RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/381827 / JU RK 26-1377
Datum uitspraak: 4 september 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen de GI,
wonende in Amsterdam,
over
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder] ,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] ,
[de vader] ,
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] .
1. Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 4 september 2026.
2. De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
[de minderjarige] verblijft in een gezinshuis.
3. Het verzoek
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van vier weken en aansluitend voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4. De beoordeling
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. De GI stelt dat [de minderjarige] zich onvoldoende heeft kunnen hechten in het gezinshuis en daar zeer problematisch gedrag laat zien dat leidt tot fysieke escalaties. Daarbij speelt mee dat hij zich sterk blijft richten op zijn vader en broer [broer] . Volgens de GI laat [de minderjarige] regelmatig blijken dat hij ervan overtuigd is dat zijn vader uiteindelijk bepaalt wat er in zijn leven gebeurt, ongeacht beslissingen van andere betrokkenen. De GI leidt hieruit af dat [de minderjarige] zich sterk identificeert met zijn vader en daardoor onvoldoende ruimte ervaart om zich te verbinden aan de opvoeders in het gezinshuis. De samenwerking tussen vader, het gezinshuis en de betrokken hulpverlening is steeds moeizamer. De GI maakt zich zorgen dat [de minderjarige] deze spanningen oppikt en daardoor nog sterker klem raakt tussen de voor hem belangrijke volwassenen. [de minderjarige] heeft herhaaldelijk aangegeven dat hij bij zijn broer [broer] wil verblijven. [de minderjarige] heeft daarbij aangegeven fysiek gedrag te zullen blijven inzetten om bij [broer] te kunnen komen en heeft uitspraken gedaan dat hij niet meer wil leven wanneer hij niet bij [broer] kan verblijven. De situatie in het gezinshuis is onhoudbaar. Het gezinshuis geeft aan dat [de minderjarige] binnen enkele dagen elders zal moeten gaan verblijven. Een crisisplek is niet in het belang van [de minderjarige] . De GI acht het onder deze omstandigheden het meest in het belang van [de minderjarige] dat hij op dit moment bij zijn broer wordt geplaatst bij de [een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder] . De relatie met [broer] vormt voor [de minderjarige] een belangrijke bron van steun, herkenning, continuïteit en emotionele veiligheid. Juist in een periode waarin veel voor hem verandert, ziet de GI dat de aanwezigheid van [broer] mogelijk een stabiliserende factor kan zijn voor [de minderjarige] . Van belang is ook dat de vader achter een plaatsing van [de minderjarige] bij [broer] kan staan.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding, onderzoek van zijn geestelijke toestand en onderzoek van zijn lichamelijke toestand dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kinderrechter:
verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 4 september 2026 tot 2 oktober 2026;
verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de GI, de vader en de moeder op voor de zitting van mr. S.W.S. Kiliç op [datum] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar, aan Kruseman van Eltenweg 2 in Alkmaar;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
vraagt de griffier [de minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. Maat, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2026, in aanwezigheid van L.I. Fernandes Paredes als griffier.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.