ECLI:NL:RBNHO:2026:11717

ECLI:NL:RBNHO:2026:11717

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 02-09-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer 11897821 \ CV EXPL 25-3454
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Verstek
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Ambtshalve toetsing. Verstek. Eindvonnis na akte. Vernietiging oneerlijk beding in algemene voorwaarden dat ruimere ontbindingsmogelijkheid geeft dan de wet.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 11897821 \ CV EXPL 25-3454

Uitspraakdatum: 2 september 2026

Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Volkswagen Pon Financial Services B.V.

te Amersfoort

de eisende partij

gemachtigde: mr. H.J.M. Hofman

tegen

[gedaagde]

te [plaats]

de gedaagde partij

niet verschenen

1. De verdere procedure

In het tussenvonnis heeft de eisende partij de gelegenheid gekregen om te reageren op het voorlopig oordeel van de kantonrechter over de oneerlijkheid van artikel 22 van de keurmerkvoorwaarden. De eisende partij heeft gereageerd door middel van een akte.

2. De verdere beoordeling

Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden

De eisende partij voert aan dat de tekst van het beding weliswaar afwijkt van de wettelijke regeling, maar dat daarnaast in artikel 50 van de keurmerkvoorwaarden is opgenomen dat de wettelijke ontbindingsmogelijkheden verder volledig van toepassing zijn. Daaruit volgt volgens de eisende partij dat zij niet mag ontbinden als de tekortkoming de ontbinding niet rechtvaardigt.

Dit betoog slaagt niet. Zoals ook in het tussenvonnis is overwogen, bepaalt artikel 50 van de keurmerkvoorwaarden dat de eisende partij ook gebruik kan maken van de wettelijke ontbindingsmogelijkheden. Daarin is echter niet opgenomen dat de eisende partij ook gebruik moet maken van de wettelijke vereisten in het kader van de ontbinding. Dit betekent dat het beding een regeling naast de wettelijke regeling schept, waarin de redelijkheidstoets uit de wettelijke regeling ontbreekt. Op grond van dit beding kan de eisende partij bij het onbetaald laten van enig bedrag door de consument direct tot ontbinding van de overeenkomst overgaan en de ontbindingsvergoeding in rekening brengen, ook als deze ontbinding met haar gevolgen, vanwege de geringe aard van de tekortkoming, niet gerechtvaardigd zou zijn. Daarmee wijkt het beding ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling. Het beding is dan ook oneerlijk. De kantonrechter vernietigt daarom dit beding.

Wat is toewijsbaar?

Zoals in het tussenvonnis overwogen heeft de vernietiging van artikel 22 van de keurmerkvoorwaarden tot gevolg dat de gevorderde ontbindingsvergoeding (op grond van artikel 47 van de keurmerkvoorwaarden) niet verschuldigd is. Deze is immers onlosmakelijk verbonden met dit beding. Dit betekent dat een gedeelte van € 1.490,28 van de hoofdsom zal worden afgewezen. De hoofdsom is daarmee toewijsbaar tot een bedrag van € 6.415,19.

De vernietiging van het rentebeding heeft tot gevolg dat de gevorderde wettelijke rente zal worden afgewezen.

De eisende partij heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Ter onderbouwing van haar vordering stelt zij dat de gedaagde partij in verzuim is geraakt na het verstrijken van de betalingstermijnen zoals vermeld op de desbetreffende facturen. Een betaaltermijn op een nota/factuur is op zichzelf echter geen fatale termijn als bedoeld in artikel 6:83 aanhef en onder a BW. Daarvoor is in beginsel een voor nakoming overeengekomen termijn vereist. Uit het lichaam van de dagvaarding blijkt niet dat partijen (voor alle facturen) de betalingstermijn zijn overeengekomen, zodat de gedaagde partij niet na het verstrijken van deze betalingstermijn in verzuim is geraakt. Bovendien stelt de eisende partij dat de gedaagde partij vanaf 1 juni 2025 in verzuim was, terwijl op dat moment een gedeelte van de hoofdsom nog niet opeisbaar was. Gelet hierop is in de door de eisende partij verzonden aanmaning een hoger bedrag genoemd dan op grond van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is toegestaan. Daarom worden de buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor het opstellen van de akte komen echter voor rekening van de eisende partij omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was om deze kosten te maken.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 6.415,19;

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 120,78;

griffierecht € 543,00;

salaris gemachtigde € 360,00;

verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. W.S.J. Thijs

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand