RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
Locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11952951 \ CV EXPL 25-4227
Uitspraakdatum: 18 maart 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Capaccs Invest B.V., inzake Ladies Night Nederland B.V.
te Eindhoven
de eisende partij
gemachtigde: ACCS Incasso
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. De procedure
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.
2. De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 49,99, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Geen ambtshalve toetsing van de informatieplichten
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. De overeenkomst is gesloten buiten de verkoopruimte. In artikel 6:230h lid 2 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat de bepalingen uit Boek 6, Titel 5, Afdeling 2B BW niet van toepassing zijn op overeenkomsten gesloten buiten de verkoopruimte waarbij de verbintenis van de consument tot betaling ten hoogste € 50,00 bedraagt. Daarvan is in dit geval sprake. De kantonrechter zal daarom niet ambtshalve toetsen of aan de (pre)contractuele informatieplichten is voldaan.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: Algemene gastvrouwvoorwaarden Ladies Night Nederland B.V. (hierna: de algemene voorwaarden).
Artikel 5.3. van de algemene voorwaarden betreft een rentebeding. Dat beding is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Artikel 5.6 van de algemene voorwaarden betreft een incassobeding. In eerdere zaken van de eisende partij heeft de kantonrechter een ander incassobeding oneerlijk bevonden en vernietigd en de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten daarom afgewezen. In de overgelegde algemene voorwaarden is een ander, niet oneerlijk, incassobeding opgenomen. Het is echter niet duidelijk of de overgelegde algemene voorwaarden dezelfde algemene voorwaarden zijn die op 29 februari 2024 op de overeenkomst van toepassing zijn verklaard. Hoogstwaarschijnlijk niet, omdat in een andere zaak waar de overeenkomst later is gesloten nog de oude algemene voorwaarden, met een oneerlijk incassobeding, van toepassing zijn verklaard. Doordat een datum ontbreekt in de algemene voorwaarden, is het niet duidelijk welke versie op deze overeenkomst van toepassing is verklaard. Indien er sprake is van een wijziging van de algemene voorwaarden moet kunnen worden nagegaan of dat is gebeurd op basis van een eerlijk wijzigingsbeding. De eisende partij krijgt de gelegenheid om zich hierover uit te laten.
Conclusie
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de op de overeenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter:
verwijst de zaak naar de rol van 15 april 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het hetgeen hiervoor in 2.7 is overwogen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter