ECLI:NL:RBNHO:2026:12105

ECLI:NL:RBNHO:2026:12105

Instantie Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer 15-083444-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben en vervaardigen van ruim vier kilogram MDMA en daarnaast aan voorbereidingshandelingen gericht op de productie en uitvoer van MDMA. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 36 maanden. Oplegging maatregel kostenverhaal ex artikel 13d Opiumwet van € 14.320,06.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15-083444-23 (P)

Uitspraakdatum: 10 september 2026

Verstek

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2026 in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] ,

zonder vaste- woon of verblijfplaats hier te lande,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres] .

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R.P. Peters.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

feit 1 hij in of omstreeks de periode van 9 december 2022 tot en met 24 maart 2023 te Wormer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 4.392 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

feit 2 hij in of omstreeks de periode van 9 december 2022 tot en met 24 maart 2023 te Wormer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of- het opzettelijk vervaardigen,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten MDMA- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders:- een bedrijfspand (gelegen aan de [adres bedrijfspand] ) als (opslag/productie)locatie ter beschikking gesteld,- hardware / (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad (waaronder een reactieketel en/of een roermechanisme en/of een vries-koelcel) en/of- een grote hoeveelheid jerrycans en/of emmers en/of (andere soorten)verpakkingen voorhanden gehad met daarin grote hoeveelhedenchemicaliën en/of grondstoffen en/of hulpstoffen (waaronder zoutzuur en/of aceton en/of waterstofgas en/of propaangas).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, met uitzondering van het onder 1 ten laste gelegde vervaardigen van MDMA.

Oordeel van de rechtbank

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

Bewijsmotivering

Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden vast. Op 24 maart 2023 zijn in een bedrijfspand aan de [adres bedrijfspand] te Wormer (hierna: het pand) voorwerpen en (chemische) stoffen voor het vervaardigen van MDMA aangetroffen, en ongeveer 4,5 kilogram MDMA-kristallen.

De verdachte heeft op 13 december 2022 met zijn vennootschap [naam vennootschap 1] een huurovereenkomst gesloten met de eigenaren van het pand, en heeft onder meer op 24 maart 2023 huur betaald aan de verhuurder. De verdachte had als huurder toegang tot het hele pand en is ook daadwerkelijk in het pand geweest. Dat blijkt uit de aangetroffen jas met in de zak een legitimatiepas met de naam en een foto van de verdachte, de aangetroffen doos van een telefoon van de verdachte en de aangetroffen sigarettenpeuken met daarop, zo concludeert de rechtbank, het DNA van de verdachte. In december 2022 en januari 2023 heeft de telefoon die in gebruik was bij de verdachte meerdere malen een zendmast aangestraald die dekking geeft in het gebied waarbinnen het pand is gelegen.

Met de goederen die tijdens de doorzoeking zijn aangetroffen, zijn volgens het LFO (Landelijke Faciliteit Ontmantelen) zeer waarschijnlijk op grote schaal MDMA-olie en MDMA-kristallen geproduceerd. De ruimtes waar de goederen lagen waren allemaal vrij toegankelijk en die goederen waren niet verborgen, maar lagen vol in het zicht.

De verdachte heeft op 4 augustus 2023 bij de politie verklaard dat hij op 24 maart 2023 op vakantie was, dat hij al maanden niet bij het pand was geweest en dat hij het pand had verhuurd. De verdachte heeft verder iedere betrokkenheid bij de ten laste gelegde feiten ontkend. De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk. De verdachte heeft niet onderbouwd dat, of aan wie, hij het pand zou hebben verhuurd, terwijl in het pand persoonlijke spullen van de verdachte zijn aangetroffen en uit zendmastgegevens blijkt dat de verdachte in december 2022 en januari 2023 in de buurt van het pand is geweest.

Daar komt bij dat op 28 december 2022, in de ten laste gelegde periode, de politie in Duitsland een postzending heeft onderschept met 4 kilogram MDMA.

De afzender van de postzending betrof [naam vennootschap 2] , gevestigd te Hoofddorp.

Uit onderzoek bij de Kamer van Koophandel bleek dat de verdachte de enige aandeelhouder/bestuurder was van deze rechtspersoon.

Nu de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft afgelegd over de hiervoor genoemde belastende feiten en omstandigheden, komt de rechtbank op grond van alle hiervoor genoemde feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, tot het oordeel dat de verdachte de MDMA heeft vervaardigd en aanwezig heeft gehad (feit 1) en voorwerpen en (chemische) stoffen voor het vervaardigen en uitvoeren van MDMA voorhanden heeft gehad (feit 2).

Verder kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat er, naast de verdachte, andere personen betrokken waren. Het is immers moeilijk voorstelbaar dat de verdachte een productieketel zonder hulp van anderen in het pand heeft neergezet. Ook is op verschillende voorwerpen die gebruikt worden voor de productie van MDMA DNA aangetroffen van andere personen dan de verdachte. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat de verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met anderen heeft gehandeld.

Conclusie

Op basis van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigd bewezen dat de verdachte, samen met anderen, opzettelijk MDMA heeft vervaardigd en opzettelijk 4.392 gram MDMA aanwezig heeft gehad (feit 1) en samen met anderen voorbereidingshandelingen voor de vervaardiging en uitvoer van MDMA heeft gepleegd (feit 2).

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1 hij in de periode van 9 december 2022 tot en met 24 maart 2023 te Wormer, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft vervaardigd en opzettelijk aanwezig heeft gehad 4.392 gram MDMA;

feit 2 hij in de periode van 9 december 2022 tot en met 24 maart 2023 te Wormer, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:- het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen,- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of- het opzettelijk vervaardigen,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten MDMA

- zich en een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,- een of meer voorwerpen en stoffen, voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en zijn mededaders, wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

immers hebben verdachte en/of zijn mededaders:- een bedrijfspand (gelegen aan de [adres bedrijfspand] ) als (opslag/productie)locatie ter beschikking gesteld,- laboratoriumbenodigdheden voorhanden gehad (waaronder een reactieketel en een roermechanisme en een vries-koelcel) en- een grote hoeveelheid jerrycans en emmers en (andere soorten)verpakkingen voorhanden gehad met daarin grote hoeveelhedenchemicaliën en/of grondstoffen en/of hulpstoffen (waaronder zoutzuur en aceton en waterstofgas en propaangas).

Hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C en onder D van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 2: medeplegen van, om een feit, bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, door zich en een ander gelegenheid en middelen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dan ook strafbaar.

5. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

6. Motivering van de sanctie

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden en daarnaast een geldboete van € 20.000,- te vervangen door 125 dagen hechtenis. Verder verzoekt de officier van justitie om de kostenmaatregel als bedoeld in artikel 13d van de Opiumwet aan de verdachte op te leggen, ter hoogte van € 14.320,06 bij niet betalen te vervangen door een gijzeling van 96 dagen.

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben en vervaardigen van ruim vier kilogram MDMA en daarnaast aan voorbereidingshandelingen gericht op de productie en uitvoer van MDMA. Hij heeft samen met anderen in een bedrijfspand professionele machines, grondstoffen en andere goederen die gebruikt worden bij de productie van verdovende middelen, voorhanden gehad.

De (chemische processen bij de) productie van synthetische drugs, de ongecontroleerde opslag van chemicaliën voor deze productie, maar ook de dumpingen van drugsafval brengen grote veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich. Verder bevatten harddrugs voor de gezondheid van de gebruikers daarvan zeer schadelijke stoffen. De verspreiding ervan en de handel in harddrugs zijn bezwarend en ontwrichtend voor de samenleving en hebben bovendien veel gerelateerde vermogens- en andere criminaliteit tot gevolg, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan drugs. Daarnaast is de productie van en handel in harddrugs veelal in handen van grote, georganiseerde criminele verbanden die daarmee grote winsten maken en hun belangen in deze handel en productie beschermen met geweld en bedreiging met geweld. De productie van harddrugs wordt daarom krachtig bestreden. De verdachte heeft hier geen oog voor gehad en is kennelijk puur gericht geweest op financieel voordeel voor zichzelf. Verder heeft de verdachte geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen. Dit rekent de rechtbank de verdachte aan.

De persoon van de verdachte

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie) van 14 juli 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte, hoewel langer geleden, al vaker is veroordeeld voor Opiumwetdelicten.

Redelijke termijn

In deze zaak is geen sprake van een overschrijding van de redelijke termijn ingevolge artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Als redelijke termijn geldt een periode van in beginsel twee jaren vanaf het moment dat een handeling is verricht waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem een strafvervolging wordt ingesteld.

Die verwachting is, nu de verdachte niet in verzekering is gesteld, op zijn vroegst gewekt op 3 november 2025 met het schrijven van het openbaar ministerie waarin het voornemen tot dagvaarden kenbaar is gemaakt. Sindsdien zijn tien maanden verstreken, zodat de redelijke termijn niet is overschreden.

De op te leggen straf

De aard en ernst van de feiten maken dat de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf een passende straf vindt. Daarbij heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en op straffen die rechtbanken en gerechtshoven in vergelijkbare zaken opleggen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijk gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden passend en geboden is. De rechtbank ziet, gelet op de hieronder opgenomen maatregel kostenverhaal, geen aanleiding om naast de onvoorwaardelijke gevangenisstraf nog een geldboete op te leggen zoals door de officier van justitie is gevorderd.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

Maatregel kostenverhaal ex artikel 13d van de Opiumwet

De maatregel in artikel 13d van de Opiumwet maakt het mogelijk dat de kosten die ten laste van de Staat komen in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of de volksgezondheid, worden verhaald op degene die wordt veroordeeld ter zake van een strafbaar feit op grond van de Opiumwet dat in verband staat met het voorwerp.

De rechtbank stelt vast dat aan de vereisten voor oplegging van de maatregel tot kostenverhaal is voldaan. In het pand waren chemische stoffen aanwezig die een ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of de volksgezondheid. Daarnaast heeft de Staat kosten gemaakt voor de vernietiging daarvan. Bij de stukken bevindt zich een rekening voor het ontmantelen van het drugslab, inclusief de afvoer van chemicaliën, restafval en hardware ter vernietiging. De gemaakte kosten bedroegen € 14.320,06,-. De rechtbank is van oordeel dat de kosten voldoende zijn onderbouwd en zijn aan te merken als kosten in de zin van artikel 13d van de Opiumwet.

Gelet op het voornoemde zal de rechtbank aan de verdachte de maatregel kostenverhaal opleggen ter hoogte van € 14.320,06, te betalen aan de Staat ter vergoeding van de hiervoor bedoelde kosten. Indien dit bedrag niet wordt voldaan, kunnen 96 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht;

2, 10, 10a en 13d van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden.

Legt op als maatregel de verplichting tot betaling aan de Staat van een vergoeding van kosten ex artikel 13d van de Opiumwet voor een bedrag van € 14.320,06 (zegge: veertienduizend driehonderdtwintig euro en zes eurocent). De rechtbank bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 96 dagen.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.S. Neervoort, voorzitter,

mr. A. Buiskool en mr. M. van Doesburg, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier, mr. S.D.C. Schoenmaker,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.S. Neervoort
  • mr. A. Buiskool
  • mr. M. van Doesburg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand