RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11543842 \ CV EXPL 25-893
Uitspraakdatum: 21 januari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)
tegen
De buitenlandse vennootschap
Icelandair ehf.
gevestigd te Reykjavik (IJsland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J. Croon (Croon Aviation Lawyers)
De zaak in het kort
De passagier heeft van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk slechte weersomstandigheden. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagier wordt toegewezen.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 17 en 18 december 2022 vervoeren van Newark Liberty International Airport, New Jersey (Verenigde Staten), via Keflavik International Airport (IJsland), naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtnummers FI622 en FI500.
De vervoerder heeft de vlucht FI622 geannuleerd. Hierdoor is de passagier omgeboekt op een alternatieve vlucht en met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf zondag 18 december 2022, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 10 maart 2023 dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (een doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel uitmaakte van de rotatievlucht Reykjavik-New York-Reykjavik (vluchtnummers FI623 en FI622). Op de datum van de vlucht was er sprake van slechte weersomstandigheden op IJsland (zie METAR rapport, nieuwsberichten, overzicht over aanwezigheid sneeuw). De luchthaven op IJsland had door de extreme sneeuwval zeer beperkt capaciteit. Hierdoor moesten veel vluchten worden geannuleerd, waaronder vlucht FI623. Deze vlucht kon niet meer vertrekken vanaf IJsland naar New York. En als gevolg daarvan moest de vlucht in kwestie ook geannuleerd worden. De annulering moet gezien worden als buiten de invloedsfeer van de vervoerder en is daarmee een buitengewone omstandigheid, aldus de vervoerder.
De passagier betwist dat er sprake is van buitengewone omstandigheden. De vervoerder heeft niet gesteld of bewezen waarom de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden en niet met vertraging uitgevoerd kon worden. De passagier had dan haar aansluitende vlucht die pas de volgende ochtend ging alsnog kunnen halen. De vervoerder brengt hiertegen in dat als het mogelijk was geweest om de vlucht langdurig te vertragen hij dat had gedaan. Om de overlast te beperken heeft de vervoerder vluchten 30 tot 60 minuten vertraagd om op die manier zoveel mogelijk passagiers hun aansluiting te laten halen. Echter om 19:00 UTC was de sneeuwval zo hevig dat er geen enkele vliegtuig meer kon vertrekken. Vlucht FI623 is samen met 16 andere vertrekkende vluchten vanaf IJsland geannuleerd. Als de heenvlucht niet uitgevoerd kan worden, dan kan de terugvlucht ook niet worden uitgevoerd. Vlucht FI623 had alleen met een onacceptabel lange vertraging uitgevoerd kunnen worden. Indien vluchten zodanig lang vertraagd werden, dan zouden alle vluchten de volgende dag niet volgens planning kunnen worden uitgevoerd en dan waren er eveneens grote vertragingen.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de weersomstandigheden op de dagen rondom de vlucht in dit geval een buitengewone omstandigheid opleveren die doorwerkt op de onderhavige vlucht. De door de vervoerder beschreven weersomstandigheden worden niet door de passagier betwist. De passagier stelt in zijn algemeenheid dat de gestelde weersomstandigheden geen betrekking hebben op de vlucht in kwestie. De annulering kan, anders dan de passagier stelt, naar het oordeel van de kantonrechter dan ook als een buitengewone omstandigheid worden aangemerkt als gevolg waarvan de vlucht geannuleerd moest worden. De situatie is immers niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteit van de luchtvaartmaatschappij. Het betoog van de vervoerder slaagt.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder onvoldoende heeft aangetoond dat de vlucht in kwestie geannuleerd moest worden. Weliswaar heeft hij producties overgelegd waaruit blijkt dat er slechte weersomstandigheden waren rondom de datum van de vlucht, maar de vervoerder heeft niet aangetoond met stukken dat in het specifiek de vlucht in kwestie niet uitgevoerd had kunnen worden. Het had op zijn weg gelegen om bijvoorbeeld het vluchtrapport of slotberichten van de luchtverkeersleiding over te leggen. Nu is niet vast komen te staan dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden. De kantonrechter komt dan niet toe aan de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te beperken. De vordering van de passagier wordt toegewezen.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten (inclusief BTW) worden toegewezen.
De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagier heeft daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum had.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.
5. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 708,90, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 600,00 vanaf 17 december 2022, en over € 108,90 (inclusief BTW) vanaf 29 oktober 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;griffierecht € 226,00;salaris gemachtigde € 337,50;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter