RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 12036070 \ CV EXPL 25-5103 DS
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
NOVALILLY B.V.,
te Hoorn,
eisende partij,
hierna te noemen: Novalilly,
gemachtigde: mr. D.M.A. van Zijl-van Hengel,
tegen
[gedaagde] , V.H.O.D.N. [naam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Tussen partijen is een overeenkomst tot stand gekomen waarbij eiseres bedrijfsbegeleiding en coaching heeft verleend aan gedaagde. Eiseres vordert betaling van twee openstaande facturen. Gedaagde betwist de hoogte van de vordering. De kantonrechter oordeelt dat gedaagde de hoogte van de vordering onvoldoende gemotiveerd heeft betwist, in het bijzonder omdat verschillende zaken door elkaar spelen waarvan een zaak nog behandeld moet worden door de rechtbank. De vordering wordt daarom toegewezen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 december 2025
- de conclusie van antwoord van 12 december 2025
- het tussenvonnis van 18 februari 2026
- het bericht van 12 juni 2026 met productie(s) van Novalilly- de mondelinge behandeling van 24 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Novalilly is een Kinderdagverblijf. [gedaagde] voerde ook een Kinderdagverblijf onder de naam [naam] .
Op 3 oktober 2023 is tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand gekomen waarin partijen overeen zijn gekomen dat Novalilly, tegen een vast uurtarief, [gedaagde] bedrijfsbegeleiding en coaching zal verlenen. In de opdrachtbevestiging wordt ook afgesproken dat per veertien dagen door Novalilly wordt gefactureerd, met een betaaltermijn van veertien dagen na factuurdatum.
Novalilly heeft [gedaagde] op 30 juni 2025 een factuur met ‘factuurnummer 12’ gestuurd voor een bedrag van € 2.843,50 en op 31 juli 2025 een factuur met ‘factuurnummer 14’ voor een bedrag van € 4.392,80.
3. Het geschil
Novalilly vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 7.235,80, vermeerderd met rente en kosten.
Novalilly legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Novalilly heeft in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht. [gedaagde] heeft niet alle facturen voldaan waardoor zij in haar betalingsverplichting tekort is geschoten.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
In deze zaak gaat het om de vraag of [gedaagde] de twee gevorderde facturen van Novalilly moet betalen. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] de facturen moet betalen en motiveert dat als volgt.
Vast staat dat partijen een overeenkomst van opdracht hebben gesloten op grond waarvan Novalilly coaching en begeleidende werkzaamheden heeft verricht aan (het bedrijf van) [gedaagde] en voor rekening van [gedaagde] . Voor deze werkzaamheden stuurde Novalilly elke twee weken een factuur. Twee van deze facturen (‘factuurnummer 12’ en ‘factuurnummer 14’) zijn onbetaald gelaten. Dat Novalilly werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht, meer specifiek de werkzaamheden die betrekking hebben op deze twee gevorderde facturen, wordt door [gedaagde] niet betwist.
[gedaagde] voert aan dat niet het gevorderde bedrag van € 7.235,80 openstaat maar een bedrag van € 2.600,00. Novalilly betwist dat en voert aan dat [gedaagde] verschillende zaken door elkaar haalt vanwege het feit dat Novalilly het kinderdagverblijf van [gedaagde] inmiddels volledig heeft overgenomen, waarbij ook vorderingen over en weer zijn ontstaan. Volgens Novalilly ziet deze zaak alleen op de twee openstaande facturen die betrekking hebben op de werkzaamheden die zij voor [gedaagde] heeft verricht met een totaal bedrag van € 7.235,80. De kantonrechter constateert dat het verweer van [gedaagde] dat nog slechts € 2.600,00 aan facturen openstaat onvoldoende is gemotiveerd. Dit in het bijzonder omdat de indruk wordt gewekt dat verschillende zaken door elkaar worden gehaald. Tussen partijen speelt meer dan alleen hetgeen in deze zaak wordt gevorderd. Er loopt nog een andere zaak tussen Novalilly en [gedaagde] die door deze rechtbank nog behandeld moet worden. Eventuele betalingen die door [gedaagde] zijn verricht in verband met de overname en afronding daarvan kunnen in deze zaak niet worden meegewogen in de beoordeling. Daarbij komt dat [gedaagde] niet heeft betwist dat alle andere facturen die Novalilly ter zake van haar coaching en begeleidende werkzaamheden verzond door [gedaagde] onder vermelding van de respectieve factuurnummers zijn betaald, maar dat juist alleen deze twee facturen onbetaald zijn gebleven.
Ten overvloede wijst de kantonrechter erop dat, voor zover [gedaagde] stelt dat door Novalilly teveel uren zijn gewerkt, de overeenkomst van opdracht tussen partijen in beginsel ten alle tijden door [gedaagde] als opdrachtgever terstond kon worden beëindigd. Dat heeft zij niet gedaan.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Novalilly zal toewijzen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Novalilly worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
120,78
- griffierecht
€
559,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.543,78
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Novalilly te betalen een bedrag van € 7.235,80, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over:
- het bedrag van € 2.843,50 (aan Factuurnummer 12), met ingang van 14 juli 2025,- het bedrag van € 4.392,30 (aan Factuurnummer 14),met ingang van 14 augustus 2025,telkens tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.543,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.