RECHTBANK Noord-Holland
Team Insolventie
Zittingsplaats Haarlem
Rekestnummer: NL:TZ:2614829:R-RK
Vonnis van donderdag 3 september 2026
op het verzoek van
[verzoeker] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [plaats],
wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres,
verzoeker, hierna te noemen [verzoeker],
tegen
Besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ymere,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
gemachtigde: [gemachtigde],
hierna te noemen Ymere,
tot het bevelen van voornoemde schuldeiser in te stemmen met een schuldregeling ex artikel 287a Faillissementswet.
1. De procedure
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift met bijlagen;
- de zitting van donderdag 20 augustus 2026, waarbij aanwezig waren:
- [verzoeker];
- [betrokkene 1], namens Verder Financiële Zorgverlening B.V.;
- [betrokkene 2] en [betrokkene 3], namens Verder Bewind Midden B.V.;
De uitspraak is bepaald op vandaag.
2. Het verzoek
[verzoeker] verzoekt dat de rechtbank de weigerende schuldeiser beveelt in te stemmen met de schuldregeling. [verzoeker] heeft een totale schuldenlast van € 13.847,87. De schuld aan Ymere bedraagt € 5.738,06 en dat is 41,4% van de totale schuldenlast. [verzoeker] heeft haar schuldeisers aangeboden 4,46% van hun vordering te betalen op basis van een eenmalige inleg. [verzoeker] heeft geen afloscapaciteit om maandelijks meer af te dragen. [verzoeker] heeft belang bij de aangeboden schuldregeling omdat zij op deze manier van haar schuldenlast verlost kan worden. De andere schuldeisers hebben belang bij de aangeboden schuldregeling omdat deze voor hen tot een beter resultaat leidt dan toepassing van de wettelijke schuldregeling.
3. Het verweer
Ymere gaat niet akkoord met het aanbod omdat door [verzoeker] gespaard is en er dus afloscapaciteit is. Volgens Ymere dient [verzoeker] daarnaast tenminste 5% van haar inkomen af te dragen aan haar schuldeisers, ook al zij een inkomen heeft op bijstandsniveau. Volgens Ymere berust dat op een bewuste politieke keuze van de wetgever, omdat een debiteur altijd, naar draagkracht, enige aflossing moet doen, tenzij sprake is van een uitzonderlijke situatie waarin de hardheidsclausule gerechtvaardigd is. Daarvan is in de situatie van [verzoeker] niet gebleken, volgens Ymere.
4. De beoordeling
Een schuldeiser heeft recht op betaling. De rechtbank kan daarom alleen in bijzondere gevallen een schuldeiser dwingen om in te stemmen met een schuldregeling. De rechtbank moet daarbij rekening houden met het belang van en alle schuldeisers.
De rechtbank let bij haar beoordeling op het volgende:
is het aanbod getoetst door een onafhankelijke en deskundige partij?
is het aanbod goed en betrouwbaar gedocumenteerd?
is het aanbod het uiterste wat [verzoeker] kan aanbieden?
biedt toelating tot de schuldsaneringsregeling aan de schuldeisers betere vooruitzichten op betaling?
hoeveel schuldeisers zijn er en hoeveel daarvan weigeren met het aanbod in te stemmen?
hoe groot is het aandeel van de weigerende schuldeiser in de totale schuldenlast?
De rechtbank is van oordeel dat hier sprake is van een bijzonder geval. Ymere moet meewerken aan de aangeboden schuldregeling.
[verzoeker] ontvangt een Wajong-uitkering en is niet in staat om te werken. Het is niet aannemelijk dat zij in staat zal zijn om de komende achttien maanden meer inkomsten te genereren. Op basis van het vrij te laten bedrag zal zij daarom niet in staat zijn om nog verdere aflossingen te doen. Het eenmalige bedrag dat zij wel kan aanbieden, is afkomstig van een eenmalige teruggave van de Belastingdienst. Daaruit kan niet worden afgeleid dat zij voor de komende periode ook afloscapaciteit heeft. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] daarom het maximaal haalbare, waartoe zij financieel in staat moet worden geacht, heeft aangeboden.
De 5%-regeling waarnaar Ymere verwijst is afkomstig uit de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet en is primair bedoeld voor de beslagvrije voet bij het leggen van beslag op inkomen. Die regeling is niet zonder meer ook van toepassing op een minnelijke schuldregeling en de beoordeling van een verzoek tot het toepassen van een dwangakkoord. In het kader van de minnelijke schuldregeling heeft de wetgever ook ruimte willen laten voor de methode van het vrij te laten bedrag, waarbij niet alleen wordt aangesloten bij de beslagvrije voet, maar er ook ruimte is voor maatwerk. Consequentie daarvan is dat bij het toepassen van het vrij te laten bedrag het kan voorkomen dat een schuldenaar geen afloscapaciteit heeft. Dit past ook bij het feit dat in beginsel sprake is van een vrijwillige overeenkomst tussen schuldeisers en schuldenaar, waarbij beoogd wordt te voorzien in een duurzame oplossing. Uiteindelijk is het aan de schuldeisers om akkoord te gaan met de voorgestelde afloscapaciteit en de aflostermijn die daaruit volgt.
Nu de overige schuldeisers wel hebben ingestemd met aanbod van [verzoeker] gebaseerd op de berekening van het vrij te laten bedrag, waaruit volgt dat zij geen verdere afloscapaciteit heeft, biedt de enkele omstandigheid dat [verzoeker] niet tenminste 5% van haar uitkering heeft aangeboden voor de schuldregeling op zichzelf geen redelijke grond voor Ymere om niet in te stemmen met de aangeboden regeling.
Daarbij is in dit geval van belang dat de overige schuldeisers die wel hebben ingestemd 58,6% van de totale schuldenlast vertegenwoordigen. Daarmee is Ymere in de minderheid en de enige schuldeiser die de totstandkoming van de regeling blokkeert. De rechtbank is daarom van oordeel dat de belangen van [verzoeker] en de overige schuldeisers bij totstandkoming van de regeling zwaarder wegen, ook omdat bij toepassing van de schuldsaneringsregeling geen uitkering aan de schuldeisers is te verwachten. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het niet reëel is te verwachten dat [verzoeker] gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling een hoger inkomen zal kunnen verwerven, gelet op haar medische beperkingen om te kunnen werken.
[verzoeker] heeft het verzoek om toegelaten te worden tot de schuldsaneringsregeling (bekend onder nummer NL:TZ:2615048:R-RK) op de zitting ingetrokken omdat zij met totstandkoming van de schuldregeling geen belang meer heeft bij een toelating tot de schuldsaneringsregeling.
5. De beslissing
De rechtbank:
beveelt Ymere om in te stemmen met de aangeboden schuldregeling;
Ymere moet de kosten van [verzoeker] voor deze procedure betalen. De rechtbank stelt de hoogte van die kosten vast op € 0,- omdat [verzoeker] geen griffiekosten hoeft te betalen en ook geen advocaat heeft;
Dit is de beslissing van mr. J. van der Kluit, rechter, in samenwerking met H.A. van Bulken, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op donderdag 3 september 2026.