RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/076065-23 (P)
Uitspraakdatum: 1 september 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 18 augustus 2026 in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. R. Funke Küpper en van wat de verdachte naar voren heeft gebracht.
1. Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Feit 1 hij op of omstreeks 18 juli 2023 te IJmuiden, gemeente Velsen, (in een bedrijfspand in de [A-straat] en/of een woning in de [B-straat]) vier, althans een of meer, wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (Unique model 17 Court 9 Coups, kaliber 7,65 mm) en/of een pistool (Star, model Ultra Star, kaliber 9 mm) en/of een gasalarmrevolver (Umarex, kaliber .22) en/of een pistool (CZ Model Z, kaliber 6,35 mm), zijnde (een) vuurwapen(s) in de vorm van een revolver en/of pistool, en/of een (grote) hoeveelheid munitie van categorie III (scherpe patronen (onder meer) van kaliber 7,65mm en/of 9 mm en/of 6,35 mm en/of knalpatronen van kaliber .22 en/of 9 mm) en/of een hoeveelheid munitie van categorie II (scherpe patronen van kaliber 9 mm, .38, .357, .222 en 22), voorhanden heeft gehad;
Feit 2 hij op een of meer tijdstipping in of omstreeks de periode van 01 december 2018 tot en met 03 maart 2021 te IJmuiden en/of elders in Nederland en/of in Ecuador, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen en/of vervoeren (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, althans (een) hoeveelhe(i)d(en) (van) (een) (materia(a)l(en) bevattende) (een) middel(en) genoemd op de bij de Opiumwet behorende lijst I,, voor te bereiden en/of te bevorderen- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen, te doen plegen,
mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of- zich en/of een ander of anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft trachten te verschaffen, en/of- een of meer voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en/of zij mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en),
immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, toen en daar (telkens) opzettelijk:- per mail en/of via telecommunicatie (al dan niet via de crypto-applicatie SKY in de chatgroepen [chatgroep A] en/of [chatgroep B]) en/of persoonlijk contact gehad en/of overleg gevoerd en/of informatie uitgewisseld over het invoeren in Nederland van een zending van 491 kilogram cocaïne en/of andere hoeveelheden verdovende middelen (cocaïne) vanuit Ecuador en/of een grote hoeveelheid vis en/of zeevruchten als deklading van een zending verdovende middelen en/of over betalingen en/of beloningen) en/of- een of meer geldbedragen ontvangen voor het doen van bestellingen van de deklading (vis en/of zeevruchten) van voornoemde zendingen verdovende middelen en/of- zich als geïnteresseerde klant met zijn bedrijfsgegevens aangemeld bij de website van het bedrijf [bedrijf X] in Ecuador en/of- een of meer grote hoeveelheden vis en/of zeevruchten besteld bij de leverancier(s) van voornoemde verdovende middelen ([bedrijf Y] en/of [bedrijf Z] en/of [bedrijf X]) en/of een of meer geldbedragen overgemaakt naar voormelde leverancier(s) en/of- een zending vis en/of verdovende middelen ter verzending naar Nederland naar een haven in Ecuador gebracht en/of- contact onderhouden met een of meer van voormelde leveranciers [bedrijf X] en/of [bedrijf K]. over voormelde dekladingen vis en/of zeevruchten voor de zendingen verdovende middelen en/of- een of meer cryptotelefoons voorhanden gehad.
2. Voorvragen
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is van de zaak kennis te nemen, dat de officier van justitie ontvankelijk is en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
3. Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de feiten 1 en 2.
Standpunt van de verdachte
De verdachte heeft aangevoerd dat hij van feit 2 moet worden vrijgesproken. Daartoe heeft hij aangevoerd dat hij nooit een cryptotelefoon in zijn bezit heeft gehad en dat hij dan ook niet de gebruiker is geweest van het SKY-account [accountnaam A].
Oordeel van de rechtbank
Redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn opgenomen.
Bewijsmotivering feit 2
Inleiding
Naar aanleiding van berichten van de gebruiker van SKY-account [accountnaam A] is bij de politie de verdenking ontstaan dat de gebruiker van dit account zich in de periode van 1 december 2018 tot en met 3 maart 2021 heeft beziggehouden met (kort gezegd) het medeplegen van voorbereidings- en bevorderingshandelingen voor de invoer van cocaïne. De partijen cocaïne zaten verstopt in containers met als lading bevroren vis.
Identificatie van de gebruiker van het SKY-account [accountnaam A]
Het bewijs in deze zaak bestaat mede uit chatberichten die zijn verstuurd en ontvangen door de gebruiker van SKY-account [accountnaam A]. Om die reden moet worden bezien of de verdachte kan worden geïdentificeerd als de gebruiker van dit door de politie aan hem toegeschreven account. De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast met betrekking tot de identiteit van de gebruiker van het SKY-account [accountnaam A].
De gebruiker van het SKY-account [accountnaam A] nam deel aan een groepschat, waarin werd gesproken over een bestelling van 17 ton vis uit Ecuador, die [accountnaam A] kon bestellen. Op 26 november 2019 om 11:15 uur stuurde [accountnaam A] het bericht ‘Goedemorgen, mijn naam is “[naam verdachte]” eigenaar van het bedrijf [bedrijf A] B.V.” [accountnaam A] werd vervolgens door de anderen in de groepschat met “visman” aangesproken en “vis” genoemd, waarop hij met “Ok” reageerde. [naam verdachte] is de naam van de verdachte en hij is de eigenaar van [bedrijf A]. Dit bedrijf houdt zich onder meer bezig met de import en groothandel van vis, schaal- en schelpdieren.
[accountnaam A] plaatste in de groepschat foto’s van e-mails die waren verstuurd door of aan '[naam verdachte]' met het e-mailadres '[mailadres A].com', wat het e-mailadres van de verdachte is. Op 28 november 2019 meldde [accountnaam A] dat hij bericht had ontvangen. Hij stuurde toen weer een foto van een e-mail gericht aan '[mailadres A].com'. Dat [accountnaam A] zelf de beschikking had over dit e-mailaccount, blijkt mede uit de opmerking van een andere deelnemer van de groepschat, gericht aan [accountnaam A], dat hij op het ‘i’ symbool in de e-mail moest drukken.
Op één van de door [accountnaam A] gestuurde foto’s is een e-mail met voornoemd e-mailaccount te zien op een computerscherm met daarbij ook de ruimte op de achtergrond. Dit computerscherm en de achtergrond van de foto komen overeen met de werkplek van de verdachte, gezien vanaf zijn bureau. De verdachte heeft bevestigd dat dit zijn werkplek is. In de werkkamer van de verdachte zijn documenten aangetroffen. [accountnaam A] heeft foto’s van deze documenten in de groepschat gedeeld. Verder is gebleken dat de zendmast (cell-id) die de door het Sky-account [accountnaam A] gebruikte cryptotelefoon het meest aanstraalde, dekking geeft aan het (toenmalige) woonadres van de verdachte en zijn bedrijf [bedrijf A].
Gelet op al het voorgaande concludeert de rechtbank dat de verdachte de gebruiker was van een cryptotelefoon met het SKY-account [accountnaam A].
Conclusie
Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte in de periode van 1 december 2018 tot en met 3 maart 2021 samen met anderen voorbereidingshandelingen heeft verricht ten behoeve van de invoer van grote hoeveelheden cocaïne.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
1hij op 18 juli 2023 te IJmuiden, gemeente Velsen, in een bedrijfspand in de [A-straat] en een woning in de [B-straat] vier, wapens van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool (Unique model 17 Court 9 Coups, kaliber 7,65 mm) en een pistool (Star, model Ultra Star, kaliber 9 mm) en een gasalarmrevolver (Umarex, kaliber .22) en een pistool (CZ Model Z, kaliber 6,35 mm), en een grote hoeveelheid munitie van categorie III (scherpe patronen onder meer van kaliber 7,65mm en 9 mm en 6,35 mm en knalpatronen van kaliber .22 en 9 mm) en een hoeveelheid munitie van categorie II (scherpe patronen van kaliber 9 mm, .38, .357, .222 en 22) voorhanden heeft gehad;
2hij in de periode van 1 december 2018 tot en met 3 maart 2021 in Nederland en in Ecuador, tezamen en in vereniging met anderen, telkens om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van grote hoeveelheden cocaïne, voor te bereiden en te bevorderen- een of meer anderen heeft getracht te bewegen om die feiten mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en- anderen gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft trachten te verschaffen en- voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten,immers hebben hij, verdachte, en zijn mededaders tezamen en in vereniging, toen en daar telkens opzettelijk:- per mail en via telecommunicatie (al dan niet via de crypto-applicatie SKY in de chatgroepen [chatgroep A] en [chatgroep B]) en persoonlijk contact gehad en overleg gevoerd en informatie uitgewisseld over het invoeren in Nederland van een zending van 491 kilogram cocaïne en andere hoeveelheden verdovende middelen (cocaïne) vanuit Ecuador en een grote hoeveelheid vis en zeevruchten als deklading van een zending verdovende middelen en over betalingen en beloningen en- een of meer geldbedragen ontvangen voor het doen van bestellingen van de deklading (vis en zeevruchten) van voornoemde zendingen verdovende middelen en- zich als geïnteresseerde klant met zijn bedrijfsgegevens aangemeld bij de website van het bedrijf [bedrijf X] in Ecuador en- grote hoeveelheden vis en zeevruchten besteld bij de leveranciers van voornoemde verdovende middelen ([bedrijf Y] en [bedrijf Z] en [bedrijf X]) en geldbedragen overgemaakt naar voormelde leveranciers en- een zending vis en verdovende middelen ter verzending naar Nederland naar een haven in Ecuador gebracht en- contact onderhouden met een of meer van voormelde leveranciers [bedrijf X] en [bedrijf K]. over voormelde dekladingen vis en zeevruchten voor de zendingen verdovende middelen en- een of meer cryptotelefoons voorhanden gehad.
Een in de tenlastelegging voorkomende schrijffout is verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.
Wat aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.
Feit 2
medeplegen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen, meermalen gepleegd.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dus strafbaar.
5. Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
6. Motivering van de sanctie
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 56 maanden, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, en door de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich als eigenaar van een visbedrijf schuldig gemaakt aan het voorbereiden van de invoer van meerdere partijen cocaïne. De verdachte heeft in 2019 bij een bedrijf in Ecuador een grote hoeveelheid vis besteld. Deze vis was bestemd om als deklading te dienen voor de invoer van 491 kilogram cocaïne. Daartoe heeft hij met zijn mededaders via cryptocommunicatie contact gehad over de te bestellen lading vis, de betaling en de aflevering daarvan. De verdachte onderhield contacten met de leveranciers van de vis uit Ecuador. De 491 kilogram cocaïne is in beslag genomen. Dit heeft de verdachte er niet van weerhouden om in 2021 nogmaals contact met deze leverancier te hebben om vis te bestellen. Deze vis was opnieuw bestemd om als deklading te dienen voor een grote hoeveelheid cocaïne.
De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zich heeft ingelaten met deze strafbare feiten en zich daarbij kennelijk heeft laten leiden door financieel gewin. De verdachte heeft door zijn handelen een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit. Cocaïnegebruik is verslavend en schadelijk voor de gezondheid. Bovendien gaan de verspreiding van en handel in cocaïne gepaard met vele andere vormen van zeer zware criminaliteit, waaronder levensdelicten en ondermijning.
Daarnaast heeft de verdachte drie semi-automatische vuurwapens, één gas/alarmrevolver en (bijbehorende) munitie voorhanden gehad. De vuurwapens en de munitie zijn aangetroffen in het kantoor en de woning van de verdachte. Vuurwapens vormen een groot gevaar voor de samenleving. Vuurwapens worden vaak gebruikt bij het plegen van ernstige strafbare feiten en de gevolgen van het gebruik van vuurwapens zijn ingrijpend. Ook als geen (dodelijk) letsel wordt toegebracht, veroorzaken vuurwapens maatschappij-ontwrichtende gevoelens van angst en onveiligheid.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft met betrekking tot de persoon van de verdachte gelet op het feit dat de verdachte geen strafblad heeft, zodat dit niet in strafverzwarende zin meeweegt.
Overschrijding redelijke termijn
In strafmatigende zin weegt de rechtbank het tijdsverloop in deze zaak mee. In artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. Als uitgangspunt geldt dat een strafzaak bij de rechtbank moet zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.
De rechtbank is van oordeel dat de termijn is aangevangen op 18 juli 2023, de dag waarop de verdachte is aangehouden en in verzekering is gesteld. Het eindvonnis wordt op 1 september 2026 gewezen. De redelijke termijn is daarmee met ruim 13 maanden overschreden. De rechtbank is van oordeel dat de overschrijding van de redelijke termijn niet aan de verdachte valt toe te rekenen en dat niet anderszins is gebleken van bijzondere omstandigheden.
Een overschrijding van de redelijke termijn wordt in de regel gecompenseerd door strafvermindering.
Straf
De aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange duur. Voor de bewezenverklaarde voorbereidingshandelingen zijn binnen de rechtspraak geen oriëntatiepunten ontwikkeld. De rechtbank heeft daarom aansluiting gezocht bij de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. De oriëntatiepunten voor het bezit van een vuurwapen en munitie gaan uit acht maanden gevangenisstraf voor één semi-automatisch wapen en één maand gevangenisstraf voor één gasrevolver.
Alles afwegend acht de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar (60 maanden) passend. Het tijdsverloop in deze zaak resulteert erin dat de rechtbank deze gevangenisstraf vermindert met zes maanden. De rechtbank zal dus een gevangenisstraf van 54 maanden opleggen.
De tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Voorlopige hechtenis
De verdachte is vanaf 21 juli 2023 geschorst uit de voorlopige hechtenis voor feit 1. Niet is gebleken dat hij zich sindsdien opnieuw schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Het gevaar voor herhaling acht de rechtbank daarom niet langer aanwezig. Het (reeds geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis zal daarom wegens een gebrek aan gronden worden opgeheven.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven vuurwapens en munitie moeten worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 1 bewezen verklaarde feit met betrekking die voorwerpen is begaan en het ongecontroleerde bezit van de vuurwapens en munitie is in strijd met de wet.
7. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
36b, 36c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;
10a van de Opiumwet;
26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
8. Beslissing
De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 (vierenvijftig) MAANDEN.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Onttrekt aan het verkeer:
zakje zaten bij vuurwapen Cz)
Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.H. de Jonge van Ellemeet, voorzitter,
mr. E.L. Hoogstraate en mr. I.A. Groenendijk, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.L. de Vries,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 september 2026.
Bijlage
De bewijsmiddelen
(…)