ECLI:NL:RBNHO:2026:11385

ECLI:NL:RBNHO:2026:11385

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 17-02-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer HAA 26/946
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen het verkeersbesluit. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Artikel 2 Wegenverkeerswet 1994. 26/946

Uitspraak

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad, verweerder

gemachtigde: mr. Y. Kliphuis, advocaat te Hoofddorp.

Zitting

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [bestuurder] (bestuurder) namens eiseres, bijgestaan door de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder vergezeld door [naam 1] en [naam 2] , ambtenaren ten stadhuize.

Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de voorzieningenrechter hierna onder de beslissing.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster hangende haar bezwaar tegen het verkeersbesluit van verweerder van 28 januari 2026 (het bestreden besluit). Het bestreden besluit bestaat uit meerdere deelbesluiten. Het verzoek om voorlopige voorziening richt verzoekster tegen dat deel van het besluit waarin verweerder heeft besloten om op de [straat 1] de langsparkeerplaatsen en de vrachtwagenwacht- en opstelplaatsen te vervangen door haaksparkeerplaatsen voor personenauto’s, door het verwijderen van verkeersborden E08a en het plaatsen van verkeersborden E08, zoals bedoeld in bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Rvv).

Verzoeker heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd.

Verweerder heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

Achtergrond en totstandkoming van het besluit

Verzoekster is sinds 1987 gevestigd op het adres [straat 1] [nummer] op bedrijventerrein Achtersluispolder. Zij richt zich met haar onderneming met name op onderhoud, reparatie en bandenservice voor trailers, trucks en bestelwagens. Bezoekers van verzoekster maken gebruik van de parkeerstrook tegenover haar bedrijf aan de [straat 1] om vrachtwagens daar (kort) te (laten) parkeren. Door middel van een verkeersbord is aangegeven dat de parkeerstrook (mede) is aangewezen voor parkeren door vrachtwagens. Er zijn meerdere bedrijven aan de [straat 1] gevestigd. Ook bezoekende vrachtwagens voor die andere bedrijven worden op de parkeerstrook kortdurend geparkeerd.

Verweerder heeft ter voorbereiding van het besluit op 28 februari 2025 een keukentafel gesprek met verzoekster gehad. Ook hebben er drie inloopbijeenkomsten plaatsgevonden waar informatie is verstrekt en gelegenheid voor inspraak. De plannen hebben op de eerste plaats betrekking op de [straat 2] . De [straat 1] is daar een zijstraat van. Verweerder heeft extra grond verworven om op de [straat 1] naast de parkeerstrook/parkeerplaatsen een voetpad aan te leggen.

Verweerder heeft in het bestreden verkeersbesluit aangevoerd dat aanleiding voor het verkeersbesluit is de noodzaak voor groot onderhoud aan de [straat 2] en de wens om een recreatief fietspad vanuit Amsterdam, de Dam tot Dam fietsroute, (ook) over de [straat 2] aan te leggen. Met het besluit wil verweerder looproutes en parkeersituaties optimaliseren en de verkeersveiligheid voor alle verkeersdeelnemers (snel- en langzaam verkeer) verbeteren.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Conclusie en gevolgen

3. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot zijn oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het (inhoudelijke) oordeel van de voorzieningenrechter over het geschil heeft een voorlopig karakter en bindt in het (eventuele) bodemgeding niet.

4. De voorzieningenrechter gaat er, anders dan verweerder aanvoert, vanuit dat verzoekster een toereikend spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorziening. Door de aanvang van de werkzaamheden op 16 februari 2026 ter uitvoering van het verkeersbesluit kunnen bezoekers met vrachtauto’s immers niet of moeilijker bij het bedrijf van verzoekster op de openbare weg parkeren.

5. De voorzieningenrechter realiseert zich dat verweerder een ruime beleidsvrijheid en beoordelingsruimte heeft bij het nemen van een verkeersbesluit. Er is bovendien sprake van een complex besluit, dat bestaat uit meerdere deelbesluiten waarin de hele omgeving is betrokken. De voorzieningenrechter merkt ook op dat verzoekster op zichzelf geen rechten op ongewijzigd blijven van de parkeermogelijkheden kan ontlenen aan de bestaande verkeerssituatie. De parkeerplaatsen waar de bezoekers van verzoekster gebruik van maken, betreffen openbare parkeerplaatsen. Verweerder mag en kan de verkeerssituatie opnieuw beoordelen. De criteria uit met name artikel 2, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 zijn leidend voor de besluitvorming. Daarin is bepaald dat de krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:

6. Het prangende punt is in dit geval dat onvoldoende duidelijk uit het besluit en de overige stukken in het dossier blijkt waarom op het [straat 1] met twee (openbare) parkeerplaatsen voor vrachtwagens kan worden volstaan en dat daarmee de veiligheid en de andere genoemde belangen voldoende gewaarborgd zijn. Verweerder heeft weliswaar gesteld enige jaren onderzoek te hebben verricht (en overleg met de buurt te hebben gevoerd), maar uit het besluit en de overige stukken blijkt onvoldoende wat de positieve en noodzakelijke gevolgen en effecten van het verkeersbesluit en het dus laten vervallen van parkeerplaatsen voor vrachtwagens zijn. Daarbij blijkt onvoldoende dat verweerder rekening heeft gehouden met het algemeen belang en de belangen van verzoekster bij veilig bereiken van haar bedrijf door vrachtauto’s. Indien twee parkeerplaatsen voor vrachtwagens, zoals verzoekster (mede namens de andere bedrijven in de straat) stelt, te kort blijkt te zijn, kan immers door het laten vervallen van (alle) vrachtwagenparkeerplaatsen juist een verkeers(veiligheids)probleem worden gecreëerd, omdat evident is dat de bedrijven in de [straat 1] door vrachtverkeer worden bezocht. Dat die problemen door voorzieningen op eigen terrein van die bedrijven geheel en toereikend kunnen worden opgelost, blijkt niet uit het besluit of de bijgevoegde documenten. Het is de voorzieningenrechter daarom onduidelijk of de in het verkeersbesluit gekozen oplossingsrichting vanuit veiligheidsoogpunt en de andere in aanmerking te nemen belangen dan ook de ‘beste’ beslissing is. Verweerder heeft ter zitting verwezen naar een verkeersonderzoeksrapport, maar de voorzieningenrechter kan daaruit niet direct afleiden en overzien hoe de bestaande situatie is en tot welke aanpassingen op basis daarvan moet worden gekomen. Ook de voorziening in parkeergelegenheid is een algemeen belang en het niet hebben van parkeergelegenheid kan voor verkeerskundige- en veiligheidsproblemen zorgen.

7. Voorts weegt mee dat verweerder heeft erkend dat er fouten in het besluit zitten – de tekst van het besluit en de daarbij gevoegde tekening komen niet overeen - en dat het besluit daarom sowieso moet worden aangepast.

8. Gelet op het vorenstaande weegt het belang van verzoekster om de situatie in afwachting van nader onderzoek in bezwaar voorlopig zo te laten in dit geval zwaarder dan het belang van verweerder om meteen uitvoering te geven aan het besluit, dat bestaat uit financiële belangen en belang bij uitvoering van de overige deelbesluiten in het bestreden besluit.

9. In bezwaar zal verweerder moeten onderzoeken of er (een grote of kleine) aanpassing van het besluit moet komen en de betrokken belangen daartoe opnieuw afwegen.

10. De voorzieningenrechter heeft het verzoek daarom, zoals hiervoor weergegeven, toegewezen en het verkeersbesluit geschorst voor zover dat ziet op de [straat 1] tot op het bezwaarschrift van verzoekster is beslist. Voor verdergaande of andere door verzoekster gevraagde voorzieningen ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding. Dat betekent dat verweerder de werkzaamheden voor zover deze zien op de [straat 1] onmiddellijk moet staken en gestaakt moet houden en (bezoekers van) verzoekster de gelegenheid moet geven om op de oude wijze van de parkeermogelijkheden gebruik te maken, tot op het bezwaar is beslist. In bezwaar zal verweerder de belangen verzoekster – in overleg - opnieuw of nader in kaart moeten brengen, alvorens verweerder nader beslist.

11. Omdat het verzoek wordt toegewezen, moet verweerder het griffierecht en de door verzoekster gemaakte proceskosten vergoeden. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

12. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2026 door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Wammes, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.M. Wammes

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand