ECLI:NL:RBNHO:2026:11366

ECLI:NL:RBNHO:2026:11366

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 26-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer HAA 26/3168
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening in verband met de aanvraag van verzoekers van 26 januari 2026 om een urgentieverklaring. Zoekprofiel. Medische urgentie. Artikel 4:84 Awb. Verzoek afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit Alkmaar, verzoekers

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Alkmaar, verweerder

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/3168

uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 augustus 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

(gemachtigde: mr. M. Hoefs),

en

(gemachtigde: M. Blom).

Inleiding en procesverloop

In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening in verband met de aanvraag van verzoekers van 26 januari 2026 om een urgentieverklaring.

Verweerder heeft de aanvraag met het besluit van 29 april 2026 toegewezen en heeft bepaald dat verzoekers een zoekprofiel hebben voor een appartement met (minimaal) drie slaapkamers.

Verzoekers zijn het niet eens met het zoekprofiel en hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 29 april 2026. Ook is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Zij verzoeken onder meer het besluit van 29 april 2026 te schorsen tot zes weken na de beslissing op bezwaar en verweerder op te dragen om verzoekster met onmiddellijke ingang te behandelen als ware aan haar een urgentieverklaring toegekend met als zoekprofiel voor een (eengezins)woning met (tenminste) drie slaapkamers.

Bij besluit van 25 juni 2026 heeft verweerder op het bezwaar beslist en daarbij het besluit van 29 april 2026 in stand gelaten.

Daartegen hebben verzoekers op 2 juli 2026 beroep ingesteld. Het ingediende verzoek om een voorlopige voorziening is aangemerkt als een verzoek hangende het beroep. Verzoekers hebben desgevraagd bij brief van 13 juli 2026 het verzoek onderbouwd en bij brief van 6 augustus 2026 de gronden van het beroep en het verzoek ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 12 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers bijgestaan door hun dochter en gemachtigde en de gemachtigde van verweerder.

2. Op grond van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak doen op het beroep als na afloop van de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak.

Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat onderzoek ten aanzien van een beroepsgrond in de behandeling van het verzoek niet kan worden afgerond en mogelijk kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist hij enkel op het verzoek.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

3. De voorzieningenrechter beoordeelt bij een verzoek tot voorlopige voorziening hangende een beroepsprocedure of het beroep een redelijke kans van slagen heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een bodemprocedure niet.

Waar gaat deze zaak over?

Op 26 januari 2026 hebben verzoekers een aanvraag om urgentie gedaan. De reden hiervoor is een medische indicatie. Verzoekster heeft in het verleden in een oorlogsland traumatische gebeurtenissen meegemaakt en lichamelijk letsel opgelopen door een raket. Ook is verzoekster haar broertje verloren. Verzoekster heeft hier psychische gevolgen aan overgehouden. In de nacht van 18 op 19 november 2025 heeft een explosie plaatsgevonden bij de woning van verzoekers en is er negen keer op de woning geschoten. Verzoekers geven aan dat het probleem is ontstaan naar aanleiding van ernstige geweldsincidenten van hun zoon. Hun zoon is in 2024 slachtoffer geweest van een steekincident en in 2025 is hij opnieuw geconfronteerd met dreiging vanuit die groep. Een vriend van de dader zou hun zoon bedreigen in verband met een schadevergoeding die hij zou ontvangen. In 2025 is hun zoon opnieuw aangevallen, waarbij hij vanuit zelfverdediging het mes van de aanvaller zou hebben afgepakt en zou hebben teruggestoken. Onder begeleiding heeft hij deelgenomen om de situatie te de-escaleren, verzoekers menen dat de aanslag op de woning een wraakactie is geweest voortkomend uit eerdere conflicten. Verzoekers en hun minderjarige kinderen zijn slachtoffer van geweld, zonder enige betrokkenheid bij de ruzies. Deze aanslag bracht opnieuw trauma naar boven en verslechterde de medische en psychische toestand van verzoekster. Zij is hiervoor in behandeling. Als gevolg van de aanslag is de woning gesloten door de burgemeester. Verzoekster wil – om verdere psychische schade en lichamelijke gezondheid te voorkomen – beschikken over een veilige en stabiele alternatieve woonomgeving. Verzoekster heeft bij haar aanvraag een verklaring van haar GZ-psycholoog gevoegd.

Op 29 januari 2026 bevestigt verweerder de aanvraag van verzoekers. Vervolgens heeft op dinsdag 10 maart 2026 een kennismakingsgesprek plaatsgevonden. Omdat verweerder aanvullend medisch advies wil aanvragen wordt de beslistermijn verlengd tot uiterlijk 21 mei 2026.

Uit het medisch advies blijkt dat de medische situatie van verzoekster levensontwrichtend is en de huidige situatie haar toestand verergert. Het advies is om woningurgentie te verlenen, zodat behandeling kan aanslaan en de beperkingen van verzoekster niet verergeren.

Bij het primaire besluit van 29 april 2026 wijst verweerder de aanvraag om een urgentieverklaring toe. Een urgentieverklaring wordt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gegeven. Verzoeksters situatie is getoetst aan de weigeringsgronden uit artikel 19 lid 2 van de Huisvestingsverordening Alkmaar 2026; er zijn geen weigeringsgronden van toepassing. Er liggen medische stukken waaruit blijkt dat de medische indicatie gerelateerd is aan de woonsituatie. Uit de voorwaarden blijkt dat de urgentieverklaring maximaal zes maanden geldig is. Een geschikte woning voor verzoekers voldoet aan de voorwaarden:

 De woning is bestemd voor urgent woningzoekenden. Dit wordt vermeld in de tekst van de woningadvertentie;

 De urgentie is geldig voor een appartement met/zonder lift met (minimaal) drie slaapkamers.

 De woning voldoet aan de volgende voorwaarden;

- Huurprijs: passend bij inkomen

- Op de website van svnk.nl staat bij ‘passend toewijzen’ meer informatie over de maximale huurprijsgrenzen.

 Als verzoekster gereageerd heeft en de woning wordt aangeboden, mag zij niet weigeren. Weigert verzoekster alsnog, dan kan verweerder de urgentieverklaring intrekken.

Op 22 mei 2026 maken verzoekers bezwaar tegen het besluit voor zover daarin een zoekprofiel is gekoppeld van ‘een appartement met (minimaal) 3 slaapkamers’. Deze woningen zijn volgens verzoekers (bijna) niet voorhanden en als ze al beschikbaar komen liggen deze in de omgeving waarin de daders wonen zodat deze ongeschikt zijn. Verzoekers verzoeken het zoekprofiel uit te breiden naar eengezinswoningen. Verweerder heeft ten onrechte nagelaten te motiveren waarom is gekozen voor dit zoekprofiel. Dit profiel blokkeert de mogelijkheid om daadwerkelijk gebruik te kunnen maken van de verstrekte urgentieverklaring. Hun huidige verhuurder, Woonwaard, heeft laten weten verzoekers niet meer als huurders te accepteren in Alkmaar en Dijk en Waard, dit zou volgens Woonwaard ook gelden voor andere verhuurders binnen de regio. Verzoeker heeft al jarenlang een taxibedrijf met klantenkring in Alkmaar. Bovendien is hij raadslid, hij moet woonachtig zijn binnen de gemeente. De minderjarige kinderen gaan in Alkmaar naar school en hun sociaal netwerk bevindt zich daar ook. Bovendien laten zij een eengezinswoning achter zodat de woningvoorraad niet wordt benadeeld. Woonwaard heeft aangegeven de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden als er niet snel een oplossing komt.

Op 10 juni 2026 heeft een digitale hoorzitting plaatsgevonden.

Het standpunt van verweerder

4. Met het bestreden besluit van 25 juni 2026 laat verweerder het primaire besluit in stand. Het zoekprofiel is gebaseerd op de gezinssamenstelling. Verzoekers zijn het niet eens met één van de voorwaarden van de urgentie; die voor een appartement met/zonder lift met (minimaal) drie slaapkamers. Op grond van artikel 7 van de Beleidsregels urgentie gemeente Alkmaar 2024 wordt bij het verlenen van urgentie door de gemeente een zoekprofiel opgesteld dat is gebaseerd op een vergelijkbare situatie als de huidige met dien verstande dat het leidt tot de meest sobere oplossing voor de urgente woonsituatie, waarbij geen recht op een eengezinswoning wordt verkregen. De vraag die voorligt is of er omstandigheden zijn om op grond van artikel 4:84 van de Awb van dat beleid af te wijken. Verweerder stelt zich op het standpunt dat bij het verlenen van urgentie geen rekening kan worden gehouden met een negatieve houding van verhuurder ten opzichte van de aanvrager, omdat bij het verlenen van een urgentie enkel wordt beoordeeld of er sprake is van een weigeringsgrond, en daar was bij deze aanvraag geen sprake van. Het feit dat verzoekers niet kunnen huren binnen Alkmaar en Dijk en Waard kan verweerder niet meenemen bij de afweging om een urgentie te verlenen. Verweerder heeft onderzocht dat er tien appartementen (met 3 slaapkamers) beschikbaar zijn gekomen sinds de urgentie is verleend. Er moet sprake zijn van zeer bijzondere omstandigheden om op basis van artikel 4:84 van de Awb af te wijken van artikel 7 van de beleidsregels. Die bijzondere omstandigheden moeten ook nog eens onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Het doel van de Beleidsregel is voorrang verlenen op sociale huurwoningen indien er sprake is van een acute noodsituatie; die er is in het geval van verzoekster. Het verkrijgen van een appartement met drie slaapkamers is voldoende om in die medische indicatie te voorzien. Verzoekster heeft verder geen medische beperkingen waardoor een appartement niet voldoet. Verweerder ziet daarom geen reden om op basis van artikel 4:84 van de Awb af te wijken van artikel 7 van de beleidsregels. De overige bezwaargronden zien op de veiligheid van het gezin. Dit aspect kan verweerder niet meenemen omdat de urgentie op medische gronden is afgegeven.

In het verweerschrift heeft verweerder aangegeven dat bij de beoordeling van een aanvraag met de (on)wil van verhuurders geen rekening wordt gehouden omdat het geen toetsingscriterium is in de Huisvestingsverordening. Daarnaast is in het besluit op bezwaar geoordeeld dat het naar het oordeel van verweerder ook geen bijzondere omstandigheid is om af te wijken van de beleidsregels. De veiligheid van het gezin is evenzeer onvoldoende om af te wijken van de beleidsregels, aldus verweerder.

Het standpunt van verzoekers

5. Verzoekers voeren aan dat hun spoedeisend belang is gelegen in het feit dat door Woonwaard een kort geding is gestart tot ontruiming van de woning en het feit dat als gevolg van de beslissing van 29 april 2026 geen woning kan worden verkregen, zij in de problemen komen aangezien zij hun woning moeten ontruimen zonder elders naartoe te kunnen met twee minderjarige kinderen. Verzoekers kunnen de aan hen verstrekte urgentieverklaring niet gebruiken als gevolg van het gehanteerde zoekprofiel. Enkel binnen de gemeente Alkmaar en Dijk en Waard zijn appartementen te vinden met tenminste 3 slaapkamers, maar hier zijn verhuurders niet bereid een woning aan te bieden. In het gebied waar verhuurders wél bereid zijn om verzoekers een woning aan te bieden zijn enkel eengezinswoningen die voldoen aan de eis van ten minste drie slaapkamers. Zij hebben belang bij het verkrijgen van het treffen van een voorlopige voorziening zodat zij alsnog feitelijk gebruik kunnen maken van de aan hen verstrekte urgentieverklaring en een voor hen passende woning kunnen verkrijgen.

In het beroepschrift is - samengevat - aangevoerd dat het zoekprofiel niet geschikt is om het woonprobleem op te lossen zoals voorgeschreven in artikel 20 eerste lid onder d van de Huisvestingsverordening en verweerder ten onrechte niet alle omstandigheden tezamen heeft gewogen teneinde te beoordelen of toepassing had moeten worden gegeven aan het bepaalde in artikel 4:84 van de Awb.

Voorlopig rechtmatigheidsoordeel

De voorzieningenrechter merkt allereerst op dat verzoekers de voorzieningenrechter hebben gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat zij worden behandeld als ware in het bezit van een urgentieverklaring met een zoekprofiel ‘eengezinswoning’. Als de door verzoekers gevraagde voorziening wordt toegewezen, is dat eigenlijk geen voorlopige maatregel. Verzoekers zouden met hun urgentie namelijk een huurovereenkomst kunnen sluiten voor een eengezinswoning en daar kunnen gaan wonen. Als het (hoger) beroep dan toch ongegrond zou worden verklaard, is die woonsituatie echter mogelijk feitelijk onomkeerbaar. Andere woningzoekenden kunnen daardoor benadeeld worden. De voorzieningenrechter zal daarom in een zaak als deze alleen een voorlopige voorziening treffen als nagenoeg zonder twijfel kan worden gezegd dat urgentie met een zoekprofiel ‘eengezinswoning’ moet worden verleend.

Over de vraag of verzoekers met de verzochte verruiming binnen de regio met instemming van woningcorporaties voor eengezinswoningen in aanmerking zouden komen, verschillen partijen nog van mening. De voorzieningenrechter zal dat vooralsnog aannemen, en uitgaan van de situatie dat verzoekers met het gevraagde ook daadwerkelijk kunnen bereiken hetgeen zij wensen.

Tussen partijen is niet in geschil dat omdat sprake is van verlening van een urgentie (op grond van de medische situatie van verzoekster) toepassing van de hardheidsclausule niet aan de orde is. Ook is niet in geschil dat het toegekende zoekprofiel in relatie tot de medische grondslag en de gezinssamenstelling als passend moet worden aangemerkt. Het geschil betreft enkel de vraag of op grond van artikel 4:84 van de Awb van het bepaalde in artikel 7 van de beleidsregels moet worden afgeweken in verband met de onwil van verhuurders en de veiligheid van het gezin.

De voorzieningenrechter merkt in de eerste plaats op dat voor zover verzoekers hebben gesteld dat verweerder ten onrechte niet alle omstandigheden tezamen heeft gewogen, dat op een onjuiste lezing van de beslissing op bezwaar berust. Verweerder heeft daarin enkel gesteld dat bij de beoordeling van een aanvraag op grond van de Huisvestingsverordening de aangevoerde omstandigheden geen toetsingscriterium betreffen. Dat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter ook een juiste vaststelling. In bezwaar heeft verweerder evenwel de aangevoerde omstandigheden wel degelijk betrokken, doch is vervolgens tot de conclusie gekomen dat die omstandigheden onvoldoende bijzonder zijn om tot onevenredigheid te concluderen zoals bedoeld in artikel 4:84 van de Awb. Er is dus niets buiten beschouwing gelaten.

Op grond van artikel 4:84 van de Awb dient verweerder de beleidsregels toe te passen, tenzij dat voor verzoekers gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

De voorzieningenrechter stelt voorop in te zien dat verzoekers in een klemmende situatie zijn beland. Verweerder hoefde evenwel, rekening houdend met de schaarste aan eengezinswoningen op de woningmarkt en de andere te dienen beleidsdoelen in relatie tot de druk op die markt, naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen aanleiding te zien om in dit geval urgentie te verlenen met een zoekprofiel voor een eengezinswoning.

Daarbij heeft verweerder de aangevoerde omstandigheden niet als bijzonder hoeven aannemen. Bij die beoordeling heeft verweerder als uitgangspunt mogen nemen dat de urgentie (enkel) is verleend gebaseerd op de medische situatie van verzoekster, en niet om de woningsluiting en dreigende uitzetting, en evenmin in verband met de veiligheid van het gezin als gevolg van de geweldsincidenten.

Bij de noodsituatie van een urgentie gaat het bovendien om de vraag welke woningen passend zijn in relatie tot de grond waarop de urgentie verleend, en daarbij past niet dat rekening wordt gehouden met andere omstandigheden, zoals de (gedeeltelijke) onwil van verhuurders en de veiligheidssituatie. Verweerder heeft bovendien voldoende toegelicht dat er aanbod is. Dat door omstandigheden buiten de medische situatie gelegen daarvan minder gebruik kan worden gemaakt, maakt het in het licht van de beleidsdoelen niet direct tot een bijzondere omstandigheid met onevenredige gevolgen.

De voorzieningenrechter begrijpt het standpunt van verweerder aldus dat afwijken van de beleidsregels om deze omstandigheden zou betekenen dat te ver buiten de grondslag waarvoor de urgentie is aangevraagd en verleend zal worden geraakt. Dit kan de voorzieningenrechter volgen.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat verzoekers geen gelijk krijgen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H. Lauryssen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Wammes, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 26 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.M. Wammes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand