ECLI:NL:RBNHO:2026:11632

ECLI:NL:RBNHO:2026:11632

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 03-09-2026
Zaaknummer K/4101/11692392
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Beschikking
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Verzoekers zijn eigenaren van een appartementsrecht op een woning en lid van de VvE. Zij verzoeken (i) vernietiging van het besluit van de VvE om geen werkzaamheden uit te voeren aan het kozijn en het glas in de slaapkamer van hun woning, en (ii) een vervangende machtiging voor het laten uitvoeren van die werkzaamheden conform een door hen opgevraagde offerte, op kosten van de VvE. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 5:130 jo. 2:15 BW en wijst het verzoek tot vernietiging af. Ook de vervangende machtiging wordt afgewezen, omdat de VvE de toestemming voor het op kosten van de VvE laten uitvoeren van de werkzaamheden niet zonder redelijke grond heeft geweigerd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer / rekestnummer: 11692392 \ EJ VERZ 25-161

Beschikking van 25 augustus 2026

in de zaak van

1. [verzoeker sub 1] ,

te [woonplaats]

2. [verzoekster sub 2],

te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

hierna samen te noemen: [verzoekers] ,

gemachtigde: mr. M.C. Boelen,

tegen

VERENIGING VAN EIGENAARS APPARTEMENTENGEBOUW [de VvE] (EVEN NUMMERS),

te Alkmaar,

verwerende partij,

hierna te noemen: de VvE,

gemachtigde: mr. M.P. Litjens,

De zaak in het kort

Verzoekers zijn eigenaren van een appartementsrecht op een woning en lid van de VvE.

Zij verzoeken (i) vernietiging van het besluit van de VvE om geen werkzaamheden uit te voeren aan het kozijn en het glas in de slaapkamer van hun woning, en (ii) een vervangende machtiging voor het laten uitvoeren van die werkzaamheden conform een door hen opgevraagde offerte, op kosten van de VvE. De kantonrechter oordeelt dat geen sprake is van een besluit in de zin van artikel 5:130 jo. 2:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en wijst het verzoek tot vernietiging af. Ook de vervangende machtiging wordt afgewezen, omdat de VvE de toestemming voor het op kosten van de VvE laten uitvoeren van de werkzaamheden niet zonder redelijke grond heeft geweigerd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 13 mei 2025, met producties;

- het verweerschrift, met producties;

- de akte overlegging producties van [verzoekers] met productie 7 tot en met 11;

- de brief van mr. Litjens van 29 juni 2026, met productie 8;

- de mondelinge behandeling van 7 juli 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. [verzoekers] zijn verschenen met mr. P.M. Jongeling. Voor de VvE zijn verschenen [bestuurslid] (bestuurslid) en [naam] (werkzaam bij Pilaster VvE Beheer) en mr. Litjens. Verder zijn als belanghebbenden verschenen [belanghebbende 1] (lid van de VvE) en [belanghebbende 2] (werkzaam bij Kennemer Wonen).

De beschikking is bepaald op vandaag.

2. De feiten

Bij akte van splitsing in appartementsrechten van 16 augustus 1999 is in 209 appartementsrechten gesplitst de grond en het daarop aanwezige gebouw aan de [adres] (even nummers). Bij deze akte is ook de VvE opgericht.

[verzoekers] zijn eigenaar van het appartementsrecht op een woning aan de [adres] (hierna: de woning). Zij zijn van rechtswege lid van de VvE.

Beheerder van de VvE is Pilaster VvE Beheer (hierna: Pilaster).

[verzoekers] hebben de afgelopen jaren diverse malen contact met Pilaster gehad omdat zij vocht- en schimmelproblemen ervaren in de slaapkamer van de woning.

Op 12 januari 2023 heeft Luitjes Projectbouw in opdracht van Pilaster de schimmel- en vochtproblematiek in de woning onderzocht. Het hiervan opgemaakte bezoeksverslag vermeldt voor zover hier van belang:

“Er is in de woning geen mechanische ventilatie aanwezig waardoor er goed geventileerd moet worden, hierdoor zullen alle ramen op ventilatie stand moeten, vooral in de slaapkamers. Even overdag luchten is niet genoeg.”

In de Algemene Ledenvergadering (hierna: ALV) van 10 april 2025 heeft de VvE gestemd over het voorstel van [verzoekers] dat in de notulen van die vergadering is omschreven als “vervangen balkonkozijnen inclusief aanbrengen dubbele beglazing en aanpakken asbest aan de [adres] te [woonplaats] Budget: € 15.000,00 incl. btw ten laste van het reservefonds Algemeen”. Het voorstel is afgewezen.

In juli 2024 heeft Het Vastgoedbureau in opdracht van Pilaster onderzoek verricht naar de schimmel- en vochtproblematiek in de woning. Hiervan heeft zij een rapport opgemaakt.

In oktober 2024 heeft Aannemings- en Timmerbedrijf Leeuwenkamp (hierna: ATL) in opdracht van de VvE werkzaamheden verricht aan de balkondeur in de woning.

3. Het verzoek en het verweer

[verzoekers] verzoeken de kantonrechter om bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

i) te vernietigen het besluit van de VvE om geen werkzaamheden aan het kozijn en het glas uit te voeren;

ii) een vervangende machtiging te verlenen waarbij bepaald wordt dat [verzoekers] de offerte van Bouwbedrijf D.G. Holdorp B.V. mogen laten uitvoeren op kosten van de VvE;

iii) de VvE in de proceskosten te veroordelen.

Aan het verzoek hebben [verzoekers] het volgende ten grondslag gelegd.

Er is sprake van extreme condensvorming en schimmel in de slaapkamer van de woning. [verzoekers] ervaren buitensporige overlast door de staat van het kozijn dat voorzien is van enkel glas. De noodzaak tot het verrichten van herstelwerkzaamheden staat vast. De weigering van de VvE om werkzaamheden uit te voeren is in strijd met de redelijkheid en billijkheid.

De VvE verzet zich tegen toewijzing van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. Van een besluit in de zin van artikel 5:130 jo. 2:15 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is geen sprake. Het ‘besluit’ kan daarom niet worden vernietigd. Voor zover wel sprake zou zijn van een besluit, is dit niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Een vervangende machtiging van de kantonrechter is ook niet aan de orde, omdat de VvE de toestemming niet zonder redelijke grond heeft geweigerd. Nergens blijkt uit dat er een noodzaak bestaat om het kozijn en het glas in de woning te vervangen, aldus de VvE.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De beslissing die de VvE heeft genomen op 10 april 2025 houdt in dat het vervangen van de balkonkozijnen, het aanbrengen van dubbele beglazing en het aanpakken van asbest in de woning niet vanuit het reservefonds van de VvE zal worden betaald.

(i) vernietiging

De VvE stelt zich op het standpunt dat die beslissing geen besluit is in zin van artikel 5:130 jo. 2:15 BW, zodat vernietiging zoals door [verzoekers] verzocht niet aan de orde is. De VvE voert daartoe aan dat de beslissing geen rechtsgevolg heeft: er is slechts besloten om geen medewerking te verlenen aan het voor rekening van de VvE laten uitvoeren van de betreffende werkzaamheden.

[verzoekers] betwisten dit. Volgens hen heeft de beslissing wel degelijk rechtsgevolg, namelijk de weigering door de VvE van het verrichten van onderhoud en vervanging van een gemeenschappelijk onderdeel.

In artikel 5:130 lid 1 BW staat dat de kantonrechter een besluit van de VvE kan vernietigen. De vraag of van vernietigbaarheid sprake is moet beantwoord worden op basis van de in artikel 2:15 BW genoemde criteria. Uit artikel 5:124 BW blijkt immers dat dat artikel ook van toepassing is op besluiten van verenigingen van eigenaren. De artikelen 14-16 van Boek 2 BW zijn geschreven voor besluiten die als rechtshandeling zijn aan te merken. Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil (artikel 3:33 BW).

De hiervoor genoemde beslissing van de VvE is naar het oordeel van de kantonrechter niet gericht op rechtsgevolg, althans heeft geen rechtsgevolg. Deze leidt immers niet tot een verandering van de bestaande situatie. De werkzaamheden zullen (nog steeds) niet op kosten van de VvE worden uitgevoerd. De beslissing kan daarom niet als een door de VvE genomen besluit worden vernietigd. De kantonrechter zal het verzoek tot vernietiging afwijzen.

(ii) vervangende machtiging

[verzoekers] stellen dat de VvE weigert om noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren, terwijl sprake is van een bouwkundig gebrek aan een gemeenschappelijk onderdeel dat voor rekening van de VvE komt. Bij de besluitvorming heeft de VvE volgens hen geen acht geslagen op de concrete, met stukken onderbouwde situatie in de woning, namelijk: structureel hoge luchtvochtigheid, extreme condensvorming en schimmel in de slaapkamer, wat wordt veroorzaakt door een koudebrug achter de radiator. De VvE heeft daarom in redelijkheid niet kunnen beslissen om het kozijn en het glas niet voor rekening van het reservefonds te laten vervangen, aldus [verzoekers]

De VvE voert aan dat van een structureel of bouwkundig probleem geen sprake is, zodat er geen noodzaak is om het kozijn en het glas te vervangen. Uit de onderzoeken van Luitjes en Het Vastgoedbureau blijkt dit ook niet. De VvE heeft de door Het Vastgoedbureau geadviseerde herstelwerkzaamheden laten uitvoeren door ATL.

Op 3 november 2025 heeft de VvE bovendien door Dirkzwager Groep nader onderzoek laten verrichten naar de huidige staat van het gebouw, met het oog op de werkzaamheden zoals vermeld in het meerjaren onderhoudsplan (MJOP). Uit dit onderzoek blijkt ook niet dat de kozijnen moeten worden vervangen.

Daarbij komt dat diverse eigenaren in het verleden op eigen kosten kozijnen en ramen hebben laten vervangen. Als deze eigenaren die kosten ook op de VvE zouden verhalen, zou voor de financiering daarvan een extra bijdrage van de leden moeten worden gevraagd.

De door de ALV gemaakte afweging is daarom niet onbegrijpelijk of onnavolgbaar, aldus de VvE.

Uit artikel 5:121 lid 1 BW blijkt dat de kantonrechter een vervangende machtiging kan verlenen wanneer een appartementseigenaar voor het verrichten van een bepaalde handeling met betrekking tot (onder meer) gedeelten van het gebouw die niet bestemd zijn als afzonderlijk geheel gebruikt te worden, toestemming nodig heeft van de VvE en de VvE deze toestemming zonder redelijke grond weigert.

Niet in geschil is dat de kozijnen behoren tot de gedeelten van het gebouw die niet bestemd zijn als afzonderlijk geheel gebruikt te worden (oftewel: tot de gemeenschappelijke gedeelten). Bij de beoordeling of sprake is van een weigering van toestemming zonder redelijke grond zoals hiervoor bedoeld, geldt het volgende.

Het toetsingskader van artikel 5:121 BW is in wezen hetzelfde als dat van artikel 5:130 BW. In beide gevallen wordt de verhouding tussen mede-eigenaars in essentie beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Uit de (toelichting op) artikel 5:130 BW volgt dat de toetsingsmaatstaf met betrekking tot de inhoud van - in dit geval - de beslissing van de ALV van 10 april 2025 is of de VvE bij afweging van alle bij die beslissing betrokken belangen, in redelijkheid en billijkheid tot de beslissing heeft kunnen komen.

De kantonrechter is van oordeel dat de VvE bij afweging van alle betrokken belangen, waaronder die van [verzoekers] , in redelijkheid en billijkheid tot afwijzing van het voorstel van [verzoekers] heeft kunnen komen. Hij legt dit hierna uit.

[verzoekers] hebben niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een bouwkundig gebrek in de woning.

Uit de door [verzoekers] overgelegde foto’s blijkt dat er sprake is van veel condensatie op de ramen van hun slaapkamer. Dat dit tot beschadiging van de verf van het kozijn leidt, lijkt hiervan een logisch gevolg. Hoe deze condensatie het gevolg zou kunnen zijn van de door [verzoekers] gestelde “koudebrug” in de slaapkamer, hebben zij echter onvoldoende duidelijk gemaakt. Dit had wel op hun weg gelegen, in het bijzonder omdat condensatie het gevolg is van een temperatuurverschil tussen vochtige lucht en het oppervlak waarop dit condenseert.

Verder hebben [verzoekers] ter onderbouwing van hun standpunt verwezen naar het door hen overgelegde rapport van Het Vastgoedbureau. De bevindingen van dit bureau staan op pagina 5 van het rapport:

“(…) De gehele woning is voorzien van kunststof kozijnen behoudens het slaapkamer (vertrek balkon). Er is vastgesteld dat achter de beplating een holle ruimte aanwezig is wat een ongeïsoleerde conditie doet vermoeden.

Als gevolg van de aanwezigheid van asbest is deze beplating niet verwijderd voor verder onderzoek maar mag verondersteld worden dat deze constructie tot een koudebrug leidt. Als gevolg van de aanwezigheid van enkel glas is een grote hoeveelheid condens(water) als waarschijnlijk te beschouwen. De bewoonster heeft aangegeven het condenswater dagelijks te (moeten) verwijderen van de opvanggootjes kozijnen en van de deur.

Tijdens de inspectie is gebleken dat de deur niet correct sluit. Het onder- en bovenslot dient te worden benut om de deur zo goed mogelijk te sluiten. Indien het onderslot wordt geopend ontstaat er direct kiervorming als gevolg van het zeer slecht sluiten van de deur.”

Hieruit blijken geen andere bouwkundige gebreken dan het niet correct sluiten van de balkondeur. Dit is inmiddels volgens de VvE door ATL verholpen. [verzoekers] hebben weliswaar in het verzoekschrift gesteld dat dit niet is verholpen, maar zij hebben nagelaten dit concreet te maken en te onderbouwen. Zelfs als de balkondeur nog steeds niet goed zou sluiten, leidt dit er bovendien niet toe dat het kozijn en het glas moeten worden vervangen.

De VvE heeft aan haar leden (wel) toestemming gegeven om de gewenste werkzaamheden op eigen kosten te laten uitvoeren. Niet in geschil is dat een aantal leden dit ook al heeft gedaan. Het staat [verzoekers] dan ook vrij om, nu zij dit ondanks het voorgaande kennelijk toch nodig vinden, de werkzaamheden op eigen kosten te laten uitvoeren.

Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de VvE niet zonder redelijke grond heeft geweigerd om toestemming te verlenen aan het voor rekening van het reservefonds laten vervangen van de balkonkozijnen, het aanbrengen van dubbele beglazing en het aanpakken van asbest in de woning.

conclusie

De kantonrechter zal het verzoek van [verzoekers] afwijzen.

proceskosten

De proceskosten komen voor rekening van [verzoekers] , omdat zij ongelijk krijgen. De proceskosten van de VvE worden begroot op:

- salaris gemachtigde € 576,00 (2 punten × € 288,00)

- nakosten € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de

beslissing)

Totaal: € 720,00

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af,

veroordeelt [verzoekers] tot betaling van de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [verzoekers] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en de beschikking daarna wordt betekend.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.S. Reid, rechter, bijgestaan door mr. C.J. Hankel-Luder, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.

CHL/JR

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.S. Reid

Griffier

  • mr. C.J. Hankel-Luder

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand