ECLI:NL:RBNHO:2026:11719

ECLI:NL:RBNHO:2026:11719

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 04-09-2026
Zaaknummer 12319973 KG EXPL 26-121
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Ontruiming huurwoning toegewezen in verband met overlast.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Alkmaar

Zaaknummer: 12319973 \ KG EXPL 26-121

Vonnis in kort geding van 27 augustus 2026

in de zaak van

STICHTING INTERMARIS,

te Hoorn,

eisende partij,

hierna te noemen: Intermaris,

gemachtigde: mr. K. Mels,

tegen

1. DE JONGH & DUIJN BEWINDVOERING in haar

hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde],

te [plaats] ,2. MARKUS CORNELIUS DUIJN als vennoot van

DE JONGH & DUIJN BEWINDVOERING in haar

hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde],

te [plaats] ,3. CHANTAL DE JONGH als vennoot van

DE JONGH & DUIJN BEWINDVOERING in haar

hoedanigheid van bewindvoerder van [gedaagde],

te [plaats] ,

gedaagde partijen,

hierna verder te noemen: [gedaagde] en de bewindvoerder,

gemachtigde: mr. M.T.A.M. Mes.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 5 augustus 2026 met producties 1 tot en met 12,

- de e-mail van 11 augustus 2026 van mr. Mels met aanvullende producties 13 en 14,

- de brief van 11 augustus 2026 van mr. Mes,

- de e-mail van 12 augustus 2026 van mr. Mes met als bijlage een brief van Phase1 herstelbegeleiding,- de mondelinge behandeling van 13 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,

- de pleitnota van mr. Mels.

2. Uitgangspunten

[gedaagde] huurt sinds 11 augustus 2025 van Intermaris de woning aan het adres [adres] [plaats] (hierna: de woning), tegen een huurprijs van op dit moment

€ 717,43. De woning is een eengezinswoning gelegen in de wijk [naam 1] in [plaats] .

Op de huurovereenkomst zijn van toepassing de “Algemene Huurvoorwaarden Zelfstandige Woonruimte” ( versie februari 2023). Op grond van deze algemene voorwaarden is [gedaagde] gehouden om zich als een goed huurster te gedragen en mag zij geen overlast of hinder veroorzaken in en rondom de woning.

[gedaagde] kampt met verslavingsproblematiek en veroorzaakt sinds november 2025 overlast in en rondom de woning.

In december 2025 heeft Intermaris een melding ontvangen dat het raam bij [gedaagde] is ingegooid.

Op 5 februari 2026 hebben Intermaris en [gedaagde] een gesprek gehad. Er is afgesproken dat [gedaagde] geen ongewenste bezoekers meer toelaat tot de woning. Ook heeft [gedaagde] medegedeeld dat zij contact heeft met Vangnet & Advies van de GGD en dat zij positief staat tegenover hulpverlening.

Bij brief van 31 maart 2026 heeft Intermaris, voor zover van belang, het volgende aan [gedaagde] geschreven:

“(…) Wij ontvangen nog steeds klachten over overlast die ontstaat door u en uw bezoekers. Daarom nodigen wij u uit voor een gesprek op ons kantoor. (…) Het gesprek is op woensdag 8 april 2026 om 09.00 uur. (…)

Tijdens het gesprek bieden wij u een gedragsaanwijzing aan

Hierin staat duidelijk wat wij van u verwachten om verdere overlast te voorkomen. Dit is uw laatste kans om de situatie te verbeteren. Wanneer de overlast blijft bestaan onderzoeken wij juridische vervolgstappen. Dit willen wij graag voorkomen. (…)”

[gedaagde] is op 8 april 2026 niet op het kantoor van Intermaris verschenen. Er is een nieuwe afspraak gemaakt. Op 16 april 2026 is Intermaris samen met de wijkagenten en een hulpverlener van 1. [plaats] langs geweest bij [gedaagde] . Aan haar is toen een gedragsaanwijzing ter ondertekening aangeboden. Op 23 april 2026 heeft Intermaris nog telefonisch contact opgenomen met [gedaagde] over de gedragsaanwijzing. Een door [gedaagde] getekende gedragsaanwijzing heeft Intermaris niet ontvangen.

Bij brief van 29 juni 2026 heeft Intermaris, voor zover van belang, het volgende aan [gedaagde] geschreven:

“(…) Vanwege overlastmeldingen en incidenten hebben wij op 1 juni 2026 opnieuw een gesprek met u gevoerd. Bij dit gesprek waren ook de wijkagent en uw begeleider aanwezig. (…)

Wij maken ons zorgen over uw situatie

Er is sprake van verslavingsproblematiek en het lukt u ondanks de afspraken en adviezen niet om ongewenste bezoeker(s) uit de woning te weren. Dit zorgt voor overlast voor omwonenden. Daarbij voelen omwonenden zich niet meer veilig.

Wij willen de huurovereenkomst beëindigen

Daarom vragen wij u de huur op te zeggen. Door de aanhoudende overlast en de onveilige situatie voor zowel omwonende als u zijn wij van mening dat u niet in deze woning kunt blijven wonen. (…)

Wij kunnen de toezegging doen dat, na een geslaagde afronding van het benodigde hulpverleningstraject (zoals een opname of een tijdelijk verblijf elders) én bij acceptatie van de geadviseerde begeleiding na dit traject, een woning kan worden aangeboden met aanvullende voorwaarden. (…)”

[gedaagde] en haar bewindvoerder hebben niet gereageerd op de brief van Intermaris.

Bij brief van 15 juli 2026 heeft Intermaris aan [gedaagde] medegedeeld dat zij de huurovereenkomst wil beëindigen.

Op 15 juli 2026 heeft de gemachtigde van [gedaagde] medegedeeld dat hij graag in gesprek wil gaan met Intermaris. Hierop heeft Intermaris laten weten dat voor haar de maat vol is omdat zij veel pogingen heeft gedaan om de kwestie op te lossen maar de overlast blijft voortduren.

3. Het geschil

Intermaris vordert – samengevat – dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening [gedaagde] veroordeelt tot ontruiming van de woning.

Intermaris legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Er is sprake van ernstige mate van overlast in en rondom de woning. Gedurende de dag en de nacht is er sprake van geluidsoverlast. [gedaagde] is ernstig verslaafd aan harddrugs en daardoor onberekenbaar. Zij ontvangt de gehele dag door bezoek van andere dealers en verslaafden. Ook worden de omwonenden bedreigd door [gedaagde] en haar bezoekers. [gedaagde] gedraagt zich niet als een goed huurder. Dit is in strijd met de huurovereenkomst en de van toepassing zijnde algemene voorwaarden. De door [gedaagde] veroorzaakte overlast en onveiligheid kunnen als zeer ernstige tekortkomingen jegens Intermaris gekwalificeerd worden. [gedaagde] is herhaaldelijk door Intermaris, de wijkagent en politie erop gewezen de overlast te staken, maar [gedaagde] is niet in staat daaraan te voldoen.

[gedaagde] voert verweer en erkent dat er veel overlast heeft plaatsgevonden. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat zij door haar persoonlijke omstandigheden en de bedreigingen en mishandelingen waarmee zij is geconfronteerd redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen dat de overlast heeft plaatsgevonden. De overlast vindt voornamelijk plaats door de heer [naam 2] . [gedaagde] wordt door hem lastig gevallen, bedreigd en mishandeld. Zij kan geen weerstand bieden tegen [naam 2] . [gedaagde] heeft betoogd dat zij dringend hulp nodig heeft voor haar verslavingsproblematiek. Zij wil graag afkicken in Zuid-Afrika. Ook vindt [gedaagde] dat zij nog een kans zou moeten krijgen om de eerder door Intermaris voorgestelde gedragsaanwijzing te tekenen en om die na te komen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als Intermaris daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval, omdat het hier gaat om een vordering tot ontruiming wegens ernstige overlast voor omwonenden.

Ontruiming van een woning is een ingrijpende maatregel. Toewijzing van zo’n vordering in kort geding is daarom alleen aan de orde als met een grote mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat in een nog te voeren gewone procedure (de bodemprocedure) de huurovereenkomst wordt ontbonden en dan [gedaagde] daarbij zal worden veroordeeld om de woning te ontruimen.

Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

Op grond van de wet en de huurovereenkomst is [gedaagde] verplicht zich ten aanzien van het gebruik van de woning als een goed huurster te gedragen. Dit houdt onder meer in dat [gedaagde] zich moet onthouden van gedragingen die ontoelaatbare overlast veroorzaken.

Intermaris heeft voldoende onderbouwd dat [gedaagde] (en degenen die bij haar verblijven) in elk geval vanaf december 2025 structureel ernstige overlast veroorzaakt (c.q. veroorzaken) in en om de woning. Dit blijkt uit de overgelegde schriftelijke klachten die Intermaris heeft ontvangen van de omwonenden en het feit dat de politie meermaals langs is geweest naar aanleiding van meldingen van overlast. De klachten betreffen met name ongewenste bezoekers in en om de woning, geluidsoverlast, vechtpartijen, het gooien van spullen in de woning en een vernield raam. De overlast vindt volgens de omwonenden zowel overdag als ’s nachts plaats. Omwonenden melden ook dat zij slaap tekort komen, geen woonplezier meer hebben, stress ervaren en dat zij de woonomgeving door toedoen van [gedaagde] onveilig vinden. De verklaringen van de omwonenden komen met elkaar overeen en schetsen tezamen een duidelijk beeld van het overlast gevend gedrag dat [gedaagde] en haar bezoekers vertonen.

[gedaagde] erkent dat er sprake is van overlast maar heeft betoogd dat zij door haar persoonlijke omstandigheden en de bedreigingen en mishandelingen door [naam 2] waarmee zij is geconfronteerd redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen dat de overlast heeft plaatsgevonden. Dat is een verklaring maar geen rechtvaardiging voor de ontstane situatie. Gelet op de hoeveelheid klachten, de gesprekken waarbij afspraken tussen partijen zijn gemaakt en de waarschuwingsbrieven van Intermaris is er meer dan genoeg gedaan om [gedaagde] te helpen maar lukt het haar kennelijk niet om de overlast te voorkomen en of weerstand te bieden aan degenen die haar woning bezoeken. Zij is wel verantwoordelijk voor wat er allemaal in en rond het door haar gehuurde plaatsvindt. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde] heeft gehandeld in strijd met haar wettelijke en contractuele verplichting om zich als goed huurster te gedragen. Er is dus sprake van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van haar verplichtingen door [gedaagde] .

De kantonrechter onderkent dat ontruiming van de woning ingrijpend voor haar is. [gedaagde] kampt met verslavingsproblematiek en het is aannemelijk dat de overlast die zij veroorzaakt te maken heeft met deze problemen. Maar tegenover de belangen van [gedaagde] staan de belangen van de omwonenden. Intermaris voert terecht aan dat zij ook de belangen van haar overige huurders moet beschermen en hun woongenot moet waarborgen. Deze huurders ondervinden al in ieder geval meer dan een half jaar structureel ernstige overlast van [gedaagde] . De persoonlijke omstandigheden van [gedaagde] leggen daartegenover onvoldoende gewicht in de schaal om te concluderen dat de gevorderde ontruiming niet gerechtvaardigd is.

Zoals hiervoor al is overwogen is er vanuit Intermaris al het nodige gedaan om [gedaagde] te helpen en “binnenboord” te houden. Zo heeft Intermaris aan [gedaagde] herhaaldelijk geadviseerd hulp in te schakelen van Vangnet en Advies of andere hulpverlenende instanties, heeft Intermaris verschillende laatste kansen geboden en zelf gesprekken gevoerd met de hulpverlenende instanties om tot een oplossing te komen. Verder heeft Intermaris [gedaagde] in de gelegenheid gesteld de huurovereenkomst zelf op te zeggen om een gerechtelijke procedure te voorkomen. Dit alles heeft niet geleid tot vermindering van de overlast. Ook de kennelijk in april 2026 gestarte hulp aan [gedaagde] heeft geen zichtbaar effect op de ervaren overlast. De overgelegde verklaring van Phase1 Herstel Begeleiding biedt onvoldoende duidelijkheid en zekerheid voor Intermaris dat de overlast in de hand is. Uit de verklaring blijkt dat er wordt gewerkt aan de persoonlijke stabiliteit van [gedaagde] en dat wordt toegewerkt naar een meer intensieve behandelsetting, waarbij onder meer een klinische opname, bij voorkeur in Zuid-Afrika, wordt onderzocht. Een concreet vooruitzicht is er niet. [gedaagde] heeft ter zitting aangegeven dat zij de financiën voor een verblijf in Zuid-Afrika nog niet rond heeft.

De kantonrechter acht het gezien het voorgaande in hoge mate waarschijnlijk dat een vordering tot ontruiming (en ontbinding van de huurovereenkomst) in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. De in dit kort geding gevorderde ontruiming zal daarom worden toegewezen. Intermaris vordert ontruiming binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis. Dat is geen redelijke termijn. De kantonrechter ziet aanleiding om de ontruimingstermijn te bepalen op een ruimere termijn en wel acht weken na betekening van dit vonnis. Dit heeft ermee te maken dat de opgestarte hulpverlening nog voldoende tijd krijgt om passende woonruimte voor [gedaagde] te onderzoeken. Aan de andere kant krijgen Intermaris en de buurtbewoners de duidelijkheid dat er een einde komt aan de overlast. Onder deze omstandigheden weegt het belang van [gedaagde] om nog enige tijd in de woning te kunnen blijven wonen zwaarder dan het belang van Intermaris om de woning zo snel mogelijk te kunnen ontruimen.

De bewindvoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Intermaris worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

151,94

- griffierecht

€

139,00

- salaris gemachtigde

€

577,00

- nakosten

€

21,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

889,44

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt de bewindvoerder om binnen acht weken na betekening van dit vonnis de woning aan het adres [adres] [plaats] met de zich daarin bevindende personen en roerende zaken, voor zover deze niet eigendom zijn van Intermaris, te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels in behoorlijke staat op te leveren en ter beschikking te stellen aan Intermaris,

veroordeelt de bewindvoerder zo lang de woning niet is ontruimd, maandelijks aan Intermaris een gebruiksvergoeding te betalen gelijk aan de thans verschuldigde huurpenning van € 717,43, een gedeelte van een maand te rekenen voor een hele maand,

veroordeelt de bewindvoerder in de proceskosten van € 889,44, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Blokland en in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand