ECLI:NL:RBNHO:2026:11230

ECLI:NL:RBNHO:2026:11230

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer 15/117928-22
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

De verdachte heeft zich op 26 maart 2022 in Hoofddorp samen met anderen schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van twee jongens van destijds 13 en 14 jaar oud. Hierbij is gebruik gemaakt van verbale druk, bedreiging en lichamelijk geweld. Gelet op de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn en de positieve verandering in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte sinds het feit, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet meer passend, zodat zal worden volstaan met oplegging van een taakstraf. De rechtbank zal de overschrijding van de redelijke termijn verder verdisconteren in de duur van de taakstraf. Alles afwegend komt de rechtbank tot oplegging van een taakstraf voor de duur van 180 uur.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/117928-22 (P)

Uitspraakdatum: 27 augustus 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 augustus 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres 1] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. R. Funke Küpper en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. S.W. Kuijpers, advocaat te Hoofddorp, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair hij op of omstreeks 26 maart 2022 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk de minderjarigen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door:- bij de parkeerplaats van de Basic Fit te Hoofddorp verdachte [medeverdachte 1] te ontmoeten terwijl hij wetenschap had van het feit dat [medeverdachte 1] de minderjarigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tegen hun wil in een auto (BMW) vervoerde en/of wederrechtelijk van hun vrijheid beroofd had en/of hield- bij de parkeerplaats van de Basic Fit te Hoofddorp die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] uit de auto (BMW) te trekken- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met luide en agressieve stem te woord te staan en/of te mishandelen door te slaan en/of stoten en/of knietjes te geven op het hoofd en/of lichaam en/of te duwen en/of te beletten dat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich vrij konden bewegen en/of zich daar konden verwijderen- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te dwingen te zeggen wie ‘de jongens’ waren (die eerder betrokken zouden zijn geweest bij een vernieling) om vrijgelaten te kunnen worden- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] van elkaar te scheiden door die [slachtoffer 1] te dwingen bij hem, en een andere man ( [medeverdachte 2] ), in de auto (Opel) te stappen en die [slachtoffer 2] in de andere auto (BMW) te laten stappen en/of die [slachtoffer 1] te beletten de auto (Opel) te verlaten- die [slachtoffer 1] in een auto (Opel) te vervoeren naar de Gamma te Hoofddorp en die [slachtoffer 1] te beletten de auto (Opel) te verlaten- constant bij die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] in de buurt te blijven, in elk geval gedurende enig tijd te beletten dat die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] zich vrij konden bewegen en/of zich konden verwijderen;

Subsidiair hij op of omstreeks 26 maart 2022 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een ander, te weten de minderjarigen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] , door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die ander en/of een of meer derden, te weten [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, door:- bij de parkeerplaats van de Basic Fit te Hoofddorp verdachte [medeverdachte 1] te ontmoeten terwijl hij wetenschap had van het feit dat [medeverdachte 1] de minderjarigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] tegen hun wil in een auto (BMW) vervoerde en/ofwederrechtelijk van hun vrijheid beroofd had en/of hield- bij de parkeerplaats van de Basic Fit te Hoofddorp die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] uit de auto (BMW) te trekken- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] met luide en agressieve stem te woord te staan en/of te mishandelen door te slaan en/of stoten en/of knietjes te geven op het hoofd en/of lichaam en/of te duwen en/of te beletten dat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich vrij konden bewegen en/of zich daar konden verwijderen- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te dwingen te zeggen wie ‘de jongens’ waren (die eerder betrokken zouden zijn geweest bij een vernieling) om vrijgelaten te kunnen worden- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] van elkaar te scheiden door die [slachtoffer 1] te dwingen bij hem en een andere man ( [medeverdachte 2] ) in de auto (Opel) te stappen en die [slachtoffer 2] in de andere auto (BMW) te laten stappen en/of die [slachtoffer 1] te beletten de auto (Opel) te verlaten- die [slachtoffer 1] in de auto (Opel) te vervoeren naar de Gamma te Hoofddorp en die [slachtoffer 1] te beletten de auto (Opel) te verlaten- constant bij die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] in de buurt te blijven, in elk geval gedurende enig tijd te beletten dat die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] zich vrij konden bewegen en/of zich konden verwijderen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit. Daartoe is aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte reeds op het moment dat hij ter plaatse kwam bij de Basic Fit wist dat de medeverdachte [medeverdachte 1] de minderjarigen tegen hun wil vervoerde, zoals hem onder het eerste gedachtestreepje ten laste is gelegd. Verder is aangevoerd dat de onder het derde gedachtestreepje ten laste gelegde geweldshandelingen (met uitzondering van het duwen) niet kunnen worden bewezen. Alleen de minderjarigen hebben verklaard over de mishandeling, terwijl de politie geen letsel in hun gezichten heeft waargenomen. Voor het overige kan het primair tenlastegelegde volgens de raadsvrouw worden bewezen.

Oordeel van de rechtbank

Bewijs De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsmotivering

Uit de bewijsmiddelen en de overige inhoud van het dossier leidt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden af.

Op 26 maart 2022 is de medeverdachte [medeverdachte 1] gebeld door zijn vriend [getuige] (hierna: [getuige] ). [getuige] vertelde hem dat de voordeur van de woning van de moeder van [getuige] (gelegen aan de [adres 2] in Hoofddorp; hierna: de woning) werd vernield. Omdat [getuige] op dat moment zelf in Duitsland was, heeft hij [medeverdachte 1] gevraagd naar de woning te gaan. Hierop is [medeverdachte 1] naar de woning gereden. In de buurt van de woning zag [medeverdachte 1] een groep jongens wegrennen en is hij achter twee jongens aangereden. Dit waren de 13-jarige [slachtoffer 1] en de 14-jarige [slachtoffer 2] (hierna: de jongens). [medeverdachte 1] reed de jongens klem, stapte uit en pakte hen vast. Hij heeft de telefoons van de jongens afgepakt en hen gedwongen in zijn auto te stappen, terwijl zij zichtbaar bang waren en zeiden dat zij niet wilden instappen. Ondertussen had [medeverdachte 1] steeds telefonisch contact met [getuige] , die onderweg was naar Hoofddorp. [getuige] gaf [medeverdachte 1] de opdracht om de jongens bij zich te houden totdat hij er was. Zij spraken af op de parkeerplaats bij de Basic Fit (Arnolduspark te Hoofddorp). Via de luidspreker sprak [getuige] in het Turks met de jongens en bedreigde hij hen. [medeverdachte 1] hield de telefoons van de jongens onder zich, terwijl hij wist dat één van de jongens steeds door zijn moeder werd gebeld. [medeverdachte 1] is met de jongens naar de Basic Fit gereden. Op de parkeerplaats van de Basic Fit heeft [medeverdachte 1] de verdachte (tevens een contact van [getuige] ) ontmoet. De verdachte was samen met [medeverdachte 2] (hierna: [medeverdachte 2] ) ter plaatse gekomen. De verdachte heeft de jongens uit de auto getrokken en hen mishandeld door hen te duwen, te slaan en knietjes te geven tegen hun gezicht. Hierna werden de jongens van elkaar gescheiden: [slachtoffer 2] moest bij [medeverdachte 1] in de auto stappen en [slachtoffer 1] bij de verdachte en [medeverdachte 2] . Zij reden vervolgens gezamenlijk naar de parkeerplaats bij de Gamma (Noordmeerstraat te Hoofddorp), waar zij bleven wachten op [getuige] . Ruim een kwartier later arriveerden daar de vaders van de jongens, die via de applicatie ‘Zoek mijn iPhone’ hun locatie hadden achterhaald.

Medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat de jongens zich door toedoen van de verdachten niet aan de situatie hebben kunnen onttrekken. De verdachte en [medeverdachte 1] waren een stuk ouder dan de jongens en hadden zodoende een natuurlijk overwicht op hen. Vanaf het eerste contact hebben de verdachte en [medeverdachte 1] zich dreigend en intimiderend opgesteld en op de parkeerplaats van de Basic Fit heeft de verdachte zelfs lichamelijk geweld gebruikt. De jongens zijn vervolgens van elkaar gescheiden wat hun gevoel van onvrijheid en onveiligheid moet hebben vergroot. De situatie is pas geëindigd nadat de ouders van de jongens eigenhandig hun locatie wisten te achterhalen. De rechtbank acht op grond van al het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich, in nauwe en bewuste samenwerking met anderen, schuldig heeft gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving.

Partiële vrijspraak

Met de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat op basis van de bewijsmiddelen niet kan worden vastgesteld dat de verdachte reeds op het moment dat hij ter plaatse kwam bij de Basic Fit wist dat [medeverdachte 1] de jongens tegen hun wil vervoerde. De rechtbank zal de verdachte in zoverre partieel vrijspreken van het eerste ten laste gelegde gedachtestreepje.

De rechtbank volgt de raadsvrouw niet in haar standpunt dat de onder het derde gedachtestreepje ten laste gelegde geweldshandelingen niet bewijsbaar zijn. De jongens hebben immers aanstonds (pagina 107) en eensluidend verklaard over de mishandeling door de man in het oranje shirt, te weten de verdachte. De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan hun verklaringen en acht deze dan ook in zijn geheel betrouwbaar. Dat de politie geen letsel in hun gezichten heeft waargenomen, doet aan die conclusie niet af. Dat is immers goed verklaarbaar doordat de jongens zich volgens hun verklaringen hebben verweerd door hun handen voor hun gezichten te houden.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 26 maart 2022 te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk de minderjarigen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door:- bij de parkeerplaats van de Basic Fit te Hoofddorp verdachte [medeverdachte 1] te ontmoeten

- bij de parkeerplaats van de Basic Fit te Hoofddorp die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] uit de auto (BMW) te trekken- die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met luide en agressieve stem te woord te staan en te mishandelen door te slaan en/of stoten en knietjes te geven op het hoofd en/of lichaam en te duwen en te beletten dat die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zich vrij konden bewegen en zich daar konden verwijderen- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] te dwingen te zeggen wie ‘de jongens’ waren (die eerder betrokken zouden zijn geweest bij een vernieling) om vrijgelaten te kunnen worden- die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] van elkaar te scheiden door die [slachtoffer 1] te dwingen bij hem, en een andere man ( [medeverdachte 2] ), in de auto (Opel) te stappen en die [slachtoffer 2] in de andere auto (BMW) te laten stappen - die [slachtoffer 1] in een auto (Opel) te vervoeren naar de Gamma te Hoofddorp en die [slachtoffer 1] te beletten de auto (Opel) te verlaten- constant bij die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] in de buurt te blijven, in elk geval gedurende enig tijd te beletten dat die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] zich vrij konden bewegen en zich konden verwijderen.

Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren en tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden met een proeftijd van twee jaar. Daarbij heeft zij rekening gehouden met de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft in het kader van de straftoemeting gewezen op de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Sinds het feit is het leven van de verdachte in positieve zin veranderd. De verdachte heeft inmiddels een eigen bedrijf en een gezin met twee jonge kinderen en is in behandeling geweest voor zijn woedeaanvallen. De raadsvrouw heeft verzocht in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een (forse) taakstraf op te leggen, eventueel aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de wederrechtelijke vrijheidsberoving van twee jongens van destijds 13 en 14 jaar oud. Hierbij is gebruik gemaakt van verbale druk, bedreiging en lichamelijk geweld. Door zo te handelen hebben de verdachten de minderjarigen vrees aangejaagd, wat wordt geïllustreerd door het feit dat een van de jongens zich huilend heeft afgevraagd of hij ooit nog wel thuis kwam. De verdachten hebben de slachtoffers belemmerd in hun persoonlijke vrijheidsbeweging en inbreuk gemaakt op hun lichamelijke en geestelijke integriteit. De verdachten hebben op volledig disproportionele wijze voor eigen rechter gespeeld en daarbij geen enkele rekening gehouden met de nadelige gevolgen voor de slachtoffers. Bovendien vergroten dergelijke geweldsdelicten de gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij.

De verdachte heeft ter zitting het feit weliswaar niet volmondig en op alle onderdelen toegegeven, maar hij ziet wel in dat hij de fout is ingegaan en heeft daarvoor ook spijt betuigd. Dit weegt de rechtbank in zijn voordeel mee.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte van 10 augustus 2026, waaruit blijkt dat hij ten tijde van het bewezenverklaarde niet eerder voor een geweldsdelict was veroordeeld zodat dit niet in zijn nadeel meeweegt.

De rechtbank heeft daarnaast kennisgenomen van het rapport van Reclassering Nederland van 12 juni 2026. Uit het rapport komt naar voren dat de verdachte zich stabiel toont op de leefgebieden van dagbesteding, financiën en de relatie met zijn gezin. Gezien de proceshouding van de verdachte heeft de reclassering het recidiverisico niet kunnen inschatten noch of begeleiding door de reclassering tot gedragsverandering zou kunnen leiden. De reclassering adviseert daarom bij een bewezenverklaring een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden verbonden aan een voorwaardelijk strafdeel.

Redelijke termijn

De rechtbank is van oordeel dat de redelijke termijn in deze zaak is aangevangen op 3 mei 2022, de datum waarop de verdachte is verhoord door de politie. De rechtbank gaat er – gelet op de onderzoeksbevindingen die de politie hem in het verhoor heeft voorgehouden – van uit dat de verdachte vanaf dat moment redelijkerwijs kon verwachten dat strafvervolging tegen hem zou worden ingesteld. De rechtbank wijst op 27 augustus 2026 vonnis, vier jaar en bijna vier maanden na aanvang van de redelijke termijn.

Als uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. De rechtbank is van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn niet aan de verdachte valt toe te rekenen. Ook anderszins is niet gebleken van dusdanige bijzondere omstandigheden dat van het uitgangspunt van twee jaar moet worden afgeweken. De rechtbank stelt daarmee vast dat de redelijke termijn is overschreden met twee jaar en bijna vier maanden en is van oordeel dat deze overschrijding moet worden gecompenseerd in de strafoplegging.

Geen taakstrafverbod

Wederrechtelijke vrijheidsberoving is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar is gesteld. Zonder afbreuk te doen aan de ernst van het feit is de rechtbank gelet op de omstandigheden in deze zaak van oordeel dat het feit geen ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers ten gevolge heeft gehad. Daarmee is het taakstrafverbod als bedoeld in artikel 22b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing.

Op te leggen straf

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Gelet echter op de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn en de positieve verandering in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte sinds het feit, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet meer passend, zodat zal worden volstaan met oplegging van een taakstraf. De rechtbank zal de overschrijding van de redelijke termijn verder verdisconteren in de duur van de taakstraf. Alles afwegend komt de rechtbank tot oplegging van een taakstraf voor de duur van 180 uur. Gelet op de stabiele leefsituatie van de verdachte en het feit dat hij (afgezien van een strafbeschikking) al jarenlang niet in aanraking is gekomen met justitie wegens een geweldsfeit ziet de rechtbank geen aanleiding tot oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

9, 22c, 22d, 47, 57, 63 en 282 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 180 [honderdtachtig] uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 [negentig] dagen hechtenis.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. G.M.G. Hink, voorzitter,

mr. M. Hoendervoogt en mr. M. van Doesburg, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. O. Muller en mr. L.S. Rietdijk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2026.

Bijlage

De bewijsmiddelen

(…)

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. G.M.G. Hink
  • mr. M. Hoendervoogt
  • mr. M. van Doesburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand