RECHTBANK NOORD-HOLLAND
beslissing
[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]
Wrakingskamer
zaaknummer / rekestnummer: C/15/374288 / KG RK 26-79
Beslissing van 2 februari 2026
Op het verzoek tot wraking ingediend door:
[verzoeker 1] , te Heerhugowaard,[verzoeker 2], te Noord- Scharwoude,
[verzoeker 3] , te Noord- Scharwoude,gemachtigde; mr. Y. Moszkowiczverzoekers.
Het verzoek is gericht tegen:
mr. I.H. Lips,
hierna te noemen: de rechter.
1. Procesverloop
Verzoekers hebben op 2 februari 2026 om 12:28 uur schriftelijk de wraking verzocht van de rechter in de bij deze rechtbank, team Handel, Kanton & Bewind, locatie Alkmaar aanhangige met als zaaknummer 11408269 CV EXPL 24-3852, hierna te noemen: de hoofdzaak.
De wrakingskamer heeft vervolgens op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.
2. Het standpunt van verzoeker
Verzoekers hebben ter onderbouwing van het verzoek - kort gezegd – het volgende aangevoerd. Verzoekers hebben de rechter verzocht om de in de hoofdzaak geplande mondelinge behandeling uit te stellen. Dit verzoek is gedaan vanwege acute psychische decompensatie bij verzoeker 1, veroorzaakt door twee zware gebeurtenissen. De rechter heeft desondanks het aanhoudingsverzoek ongemotiveerd afgewezen. Evenmin heeft de rechter gevraagd om een nadere onderbouwing van het aanhoudingsverzoek. Deze beslissing is zo onbegrijpelijk en bot dat daarin de schijn van vooringenomenheid van de rechter besloten ligt.
3. De beoordeling
Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing vormen dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan een partij de indruk krijgen dat de rechter vooringenomen is. Beslissend daarvoor is of de vrees voor partijdigheid objectief gerechtvaardigd is.
In de kern komt de wrakingsgrond erop neer dat verzoekers het niet eens zijn met de beslissing van de rechter op het door verzoekers gedane verzoek om de op 2 februari 2026 om 13:00 uur geplande mondelinge behandeling aan te houden. De wrakingskamer overweegt dat procedurele beslissingen geen grond kunnen vormen voor wraking. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen staat daaraan in de weg. Wraking is namelijk geen verkapt rechtsmiddel tegen - de verzoeker onwelgevallige – (procedurele) beslissingen van de rechter. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van de procedurele beslissing. Ook de motivering van een procedurele beslissing kan geen grond vormen voor wraking, ook niet als de wrakingskamer zou vinden dat het gaat om een onjuiste, onbegrijpelijke, gebrekkige of te summiere motivering of het ontbreken van een motivering. Dit is uitsluitend anders indien de motivering van de beslissing in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten – bijvoorbeeld door de in de motivering gebezigde bewoordingen - niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter.
De wrakingskamer oordeelt dat daarvan geen sprake is.
In dat kader vindt de wrakingskamer van belang dat, blijkens het wrakingsverzoek, de rechter heeft besloten om de mondelinge behandeling door te laten gaan en nog niet definitief heeft beslist op het aanhoudingsverzoek. De kantonrechter heeft namelijk richting verzoekers als volgt gereageerd: “Het aanhoudingsverzoek wordt in het kader van hoor en wederhoor op zitting besproken, waarbij u en de wederpartij aanwezig zijn.”
De door verzoekers aangedragen gronden kunnen niet leiden tot wraking van de rechter. De wrakingskamer zal het verzoek afwijzen.
4. Beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek af,
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekers, de rechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,
beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door mr. N. Boots, voorzitter, mr. S.W.S. Kiliç en mr. W.C. Oosterbroek leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2026.[concipiënt_initialen]
griffier voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.