ECLI:NL:RBNHO:2026:11923

ECLI:NL:RBNHO:2026:11923

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer HAA 26/3898
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de huurwoning van verzoeker. De burgemeester heeft besloten om de woning te sluiten omdat de politie in de woning een overtreding van de Opiumwet heeft geconstateerd. Verzoeker is het niet eens met de duur van de sluiting voor drie maanden. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening die inhoudt dat de duur van de sluiting wordt beperkt tot één maand. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Het belang van verzoeker bij het beperken van de duur van de sluiting tot één maand weegt niet op tegen het belang van de burgemeester bij het herstel van de openbare orde. Hierbij weegt de voorzieningenrechter mee dat de huurovereenkomst van verzoeker al is ontbonden waardoor niet aannemelijk is dat verzoeker kan terugkeren in zijn woning of zijn werk kan hervatten als de duur van de sluiting wordt beperkt en op dit moment wordt beëindigd.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 augustus 2026 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit Schagen, verzoeker

de burgemeester van de gemeente Schagen, de burgemeester

Samenvatting

Zittingsplaats Alkmaar

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/3898

(gemachtigde: mr. M.B. Ullah),

en

(gemachtigde: mr. J. Schouten).

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de huurwoning van verzoeker op het adres [adres] in Schagen. De burgemeester heeft besloten om de woning te sluiten omdat de politie in de woning een overtreding van de Opiumwet heeft geconstateerd. Verzoeker is het niet eens met de duur van de sluiting voor drie maanden. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan.

De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek om een voorlopige voorziening af. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt het belang van verzoeker bij het beperken van de duur van de sluiting tot één maand niet op tegen het belang van de burgemeester bij het herstel van de openbare orde. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank niet in een (eventueel) bodemgeding.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 9 juli 2026 heeft de burgemeester besloten de woning van verzoeker met ingang van 13 juli 2026 voor drie maanden te sluiten.

Op 13 juli 2026 is de woning gesloten en op 3 augustus 2026 heeft verzoeker hiertegen bezwaar gemaakt.

Op 4 augustus 2026 heeft verzoeker een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Het bestreden besluit

3. De burgemeester heeft met het betreden besluit de woning van verzoeker gesloten voor de duur van drie maanden met ingang van 13 juli 2026. Aan dit besluit ligt een constateringsrapport van de politie van 25 juni 2026 ten grondslag waaruit volgt dat in de woning van verzoeker bijna 50 gram harddrugs zijn aangetroffen. Uit de meldingen die de politie heeft ontvangen volgt bovendien dat verzoeker drugs zou verhandelen vanuit de woning. Volgens de burgemeester is het daarom noodzakelijk om de woning te sluiten en daarmee de ‘loop’ naar de woning te doorbreken en de openbare orde in de omgeving te herstellen. Omdat sprake is van een eerste overtreding en meer dan vijf gram harddrugs, heeft de burgemeester de woning conform het Damoclesbeleid gemeente Schagen 2024 gesloten voor de duur van drie maanden. Volgens de burgemeester is geen sprake van bijzondere persoonlijke omstandigheden die aanleiding geven om van de sluiting van de woning af te zien.

Is de sluiting van de woning van verzoeker voor de duur van drie maanden evenredig?

4. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter gevraagd om bij wijze van een voorlopige voorziening te bepalen dat de sluiting wordt beperkt tot de duur van één maand in plaats van drie maanden. Dit zou er in de praktijk op neer komen dat de sluiting van de woning per direct beëindigd wordt. Volgens verzoeker kan hiermee worden voorkomen dat hij zijn woning en zijn werk definitief verliest.

De voorzieningenrechter ziet in het verzoek van verzoeker geen aanleiding de duur van de sluiting te beperken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verzoeker onvoldoende onderbouwd hoe de gevolgen van de sluiting kunnen worden voorkomen. De huurovereenkomst van verzoeker is namelijk al buitengerechtelijk ontbonden en ter zitting is bevestigd dat hiertegen (nog) geen gerechtelijke procedure loopt. Gelet op het tweede lid van artikel 7:231 van het Burgerlijk Wetboek acht de voorzieningenrechter daarom niet aannemelijk dat verzoeker kan terugkeren in zijn woning als de duur van de sluiting wordt beperkt en op dit moment wordt beëindigd. Daarnaast heeft verzoeker ter zitting verklaard dat hij op dit moment niet aan het werk is omdat hij vanaf zijn tijdelijke verblijfplaats(en) niet op tijd kan beginnen met werken maar dat hij ieder moment weer aan het werk kan gaan als hij terug kan keren naar zijn woning. Aangezien de voorzieningenrechter het niet aannemelijk acht dat verzoeker na beëindiging van de sluiting naar de woning zal kunnen terugkeren, is ook niet aannemelijk dat hij zijn werk weer zal kunnen oppakken als de sluiting op dit moment wordt beëindigd. Het belang van verzoeker bij het beëindigen of opheffen van de sluiting is alleen al daarom zeer beperkt ten opzichte van het belang van de burgemeester bij het herstel van de rust en de openbare orde in de buurt. Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangen van de burgemeester op dit moment zwaarder wegen dan het belang van verzoeker bij het beëindigen van de sluiting.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de duur van de sluiting niet wordt beperkt en de sluiting niet wordt beëindigd. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Besseling, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 20 augustus 2026.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.J. Besseling

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand