RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 12023753 \ CV EXPL 25-8580
Uitspraakdatum: 2 september 2026
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Boete.nu B.V.
te Maastricht
de eisende partij
gemachtigde: nl.legal LLP
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen
1. De verdere procedure
In het tussenvonnis heeft de eisende partij de gelegenheid gekregen om te reageren op het voorlopige oordeel van de kantonrechter over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft gereageerd door middel van een akte.
2. De verdere beoordeling
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
De eisende partij stelt zich in de akte, samengevat, op het standpunt dat het beding niet oneerlijk is. Het bevat geen percentage of minimumbedrag en wijkt daarmee niet af van de wet. Het bepaalt alleen dat incassokosten verhaald kunnen worden. De wijze van verhaal van de incassokosten volgt niet uit het beding maar uit de wet. Het beding heeft dus geen zelfstandige betekenis ten opzichte van de wettelijke regeling.
Dit betoog slaagt niet. Het beding suggereert door haar formulering immers dat alle buitengerechtelijke incassokosten die de eisende partij maakt voor het incasseren van de vordering op de consument zullen worden verhaald. Dat zou tot gevolg hebben dat de consument belast wordt met hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Daarmee wordt afgeweken van de wettelijke regeling van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Dat de toewijsbare buitengerechtelijke incassokosten in een eventuele gerechtelijke procedure zullen worden beperkt door toepassing van de wettelijke regeling, maakt dit niet anders. Op grond van het beding kan de eisende partij immers in het incassotraject aanspraak maken op hogere kosten dan wettelijk is toegestaan. Ten slotte verwijst het beding niet naar de beperkingen van de wettelijke regeling, zodat voor de consument onduidelijk blijft of de eisende partij deze toe zal passen. Daarmee is het beding oneerlijk.
Dat de eisende partij, zoals zij stelt, nooit uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in de artikel 2.3 van de algemene voorwaarden, doet evenmin af aan het voorgaande. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is namelijk voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden niet relevant. Het beding moet immers worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast.
De kantonrechter vernietigt daarom artikel 2.3 van de algemene voorwaarden, voor zover dit de buitengerechtelijke incassokosten betreft. Dat betekent dat de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Wat is toewijsbaar?
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 751,00 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 938,75 x 0,80).
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
De gedaagde partij heeft al een bedrag van € 30,00 voldaan. Deze deelbetaling strekt in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 721,00 zal worden toegewezen.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was om deze kosten te maken. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
3. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 721,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 december 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,78;
griffierecht € 340,00;
salaris gemachtigde € 144,00;vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter