RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/381621 / JU RK 26-1358
Datum uitspraak: 27 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming te Haarlem,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige 1] ,
[de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen [de minderjarige 2] ,
[de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] ,
hierna te noemen [de minderjarige 3] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
- De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het mondelinge verzoek van de Raad op 27 augustus 2026, welk verzoek schriftelijk is bevestigd bij verzoekschrift van de Raad met bijlagen, dat is ontvangen op 28 augustus 2026.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .
[de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] wonen bij de moeder.
3. Het verzoek
De Raad verzoekt [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg en voor [de minderjarige 1] in een netwerkgezin (te weten bij haar zus [zus] ) te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4. De beoordeling
Er zijn forse zorgen over de fysieke en mentale veiligheid van de kinderen in het gezin gelet op de volgende informatie die de Raad mondeling heeft gegeven. De oudere, inwonende 19-jarige dochter, heeft de politie om hulp en bescherming gevraagd, omdat zij is mishandeld (geslagen en geschopt) en bedreigd door de vader met een mes vanwege de relatie die zij met een Nederlandse jongen heeft. De bedreiging houdt onder meer in dat zij haar terugbrengen naar [land] . De ouders hebben haar paspoort en telefoon ingenomen. Daarbij wordt [de minderjarige 2] ingezet om de dochters te volgen en onder druk te zetten. Als [de minderjarige 2] dit niet doet of hen niet weet te traceren, wordt hij geslagen. Ook overigens worden de kinderen volgens deze zus al langdurig mishandeld door de ouders. Er moet daarom meer zicht komen op de situatie van de kinderen en hun veiligheid en welzijn. Daartoe zal onder meer zo snel mogelijk een top-tot-teen onderzoek plaatsvinden en zullen er gesprekken met de kinderen gevoerd worden. Hierbij is nog van belang dat beide ouders op 27 augustus 2026 zijn aangehouden voor verdenking van (kinder)mishandeling en vastzitten op het politiebureau. Volgens de Raad is de verwachting dat zij nog langer worden vastgehouden. Voor [de minderjarige 3] en [de minderjarige 2] samen is een plek gevonden bij een pleeggezin. [de minderjarige 1] zal geplaatst worden bij de oudere zus. Hoewel die zus pas 19 jaar is en nog thuiswonend is, wordt plaatsing bij haar in het belang van [de minderjarige 1] geacht gelet op haar jonge leeftijd. De 19-jarige dochter wordt ook in staat geacht voor [de minderjarige 1] te zorgen. Voor hen samen is een (tijdelijke) verblijfplek gevonden. De ouders stemmen niet in met verblijf van de kinderen elders.
De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat aan de voorwaarden voor een voorlopige ondertoezichtstelling is voldaan. Er is een ernstig vermoeden dat de ontwikkeling van [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] acuut en ernstig wordt bedreigd. De voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om die bedreiging weg te nemen.
Daarnaast is de kinderrechter op grond van het voorgaande van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] uit huis worden geplaatst.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] . Daarom stelt de kinderrechter [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] voorlopig onder toezicht voor de duur van drie maanden. Ook machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De Raad, de belanghebbenden en [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
stelt [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] en [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , [land] , voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Regio [plaats] met ingang van 27 augustus 2026 tot 27 november 2026;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 27 augustus 2026 tot 24 september 2026;
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige 1] in een netwerkgezin met ingang van 27 augustus 2026 tot 24 september 2026;
verklaart de beslissing onder 5.2. en 5.3. uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voortzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
bepaalt dat de Raad, de GI, de vader en de moeder tijdig zal oproepen voor die zitting;
vraagt de griffier [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] tijdig op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026 door mr. S. Ok, kinderrechter, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier, en op schrift gesteld op 28 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.