ECLI:NL:RBNHO:2026:12056

ECLI:NL:RBNHO:2026:12056

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer C/15/381991 / JU RK 26-1400
Rechtsgebied Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Alkmaar

Samenvatting

Spoedmachtiging gesloten jeugdhulp in het vrijwillig kader

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Alkmaar

Zaaknummer: C/15/381991 / JU RK 26-1400

Datum uitspraak: 10 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp in het vrijwillig kader

in de zaak van

de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,

hierna te noemen: de GI,

gevestigd te Amsterdam,

namens het college van Burgemeester & Wethouders van de gemeente waar de jeugdige haar woonplaats heeft, zijnde [plaats] ,

hierna te noemen: het college van B&W,

over

[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,

hierna te noemen: [de minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,

wonende in [plaats] ,

[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,

wonende in [plaats] .

1. Het verloop van de procedure

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het schriftelijke verzoek van de GI met bijlagen, ontvangen op 10 september 2026;

- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 9 september 2026.

2. De feiten

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .

[de minderjarige] staat ingeschreven op het woonadres van haar vader, maar woont bij haar moeder.

3. Het verzoek

De GI verzoekt, namens het college van B&W, een spoedmachtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

De GI verzoekt, namens het college van B&W, daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden.

4. De beoordeling

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is een meisje van 15 jaar waarbij op dit moment veel problemen spelen in de opvoeding en ontwikkeling. Vanaf 11 jaar oud is [de minderjarige] begonnen met roken, vapen, blowen (wiet) en alcohol drinken. De afgelopen tijd is [de minderjarige] vaak weggelopen van huis en dan door ouders en de politie teruggevonden in “crack panden” waar zij onder invloed van alcohol en (hard)drugs werd aangetroffen. Dit ging vaak gepaard met meerderjarige jongens. Eén van de jongens is mogelijk bekend met loverboy problematiek en een bekende bij de politie waar het gaat om agressie en delicten. [de minderjarige] is hier vatbaar en beïnvloedbaar voor en verlegt haar grenzen om een vriend tevreden te stellen. [de minderjarige] neemt tijdens het weglopen bewust haar telefoon niet mee, zodat ze niet gevonden kan worden. Zij stapt bij onbekende oudere mannen (dealers) in de auto en ziet hier zelf geen gevaar van in. [de minderjarige] is in de eerste klas van de middelbare school uitgevallen en heeft al lange tijd geen ritme of structuur. Een periode is het [de minderjarige] niet gelukt om uit bed te komen, ze ervaarde neerslachtigheid.

In gesprekken met jeugdhulpverleners van Nicare en tijdens intakes bij onder andere Brijder, GGZ- [plaats] , Turn Over en Youz laat [de minderjarige] een wisselend beeld zien ten aanzien van haar problematiek. Op kwetsbare momenten kan zij erkennen dat zij gevolgen ervaart, bijvoorbeeld in haar stemming, het behouden van controle middels voeding en haar manier van aangaan van sociale contacten. Echter is deze erkenning kortdurend en leidt deze niet tot een hulpvraag of veranderbereidheid. Zij beoordeelt haar leven als goed en ziet geen noodzaak om iets te veranderen. Eerdere therapie heeft zij voortijdig beëindigd en zij geeft ook nu aan behandeling niet nodig te vinden.

In 2024 heeft [de minderjarige] bij Turn Over gewoond in [plaats] in verband met haar gedragsproblemen en het uitvallen op school. Hier is [de minderjarige] weggelopen. Daarna zijn er gesprekken geweest in 2025 tussen [de minderjarige] , GGZ- [plaats] en Brijder. Dit werd niet als passend ervaren. Vervolgens is Nicare tot op heden gestart met therapie. [de minderjarige] is hiermee gestopt omdat zij naar eigen zeggen geen aansluiting vond. Daarna is er individueel en systemisch ingezet. Al snel bleek dit te weinig gezien de ernst van de problematiek en de achteruitgang en risicovolle keuzes die [de minderjarige] in een stroomversnelling maakt. Nicare en de gemeente hebben afgelopen periode overbruggende zorg ingezet en gezocht naar een passende hulpvorm waarin [de minderjarige] ook een stem had. Er is in samenspraak gekozen om de eerste zes weken te stabiliseren bij Youz. Vanuit daar zou zij terugkeren naar huis en zou het ambulante interventieteam van iHub en de poli van iHub samen met het gezin aan de slag gaan. Hierin zou gewerkt worden aan het verminderen van [de minderjarige] haar gedragsproblemen, het ondersteunen van de ouders in de opvoeding, het terugkeren naar school en systemisch- en trauma behandelingen. Dit is nu echter niet van de grond gekomen. [de minderjarige] is weggestuurd wegens een incident waarbij zij onder begeleiding naar de supermarkt ging, waar zij een fles drank heeft gestolen. Vervolgens heeft zij deze fles drank gedronken waardoor zij dronken werd. [de minderjarige] heeft toen geslachtsgemeenschap gehad met een andere jongen op de afdeling en is vervolgens agressief geworden naar groepsgenoten en leiding, waarbij zij riep “ik steek je dood”.

Het lukt in het vrijwillige kader onvoldoende om [de minderjarige] te begrenzen en te kaderen. Op open settingen zijn meerdere pogingen gedaan, waarbij [de minderjarige] keer op keer heeft laten zien dat zij wegloopt. Daarom is gesloten jeugdzorg de enige nog overgebleven optie.

Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat onmiddellijke verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. De kinderrechter heeft een ernstig vermoeden dat er ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van [de minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [de minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.

De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken.

Bij het verzoek zit een verklaring van een gedragswetenschapper op basis van het dossier. De kinderrechter vindt het op basis van de stukken en het daaruit blijkende vluchtgevaar voldoende aannemelijk dat onderzoek door een gedragswetenschapper in deze situatie feitelijk niet mogelijk was. De kinderrechter gaat ervan uit dat de jeugdige zo snel mogelijk na plaatsing alsnog zal worden onderzocht door de gedragswetenschapper.

Omdat de vader en de moeder instemmen met het verzoek, is een ondertoezichtstelling van [de minderjarige] niet vereist.

De GI, [de minderjarige] , haar advocaat en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De kinderrechter:

verleent een spoedmachtiging om [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 10 september 2026 tot 8 oktober 2026;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;

bepaalt dat de griffier de GI, de vader, de moeder en [de minderjarige] en haar advocaat tijdig zal oproepen voor die zitting.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.C. Oosterbroek, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand