RECHTBANK Noord-Holland
Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/378716 / KG ZA 26-298
Vonnis in kort geding van 18 juni 2026
in de zaak van
[vader] ,
te [plaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: vader,
advocaat: mr. R.J.J. Copper,
tegen
[moeder] ,
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: moeder,
advocaat: mr. E.E. Tiebie.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de vraag of vader in de zomervakantie met zijn twee minderjarige kinderen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] op vakantie mag naar Marokko en, zo ja, hoe lang.
Moeder weigert toestemming voor deze vakantie en haar medewerking bij het aanvragen van de daarvoor benodigde paspoorten voor de kinderen. Moeder vraagt te bepalen dat de kinderen in de zomervakantie bij haar zullen verblijven in de eerste, tweede en vierde week en bij vader in de derde, vijfde en zesde week.
De voorzieningenrechter verleent vader vervangende toestemming voor een vakantie naar Marokko met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] van 24 juli 2026 tot en met 14 augustus 2026. Aan vader wordt ook vervangende toestemming verleend voor het aanvragen van een paspoort voor [de minderjarige 1] . Omdat moeder eenhoofdig gezag heeft over [de minderjarige 2] , zal worden bepaald dat moeder binnen vier dagen na dit vonnis bij de gemeente een paspoort voor [de minderjarige 2] moet aanvragen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 5- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties 1 tot en met 9- de mondelinge behandeling van 10 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling zijn verschenen:
- vader, bijgestaan door mr. Copper voornoemd
- moeder, bijgestaan door mr. Tiebie voornoemd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Partijen hebben vanaf april 2014 tot en met maart 2025 een affectieve relatie met elkaar gehad. Tijdens de relatie zijn de volgende, thans minderjarige, kinderen geboren:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] .
Partijen hebben gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] . Moeder heeft eenhoofdig gezag over [de minderjarige 2] .
Partijen hebben op 22 augustus 2025 een viergesprek gevoerd, waarin partijen onder meer afspraken hebben gemaakt over de voorlopige zorgverdeling en een definitieve verdeling van vakanties en feestdagen. De voorlopige zorgregeling houdt in dat de kinderen iedere woensdag en in de oneven week op vrijdag uit school tot en met maandag naar school bij vader verblijven. Voor de verdeling van de zomervakantie zijn partijen overeengekomen dat de kinderen drie weken bij de ene ouder en drie weken bij de andere ouder verblijven. Uiterlijk op 1 december van het voorafgaande jaar moeten partijen afstemmen bij wie de kinderen de eerste drie weken en de laatste drie weken van de zomervakantie verblijven.
Bij deze rechtbank loopt een procedure waarin moeder de rechtbank verzoekt om een zorgregeling, een verdeling van de vakanties en feestdagen en de kinderalimentatie vast te stellen en vader verzoekt hem te belasten met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 2] .
Op 2 april 2026 heeft vader moeder verzocht haar toestemming te verlenen voor een vakantie met de kinderen naar Marokko van 24 juli 2026 tot en met 14 augustus 2026 en het aanvragen van de paspoorten. Moeder heeft haar toestemming geweigerd.
3. Het geschil
in conventie
Vader vordert voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Ten aanzien van de vakantie naar Marokko
I. vervangende toestemming te verlenen voor de vakantie met:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
gedurende de periode van 24 juli 2026 tot en met 14 augustus 2026 naar Marokko.
Ten aanzien van het paspoort van [de minderjarige 1]
II. vervangende toestemming te verlenen aan vader – welke toestemming die van moeder vervangt – om namens moeder een geldig paspoort voor [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , bij de gemeente aan te vragen en dat paspoort door de gemeente aan vader af te doen geven, ten behoeve van de vakantie naar Marokko van 24 juli 2026 tot en met 14 augustus 2026;
Ten aanzien van het paspoort van [de minderjarige 2]
Primair
III. vervangende toestemming te verlenen aan vader – welke toestemming die van moeder vervangt – om namens moeder een geldig paspoort voor [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , bij de gemeente aan te vragen en dat paspoort door de gemeente aan vader af te doen geven, ten behoeve van de vakantie naar Marokko van 24 juli 2026 tot en met 14 augustus 2026;
Subsidiair
IV. te bepalen dat moeder binnen vier dagen na het vonnis het paspoort voor [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , aanvraagt bij de gemeente [gemeente] ;
V. te bepalen dat moeder aan vader uiterlijk op woensdag 1 juli 2026 bij de overdracht van de kinderen het paspoort van [de minderjarige 2] ter beschikking stelt;
Ten aanzien van de afgifte van de identiteitskaarten
VI. in het geval vader vervangende toestemming verkrijgt om de paspoorten van beide kinderen aan te vragen, te bepalen dat moeder zorgdraagt voor afgifte van alle identiteitskaarten van [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en van [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] binnen 24 uur na dit vonnis;
VII. in het geval vader vervangende toestemming verkrijgt om enkel het paspoort van [de minderjarige 1] aan te vragen, te bepalen dat moeder zorgdraagt voor afgifte van alle identiteitskaarten van [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , binnen 24 uur na dit vonnis;
Ten aanzien van de dwangsom
VIII. moeder te veroordelen om aan vader een dwangsom van € 1.000,- te betalen, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat de moeder de sub IV t/m VII van dit petitum niet nakomt met een maximum van € 50.000,- dan wel een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen bedrag en maximum;
Ten aanzien van de proceskostenveroordeling
IX. moeder te veroordelen in de kosten van de procedure inclusief nakosten, advocaatkosten daarin begrepen, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis en benevens de wettelijke rente, voor zover tijdige betaling niet plaatsvindt.
Vader stelt dat hij recht heeft op omgang met de kinderen. Hij acht de geplande vakantie naar Marokko in het belang van de kinderen. Van belang is dat de kinderen de familieleden van vader in Marokko en de plek waar hij is opgegroeid leren kennen, zodat zij kennismaken met een deel van hun identiteit. De moeder van vader is ziek en het is niet bekend hoe lang zij nog te leven heeft. Vader staat ervoor open om tijdens de vakantie belmomenten met moeder in te plannen, zodat zij ook in deze vakantie contact met de kinderen kan hebben.
Moeder voert verweer. Moeder concludeert tot niet-ontvankelijkheid van vader, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van vader en, indien de vordering van vader wordt toegewezen, te bepalen dat de kosten voor de aanvraag paspoorten door partijen ieder voor de helft worden voldaan en te bepalen dat de paspoorten van de kinderen in beheer van moeder zullen zijn.
Moeder voert het volgende aan. Moeder is altijd hoofdverzorgster geweest en de kinderen zijn het niet gewend om zo lang alleen met vader te zijn. Daarnaast maakt moeder zich zorgen over de veiligheid en het welzijn van de kinderen tijdens een verblijf bij vader, vanwege de gezondheid van vader. Moeder acht het noodzakelijk dat als er toestemming wordt verleend er duidelijkheid wordt verschaft over de praktische verzorging, begeleiding en veiligheid van de kinderen tijdens de reis. De kinderen hebben bijna geen contact gehad met hun oma. Zij hebben er geen baat bij om een vakantie te spenderen bij een zieke oma. Verder is vader onvoldoende betrokken bij het leven van de kinderen en zet hij zijn eigen belang voor dat van de kinderen. Omdat de familie van vader in Marokko woont en hij aanzienlijke schulden in Nederland heeft bestaat bij moeder ook de angst dat vader niet meer, dan wel niet tijdig, zal terugkeren naar Nederland.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
in reconventie
Moeder vordert te bepalen dat de kinderen gedurende de zomervakantie 2026 bij moeder verblijven in de eerste, tweede en vierde week en bij vader verblijven in de derde, vijfde en zesde week.
Moeder legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Moeder acht het in het belang van de kinderen dat zij niet langer dan twee weken bij een ouder verblijven. Moeder heeft tijdens het viergesprek weliswaar ingestemd met drie weken om drie weken zomervakantie, maar heeft daar achteraf in het belang van de kinderen spijt van. De kinderen hebben in de zomervakantie van 2025 slechts één week bij vader verbleven. Moeder vindt drie weken aaneengesloten te lang, omdat de kinderen dat niet gewend zijn.
Vader voert verweer. Vader betoogt dat de tussen partijen lopende bodemprocedure de aangewezen weg is voor moeder om de overeengekomen vakantieregeling ter discussie te stellen. In december 2025 hebben partijen nog onderling contact gehad over de verdeling van vakanties en heeft moeder geen bezwaren geuit tegen de overeengekomen verdeling.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
in conventie en in reconventie
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze gezamenlijk worden behandeld.
Vervangende toestemming vakantie
Wettelijk kader
Partijen oefenen gezamenlijk gezag uit over [de minderjarige 1] . Op grond van artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen, in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag, geschillen hierover op verzoek van de ouders of een van hen worden voorgelegd aan de rechtbank.
Vast staat dat moeder alleen het ouderlijk gezag over [de minderjarige 2] uitoefent. In artikel 1:247 lid 3 BW is bepaald dat het ouderlijk gezag van de ene ouder mede de verplichting omvat om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen. Deze norm beperkt zich niet tot ouders met gezamenlijk gezag, maar is ook van toepassing op de ouder die het eenhoofdig gezag heeft. Vader heeft het recht op omgang met [de minderjarige 2] . Dat recht kan een grondslag bieden voor de wens van vader om een gedeelte van de zomervakantie met [de minderjarige 2] in Marokko door te brengen, indien die vakantie in het belang van het kind kan worden geacht. Wat dit betreft verschilt de positie van [de minderjarige 2] niet van die van [de minderjarige 1] . Het belang van het kind is ten aanzien van beide kinderen leidend.
Dat belang omvat in ieder geval dat zij de vakantie met vader gezamenlijk doorbrengen.
Inhoudelijke beoordeling
De voorzieningenrechter zal het verzoek van vader om vervangende toestemming voor een vakantie met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar Marokko in de periode van 24 juli tot en met 14 augustus 2026 toewijzen. Dit wordt hierna toegelicht.
Uitgangspunt is dat partijen tijdens het viergesprek een verdeling van de vakanties hebben afgesproken die inhoudt dat elk van de ouders drie weken aansluitend met de kinderen zal doorbrengen tijdens de zomervakantie. Daarnaast bestaat er een omgangsregeling tussen vader en de kinderen op grond waarvan hij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wekelijks ziet. Niet gesteld of gebleken is dat die omgang niet goed zou verlopen. De angst van moeder dat de kinderen het niet gewend zijn om voor drie weken aansluitend bij vader te verblijven is onder die omstandigheden onvoldoende om vader de geplande vakantie naar Marokko te ontzeggen. Moeder heeft niet betwist dat de kinderen zich op de vakantie verheugen en de voorzieningenrechter acht dat ook niet onaannemelijk. De voorzieningenrechter is ook van oordeel dat het in het belang van de kinderen is om in een vroeg stadium kennis te nemen van de Marokkaanse aspecten van hun identiteit, en er is daarvoor nauwelijks een prettiger manier te bedenken dan een vakantie in Marokko waarin, zoals in vaders voornemen ligt, kennismaking met de familie van vader wordt afgewisseld met uitjes. Tijdens de zitting heeft vader toegelicht dat hij tijdens de reis zal verblijven bij familie en een goede vriend, waar [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] de mogelijkheid hebben om ook met andere kinderen te spelen. Ook heeft vader diverse activiteiten gepland voor de kinderen, waaronder paardrijden. Zijn medische gesteldheid is onder controle en moeder heeft op dit punt niets aangevoerd dat reden tot zorg zou kunnen zijn.
De voorzieningenrechter kent ook betekenis toe aan het feit dat vader – die een vaste baan in Nederland heeft – de vakantie wil gebruiken om zijn moeder te bezoeken, die ziek is. Dat is alleen te combineren met een zomervakantie met de kinderen wanneer hij die meeneemt.
De voorzieningenrechter acht de vrees van moeder dat vader niet, dan wel niet tijdig, met de kinderen zal terugkeren niet reëel. Vader heeft verklaard dat hij al acht jaar met plezier werkzaam is als coördinator van buitengewoon opsporingsambtenaren, waarvan twee jaar bij de gemeente [gemeente] . Hij heeft een stabiele basis in Nederland en ook familie in Nederland wonen. De stelling dat vader vanwege schulden uit Nederland zou willen vertrekken is niet onderbouwd en van enige intentie hiertoe is geenszins gebleken.
Daarmee resteert de vraag of een verblijf van drie weken in Marokko te lang is.
Voorop staat dat partijen een afspraak hebben gemaakt die meebrengt dat zij elkaar het recht hebben verleend om drie weken aaneensluitend op vakantie met de kinderen te gaan.
Dat de moeder daar nu spijt van heeft laat onverlet dat die afspraak er ligt.
De merites van de wens van moeder om toekomstige vakanties op andere wijze tussen de ouders te verdelen, zoals door haar verwoord in de vordering in reconventie, kan in de lopende bodemprocedure aan de orde worden gesteld. De voorzieningenrechter acht het niet aannemelijk dat de kinderen drie weken Marokko niet aan zouden kunnen. Met de huidige digitale mogelijkheden kunnen ze op ieder moment contact met moeder opnemen en is beeldbellen ook mogelijk. Vader heeft ter zitting toegezegd de kinderen de mogelijkheid te zullen bieden daarvan gebruik te maken. De voorzieningenrechter acht zulke contactmomenten ook in het belang van de kinderen en zal daarom bepalen dat vader ervoor moet zorgdragen dat minimaal twee keer per week belcontact met moeder tot stand wordt gebracht, zo mogelijk op een wijze waarbij moeder en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] elkaar via een videoverbinding ook kunnen zien. Moeder wordt geadviseerd om naar de kinderen uit te stralen dat de vakantie een fantastisch avontuur gaat worden en dat ze zeer benieuwd is naar hun verhalen.
Aanvragen paspoort en dwangsom
Wettelijk kader
Artikel 34 lid 1 van de Paspoortwet bepaalt dat bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming wordt overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Lid 2 van voormeld artikel bepaalt dat, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, kan worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Op grond van artikel 34 lid 5 Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordeling
Moeder heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen het verzoek om vervangende toestemming voor het aanvragen van paspoorten voor de kinderen. Zij voert aan dat als de voorzieningenrechter het verzoek van vader over de vervangende toestemming voor de vakantie naar Marokko toewijst zij uiteraard de identiteitskaart zal afgeven en het toestemmingsformulier voor de aanvraag paspoort zal tekenen.
De voorzieningenrechter zal zekerheidshalve vader vervangende toestemming verlenen voor het aanvragen van een paspoort van [de minderjarige 1] . Moeder dient de identiteitskaart van [de minderjarige 1] binnen 24 uur na dit vonnis aan vader af te geven. Ten aanzien van [de minderjarige 2] geldt dat vader geen gezag uitoefent, als gevolg waarvan moeder het paspoort van [de minderjarige 2] zal moeten aanvragen. De voorzieningenrechter zal bepalen dat moeder binnen vier dagen na de datum van dit vonnis een paspoort voor [de minderjarige 2] moet aanvragen. Dit paspoort moet moeder, als door vader gevorderd zo mogelijk bij de overdracht van de kinderen op 1 juli 2026, en anders uiterlijk op maandag 13 juli 2026, aan vader overdragen.
Het lijkt praktisch – en zou een toonbeeld van verantwoordelijk ouderschap zijn – dat partijen gezamenlijk naar de gemeente gaan, alle bestaande identiteitsdocumenten meenemen en gezamenlijk regelen dat afgifte van de paspoorten vlot kan verlopen.
Met moeder is de voorzieningenrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de helft van de kosten van de aanvraag paspoorten zullen voldoen Anders dan door moeder verzocht zal de rechtbank bepalen dat vader het paspoort van [de minderjarige 1] in beheer mag houden en moeder het beheer krijgt over het paspoort van [de minderjarige 2] , waarbij voor beide ouders geldt dat zij bij (afgesproken) buitenlandse vakanties van de andere ouder het paspoort aan deze ouder dienen af te geven.
De gevorderde dwangsom zal worden beperkt tot een bedrag van € 250,00 per dag of een gedeelte daarvan met een maximum van € 10.000,00.
Proceskosten
Het uitgangspunt is dat in familiezaken de proceskosten worden gecompenseerd, zodat beide partijen hun eigen kosten dragen. De rechtbank ziet geen aanleiding om moeder te veroordelen in de kosten van de procedure in conventie en zal het verzoek van vader hiertoe afwijzen.
5. De beslissing
De voorzieningenrechter
in conventie
verleent vader vervangende toestemming (die de toestemming van moeder vervangt) om met [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , en [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , gedurende de periode van 24 juli 2026 tot en met 14 augustus 2026 naar en van Marokko te reizen en aldaar voor vakantie te verblijven,
bepaalt dat vader tijdens deze vakantie ervoor moet zorgdragen dat minimaal twee keer per week belcontact tussen moeder en de kinderen tot stand wordt gebracht, zo mogelijk op een wijze waarbij moeder en [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] elkaar via een videoverbinding kunnen zien,
verleent vader vervangende toestemming (die de toestemming van moeder vervangt) een paspoort voor [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , bij de gemeente aan te vragen en dat paspoort door de gemeente aan vader af te doen geven,
bepaalt dat moeder binnen vier dagen na de datum van dit vonnis, een paspoort voor [de minderjarige 2] moet aanvragen,
bepaalt dat moeder zo mogelijk bij de overdracht van de kinderen op 1 juli en anders uiterlijk op maandag 13 juli 2026 het paspoort van [de minderjarige 2] aan vader ter beschikking stelt,
bepaalt dat moeder, ten behoeve van de aanvraag voor een paspoort voor [de minderjarige 1] , zorgdraagt voor afgifte aan vader van alle identiteitskaarten van [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] , binnen 24 uur na dit vonnis,
bepaalt dat vader het beheer krijgt van het paspoort van [de minderjarige 1] en moeder het beheer van het paspoort van [de minderjarige 2] ,
veroordeelt moeder om aan vader een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de veroordelingen onder 5.4. tot en met 5.6. voldoet, tot een maximum van € 10.000,00 is bereikt,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
wijst de vorderingen van moeder af,
compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2026.
1589