplaats en deze nu op de boot meeneemt.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding voor het materiële gedeelte kan worden toegewezen. Voor de immateriële schade dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing.

Standpunt verdediging

De raadsman acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar tot € 382,17 voor de reparatie van de autoruit. Voor het overige verzoekt hij de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan onderbouwing en omdat het geen direct gevolg betreft.

Oordeel van de rechtbank

Het gedeelte van de vordering dat ziet op het laten vervangen van de autoruit (€ 382,17) heeft de verdediging niet betwist en is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de bewezen poging tot diefstal met braak. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe.

Ten aanzien van de gevorderde bootkosten overweegt de rechtbank het volgende. De benadeelde partij heeft deze kosten opgevoerd als immateriële schade. Naar het oordeel van de rechtbank kan de benadeelde partij geen aanspraak maken op immateriële schadevergoeding, omdat niet is gebleken dat de benadeelde partij ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. Hij heeft onvoldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat hij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. De omstandigheid dat de benadeelde partij zijn auto niet meer op het terrein durft te parkeren en zijn vertrouwen en veiligheidsgevoel en flinke deuk heeft gekregen, is hiervoor onvoldoende.

Voor zover de benadeelde partij heeft bedoeld de bootkosten als materiële schade te vorderen, geldt dat hij dit deel van de vordering niet heeft onderbouwd. Daarbij geldt dat deze kosten met de huidige toelichting in een te ver verwijderd verband staan tot het bewezenverklaarde feit om als materiële schade voor rekening van de verdachte te brengen. De rechtbank verklaart de verdachte daarom niet ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van de bootkosten ad € 630,93.

[benadeelde 4]

De benadeelde partij [benadeelde 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 456,- ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit € 150,- ter vergoeding van de eigen bijdrage voor het laten vervangen van de gebroken autoruit en € 306,- aan gederfde inkomsten.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, omdat deze niet is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

De benadeelde partij heeft de vordering tot schadevergoeding niet onderbouwd en de verdediging heeft het gevorderde bedrag wel betwist. De rechtbank bepaalt daarom dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

[benadeelde 8]

De benadeelde partij [benadeelde 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.250,- ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering, omdat onvoldoende is onderbouwd dat de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen door het incident en de gevolgde therapie hierdoor komt.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft de rechtbank verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in zijn vordering, omdat deze niet is onderbouwd.

Oordeel van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank kan de benadeelde partij geen aanspraak maken op immateriële schadevergoeding, omdat niet is gebleken dat de benadeelde partij ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De benadeelde partij heeft onvoldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat hij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit zodanig geestelijk letsel heeft opgelopen, dat hij daarvoor in therapie heeft moeten gaan. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van de schade af.

[benadeelde 18]

De benadeelde partij [benadeelde 18] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 547,58 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit € 306,28 voor het laten vervangen van de gebroken autoruit, € 180,64 aan Univé verzekeringskosten voor de ruit en € 60,66 aan vijfmaal de kosten voor de overtocht van de boot.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding kan worden toegewezen tot € 186,30. Voor het overige dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard vanwege onvoldoende onderbouwing.

Standpunt verdediging

De raadsman acht de vordering van de benadeelde partij slechts toewijsbaar tot € 125,64

voor de reparatie van het raam. Voor het overige verzoekt hij de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan onderbouwing of omdat het geen direct gevolg van het strafbare feit betreft. Daarnaast is de noodzaak van de boottochten onduidelijk en niet onderbouwd middels bewijsstukken.

Oordeel van de rechtbank

Uit de toelichting op de vordering leidt de rechtbank af dat een deel van de schade in verband met het vervangen van de autoruit al door de verzekeringsmaatschappij Univé is voldaan en daarom in mindering moet worden gebracht op de kosten voor de reparatie van de autoruit, zodat een bedrag van € 125,64 resteert. Dit resterende gedeelte van de vordering is voldoende onderbouwd en is ook niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de bewezen poging tot diefstal met braak. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe. Het overige gedeelte van de kosten die betrekking hebben op het raam, betreft kosten die gemaakt zijn door Univé en kunnen niet door de benadeelde partij worden gevorderd als schade. De rechtbank wijst dit gedeelte van de vordering (ad € 361,28) af.

Ten aanzien van de bootkosten verklaart de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk, omdat de benadeelde partij onvoldoende heeft toegelicht waarom deze kosten moesten worden gemaakt en hoe dit verband houdt met het bewezenverklaarde feit. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

[benadeelde 19]

De benadeelde partij [benadeelde 19] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 503,07 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit het laten vervangen van de gebroken autoruit.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ingediende vordering tot

schadevergoeding integraal kan worden toegewezen.

Standpunt verdediging

De raadsman acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar tot een bedrag van € 300,-, nu uit de toelichting op de vordering blijkt dat het overige gedeelte reeds is vergoed door de verzekering.

Oordeel van de rechtbank

Uit de toelichting op de vordering leidt de rechtbank af dat een deel van de schade dat ziet op het vervangen van de autoruit reeds door de verzekering is gedekt en daarom in mindering moeten worden gebracht op de kosten voor de reparatie van de autoruit, zodat een bedrag van € 300,- resteert. Dit gedeelte van de vordering is voldoende onderbouwd en ook niet door de verdediging betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de poging tot diefstal met braak. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe. De rechtbank wijst de vordering voor het overige deel af (€ 203,07) omdat deze kosten al door de verzekering zijn gedekt.

[benadeelde 20]

De benadeelde partij [benadeelde 20] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 394,64 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit het laten vervangen van de gebroken autoruit.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ingediende vordering tot

schadevergoeding integraal kan worden toegewezen.

Standpunt verdediging

De raadsman acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar.

Oordeel van de rechtbank

De vordering tot vergoeding materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bewezen poging tot diefstal met braak, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van € 394,64 aan materiële schade daarom geheel toe.

[benadeelde 21]

De benadeelde partij [benadeelde 21] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 291,45 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit het laten vervangen van de gebroken autoruit.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ingediende vordering tot

schadevergoeding integraal kan worden toegewezen.

Standpunt verdediging

De raadsman acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar.

Oordeel van de rechtbank

De vordering tot vergoeding materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bewezen poging tot diefstal met braak, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van € 291,45 aan materiële schade daarom geheel toe.

[benadeelde 2]

De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 253,93 ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit € 25,- voor het plaatsen van een noodraam, € 11,13 voor de bootkosten voor de overtocht in verband met de reparatie van de auto en € 217,80 voor het laten vervangen van de gebroken autoruit.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ingediende vordering tot

schadevergoeding integraal kan worden toegewezen.

Standpunt verdediging

De raadsman acht de vordering van de benadeelde partij toewijsbaar.

Oordeel van de rechtbank

De vordering tot vergoeding materiële schade is voldoende onderbouwd en namens de verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bewezen poging tot diefstal met braak, voor het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van € 253,93 aan materiële schade daarom geheel toe.

[benadeelde 22]

De benadeelde partij [benadeelde 22] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 200,- ingediend tegen de verdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van de poging tot diefstal met braak zou hebben geleden. De gevorderde materiële schade bestaat uit € 150,- ter vergoeding van het eigen risico voor het laten vervangen van de gebroken autoruit en € 50,- voor de reiskosten die zijn gemaakt om de autoruit te laten repareren.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ingediende vordering tot

schadevergoeding integraal kan worden toegewezen.

Standpunt verdediging

De raadsman acht de vordering van de benadeelde partij slechts toewijsbaar tot € 150,- voor het eigen risico. Voor het overige verzoekt hij de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan onderbouwing.

Oordeel van de rechtbank

Het gedeelte van de vordering dat ziet op € 150,- aan eigen risico is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de bewezen poging tot diefstal met braak. De rechtbank wijst dit deel van de vordering daarom toe. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering (dat ziet op de reiskosten) niet-ontvankelijk, omdat dit deel van de vordering niet is onderbouwd. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

Wettelijke rente, kosten en schadevergoedingsmaatregel

De hiervoor genoemde bedragen die de verdachte aan de benadeelde partijen moet vergoeden worden steeds vermeerderd met de wettelijke rente, telkens vanaf 29 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling.

De verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moeten maken. De tot op heden door de benadeelde partijen gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

Daarnaast legt de rechtbank ten behoeve van alle benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partijen de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast, zoals hieronder in de beslissing weergegeven.

De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partijen. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen. Dit geldt ook andersom. Als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplicht tot betaling aan de Staat is daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen komen te vervallen.

Hoofdelijkheid

Omdat de verdachte de strafbare feiten waarvoor schadevergoedingen worden toegekend samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor samen aansprakelijk (oftewel: hoofdelijk aansprakelijk). Hetzelfde geldt voor de toe te wijzen proceskosten. Voor zover de mededader een bedrag aan de benadeelde partij heeft betaald, hoeft de verdachte dat deel van de schadevergoeding en de proceskosten niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikelen 36f, 45, 47, 57, 63, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 5 (vijf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op drie jaar bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 3]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 150,- (honderdvijftig euro) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 150,- (honderdvijftig euro) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 1 (één) dag. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Vordering benadeelde partij [benadeelde 14]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Vordering benadeelde [benadeelde 6]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 75,- (vijfenzeventig euro) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 75,- (vijfenzeventig euro) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 1 (één) dag. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Vordering benadeelde [benadeelde 15]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 348,14 (driehonderdachtenveertig euro en veertien eurocent) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 348,14 (driehonderdachtenveertig euro en veertien eurocent) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 3 (drie) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige materiële gedeelte (ad € 109,40) niet-ontvankelijk in de vordering en wijst de vordering voor het immateriële gedeelte (ad € 1.500,-) af.

Vordering benadeelde [benadeelde 16]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 344,13 (driehonderdvierenveertig euro en dertien eurocent) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 344,13 (driehonderdvierenveertig euro en dertien eurocent) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 3 (drie) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Vordering benadeelde [benadeelde 17]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 382,17 (driehonderdtweeëntachtig euro en zeventien eurocent) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 382,17 (driehonderdtweeëntachtig euro en zeventien eurocent) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 3 (drie) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige gedeelte af.

Vordering benadeelde [benadeelde 4]

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.

Vordering benadeelde [benadeelde 8]

Wijst de vordering van de benadeelde partij af.

Vordering benadeelde [benadeelde 18]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 125,64 (honderdvijfentwintig euro en vierenzestig eurocent) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag € 125,64 (honderdvijfentwintig euro en vierenzestig eurocent) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 1 (één) dag. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij voor het materiële gedeelte dat ziet op de bootkosten (ad € 60,66) niet-ontvankelijk in de vordering en wijst het materiele gedeelte van de vordering dat ziet op ruitschade die al is vergoed (ad € 361,28) af.

Vordering benadeelde [benadeelde 19]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 300,- (driehonderd euro) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag € 300,- (driehonderd euro) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 3 (drie) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering voor het overige gedeelte af.

Vordering benadeelde [benadeelde 20]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 394,64 (driehonderdvierennegentig euro en vierenzestig eurocent) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag € 394,64 (driehonderdvierennegentig euro en vierenzestig eurocent) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 3 (drie) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Vordering benadeelde [benadeelde 21]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 291,45 (tweehonderdeenennegentig euro en vijfenveertig eurocent) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag € 291,45 (tweehonderdeenennegentig euro en vijfenveertig eurocent) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 2 (twee) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Vordering benadeelde [benadeelde 2]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 253,93 (tweehonderddrieënvijftig euro en drieënnegentig eurocent) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag € 253,93 (tweehonderddrieënvijftig euro en drieënnegentig eurocent) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 2 (twee) dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Vordering benadeelde [benadeelde 22]

Wijst hoofdelijk toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij geleden schade tot een bedrag van € 150,- (honderdvijftig euro) als vergoeding voor de materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van voornoemde benadeelde partij de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag € 150,- (honderdvijftig euro) en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 oktober 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast met een maximale duur van 1 (één) dag. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de Staat is betaald, de verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige gedeelte niet-ontvankelijk in de vordering.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.K. Korteweg, voorzitter,

mr. I.M. Hendriks en mr. R.V. Loeve, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. R.M. Beekhuizen,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.

Bijlage 1

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1

Primair hij op verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Den Helder, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een of meer auto('s) die geparkeerd stond(en) op een parkeerplaats bij de TESO boot, een goed(goederen) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die in ieder geval geheel of ten dele aan

[benadeelde 1], te weten een Suzuki Swift met kenteken [kenteken 1] en/of[benadeelde 2], te weten een Nissan Micra met kenteken [kenteken 2] en/of[benadeelde 3], te weten een Opel Insignia Sports Tourer met kenteken [kenteken 3] en/of[benadeelde 4], te weten een BMW Gran Tourer met kenteken [kenteken 4] en/of[benadeelde 5], te weten een Ford Transit Custom met kenteken [kenteken 5] en/of[benadeelde 6], te weten een Citroen C1 met kenteken [kenteken 6] en/of[benadeelde 7], te weten een Seat Ibiza met kenteken [kenteken 7] en/of[benadeelde 8], te weten een een Kia Proceed met kenteken [kenteken 8]en/of een of meer andere perso(o)n(en) (p. 145-146, p. 171-176, p. 179-197, p. 201-212 en p. 222-223 van het procesdossier)

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich (telkens) wederrechtelijk toe te eigenen en zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, een raam van die auto’s heeft ingeslagen en/of (vervolgens) kastjes/lades in die auto’s heeft opengemaakt en/of die auto’s heeft doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf/die voorgenomen misdrijven niet is voltooid;

Subsidiair

hij op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Den Helder tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk, een of meer auto('s) die geparkeerd stond(en) op een parkeerplaats bij de TESO boot, te weten,

-een (personen)auto, een Suzuki Swift met kenteken [kenteken 1], en/of-een (personen)auto, een Nissan Micra, met kenteken [kenteken 2] en/of-een (personen)auto, een Opel Insignia Sports Tourer, met kenteken [kenteken 3] en/of-een (personen)auto, een BMW Gran Tourer, met kenteken [kenteken 4]-een (bedrijfs)auto, een Ford Transit Custom, met kenteken [kenteken 5] en/of-een (personen)auto, een Citroen C1, met kenteken [kenteken 6] en/of-een (personen)auto, een Seat Ibiza, met kenteken [kenteken 7] en/of-een (personen)auto, een Kia Proceed, met kenteken [kenteken 8] en/of-een of meer andere auto(’s) (p. 145-146, p. 171-176, p. 179-197, p. 201-212 en p. 222-223 van het procesdossier)

dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 3] en/of [benadeelde 4] en/of [benadeelde 5] en/of [benadeelde 6] en/of [benadeelde 7] en/of [benadeelde 8], en/of een of meer andere perso(o)n(en) (p. 145-146, p. 171-176, p. 179-197, p. 201-212 en p. 222-223 van het procesdossier) en/of in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft/hebben vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

Feit 2

Primair hij in of omstreeks de periode van 29 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Den Helder tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, uit een of meer auto(’s), een boormachine en/of een accu en/of een geldbedrag, en/of een zonnebril, en/of een laptop, en/of gereedschap, en/of een of meer navigatiesyste(e)m(en) en/of enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

[benadeelde 9], en/of[benadeelde 10], en/of[benadeelde 11], en/of[benadeelde 12], en/of[benadeelde 13], en/ofeen of meer andere perso(o)n(en) (p. 219-221 van het procesdossier) in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n)

heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Subsidiair

hij op verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 oktober 2025 tot en met 30 oktober 2025 te Den Helder, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om uit een groot aantal auto's die geparkeerd stonden op een parkeerplaats bij de TESO boot, een goed(goederen) van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die in ieder geval geheel of ten dele aan

[benadeelde 9], en/of

[benadeelde 10], en/of

[benadeelde 11], en/of

[benadeelde 12], en/of

[benadeelde 13], en/of

een of meer andere personen (p. 219-221 van het procesdossier)

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich (telkens) wederrechtelijk toe te eigenen en zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking, een raam van één of meer auto’s ingeslagen en/of (vervolgens) kastjes/lades in die auto’s opengemaakt en/of die auto’s doorzocht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf/die voorgenomen misdrijven niet is voltooid.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand