ECLI:NL:RBNHO:2026:12053

ECLI:NL:RBNHO:2026:12053

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 31-08-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer HAA 26/2351
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Eiser betwist dat hij het besluit van 26 mei 2025 inzake een last onder dwangsom heeft ontvangen. De burgemeester stelt dit besluit via aangetekende verzending en per gewone post te hebben verzonden. Bij betwisting van de ontvangst van een aangetekende verzending moet worden onderzocht of het stuk op regelmatige wijze is aangeboden. Van de door de burgemeester gestelde aangetekende verzending zijn geen gegevens beschikbaar. De track-and-tracecode kon niet worden overgelegd doordat PostNL die gegevens maar zes maanden bewaart. Dat de burgemeester deze gegevens niet tijdig heeft opgevraagd, dient niet voor rekening van eiser te komen. Ook anderszins heeft de burgemeester geen bewijs geleverd van de aangetekende verzending. Datzelfde geldt voor de verzending per gewone post. Van een deugdelijke verzendadministratie is niet gebleken. De burgemeester heeft in het kader van een andere procedure, over een eerdere last onder dwangsom, de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank gezonden. Het besluit van 26 mei 2025 bevond zich tussen die stukken. De rechtbank heeft deze stukken op 12 februari 2026 per post en per e-mail aan eiser doorgestuurd. Deze brief van 12 februari 2026 is daarmee te beschouwen als de wettelijke bekendmaking van het besluit van 26 mei 2025. Eiser heeft binnen zes weken na deze bekendmaking, dus tijdig, bezwaar gemaakt. Het bezwaar is reeds daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[eiser] , uit [plaats] , eiser

de burgemeester van de gemeente Zaanstad

Inleiding

Beslissing

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 26/2351

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 augustus 2026 in de zaak tussen

(gemachtigde mr. J. Nagtegaal),

en

(gemachtigden: mr. B.J.P.G. Roozendaal en M. van den Berg).

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar.

Bij besluit van 26 mei 2025 heeft de burgemeester eiser een last onder dwangsom opgelegd omdat eiser zonder de benodigde vergunning glazen zou hebben gewassen. Met het in beroep bestreden besluit van 17 april 2026 heeft de burgemeester het door eiser tegen de last gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar volgens de burgemeester niet tijdig is ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 31 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde, [tolk] als tolk en de gemachtigden van de burgemeester.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 17 april 2026;

- draagt de burgemeester op een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen met inachtneming van de overwegingen van deze uitspraak;

- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 200,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Gronden van de beslissing

1. Voor het indienen van een bezwaarschrift geldt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van zes weken. Deze termijn begint op de dag na de dag waarop het bestreden besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Wanneer sprake is van een besluit dat tot een belanghebbende is gericht, vindt de bekendmaking plaats door toezending of uitreiking aan die belanghebbende. Een bezwaarschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen.

2. Het primaire besluit is gedagtekend op 26 mei 2025 en is volgens de burgemeester op die datum aangetekend en per gewone post naar het huisadres van eiser gezonden. Daarnaast is het besluit volgens de burgemeester op dezelfde dag per gewone post gezonden naar het adres waar het bedrijf van eiser volgens de Kamer van Koophandel is gevestigd. Eiser betwist dat hij deze brieven heeft ontvangen.

3. Als een stuk van een bestuursorgaan of rechterlijke instantie aangetekend is verzonden en de belanghebbende de ontvangst ervan ontkent, moet worden onderzocht of het postvervoerbedrijf het stuk op regelmatige wijze op het adres van de belanghebbende heeft aangeboden. Van de door de burgemeester gestelde aangetekende verzending zijn geen gegevens beschikbaar. Zo heeft de burgemeester gesteld geen track-and-tracecode over te kunnen leggen doordat PostNL die gegevens maar zes maanden bewaart. Dat de burgemeester deze gegevens niet tijdig heeft opgevraagd, dient echter niet voor rekening van eiser te komen. Ook anderszins heeft de burgemeester geen bewijs geleverd van de aangetekende verzending. De burgemeester stelt geen envelop te hebben aangetroffen waaruit blijkt dat de verzending retour is gekomen. Dit betekent echter nog niet dat de aangetekende verzending daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Datzelfde geldt voor het standpunt van de burgemeester dat eerdere brieven, (aangetekend) verzonden naar dezelfde adressen, wel in goede orde door eiser zijn ontvangen.

4. Ook van de verzending per gewone post ontbreekt bewijs. Van een deugdelijke verzendadministratie is niet gebleken. Een enkele streepjescode op de eerste bladzijde van het besluit van 26 mei 2025 is in dit verband niet voldoende.

5. Op 12 februari 2026 heeft de burgemeester in het kader van een andere procedure de op de zaak betrekking hebbende stukken van een eerdere last onder dwangsom aan de rechtbank gezonden. Het besluit van 26 mei 2025 bevond zich tussen die stukken. De rechtbank heeft deze stukken op 12 februari 2026 per post en per e-mail aan eiser doorgestuurd. Deze brief van 12 februari 2026 is daarmee te beschouwen als de wettelijke bekendmaking van het besluit van 26 mei 2025. Dit betekent dat de termijn van zes weken aanving op 13 februari 2026 en doorliep tot en met 26 maart 2026. Eiser heeft op 26 februari 2026 bezwaar gemaakt. Dat is binnen de termijn. De burgemeester heeft dit miskend en het bezwaar van eiser reeds daarom ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Aan een beoordeling van de overige beroepsgronden van eiser komt de rechtbank daarom niet toe.

6. Bij het nieuwe besluit op bezwaar moet de burgemeester bij het ontbreken van andere ontvankelijkheidsproblemen alsnog inhoudelijk een beslissing nemen op het bezwaar van eiser. Partijen hebben ter zitting aangegeven dat zij bij een gegrond beroep overleg zullen voeren over de vraag of het wel of niet wenselijk is om te wachten op de uitkomst van de beroepsprocedure over de eerdere last onder dwangsom en verwante zaken. De rechtbank geeft om die reden geen termijn voor het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.

7. Omdat het beroep gegrond is, moet de burgemeester het griffierecht en de proceskosten aan eiser vergoeden. De proceskostenvergoeding betreft op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht € 1.868,- voor de kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand (voor het beroepschrift en voor het verschijnen ter zitting elk 1 punt van € 934,- voor een zaak van gemiddeld gewicht). Eiser heeft verder geen proceskosten opgegeven.

8. Partijen zijn bij de mondelinge uitspraak gewezen op de mogelijkheid om daartegen in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2026 door mr. drs. J. de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. I.W. Neleman, griffier.

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. drs. J. de Vries

Griffier

  • mr. I.W. Neleman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand