RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11433543 \ CV EXPL 24-8552
Uitspraakdatum: 4 februari 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
1. [eiser 1],
2. [eiser 2],
beiden wonende te [plaats]
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Drs. [gemachtigde]
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Turk Havayollari A.O. h.o.d.n. Turkish Airlines
gevestigd te Istanboel (Turkije)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs (LVH advocaten)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder compensatie gevraagd voor een meer dan 3 uur vertraagde vlucht. De kantonrechter oordeelt echter dat de vervoerder reeds bevrijdend heeft betaald. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen. De kantonrechter ziet ook aanleiding om de proceskosten te compenseren.
1. Het procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 31 augustus 2024 vervoeren van Jakarta (Indonesië) via Istanboel (Turkije) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vluchtnummers TK56 en TK1955.
De vervoerder heeft vlucht TK56 van Istanboel naar Jakarta (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
De vervoerder heeft volgens de passagiers niet uitbetaald.
3. Het geschil
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 1.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente en incassokosten 2 x €90,00. Totaal € 1.380,00;
- € 297,60, voor extra gemaakte kosten voor een taxirit; - en de proceskosten.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.
4. De beoordeling
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
Compensatieplicht
Niet in geschil staat dat de vervoerder moet compenseren voor de vertraging van de vlucht. De vervoerder voert aan dat hij bereid is om de compensatie te betalen en dat hij dit reeds heeft gedaan. De gemachtigde van de passagiers heeft het bedrag teruggestort, omdat dit slechts een deel van het gevorderde bedrag is. Er zijn nu namelijk ook proceskosten gemaakt. De vervoerder is niet bereid om het bedrag nogmaals te betalen.
De kantonrechter merkt ten eerste op dat de wijze waarop de gemachtigde van de passagiers zijn standpunten heeft verwoord, op onderdelen onnodig zijn. Van procespartijen mag worden verwacht dat zij hun standpunten op een respectvolle en zakelijke wijze naar voren brengen.
Vaststaat dat de vervoerder na betekening van de dagvaarding de hoofdsom aan de passagiers heeft voldaan. Dat de gemachtigde van de passagiers dit bedrag heeft teruggestort, omdat hij nu proceskosten heeft gemaakt, doet niet af aan het bevrijdende karakter van de betaling van de hoofdsom. De vordering tot betaling van de hoofdsom is daarmee voldaan. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen.
Proceskosten
De vervoerder voert verweer tegen de proceskosten. In beginsel wordt de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Dit kan anders zijn als vast komt te staan dat deze kosten nodeloos zijn aangewend of veroorzaakt.
De vervoerder voert aan dat het hem niet duidelijk is hoe de gemachtigde van de passagiers aan het adres van Turkish Airlines is gekomen. Het adres was makkelijk te vinden op het internet. De gemachtigde van de passagiers betwist dit. Hij heeft voor de veiligste weg gekozen en het adres gevraagd en vervolgens gekregen van de vervoerder zelf (zie productie 2 CvR). In dezelfde e-mailwisseling blijkt dat de vervoerder heeft verzocht om aanvullende stukken om de vordering tot compensatie te beoordelen. Echter heeft de gemachtigde van de passagiers nagelaten om deze over te leggen. Indien hij dat wel had gedaan kon een rechtelijke zaak voorkomen worden. Na ontvangst van de dagvaarding met de nodige details kon de vervoerder de claim pas beoordelen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit de stukken blijkt dat de vervoerder inderdaad het verkeerde adres aan de gemachtigde van de passagiers heeft overgelegd, waardoor de claim niet bij vervoerder terecht is gekomen. Anderzijds heeft de gemachtigde van de passagiers niet duidelijk gemaakt waarom hij niet de gevraagde stukken aan de vervoerder heeft overgelegd, zodat de vervoerder de claim kon beoordelen. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Compensatie extra gemaakte kosten
De passagiers hebben bij conclusie van repliek aangegeven hun eis te willen vermeerderen met een bedrag van € 297,60 (tweemaal een retour taxirit Tilburg-Schiphol). Uit artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) volgt dat zolang de rechter geen eindvonnis heeft gewezen, de eisende partij bevoegd is de eis en de grondslag daarvan te vermeerderen of te wijzigen. Alleen als de eisvermeerdering in strijd is met de eisen van een goede procesorde, kan deze buiten beschouwing worden gelaten. Daarbij dient de eisende partij in de kop van de conclusie expliciet tot uitdrukking te brengen dan wel op andere wijze te melden dat de eis wordt gewijzigd. In het onderhavige geval heeft de eisende partij dat wel gedaan, dus is er voldaan aan de hiervoor gestelde eisen.
De vervoerder voert aan dat de gemachtigde van de passagiers onvoldoende heeft aangetoond dat de passagiers gebruik hebben gemaakt van de taxirit. De overgelegde productie toont niet aan dat dit een bon is van een taxibedrijf of waar de tarieven uit volgen. Daarnaast is het een retourrit, terwijl de passagiers op 1 september naar Schiphol zijn gevlogen en dus slecht één keer naar Tilburg moesten worden vervoerd. De kosten voor deze rit zijn ook erg hoog. De passagiers hebben hierdoor niet voldaan aan hun schadebeperkingsplicht.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De vordering van de extra gemaakte kosten wordt afgewezen. De passagiers stellen dat zij extra kosten hebben gemaakt van, in totaal, € 297,60, bestaande uit kosten voor een taxirit tussen Schiphol en Tilburg. Ter onderbouwing van de gemaakte kosten hebben de passagiers een factuur overgelegd. Echter blijkt uit de factuur niet dat het gaat om een taxirit waar passagiers gebruik van hebben gemaakt. De kantonrechter wijst de vordering voor de extra gemaakte kosten daarom af.
De passagiers zullen in het ongelijk worden gesteld. Echter ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5. De beslissing
De kantonrechter:
wijst de vordering af;
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter