ECLI:NL:RBNHO:2026:1178

ECLI:NL:RBNHO:2026:1178

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer 11351349
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Haarlem

Samenvatting

Luchtvaart; Annulering. Buitengewone omstandigheden worden niet betwist door de passagiers. Echter heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen getroffen. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11351349 \ CV EXPL 24-7262

Uitspraakdatum: 28 januari 2026

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1. [eiser 1],wonende te [plaats 1]

3. [eiser 3],

4. [eiser 4],

2. [eiser 2],wonende te [plaats 2]

beiden wonende te [plaats 1]

eisers

hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. R.A.C. Telkamp (EUclaim B.V.)

tegen

De buitenlandse vennootschap

British Airways Plc,

gevestigd te Cardiff (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt (Ploum Rotterdam Law firm)

De zaak in het kort

De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Dit wordt niet betwist door de passagiers. Echter heeft de vervoerder niet alle redelijke maatregelen getroffen. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering wordt toegewezen.

1. Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding:

- de conclusie van antwoord;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 18 juli 2022 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Heathrow Airport, Londen (Verenigd Koninkrijk), naar John F. Kennedy International Airport, New York (Verenigde Staten), met vluchtnummers BA423 en BA115.

De vervoerder heeft vlucht BA115 van Londen naar New York geannuleerd. De passagiers zijn niet door de vervoerder omgeboekt naar een alternatieve vlucht. Hierdoor zijn zij nooit op de eindbestemming aangekomen.

De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 2.400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 juli 2022, althans vanaf datum ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- € 435,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 14 februari 2023 dan wel vanaf de datum van betekening van deze dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).

De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering van de vlucht gevolg was van een buitengewone omstandigheid. Dit kon ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden (artikel 5 lid 3 van de Verordening).

4. De beoordeling

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van een buitengewone omstandigheid die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen kon worden.

Volgens de vervoerder de vlucht geannuleerd wegens beperkingen die zijn opgelegd door de luchtverkeersleiding als gevolg van het personeelstekort op de luchthaven. De vervoerder beroept zich daarom op een buitengewone omstandigheid. De passagiers hebben dit niet betwist, zodat dit vast is komen te staan.

Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen of te beperken. In geschil is of de vervoerder de passagiers op de eerst beschikbare alternatieve heeft omgeboekt. De vervoerder stelt dat zodra de beperkingen waren ingevoerd de vervoerder de passagiers heeft geïnformeerd en een alternatieve vlucht heeft aangeboden die hen de volgende dag naar de eindbestemming zou vervoeren. De passagiers hebben het aanbod afgewezen, waarnaar de vervoerder de ticketkosten heeft terugbetaald aan de passagiers.

De passagiers betwisten dit. Volgens het TAP-arrest moet gekeken worden naar de aangeboden alternatieve vlucht en niet de feitelijke aankomsttijd. De aangeboden alternatieve vlucht zou de passagiers met een vertraging van 28 uur en 30 minuten naar de eindbestemming hebben vervoerd. Dit betreft geen redelijke maatregel in de zin van de Verordening. De route naar New York vanaf Amsterdam en Londen wordt vaak gevlogen, waardoor een vertraging van meer dan een dag eenvoudig te voorkomen is. De passagiers hebben een overzicht overgelegd met meerdere vluchten naar New York vanaf Amsterdam en Londen. Nu de vervoerder een vlucht heeft aangeboden die hen 28 uur en 30 minuten later op de eindbestemming zou vervoerder, hebben de passagiers de reis niet door laten gaan. Als de vervoerder een eerdere vlucht had aangeboden, dan hadden zij die aangenomen.

De vervoerder voert bij de conclusie van dupliek aan dat hij alleen inzage heeft in de stoelbeschikbaarheid van haar eigen vluchten en niet van andere luchtvaartmaatschappijen, daarom kan zij alleen reageren op de één van de vluchten (vlucht BA181) uit het overgelegde overzicht. Vlucht BA181 was volgeboekt, maar is uiteindelijk vertrokken met 11 lege stoelen en dit kwam door ‘no shows’. De vervoerder wist dit niet van te voren en kon de passagiers daarom niet omboeken op deze vlucht. Er wordt pas vlak voor het opstijgen geconstateerd dat er definitieve ‘no shows’ zijn. Om de passagiers op het laatste moment nog om te boeken zou voor extra vertraging zorgen. De stelling van passagiers dat gekeken moet worden naar de aangeboden alternatieve vlucht in plaats van de werkelijke aankomsttijd is volgens vervoerder onjuist. Er moet gekeken worden naar de feitelijke aankomsttijd. De passagiers hebben de alternatieve aangeboden vlucht geweigerd. Feitelijk is er geen vertraging. Door het terugbetalen van de ticketkosten heeft de vervoerder voldaan aan al haar verplichtingen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In geval van een annulering dient de vervoerder de passagiers de keus te geven tussen terugbetaling van de ticketkosten of een andere vlucht bij eerste gelegenheid. In beginsel is geen sprake van een redelijke maatregel, indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen. Dit is anders indien er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door haarzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de volgende vlucht van de betrokken luchtvaartmaatschappij, of dat het organiseren van een dergelijke alternatieve vlucht voor die laatste een onaanvaardbaar offer betekende gelet op de mogelijkheden van haar onderneming op het relevante tijdstip. Hierbij gaat de kantonrechter, voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’, uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur. Gesteld noch gebleken is dat zich één van deze uitzonderingssituaties voordeed. In dit geval heeft de vervoerder een vlucht aangeboden die de passagiers met meer dan 24 uur vertraging op de eindbestemming zou vervoeren. Dat de passagiers hebben gekozen voor een terugbetaling van de ticketkosten, betekent niet dat de vervoerder heeft voldaan aan zijn verplichtingen. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om te onderbouwen waarom hij de passagiers niet op een eerdere vlucht kon omboeken en dat dit de eerste beschikbare alternatieve vlucht was. De vervoerder heeft dan ook onvoldoende onderbouwd dat hij een alternatieve vlucht bij eerste gelegenheid heeft aangeboden en daarmee alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Het betoog van de vervoerder slaagt niet. De vordering van de passagiers wordt toegewezen.

De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag, € 435,60 (inclusief BTW), niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.

De gevorderde rente over de buitengerechtelijke kosten is ook toewijsbaar, behalve dat deze wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding. De passagiers hebben daar in ieder geval vanaf die datum recht op. Het is niet gesteld of gebleken dat zij dit ook al vanaf een eerdere datum had.

De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 2.835,60, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.400,00 vanaf 18 juli 2022, en over € 435,60 vanaf 9 juli 2024, tot aan de dag van voldoening van deze bedragen;

veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

dagvaarding € 135,97;griffierecht € 248,00;salaris gemachtigde € 595,00;

nakosten € 119,00;

vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Koenis, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.W. Koenis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand