ECLI:NL:RBNHO:2026:1199

ECLI:NL:RBNHO:2026:1199

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 10-02-2026
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer 15/161634-24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Veroordeling voor medeplegen invoer van 12 kilogram cocaïne per vrachtvliegtuig, medeplegen van bevorderingshandelingen gericht op de invoer van een hoeveelheid cocaïne, a.b.i. art. 10a Ow en computervredebreuk. Gevangenisstraf van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Bevel schorsing van de voorlopige hechtenis. Beslissingen m.b.t. inbeslaggenomen telefoons.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/161634-24 (P)

Uitspraakdatum: 10 februari 2026

Tegenspraak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 26 en 27 januari 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]

.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie,

mr. R. Funke Küpper, en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. F.N. Dijkers, advocaat te Diemen, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1 (invoer in vereniging op 21 januari 2023)hij op of omstreeks 21 januari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 12 kilogram, althans een hoeveelheid, (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde cocaïne vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

subsidiair

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 17 december 2022 tot en met 23 januari 2023 te Delfzijl en/of te Schiphol, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 12 kilogram, althans een hoeveelheid, (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en)

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe)- één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of- via dat/die telefoon(s)/communicatiemiddel(en) en/of in persoon (met elkaar) gecommuniceerd en/of afspraken gemaakt en/of (onderling) informatie verstrekt en/of uitgewisseld over:• het type PMC-plaat (PMC mix) en/of het nummer van de PMC-plaat (PMC 73878 AF) waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne in Nederland zou aankomen en/of zou (zijn) aangekomen en/of• een sticker voorzien van het airwaybill nummer 074-5812-8674 en/of• het vluchtmanifest van vlucht MP6141 met datum 19 januari 2023 met de route Bogota-Miami-Amsterdam met PMC nummer PMC 73878 AF en/of • de GPS locatie van voornoemde PMC-plaat en/of doos op de luchthaven Schiphol.

feit 2 (invoer in vereniging op 6 mei 2023)hij op of omstreeks 6 mei 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 30 kilogram, althans een hoeveelheid, (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde cocaïne vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

subsidiair hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 en 6 mei 2023 te Delfzijl en/of te Schiphol, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van ongeveer 30 kilogram, althans een hoeveelheid, (van een materiaal bevattende) cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- één of meer anderen heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en)

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (daartoe)- één of meer telefoon(s)/communicatiemiddel(en) voorhanden gehad en/of- via dat/die telefoon(s)/communicatiemiddel(en) en/of in persoon (met elkaar) gecommuniceerd en/of afspraken gemaakt en/of (onderling) informatie verstrekt en/of uitgewisseld over:• de PMC plaat en/of het nummer van de PMC-plaat (PMC71688AF) en/of de vlucht (KL 741), waarop voornoemde hoeveelheid cocaïne in Nederland zou aankomen en/of zou (zijn) aangekomen en/of• de verblijfplaats van voornoemde PMC-plaat en/of doos op de luchthaven Schiphol en/of• het checken in het KLM vrachtsysteem van voornoemde PMC-plaat en/of doos;

feit 3 Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 mei 2023 tot en met 3 juni 2023 te Schiphol, althans in Nederland, meermalen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) (een) geautomatiseerd werk , te weten een computersysteem en/of de aan KLM ter beschikking staande server(s, is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid, te weten door het onbevoegd gebruik maken van het besturingssysteem “Chain” van [bedrijf] (telkens) met een ander doel dan waarvoor hem die ter beschikking stonden en waarvoor hem die toegang was toegestaan;

subsidiair Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 5 mei 2023 tot en met 3 juni 2023 te Schiphol, althans in Nederland, althans in Nederland, meermalen (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk niet-openbare gegevens van de KLM , te weten toegang tot transferlijsten en manifesten, althans (gevoelige) bedrijfsinformatie, die waren opgeslagen door middel van een geautomatiseerd werk, te weten een computersysteem en/of de aan KLM ter beschikking staande server(s) waarop het softwareprogramma “Chain” was geplaatst en/of draaide, in ieder geval door middel van een geautomatiseerd werk, voor zichzelf en/of voor een ander heeft/hebben overgenomen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 2 primair ten laste gelegde feit en tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 primair ten laste gelegde feiten. Op het standpunt van de officier van justitie zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten en partieel van de onder 1 subsidiair ten laste gelegde hoeveelheid cocaïne. Op het verweer van de raadsman zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 2 primair De rechtbank is, zoals door de officier van justitie gevorderd en door de raadsman bepleit, van oordeel dat het onder feit 2 primair ten laste gelegde medeplegen van de invoer van 30 kilogram cocaïne niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 primair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsoverwegingen

Feit 1 primair

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat op 21 januari 2023 12 kilogram cocaïne, per vlucht vanuit Bogota, Nederland is ingevoerd. Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid is gebleken dat het ging om een cocaïnetransport. Dat leidt de rechtbank af uit de chatberichten waarin meerdere afbeeldingen van kiloblokken worden gedeeld waarbij prijzen en landen van herkomst worden genoemd die passen bij de invoer van cocaïne. Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting ook verklaard dat het de bedoeling was om op 21 januari 2023 cocaïne in te voeren. Ook is de rechtbank van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat de cocaïne daadwerkelijk in Nederland is aangekomen en dat dus sprake is van een voltooide invoer. De rechtbank leidt dit af uit het feit dat er vanaf 20 januari 2023 screenshots worden gedeeld van de GPS-locatie van de tracker in de zending, waaruit blijkt dat de zending zich op Schiphol bevindt en vervolgens bij een logistiek bedrijf in Aalsmeer, en de verdachte op 21 januari 2023 het chatbericht verstuurd dat “die ding binnen is”. Voorts betrekt de rechtbank hierbij dat de verdachte (en medeverdachte [medeverdachte] ) daarna actief op zoek zijn gegaan naar de cocaïne, nadat wordt gezien dat het GPS-signaal van de zending aanstraalt in Duitsland. De verklaring van de verdachte dat hij nadien van zijn contactpersoon in Bogota heeft begrepen dat de cocaïne in Bogota uit de zending is gehaald en dat er uiteindelijk dus niets is ingevoerd, schuift de rechtbank terzijde nu deze verklaring geen steun vindt in het dossier. Uit de hierboven beschreven handelingen van de verdachte en de medeverdachten, en uit de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, blijkt juist het tegendeel, namelijk dat de cocaïne is ingevoerd. Verder is de rechtbank, anders dan de verdediging, van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat een hoeveelheid van 12 kilogram is ingevoerd. De rechtbank leidt dit af uit de screenshot van een chatgesprek, die de verdachte op 1 januari 2023 naar [medeverdachte] heeft gestuurd waarin gesproken wordt over “12 stuks”, alsmede uit de [bedrijf] -sticker die op de doos is geplakt waarop het gewicht van 12 kilogram zichtbaar is. Bovendien heeft de verdachte ter terechtzitting verklaard dat er rond de 10 á 12 kilogram cocaïne in de zending zou zitten.

Met betrekking tot de rol van de verdachte bij de invoer op 21 januari 2023 overweegt de rechtbank als volgt. De verdachte heeft het contact tussen de leverancier in Bogota en de afnemer in Nederland tot stand gebracht. De verdachte is gedurende het gehele proces rondom dit transport actief als tussenpersoon opgetreden om de invoer op te zetten en te laten slagen. Zo heeft hij met anderen, waaronder [medeverdachte] , voortdurend intensief overleg over de prijs van de cocaïne en de te betalen borg, de hoeveelheid in te voeren cocaïne, de datum waarop het transport kan plaatsvinden, de wijze waarop de cocaïne in de vracht geplaatst moet worden, de vluchtstatus, de locatie van de zending en het veiligstellen van de cocaïne na aankomst op Schiphol. Hieruit volgt dat de verdachte de invoer van de cocaïne heeft geïnitieerd en bij de voorbereiding, uitvoering en afhandeling van de invoer betrokken is geweest, en daarbij nauw en bewust heeft samengewerkt met de mensen uit het bronland en met anderen waaronder [medeverdachte] .

De rechtbank acht daarmee wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de invoer van 12 kilogram cocaïne op 21 januari 2023.

Feit 2 subsidiair

Anders dan de verdediging, is de rechtbank van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid is gebleken dat de invoer van 6 mei 2023 cocaïne betrof. Dat leidt de rechtbank af uit het feit dat door [medeverdachte] een afbeelding naar medeverdachte [verdachte] wordt verstuurd, waarbij [medeverdachte] aangeeft dat dit de ‘stoff’ betreft. Op deze afbeelding is een Signal-chatgesprek te zien met twee rechthoekige pakketten, verwikkeld in donkerkleurig en doorzichtig folie, voorzien van een opdruk met de tekst ‘Yamaha’. De wijze van het verpakken en de opdruk met een stempel ‘Yamaha’ zijn naar het oordeel van de rechtbank kenmerkend voor de invoer van cocaïne. Bovendien werd gesproken over een transport afkomstig uit Colombia, een bekend bronland van cocaïne en heeft de verdachte verklaard dat toen hij door [medeverdachte] werd geïnformeerd over dit transport, hij dacht dat het om cocaïne ging.

Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende bewijs aanwezig dat 30 kilogram is ingevoerd. Het enkele feit dat [medeverdachte] in een chatgesprek van 5 mei 2023 met een persoon met de gebruikersnaam ‘ [naam] ’ spreekt over ’30 batra’, waarvan de letterlijke vertaling ’30 flessen’ is, is hiervoor onvoldoende. Gelet op de verpakking van de cocaïne in rechthoekige pakketten kan de rechtbank niet volgen dat de ten laste gelegde hoeveelheid cocaïne volgens het Openbaar Ministerie blijkt uit een gesprek waarin het gaat over flessen. De rechtbank gaat in haar bewezenverklaring dan ook uit van ‘een hoeveelheid’ cocaïne.

Met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte is de rechtbank van oordeel dat de verdachte opzettelijk handelingen heeft verricht die naar hun aard en strekking gericht waren op het bevorderen van de invoer van de cocaïne. Kort voorafgaand aan de invoer van de cocaïne, namelijk op 5 mei 2023, krijgt de verdachte van [medeverdachte] filmpjes en afbeeldingen toegestuurd waarop onder meer een PMC-nummer zichtbaar is. Nadat de cocaïne op 6 mei 2023 op Schiphol is aangekomen, heeft de verdachte twee maal dit PMC-nummer bevraagd in het vrachtsysteem van [bedrijf] (Chain) en vervolgens afbeeldingen van Chain, waaruit de status van de PCM-plaat met daarop de zending blijkt, gedeeld met [medeverdachte] . Daarna heeft [medeverdachte] ook afbeeldingen naar de verdachte gestuurd, waarop de GPS-locatie van de PMC-plaat te zien is. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte en [medeverdachte] actief informatie met elkaar hebben uitgewisseld over de locatie van de cocaïne, met het kennelijke doel om de cocaïne veilig te stellen. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank gegeven dat de verdachte de invoer van de cocaïne heeft bevorderd, daarop ook opzet heeft gehad, en daartoe nauw en bewust met [medeverdachte] heeft samengewerkt.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde medeplegen van handelingen ter bevordering van de invoer van een hoeveelheid cocaïne.

Feit 3 primair

De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte dit feit heeft bekend als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste volzin, van het Wetboek van Strafvordering. Gelet daarop zal voor dit feit worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen op grond waarvan de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen, namelijk:

- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de zitting van 26 januari 2026;

- een proces-verbaal van bevindingen van 10 juni 2024, dossier C pagina 31 e.v.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

feit 1 hij op 21 januari 2023 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 12 kilogram cocaïne;

feit 2 subsidiair hij in de periode van 5 en 6 mei 2023 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne, te bevorderen,

- zich en/of anderen inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) daartoe- telefoons voorhanden gehad en- via die telefoons met elkaar gecommuniceerd en/of afspraken gemaakt en/of (onderling) informatie verstrekt en/of uitgewisseld over:• de PMC-plaat en/of het nummer van de PMC-plaat (PMC71688AF) en/of de vlucht (KL 741), waarop een hoeveelheid cocaïne in Nederland zou aankomen en/of zou zijn aangekomen en• de verblijfplaats van voornoemde PMC-plaat en/of doos op de luchthaven Schiphol en • het checken in het KLM-vrachtsysteem van voornoemde PMC-plaat en/of doos;

feit 3 Hij in de periode van 5 mei 2023 tot en met 3 juni 2023 te Schiphol, meermalen opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk, te weten een computersysteem en/of de aan KLM ter beschikking staande servers, is binnengedrongen met behulp van een valse sleutel, te weten door het onbevoegd gebruik maken van het besturingssysteem “Chain” van [bedrijf] met een ander doel dan waarvoor hem die ter beschikking stonden en waarvoor hem die toegang was toegestaan.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2 subsidiair: medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te bevorderen, zich en/of een ander inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen;

feit 3 primair: computervredebreuk, meermalen gepleegd.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van het voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Hij heeft in dat verband aangevoerd dat de verdachte in 2010 voor het laatst is veroordeeld voor een strafbaar feit en niet eerder is veroordeeld of met politie en/of justitie in aanraking is gekomen met betrekking tot Opiumwet-feiten, dat de reclassering het recidiverisico laag heeft ingeschat, dat de verdachte bij het bewezenverklaarde in vergelijking met de medeverdachten in dit onderzoek een beperkter aandeel heeft gehad, en dat het Openbaar Ministerie met [medeverdachte] procesafspraken heeft gemaakt en verhoudingsgewijs een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren gelet op het aandeel van de verdachte niet passend is. De raadsman heeft verzocht om geen langere gevangenisstraf op te leggen dan de duur van het voorarrest, eventueel gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden, een taakstraf of geldboete.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan de invoer van 12 kilogram cocaïne. De cocaïne zat verstopt in een doos die per vrachtvliegtuig vanuit Colombia naar Nederland werd vervoerd. De verdachte had een initiërende en organiserende rol bij dit transport. Enkele maanden later heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan bevorderingshandelingen gericht op de invoer van opnieuw een hoeveelheid cocaïne. De verdachte was op dat moment werkzaam bij [bedrijf] op Schiphol en heeft in het KLM vrachtsysteem informatie opgevraagd om de locatie van de cocaïne te achterhalen en deze informatie gedeeld met de medeverdachte, met als doel om de cocaïne veilig te kunnen stellen. Ook in de periode daarna heeft de verdachte op meerdere momenten het systeem van [bedrijf] geraadpleegd, terwijl dit niets met zijn werkzaamheden te maken had, en heeft hij afbeeldingen en filmpjes van transferlijsten en manifesten gedeeld met een derde. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk.

Met zijn handelen heeft de verdachte een substantiële bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen zeer schadelijke stof. De verspreiding van en de georganiseerde handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van zware criminaliteit en dit heeft een ontwrichtende invloed op de samenleving. Zo is een aanzienlijk deel van de vermogensdelicten te relateren aan de behoefte aan verdovende middelen van gebruikers en gaat de handel in drugs de laatste jaren steeds vaker gepaard met zeer ernstige geweldsdelicten. Aan opzettelijke invoer van cocaïne zijn hoge wettelijke strafmaxima verbonden ter voorkoming van het ontstaan van een grootschalige binnenlandse markt. Bij het plegen van de bevorderingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne en de computervredebreuk heeft de verdachte op ernstige wijze misbruik gemaakt van zijn functie bij [bedrijf] , zijn kennis van de organisatie en de logistiek, alsook de aan hem uit hoofde van zijn functie verleende toegang tot het computersysteem met vrachtgegevens. Daarmee heeft hij ook het vertrouwen dat zijn werkgever in hem had en ook moet kunnen hebben, ernstig beschaamd. De verdachte heeft zich bij het plegen van deze feiten enkel laten leiden door het oogmerk van snel en eenvoudig financieel gewin.

Persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het op naam van de verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 5 september 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van de reclassering gedateerd 19 januari 2026. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als laag en de reclassering acht interventies of toezicht niet nodig.

Op te leggen straf

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde acht de rechtbank enkel oplegging van een gevangenisstraf gerechtvaardigd. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening gehouden met de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht en gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, de omstandigheid dat de verdachte first offender is en het tijdsverloop sinds het bewezenverklaarde. Voor wat betreft de onder feit 2 bewezenverklaarde bevorderingshandelingen heeft de rechtbank er rekening mee gehouden dat de handelingen van de verdachte van beperkt gewicht zijn. Tot slot heeft de rechtbank ook gekeken naar de verhouding van de op te leggen straf met de straf die conform de overeengekomen procesafspraken aan de medeverdachte [medeverdachte] in dit onderzoek is opgelegd voor een groot aantal feiten, waaronder het meermalen invoeren van grote hoeveelheden cocaïne. Gelet hierop acht de rechtbank een aanzienlijk kortere straf aangewezen dan door de officier van justitie is gevorderd.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 36 maanden moet worden opgelegd, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Daaraan zal de rechtbank een proeftijd verbinden van 2 jaren, om de verdachte ervan te weerhouden zich voor het einde van die proeftijd schuldig te maken aan een strafbaar feit.

7. Bijkomende straf

De officier van justitie heeft gevorderd de onder de verdachte in beslag genomen Apple-telefoons verbeurd te verklaren.

De raadsman van de verdachte heeft verzocht de onder de verdachte in beslag genomen telefoons terug te geven aan de verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven Apple-telefoons, moeten worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde met behulp van die telefoons, die aan de verdachte toebehoren, zijn begaan of voorbereid.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De officier van justitie heeft gevorderd de onder de verdachte in beslag genomen BQ Aquarius telefoon te onttrekken aan het verkeer. De officier van justitie heeft daartoe gesteld dat de telefoon een PGP-telefoon betreft die (nog) niet is uitgelezen door het NFI, maar dat gelet op de context van deze zaak, de telefoon van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang, als bedoeld in artikel 36c Sr.

De rechtbank is van oordeel dat uit de toelichting van de officier van justitie niet is gebleken dat het ongecontroleerde bezit van de BQ Aquarius telefoon van zodanige aard is dat het in strijd is met de wet of het algemeen belang. De rechtbank is daarom van oordeel dat de telefoon moet worden teruggegeven aan de verdachte.

9. Voorlopige hechtenis

De raadsman van de verdachte heeft verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis.

De officier van justitie verzet zich tegen schorsing van de voorlopige hechtenis en verwijst daartoe naar een proces-verbaal van 22 januari 2026 waaruit zou blijken dat de verdachte zich nog steeds bevindt in criminele kringen met betrekking tot Opiumwet gerelateerd feiten.

De rechtbank is van oordeel dat de persoonlijke belangen van de verdachte, te weten het kunnen behouden van zijn woning en werk, om de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in vrijheid af te wachten zolang het vonnis niet onherroepelijk is geworden, zwaarder wegen dan het strafvorderlijk belang. Het door de officier van justitie ingebrachte proces-verbaal van 22 januari 2026 waaruit zou blijken dat de verdachte zich nog steeds bevindt in criminele kringen met betrekking tot Opiumwet gerelateerde feiten, is mede in het licht van de ontkennende verklaring van de verdachte dat hij gespreksdeelnemer zou zijn aan het OVC-gesprek, naar het oordeel van de rechtbank in dit stadium van onvoldoende gewicht om tot een andere belangafweging te komen. De rechtbank zal daarom de voorlopige hechtenis van de verdachte (opnieuw) schorsen.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57, 138abSr;

artikel 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

11. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;

bepaalt dat de onder 1 primair, 2 subsidiair en 3 primair bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 12 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op 2 jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

verklaart verbeurd:

gelast de teruggave aan de verdachte van:

- Telefoontoestel (Omschrijving: 27FBE230004_17378, zwart, merk: BQ Aquarius) voorwerpnummer 17378; en

beveelt de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte, welk bevel apart is geminuteerd.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.J. Straathof, voorzitter,

mr. H.H.E. Boomgaart en mr. A. Talmricht, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. J. Dommershuijzen,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 februari 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. D.J. Straathof
  • mr. H.H.E. Boomgaart
  • mr. A. Talmricht

Griffier

  • mr. A. Talmricht

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?